-
Dutchbook huiswerk:✍️
Boek. Pagina 143. Opdracht 4.
Plaats jouw antwoorden hieronder:262 Comments-
1. De man heeft een boek op tafel gelegd.
2. De zoon heeft haar ouders elke week gebeld.
3. De jongens hebben met een bal gespeeld.
4. Mijn dochter heeft een jurk gepast.
5. De wind heeft de hele dag erg hard gewaaid.
6. Wij hebben in Amsterdam gewoond.
7. Mijn moeder heeft de bloemen in de vaas gezet.
8. De kinderen hebben een sinaasappel…Read More -
1. De man heeft een boek op tafel gelegd.Β
2. De zoon heeft haar ouders elke week gebeld.Β
3. De jongens hebben met een bal gespeeld.Β
4. Min dochter heeft een jurk gepast.Β
5. De wind heeft de hele dag erg hard gewaaid.Β
6. Wij hebben in Amsterdam gewoond.Β
7. Mijn moeder heeft de bloemen in de vaas gezet.Β
8. De kinderen hebben een sinaas…Read More -
1. De man heeft een boek op tafel gelegd.
2. De zoon heeft haar ouders elke week gebeld.
3. De jongens hebben met een bal gespeeld.
4. Min dochter heeft een jurk gepast.
5. De wind heeft de hele dag erg hard gewaaid.
6. Wij hebben in Amsterdam gewoond.
7. Mijn moeder heeft de bloemen in de vaas gezet.
8. De kinderen hebben een sinaasappel…Read More -
1. De man heeft een boek op tafel gelegd.
2. De zoon heeft haar ouders elke week gebeld.
3. De jongens hebben met een bal gespeeld.
4. Min dochter heeft een jurk gepast.
5. De wind heeft de hele dag erg hard gewaaid.
6. Wij hebben in Amsterdam gewoond.
7. Mijn moeder heeft de bloemen in de vaas gezet.
8. De kinderen hebben een sinaasappel…Read More -
1. De man heeft een boek op tafel gelegd.
2. De zoon heeft haar ouders elke week gebeld.
3. De jongens hebben met een bal gespeeld.
4. Min dochter heeft een jurk gepast.
5. De wind heeft de hele dag erg hard gewaaid.
6. Wij hebben in Amsterdam gewoond.
7. Mijn moeder heeft de bloemen in de vaas gezet.
8. De kinderen hebben een sinaasappel…Read More -
1. De man heeft een boek op tafel gelegd.
2. De zoon heeft haar ouders elke week gebeld.
3. De jongens hebben met een bal gespeeld.
4. Mijn dochter heeft een jurk gepast.
5. De wind heeft de hele dag erg hard gewaaid.
6. Wij hebben in Amsterdam gewoond.
7. Mijn moeder heeft de bloemen in de vaas gezet.
8. De kinderen hebben een sinaasappel…Read More -
1. De man heeft een boek op tafel gelegd.
2. De zoon heeft haar ouders elke week gebeld.
3. De jongens hebben met een bal gespeeld.
4. Mijn dochter heeft een jurk gepast.
5. De wind heeft de hele dag erg hard gewaaid.
6. Wij hebben in Amsterdam gewoond.
7. Mijn moeder heeft de bloemen in de vaas gezet.
8. De kinderen hebben een sinaasappel…Read More -
1. De man heeft een boek op tafel gelegd.
2. De zoon heeft haar ouders elke week gebeld.
3. De jongens hebben met een bal gespeeld.
4. Min dochter heeft een jurk gepast.
5. De wind heeft de hele dag erg hard gewaaid.
6. Wij hebben in Amsterdam gewoond.
7. Mijn moeder heeft de bloemen in de vaas gezet.
8. De kinderen hebben een sinaasappel…Read More -
1. De man heeft een boek op tafel gelegd.
2. De zoon heeft zijn ouders elke week gebeld.
3. De jongens hebben met een bal gespeeld.
