-
Dutchbook huiswerk:✍️
Boek. Pagina 148. Opdracht 4.
Plaats jouw antwoorden hieronder:262 Comments-
1. Het kind heeft appelsap gedronken.
2. Mijn vader heeft die jas heel lang gedragen.
3. De les is om 8:30 uur begonnen.
4. Mijn vriend heeft zijn mobiel op zijn werk gelaten.
5. Ik heb nooit van groente gehouden.
6. De brandweer heeft de man uit het water geholpen.
7. Wij hebben een nieuwe auto gekocht.
8. De kiezers hebben een nieuw parlement…Read More -
1 Het kind heeft appelsap gedronken.Â
2 Mijn vader heeft die jas heel gedragen.Â
3 De les heeft om 8:30 uur begonnen.Â
4 Mijn vriend heeft zijn mobiel op zijn werk gelaten.Â
5 Ik heb nooit van groente gehouden.Â
6 De brandweer heeft de man uit het water geholpen.Â
7 Wij hebben een nieuwe auto gekocht.Â
8 De kiezers hebben een nieuw parlem…Read More -
1. Het kind heeft appelsap gedronken.
2. Mijn vader heeft die jas heel lang gedragen.
3. De les is om 8:30 uur begonnen.
4. Mijn vriend heeft zijn mobiel op zijn werk gelaten.
5. Ik heb nooit van groente gehouden.
6. De brandweer heeft de man uit het water geholpen.
7. Wij hebben een nieuwe auto gekocht.
8. De kiezers heeft een nieuwe parlement…Read More -
1. Het kind heeft appelsap gedronken.
2. Mijn vader heeft die jas heel lang gedragen.
3. De les is om 8:30 uur begonnen.
4. Mijn vriend heeft zijn mobiel op zijn werk gelaten.
5. Ik heb nooit van groente gehouden.
6. De brandweer heeft de man uit het water geholpen.
7. Wij hebben een nieuwe auto gekocht.
8. De kiezers hebben een nieuw parlement…Read More -
1. Het kind heeft appelsap gedronken.
2. Mijn vader heeft die jas heel lang gedragen.
3. De les is om 8:30 uur begonnen.
4. Mijn vriend heeft zijn mobiel op zijn werk gelaten.
5. Ik heb nooit van groente gehouden.
6. De brandweer heeft de man uit het water geholpen.
7. Wij hebben een nieuwe auto gekocht.
8. De kiezers hebben een nieuw parlement…Read More -
1. Het kind heeft appelsap gedronken.
2. Mijn vader heeft die jas heel lang gedragen.
3. De les is om 8:30 uur begonnen.
4. Mijn vriend heeft zijn mobiel op zijn werk gelaten.
5. Ik heb nooit van groente gehouden.
6. De brandweer heeft de man uit het water geholpen.
7. Wij hebben een nieuwe auto gekocht.
8. De kiezers hebben een nieuw parlement…Read More -
1. Het kind heeft appelsap gedronken.
2. Mijn vader heeft die jas heel lang gedragen.
3. De les is om 8:30 uur begonnen.
4. Mijn vriend heeft zijn mobiel op zijn werk gelaten.
5. Ik heb nooit van groente gehouden.
6. De brandweer heeft de man uit het water geholpen.
7. Wij hebben een nieuwe auto gekocht.
8. De kiezers hebben een nieuw parlement…Read More -
1. Het kind heeft appelsap gedronken
2. Mijn vader heeft die jas heel lang gedragen
3. De les is om 8:30 uur begonnen
4. Mijn vriend heeft zijn mobiel op zijn werk gelaten
5. Ik heb nooit van groente gehouden
6. De brandweer heeft de man uit het water geholpen
7. Wij hebben een nieuwe auto gekocht
8. De kiezers hebben een nieuw parlement…Read More -
1. Het kind heeft appelsap gedronken.
2. Mijn vader heeft die jas heel lang gedragen.
3. De les is om 8:30 uur begonnen.
4. Mijn vriend heeft zijn mobiel op zijn werk gelaten.
5. Ik heb nooit van groente gehouden.
6. De brandweer heeft de man uit het water geholpen.
7. Wij hebben een nieuwe auto gekocht.
8. De kiezers hebben een nieuw parlement…Read More -