4. Mijn dochter heeft een jurk gepast.
5. De wind heeft de hele dag erg hard gewaaid.
6. Wij hebben in Amsterdam gewoond.
7. Mijn moeder heeft de bloemen in de vaas gezet.
8. De kinderen hebben een sinaasappel…Read More
-
1. De man heeft een boek op de tafel gelegd.
2. De zoon heeft haar ouders elke week gebeld.
3. De jongens hebben met en bal gespeeld.
4. Mijn dochter heeft een jurk gepast.
5. De wind heeft de hele dag erg hard gewaaid.
6. Wij hebben in Amsterdam gewoond.
7. Mijn moeder heeft de bloemen in de vaas gezet.
8. De kinderen hebben een sinaasappel…Read More -
1. De man heeft een boek op de tafel gelegd.
2. De zoon heeft haar ouders elke week gebeld.
3. De jongens hebben met en bal gespeeld.
4. Mijn dochter heeft een jurk gepast.
5. De wind heeft de hele dag erg hard gewaaid.
6. Wij hebben in Amsterdam gewoond.
7. Mijn moeder heeft de bloemen in de vaas gezet.
8. De kinderen hebben een sinaasappel…Read More -
1. De man heeft een boek op tafel gelegd.
2. De zoon heeft haar ouders elke week gebeld.
3. De jongens hebben met een bal gespeeld.
4. Min dochter heeft een jurk gepast.
5. De wind heeft de hele dag erg hard gewaaid.
6. Wij hebben in Amsterdam gewoond.
7. Mijn moeder heeft de bloemen in de vaas gezet.
8. De kinderen hebben een sinaasappel…Read More -
1. De man heeft een boek op tafel gelegd
2. De zoon heeft zijn ouders elke week gebeld
3. De jongens hebben met een bal gespeeld
4. Mijn dochter heeft een jurk gepast
5. De wind heeft de hele dag erg hard gewaaid
6. Wij hebben in Amsterdam gewoond
7. Mijn moeder heeft de bloemen in de vaas gezet
8. De kinderen hebben een sinaasappel gepakt
9. Mijn…Read More -
1. De man heeft een boek op tafel gelegd.
2. De zoon heeft haar ouders elke week gebeld.
3. De jongens hebben met een bal gespeeld.
4. Mijn dochter heeft een jurk gepast.
5. De wind heeft de hele dag erg hard gewaaid.
6. Wij hebben in Amsterdam gewoond.
7. Mijn moeder heeft de bloemen in de vaas gezet.
8. De kinderen hebben een sinaasappel…Read More -
1. De man heeft een boek op tafel gelegd.
2. De zoon heeft haar ouders elke week gebeld.
3. De jongens hebben met en bal gespeeld.
4. Mijn dochter heef een jurk gepast.
5. De wind heeft de hele dag erg hard gewaaid.
6. Wij hebben in Amsterdam gewoond.
7. Mijn moeder heeft de bloemen in de vas gezet.
8. De kinderen hebben een sinaasappel gepakt.…Read More -
1. De man heeft een boek op tafel gelegd.
2. De zoon heeft zijn ouders elke week gebeld.
3. De jongens hebben met een bal gespeeld.
4. Mijn dochter heeft een jurk gepast.
5. De wind heeft de hele dag erg hard gewaaid.
6. Wij hebben in Amsterdam gewoond.
7. Mijn moeder heeft de bloemen in de vaas gezet.
8. De kinderen hebben een sinaasappel…Read More -
1. De man heeft een boek op tafel gelegd.
2. De zoon heeft zijn ouders elke week gebeld.
3. De jongens hebben met een bal gespeeld.
4. Mijn dochter heeft een jurk gepast.
5. De wind heeft de hele dag erg hard gewaaid.
6. Wij hebben in Amsterdam gewoond.
7. Mijn moeder heeft de bloemen in de vaas gezet.
8. De kinderen hebben een sinaasappel…Read More -
1. De man heeft een boek op tafel gelegd.
2. De zoon heeft zijn ouders elke week gebeld.
3. De jongens hebben met een bal gespeeld.
4. Mijn dochter heeft een jurk gepast.
5. De wind heeft de hele dag erg hard gewaaid.
6. Wij hebben in Amsterdam gewoond.
7. Mijn moeder heeft de bloemen in de vaas gezet.
8. De kinderen hebben een sinaasappel…Read More -
-
1. De man heeft een boek op tafel gelegd.
2. De zoon heeft haar ouders elke week gebeld.
3. De jongens hebben met een bal gespeeld.
4. Mijn dochter heeft een jurk gepast.
5. De wind heeft de hele dag erg hard gewaaid.
6. Wij hebben in Amsterdam gewoond.
7. Mijn moeder heeft de bloemen in de vaas gezet.
8. De kinderen hebben een sinaasappel…Read More -
1. De man heeft een boek op tafel gelegd.
2. De zoon heeft haar ouders elke week gebeld.
3. De jongens hebben met een bal gespeeld.
4. Mijn dochter heeft een jurk gepast.
5. De wind heeft de hele dag erg hard gewaaid.
6. Wij hebben in Amsterdam gewoond.
7. Mijn moeder heeft de bloemen in de vaas gezet.
8. De kinderen hebben een sinaasappel…Read More -
1. De man heeft een boek op tafel gelegd.
2. De zoon heeft zijn ouders elke week gebeld.
3. De jongens hebben met een bal gespeeld.
4. Mijn dochter heeft een jurk gepast.
5. De wind heeft de hele dag erg hard gewaaid.
6. Wij hebben in Amsterdam gewoond.
7. Mijn moeder heeft de bloemen in de vaas gezet.
8. De kinderen hebben een sinaasappel…Read More -
1. De man heeft een boek op tafel gelegd.
2. De zoon heeft zijn ouders elke week gebeld.
3. De jongens hebben met een bal gespeeld.
4. Mijn dochter heeft een jurk gepast.
5. De wind heeft de hele dag erg hard gewaaid.
6. Wij hebben in Amsterdam gewoond.
7. Mijn moeder heeft de bloemen in de vaas gezet.
8. De kinderen hebben een sinaasappel…Read More -
1. De man heeft een boek op tafel gelegd.
2. De zoon heeft haar ouders elke week gebeld.
3. De jongens hebben met een bal gespeeld.
4. Mijn dochter heeft een jurk gepast.
5. De wind heeft de hele dag erg hard gewaaid.
6. Wij hebben in Amsterdam gewoond.
7. Mijn moeder heeft de bloemen in de vaas gezet.
8. De kinderen hebben een sinaasappel…Read More -
1. De man heeft een boek op tafel gelegd.
2. De zoon heeft zijn ouders elke week gebeld.
3. De jongens hebben met een bal gespeeld.
4. Mijn dochter heeft een jurk gepast.
5. De wind heeft de hele dag erg hard gewaaid.
6. Wij hebben in Amsterdam gewoond.
7. Mijn moeder heeft de bloemen in de vaas gezet.
8. De kinderen hebben een sinaasappel…Read More -
-
1. De man heeft een boek op tafel gelegd.
2. De zoon heeft haar ouders elke week gebeld.
3. De jongens hebben met een bal gespeeld.
4. Mijn dochter heeft een jurk gepast.
5. De wind heeft de hele dag erg hard gewaaid.
6. Wij hebben in Amsterdam gewoond.
7. Mijn moeder heeft de bloemen in de vaas gezet.
8. De kinderen hebben een sinaasappel…Read More -
1. De man heeft een boek op tafel gelegd.
2. De zoon heeft zijn ouders elke week gebeld.
3. De jongens hebben met een bal gespeeld.
4. Mijn dochter heeft een jurk gepast.