1. Het kind heeft appelsap gedronken.
2. Mijn vader heeft die jas heel lang gedragen.
3. De les is om 8:30 uur begonnen.
4. Mijn vriend heeft zijn mobiel op zijn werk gelaten.
5. Ik heb nooit van groente gehouden.
6. De brandweer heeft de man uit het water geholpen.
7. Wij hebben een nieuwe auto gekocht.
8. De kiezers hebben een nieuw parlement…Read More -
1. Het kind heeft appelsap gedronken.
2. Mijn vader heeft die jas heel lang gedragen.
3. De les is om 8:30 uur begonnen.
4. Mijn vriend heeft zijn mobiel op zijn werk gelaten.
5. Ik heb nooit van groente gehouden.
6. De brandweer heeft de man uit het water geholpen.
7. Wij hebben een nieuwe auto gekocht.
8. De kiezers hebben een nieuw parlement…Read More -
1. Het kind heeft appelsap gedronken.
2. Mijn vader heeft die jas heel lang gedragen.
3. De les is om 8:30 uur begonnen.
4. Mijn vriend heeft zijn mobiel op zijn werk gelaten.
5. Ik heb nooit van groente gehouden.
6. De brandweer heeft de man uit het water geholpen.
7. Wij hebben een nieuwe auto gekocht.
8. De kiezers hebben een nieuw parlement…Read More -
1. Het kind heeft appelsap gedronken
2. Mijn vader heeft die jas heel lang gedragen
3. De les is om 8:30 uur begonnen
4. Mijn vriend heeft zijn mobiel op zijn werk gelaten
5. Ik heb nooit van groente gehouden
6. De brandweer heeft de man uit het water geholpen
7. Wij hebben een nieuwe auto gekocht
8. De kiezers hebben een nieuw parlement…Read More -
1. Het kind heeft appelsap gedronken.
2. Mijn vader heeft die jas heel lang gedragen.
3. De les is om 8:30 uur begonnen.
4. Mijn vriend heeft zijn mobiel op zijn werk gelaten.
5. Ik heb nooit van groente gehouden.
6. De brandweer heeft de man uit het water geholpen.
7. Wij hebben een nieuwe auto gekocht.
8. De kiezers hebben een nieuw parlement…Read More -
1. Het kind heeft appelsap gedronken.
2. Mijn vader heeft die jas heel lang gedragen.
3. De les is om 8.30 uur begonnen.
4. Mijn vriend heeft zijn mobiel op zijn werk gelaten.
5. Ik heb nooit van groente gehouden.
6. De brandweer heeft de man uit het water geholpen.
7. Wij hebben een nieuwe auto gekocht.
8. De kiezers hebben een nieuw parlement…Read More -
-
1. Het kind heeft appelsap gedronken.
2. Mijn vader heeft die jas heel lang gedragen.
3. De les is om 8:30 uur begonnen.
4. Mijn vriend heeft zijn mobiel op zijn werk gelaten.
5. Ik heb nooit van groente gehouden.
6. De brandweer heeft de man uit het water geholpen.
7. Wij hebben een nieuwe auto gekocht.
8. De kiezers hebben een nieuw parlement…Read More -
1. Het kind heeft appelsap gedronken.
2. Mijn vader heeft die jas heel lang gedragen.
3. De les is om 8:30 uur begonnen.
4. Mijn vriend heeft zijn mobiel op zijn werk gelaten.
5. Ik heb nooit van groente gehouden,
6. De brandweer heeft de man uit het water geholpen.
7. Wij hebben een nieuwe auto gekocht.
8. De kiezers hebben een nieuw…Read More -
1. Het kind heeft appelsap gedronken.
2. Mijn vader heeft die jas heel lang gedragen.
3. De les is om 8:30 uur begonnen.
4. Mijn vriend heeft zijn mobiel op zijn werk gelaten.
5. Ik heb nooit van groente gehouden.
6. De brandweer heeft de man uit het water geholpen.
7. Wij hebben een nieuwe auto gekocht.
8. De kiezers hebben een nieuw parlement…Read More -
1. Het kind heeft appelsap gedronken.

2. Mijn vader heeft die jas heel lang gedragen.

3. De les is om 8:30 uur begonnen.