5. De wind heeft de hele dag erg hard gewaaid.
6. Wij hebben in Amsterdam gewoond.
7. Mijn moeder heeft de bloemen in de vaas gezet.
8. De kinderen hebben een sinaasappel…Read More -
1. De man heeft een boek op tafel gelegd.
2. De zon heeft haar ouders elke week gebeld.
3. De jongens hebben met een bal gespeeld.
4. Mijn dochter heeft een jurk gepast.
5. De wind heeft de hele dag erg hard gewaaid.
6. Wij hebben in Amsterdam gewoond.
7. Mijn moeder heeft de bloemen in de vaas gezet.
8. De kinderen hebben een sinaasappel…Read More -
1. De man heeft een boek op tafel gelegd.
2. De zoon heeft haar ouders elke week gebeld.
3. De jongens hebben met een bal gespeeld.
4. Mijn dochter heeft een jurk gepast.
5. De wind heeft de hele dag erg hard gewaaid.
6. Wij hebben in Amsterdam gewoond.
7. Mijn moeder heeft de bloemen in de vaas gezet.
8. De kinderen hebben…Read More -
1. De man heeft een boek op tafel gelegd.
2. De zon heeft haar ouders elke week gebeld.
3. De jongens hebben met een bal gespeeld.
4. Mijn dochter heeft een jurk gepast.
5. De wind heeft de hele dag erg hard gewaaid.
6. Wij hebben in Amsterdam gewoond.
7. Mijn moeder heeft de bloemen in de vaas gezet.
8. De kinderen hebben een sinaasappel…Read More -
1. De man heeft een boek op tafel gelegd.
2. De zon heeft haar ouders elke week gebeld.
3. De jongens hebben met een bal gespeeld.
4. Mijn dochter heeft een jurk gepast.
5. De wind heeft de hele dag erg hard gewaaid.
6. Wij hebben in Amsterdam gewoond.
7. Mijn moeder heeft de bloemen in de vaas gezet.
8. De kinderen hebben een sinaasappel…Read More -
1. De man heeft een boek op tafel gelegd.
2. De zoon heeft zijn ouders elke week gebeld.
3. De jongens hebben met een bal gespeeld.
4. Mijn dochter heeft een jurk gepast.
5. De wind heeft de hele dag erg hard gewaaid.
6. Wij hebben in Amsterdam gewoond.
7. Mijn moeder heeft de bloemen in de vaas gezet.
8. De kinderen hebben een sinaasappel…Read More -
1. De man heeft een boek op tafel gelegd.
2. De zoon heeft haar ouders elke week gebeld.
3. De jongens hebben met een bal gespeeld.
4. Mijn dochter heeft een jurk gepast.
5. De wind heeft de hele dag erg hard gewaaid.
6. Wij hebben in Amsterdam gewoond.
7. Mijn moeder heeft de bloemen in de vaas gezet.
8. De kinderen hebben een sinaasappel…Read More -
1. De man heeft een boek op tafel gelegd.
2. De zoon heeft zijn ouders elke week gebeld.
3. De jongens hebben met een bal gespeeld.
4. Mijn dochter heeft een jurk gepast.
5. De wind heeft de hele dag erg hard gewaaid.
6. Wij hebben in Amsterdam gewoond.
7. Mijn moeder heeft de bloemen in de vaas gezet.
8. De kinderen hebben een sinaasappel…Read More -
1. De man heeft een boek op tafel gelegd.
2. De zoon heeft zijn ouders elke week gebeld.
3. De jongens hebben met een bal gespeeld.
4. Mijn dochter heeft een jurk gepast.
5. De wind heeft de hele dag erg hard gewaaid.
6. Wij hebben in Amsterdam gewoond.
7. Mijn moeder heeft de bloemen in de vaas gezet.
8. De kinderen hebben een sinaasappel…Read More -
1. De man heeft een boek op tafel gelegd.