4. Mijn vriend heeft zijn mobiel op zijn werk gelaten.

5. Ik heb nooit van groente gehouden.

6. De brandweer heeft de man uit het water geholpen.

7. Wij hebben een nieuwe auto gekocht.

8. De kiezers hebben een nieuw par…Read More -
1. Het kind heeft appelsap gedronken.
2. Mijn vader heeft die jas heel lang gedragen.
3. De les is om 8:30 uur begonnen.
4. Mijn vriend heeft zijn mobiel op zijn werk gelaten.
5. Ik heb nooit van groente gehouden.
6. De brandweer heeft de man uit het water geholpen.
7. Wij hebben een nieuwe auto gekocht.
8. De kiezers hebben een nieuw parlement…Read More -
1. Het kind heeft appelsap gedronken.
2. Mijn vader heeft die jas heel lang gedragen.
3. De les is om 8:30 uur begonnen.
4. Mijn vriend heeft zijn mobiel op zijn werk gelaten.
5. Ik heb nooit van groente gehouden.
6. De brandweer heeft de man uit het water geholpen.
7. Wij hebben een nieuwe auto gekocht.
8. De kiezers hebben een nieuw parlement…Read More -
1. Het kind heeft appelsap gedronken.
2. Mijn vader heeft die jas heel lang gedragen.
3. De les is om 8:30 uur begonnen.
4. Mijn vriend heeft zijn mobiel op zijn werk gelaten.
5. Ik heb nooit van groente gehouden.
6. De brandweer heeft de man uit het water geholpen.
7. Wij hebben een nieuwe auto gekocht.
8. De kiezers hebben een nieuw parlement…Read More -
-
1. Het kind heeft appelsap gedronken.
2. Mijn vader heeft die jas heel lang gedragen.
3. De les is om 8:30 uur begonnen.
4. Mijn vriend heeft zijn mobiel op zijn werk gelaten.
5. lk heb nooit van groente gehouden.
6. De brandweer heeft de man uit het water geholpen.
7. Wij hebben een nieuwe auto gekocht.
8. De kiezers hebben een nieuw parlement…Read More -
1. Het kind heeft appelsap gedronken.
2. Mijn vader heeft die jas heel lang gedragen.
3. De les is om 8:30 uur begonnen.
4. Mijn vriend heeft zijn mobiel op zijn werk gelaten.
5. Ik heb nooit van groente gehouden.
6. De brandweer heeft de man uit het water geholpen.
7. Wij hebben een nieuwe auto gekocht.
8. De kiezers hebben een nieuw parlement…Read More -
1. Het kind heeft appelsap gedronken.
2. Mijn vader heeft die jas heel lang gedragen.
3. De les is om 8:30 uur begonnen.
4. Mijn vriend heeft zijn mobiel op zijn werk gelaten.
5. Ik heb nooit van groente gehouden.
6. De brandweer heeft de man uit het water geholpen.
7. Wij hebben een nieuwe auto gekocht.
8. De kiezers hebben een nieuw parlement…Read More -
1. Het kind heeft appelsap gedronken.
2. Mijn vader heeft die jas heel lang gedragen.
3. De les is om 8:30 uur begonnen.
4. Mijn vriend heeft zijn mobiel op zijn werk gelaten.
5. Ik heb nooit van groente gehouden.
6. De brandweer heeft de man uit het water geholpen.
7. Wij hebben een nieuwe auto gekocht.
8. De kiezers hebben een nieuw parlement…Read More -
1. Het kind heeft appelsap gedronken.
2. Mijn vader heeft die jas heel lang gedragen.
3. De les is om 8:30 uur begonnen.
4. Mijn vriend heeft zijn mobiel op zijn werk gelaten.
5. Ik heb nooit van groente gehouden.
6. De brandweer heeft de man uit het water geholpen.
7. Wij hebben een nieuwe auto gekocht.
8. De kiezers hebben een nieuw parlement…Read More -
1. Het kind heeft appelsap gedronken.
2. Mijn vader heeft de jas heel lang gedragen.
3. De les is om 8:30uur begonnen.
4. Mijn vriend heeft zijn mobiel op zijn werk gelaten.
5. Ik heb nooit van groente gehouden.
6. De brandweer heeft de man uit het water geholpen.
7. Wij hebben een nieuwe auto gekocht.
8. De kiezers hebben…Read More -
1. Het kind heeft appelsap gedronken.
2. Mijn vader heeft die jas heel lang gedragen.
3. De les is om 8:30 uur begonnen.
4. Mijn vriend heeft zijn mobiel op zijn werk gelaten.
5. Ik heb nooit van groente gehouden.
6. De brandweer heeft de man uit het water geholpen.
7. Wij hebben een nieuwe auto gekocht.
8. De kiezers hebben een nieuw parlement…Read More -
1. Het kind heeft appelsap gedronken.
2. Mijn vader heeft die jas heel lang gedragen.
3. De les is om 8:30 uur begonnen.
4. Mijn vriend heeft zijn mobiel op zijn werk gelaten.
5. Ik heb nooit van groente gehouden.
6. De brandweer heeft de man uit het water geholpen.
7. Wij hebben een nieuwe auto gekocht.
8. De kiezers hebben een nieuw parlement…Read More -
1. Het kind heeft appelsap gedronken.
2. Mijn vader heeft die jas heel lang gedragen.
3. De les is om 8:30 uur begonnen.
4. Mijn vriend heeft zijn mobiel op zijn werk gelaten.
5. Ik heb nooit van groente gehouden.
6. De brandweer heeft de man uit het water geholpen.
7. Wij hebben een nieuwe auto gekocht.
8. De kiezers hebben een nieuw parlement…Read More -
-
1 – Het kind heeft appelsap gedronken.
2 – Mijn vader heeft die jas heel lang gedragen.
3 – De les is om 8:30 uur begonnen.
4 – Mijn vriend heeft zijn mobiel op zijn werk gelaten.
5 – Ik heb nooit van groente gehouden.
6 – De brandweer heeft de man uit het water geholpen.
7 – Wij hebben een nieuwe auto gekocht.