2. De zoon heeft zijn ouders elke week gebeld.
3. De jongens hebben met een bal gespeeld.
4. Mijn dochter heeft een jurk gepast.
5. De wind heeft de hele dag erg hard gewaaid.
6. Wij hebben in Amsterdam gewoond.
7. Mijn moeder heeft de bloemen in de vaas gezet.
8. De kinderen hebben een sinaasappel…Read More -
1. De man heeft een boek op tafel gelegd.
2. De zoon heeft zijn ouders elke week gebeld.
3. De jongens hebben met een bal gespeeld.
4. Mijn dochter heeft een jurk gepast.
5. De wind heeft de hele dag erg hard gewaaid.
5. Wij hebben in Amsterdam gewoond.
6. Mijn moeder heeft de bloemen in de vaas gezet.
7. De kinderen hebben een sinaasappel…Read More -
1. De man heeft een boek op tafel gelegd.
2. De zoon heeft zijn ouders elke week gebeld.
3. De jongens hebben met een bal gespeeld.
4. Mijn dochter heeft een jurk gepast.
5. De wind heeft de hele dag erg hard gewaaid.
6. Wij hebben in Amsterdam gewoond.
7. Mijn moeder heeft de bloemen in de vaas gezet.
8. De kinderen hebben een sinaasappel…Read More -
1. De man heeft een boek op tafel gelegd.
2. De zoon heeft zijn ouders elke week gebeld.
3. De jongens hebben met een bal gespeeld.
4. Mijn dochter heeft een jurk gepast.
5. De wind heeft de hele dag erg hard gewaaid.
6. Wij hebben in Amsterdam gewoond.
7. Mijn moeder heeft de bloemen in de vaas gezet.
8. De kinderen hebben een sinaasappel…Read More -
1. De man heeft een boek op tafel gelegd.
2. De zoon heeft zijn ouders elke week gebeld.
3. De jongens hebben met een bal gespeeld.
4. Mijn dochter heeft een jurk gepast.
5. De wind heeft de hele dag erg hard gewaaid.
6. Wij hebben in Amsterdam gewoond.
7. Mijn moeder heeft de bloemen in de vaas gezet.
8. De kinderen hebben een sinaasappel…Read More -
-
1. De man heeft een boek op tafel gelegd.
2. De zoon heeft zijn ouders elke week gebeld.
3. De jongens hebben met een bal gespeeld.
4. Mijn dochter heeft een jurk gepast.
5. De wind heeft de hele dag erg hard gewaaid.
6. Wij hebben in Amsterdam gewoond.
7. Mijn moeder heeft de bloemen in de vaas gezet.
8. De kinderen hebben een sinaasappel…Read More -
1. De man heeft een boek op tafel gelegd.
2. De zon heeft haar ouders elke week gebeld.
3. De jongens hebben met een bal gespeeld.
4. Mijn dochter heeft een jurk gepast.
5. De wind heeft de hele dag erg hard gewaaid.
6. Wij hebben in Amsterdam gewoond.
7. Mijn moeder heeft de bloemen in de vaas gezet.
8. De kinderen hebben een sinaasappel…Read More -
1. De man heeft een boek op tafel gelegd.
2. De zoon heeft zijn ouders elke week gebeld.
3. De jongens hebben met een bal gespeeld.
4. Mijn dochter heeft een jurk gepast.
5. De wind heeft de hele dag erg hard gewaaid.
6. Wij hebben in Amsterdam gewoond.
7. Mijn moeder heeft de bloemen in de vaas gezet.
8. De kinderen hebben een sinaasappel…Read More -
1. De man heeft een boek op tafel gelegd.
2. De zoon heeft zijn ouders elke week gebeld.
3. De jongens hebben met een bal gespeeld.
4. Mijn dochter heeft een jurk gepast.
5. De wind heeft de hele dag erg hard gewaaid.
6. Wij hebben in Amsterdam gewoond.
7. Mijn moeder heeft de bloemen in de vaas gezet.
8. De kinderen hebben een sinaasappel…Read More -
1. De man heeft een boek op tafel gelegd.
2. De zoon heeft zijn ouders elke week gebeld.
3. De jongens hebben met een bal gespeeld.
4. Mijn dochter heeft een jurk gepast.
5. De wind heeft de hele dag erg hard gewaaid.
6. Wij hebben in Amsterdam gewoond.
7. Mijn moeder heeft de bloemen in de vaas gezet.
8. De kinderen hebben een sinaasappel…Read More -
1. De man heeft een boek op tafel gelegd.
2. De zoon heeft zijn ouders elke week gebeld.
3. De jongens hebben met een bal gespeeld.
4. Mijn dochter heeft een jurk gepast.
5. De wind heeft de hele dag erg hard gewaaid.
6. Wij hebben in Amsterdam gewoond.
7. Mijn moeder heeft de bloemen in de vaas gezet.
8. De kinderen hebben een sinaasappel…Read More -
1. De man heeft een boek op tafel gelegd.
2. De zoon heeft zijn ouders elke week gebeld.
3. De jongens hebben met een bal gespeeld.
4. Mijn dochter heeft een jurk gepast.
5. De wind heeft de hele dag erg hard gewaaid.
6. Wij hebben in Amsterdam gewoond.
7. Mijn moeder heeft de bloemen in de vaas gezet.
8. De kinderen hebben een sinaasappel…Read More -
1. De man heeft een boek op tafel gelegd.
2. De zoon heeft zijn ouders elke week gebeld.
3. De jongens hebben met een bal gespeeld.
4. Mijn dochter heeft een jurk gepast.
5. De wind heeft de hele dag erg hard gewaaid.
6. Wij hebben in Amsterdam gewoond.
7. Mijn moeder heeft de bloemen in de vaas gezet.
8. De kinderen hebben een sinaasappel…Read More -
1. De man heeft een boek op tafel gelegd.
2. De zoon heeft zijn ouders elke week gebeld.
3. De jongens hebben met een bal gespeeld.
4. Mijn dochter heeft een jurk gepast.
5. De wind heeft de hele dag erg hard gewaaid.
6. Wij hebben in Amsterdam gewoond.
7. Mijn moeder heeft de bloemen in de vaas gezet.
8. De kinderen hebben een sinaasappel…Read More -
1. De man heeft een boek op tafel gelegd.
2. De zoon heeft zijn ouders elke week gebeld.
3. De jongens hebben met een bal gespeeld.
4. Mijn dochter heeft een jurk gepast.
5. De wind heeft de hele dag erg hard gewaaid.
6. Wij hebben in Amsterdam gewoond.
7. Mijn moeder heeft de bloemen in de vaas gezet.
8. De kinderen hebben een sinaasappel…Read More -
1. De man heeft een boek op tafel gelegd.
2. De zoon heeft zijn ouders elke week gebeld.
3. De jongens hebben met een bal gespeeld.
4. Mijn dochter heeft een jurk gepast.
5. De wind heeft de hele dag erg hard gewaaid.
6. Wij hebben in Amsterdam gewoond.
7. Mijn moeder heeft de bloemen in de vaas gezet.
8. De kinderen hebben een sinaasappel…Read More -
1. De man heeft een boek op tafel gelegd.
2. De zoon heeft zijn ouders elke week gebeld.
3. De jongens hebben met een bal gespeeld.
4. Mijn dochter heeft een jurk gepast.
5. De wind heeft de hele dag erg hard gewaaid.
6. Wij hebben in Amsterdam gewoond.
7. Mijn moeder heeft de bloemen in de vaas gezet.
8. De kinderen hebben een sinaasappel…Read More -
1. De man heeft een boek op tafel gelegd.
2. De zoon heeft zijn ouders elke week gebeld.
3. De jongens hebben met een bal gespeeld.
4. Mijn dochter heeft een jurk gepast.
5. De wind heeft de hele dag erg hard gewaaid.
6. Wij hebben in Amsterdam gewoond.
7. Mijn moeder heeft de bloemen in de vaas gezet.
8. De kinderen hebben een sinaasappel…Read More -
1. De man heeft een boek op tafel gelegd.
2. De zoon heeft zijn ouders elke week gebeld.
3. De jongens hebben met een bal gespeeld.
4. Mijn dochter heeft een jurk gepast.
5. De wind heeft de hele dag erg hard gewaaid.
6. Wij hebben in Amsterdam gewoond.
7. Mijn moeder heeft de bloemen in de vaas gezet.
8. De kinderen hebben een sinaasappel…Read More -
1. De man heeft een boek op tafel gelegd.
2. De zoon heeft zijn ouders elke week gebeld.
3. De jongens hebben met een bal gespeeld.
4. Mijn dochter heeft een jurk gepast.
5. De wind heeft de hele dag erg hard gewaaid.
6. Wij hebben in Amsterdam gewoond.
7. Mijn moeder heeft de bloemen in de vaas gezet.
8. De kinderen hebben een sinaasappel…Read More -
1. De man heeft een boek op tafel gelegd.
2. De zoon heeft zijn ouders elke week gebeld.
3. De jongens hebben met een bal gespeeld.
4. Mijn dochter heeft een jurk gepast.
5. De wind heeft de hele dag erg hard gewaaid.
6. Wij hebben in Amsterdam gewoond.
7. Mijn moeder heeft de bloemen in de vaas gezet.
8. De kinderen hebben een sinaasappel…Read More -
1. De man heeft een boek op tafel gelegd.
2. De zoon heeft haar ouders elke week gebeld.
3. De jongens hebben met een bal gespeeld.
4. Mijn dochter heeft een jurk gepast.
5. De wind heeft de hele dag erg hard gewaaid.
6. Wij hebben in Amsterdam gewoond.
7. Mijn moeder heeft de bloemen in de vaas gezet.
8. De kinderen hebben een sinasappel…Read More -
-
1. De man heeft een boek op tafel gelegd.
2. De zoon heeft zijn ouders elke week gebeld.
3. De jongens hebben met een bal gespeeld.
4. Mijn dochter heeft een jurk gepast.
5. De wind heeft de hele dag erg hard gewaaid.
6. Wij hebben in Amsterdam gewoond.
7. Mijn moeder heeft de bloemen in de vaas gezet.
8. De kinderen hebben een sinaasappel…Read More -
-
1. De man heeft een boek op tafel gelegd.
2. De zoon heeft zijn ouders elke week gebeld.
3. De jongens hebben met een bal gespeeld.
4. Mijn dochter heeft een jurk gepast.
5. De wind heeft de hele dag erg hard gewaaid.
6. Wij hebben in Amsterdam gewoond.
7. Mijn moeder heeft de bloemen in de vaas gezet.
8. De kinderen hebben een sinaasappel…Read More -
1. De man heeft een boek op tafel gelegd.
2. De zoon heeft haar ouders elke week gebeld.
3. De jongens hebben met een bal gespeeld.
4.. Mijn dochter heeft een jurk gepast.
5. De wind heeft de hele dag erg hard gewaaid.
6. Wij hebben in Amsterdam gewoont.
7. Mijn moeder heeft de bloemen in de vaas gezet.
8. De kinderen hebben een sinaasappel…Read More -
1- De man heeft een boek op tafel gelegd.
2- De zoon heeft haar ouders elke week gebeld.
3- De jongens hebben met een bal gespeeld.
4- Mijn dochter heeft een jurk gepast.
5- De wind heeft de hele dag erg hard gewaaid.
6- Wij hebben in Amsterdam gewoond.
7- Mijn moeder heeft de bloemen in de vaas gezet.
8- De kinderen hebben een sinaasappel…Read More -
1. De man heeft een boek op tafel gelegd.
2. De zoon heeft zijn ouders elke week gebeld.
3. De jongens hebben met een bal gespeeld.
4. Mijn dochter heeft een jurk gepast.
5. De wind heeft de hele dag erg hard gewaaid.
6. Wij hebben in Amsterdam gewoond.
7. Mijn moeder heeft de bloemen in de vaas gezet.
8. De kinderen hebben een sinaasappel…Read More -
1. De man heeft een boek op tafel gelegd.
2. De zoon heeft zijn ouders elke week gebeld.
3. De jongens hebben met een bal gespeeld.
4. Mijn dochter heeft een jurk gepast.
5. De wind heeft de hele dag erg hard gewaaid.
6. Wij hebben in Amsterdam gewoond.
7. Mijn moeder heeft de bloemen in de vaas gezet.
8. De kinderen hebben een sinaasappel…Read More -
1. De man heeft een boek op tafel gelegd.
2. De zoon heeft zijn ouders elke week gebeld.
3. De jongens hebben met een bal gespeeld.
4. Mijn dochter heeft een jurk gepast.
5. De wind heeft de hele dag erg hard gewaaid.
6. Wij hebben in Amsterdam gewoond.
7. Mijn moeder heeft de bloemen in de vaas gezet.
8. De kinderen hebben een sinaasappel…Read More -
1. De man heeft een boek op tafel gelegd.
2. De zoon heeft haar ouders elke week gebeld.
3. De jongens hebben met een bal gespeeld.
4. Mijn dochter heeft een jurk gepast.
5. De wind heeft de hele dag erg hard gewaaid.
6. Wij hebben in Amsterdam gewoond.
7. Mijn moeder heeft de bloemen in de vaas gezet.
8. De kinderen hebben een sinaasappel…Read More-
#19 β Tiny mistake: it’s “zijn”, not “hebben” π
β
Otherwise, heel goed!
-
-
#1 β De man [heeft] een boek op tafel [geleegd].
#2 β De zon [heeft] zijn ouders elke week [gebeld].
#3 β De jongens [hebben] met een bal [gespeeld].
#4 β Mijn dochter [heeft] een jurk [gepast].
#5 β De wind [heeft] de hele dag erg hard [gewaaid].
β
#6 β Wij [hebben] in Amsterdam [gewoond].
#7 β Mijn moeder [heeft] de bloemen in d…Read More -
-
1. De man heeft een boek op tafel gelegd.
2. De zoon heeft haar ouders elke week gebeld.
3. De jongens hebben met een bal gespeeld.
4. Mijn dochter heeft een jurk gepast.
5. De wind heeft de hele dag erg hard gewaaid.
6. Wij hebben in Amsterdam gewoond.
7. Mijn moeder heeft de bloemen in de vaas gezet.
8. De kinderen hebben een…Read More-
#1 β There is a typo: it’s “geleegd”, not “gelegd” π
β
Otherwise, heel goed!
-
-
1. De man heeft een boek op tafel gelegd.
2. De zoon heeft zijn ouders elke week gebeld.
3. De jongens hebben met een bal gespeeld.
4. Mijn dochter heeft een jurk gepast.
5. De wind heeft de hele dag erg hard gewaaid.
6. Wij hebben in Amsterdam gewoond.
7. Mijn moeder heeft de bloemen in de vaas gezet.
8. De kinderen hebben een sinaasappel…Read More -
1. De man heeft een boek op tafel gelegd.
2. De zoon heeft zijn ouders elke week gebeld.
3. De jongens hebben met een bal gespeeld.
4. Mijn dochter heeft een jurk gepast.
5. De wind heeft de hele dag erg hard gewaaid.
6. Wij hebben in Amsterdam gewoond.
7. Mijn moeder heeft de bloemen in de vaas gezet.
8. De kinderen hebben een sinaasappel…Read More
- Load More Posts


1. De man heeft een boek op tafel gelegd.
2. De zoon heeft haar ouders elke week gebeld.
3. De jongens hebben met een bal gespeeld.
4. Mijn dochter heeft een jurk gepast.
5. De wind heeft de hele dag erg hard gewaaid.
6. Wij hebben in Amsterdam gewoond.
7. Mijn moeder heeft de bloemen in de vaas gezet.
8. De kinderen hebben een sinaasappel…Read More