8 – De kiezers hebben een nieuw…Read More -
1. Het kind heeft appelsap gedronken.
2. Mijn vader heeft die jas heel lang gedragen.
3. De les is om 8:30 uur begonnen.
4. Mijn vriend heeft zijn mobiel op zijn werk gelaten.
5. Ik heb nooit van groente gehouden.
6. De brandweer heeft de man uit het water geholpen.
7. Wij hebben een nieuwe auto gekocht.
8. De kiezers hebben een nieuw parlement…Read More -
1. Het kind heeft appelsap gedronken.
2. Mijn vader heeft die jas heel lang gedragen.
3. De les is om 8:30 uur begonnen.
4. Mijn vriend heeft zijn mobiel op zijn werk gelaten.
5. Ik heb nooit van groente gehouden.
6. De brandweer heeft de man uit het water geholpen.
7. Wij hebben een nieuwe auto gekocht.
8. De kiezers hebben een nieuw parlement…Read More -
1. Het kind heeft appelsap gedronken.
2. Mijn vader heeft de jas heel lang gedragen.
3. De les is om 8:30 uur begonnen.
4. Mijn vriend heeft zijn mobiel op zijn werk gelaten.
5. Ik heb nooit van groente gehouden.
6. De brandweer heeft de man uit het water geholpen.
7. Wij hebben een nieuwe auto gekocht.
8. De kiezers hebben een nieuw parlement…Read More -
1. Het kind heeft appelsap gedronken.
2. Mijn vader heeft die jas heel lang gedragen.
3. De les is om 8:30 uur begonnen.
4. Mijn vriend heeft zijn mobiel op zijn werk gelaten.
5. Ik heb nooit van groente gehouden.
6. De brandweer heeft de man uit het water geholpen.
7. Wij hebben een nieuwe auto gekocht.
8. De kiezers hebben een nieuw parlement…Read More -
1. Het kind heeft appelsap gedronken.Â
2. Mijn vader heeft die jas heel lang gedragen.Â
3. De les is om 8:30 uur begonnen.Â
4. Mijn vriend heeft zijn mobiel op zijn werk gelaten.Â
5. Ik heb nooit groente gehouden.Â
6. De brandweer heeft de man uit het water geholpen.
7. Wij hebben een nieuwe auto gekocht.
8. De kiezers hebben een nieuw parl…Read More -
1. Het kind heeft appelsap gedronken.
2. Mijn vader heeft de jas heel lang gedragen.
3. De les is om 8:30 uur begonnen.
4. Mijn vriend heeft zijn mobiel op zijn werk gelaten.
5. Ik heb nooit van groente gehouden.
6. De brandweer heeft de man uit het water geholpen.
7. Wij hebben een nieuwe auto gekocht.
8. De kiezers hebben een nieuw parlement…Read More -
1. Het kind heeft appelsap gedronken.
2. Mijn vader heeft die jas heel lang gedragen.
3. De les is om 8:30 uur begonnen.
4. Mijn vriend heeft zijn mobiel op zijn werk gelaten.
5. Ik heb nooit van groente gehouden.
6. De brandweer heeft de man uit het water geholpen.
7. Wij hebben een nieuwe auto gekocht.
8. De kiezers hebben een nieuw parlement…Read More -
1. Het kind heeft appelsap gedronken.
2. Mijn vader heeft die jas heel lang gedragen.
3. De les is om 8:30 uur begonnen.
4. Mijn vriend heeft zijn mobiel op zijn werk gelaten.
5. Ik heb nooit van groente gehouden.
6. De brandweer heeft de man uit het water geholpen.
7. Wij hebben een nieuwe auto gekocht.
8. De kiezers hebben een nieuw parlement…Read More -
1. Het kind heeft appelsap gedronken.
2. Mijn vader heeft die jas heel lang gedragen.
3. De les is om 8:30 uur begonnen.
4. Mijn vriend heeft zijn mobiel op zijn werk gelaten.
5. Ik heb nooit van groente gehouden.
6. De brandweer heeft de man uit het water geholpen.
7. Wij hebben een nieuwe auto gekocht.
8. De kiezers hebben een nieuw parlement…Read More -
1. Het kind heeft appelsap gedronken.
2. Mijn vader heeft die jas heel lang gedragen.
3. De les is om 8:30 uur begonnen.
4. Mijn vriend heeft zijn mobiel op zijn werk gelaten.
5. Ik heb nooit groente gehouden.
6. De brandweer heeft de man uit het water geholpen.
7. Wij hebben een nieuwe auto gekocht.
8. De kiezers hebben een nieuw parlement…Read More -
1. Het kind heeft appelsap gedronken.
2. Mijn vader heeft die jas heel lang gedragen.
3. De les is om 8:30 uur begonnen.
4. Mijn vriend heeft zijn mobiel op zijn werk gelaten.
5. Ik heb nooit groente gehouden.
6. De brandweer heeft de man uit het water geholpen.
7. Wij hebben een nieuwe auto gekocht.
8. De kiezers hebben een nieuw parlement…Read More -
1.Het meisje heeft sinaasappelsap gedronken.
2.Mijn broer heeft zijn jas de hele dag gedragen.
3.De film is om 20:00 uur begonnen.
4.Ik heb mijn tas op school laten liggen.
5.Wij hebben nooit van vis gehouden.
6.De politie heeft de man uit het gebouw gered.
7.Mijn ouders hebben een nieuw huis gekocht.
8.De burgers hebben een nieuwe regering…Read More -
1. Het kind heeft appelsap gedronken.
2. Mijn vader heeft de jas heel lang gedragen.
3. De les is om 8:30 uur begonnen.
4. Mijn vriend heeft zijn mobiel op zijn werk gelaten.
5. Ik heb nooit van groente gehouden.
6. De brandweer heeft de man uit het water geholpen.
7. Wij hebben een nieuwe auto gekocht.
8. De kiezers hebben een nieuw parlement…Read More-
Goed

18. … zus is … vergeten.I’ve found this info about this verb:
Use ZIJN if you forgot A THING (an object, an appointment, a name).
Use HEBBEN if you forgot TO DO something (when followed by another verb with te).
-
1. Het kind heeft appelsap gedronken.
2. Mijn vader heeft de jas heel lang gedragen.
3. De les is om 8:30 uur begonnen.
4. Mijn vriend heeft zijn mobiel op zijn werk gelaten.
5. Ik heb nooit van groente gehouden.
6. De brandweer heeft de man uit het water geholpen.
7. Wij hebben een nieuwe auto gekocht.
8. De kiezers hebben een nieuw parlement…Read More -
1. Het kind heeft appelsap gedronken.
2. Mijn vader heeft de jas heel lang gedragen.
3. De les is om 8:30 uur begonnen.
4. Mijn vriend heeft zijn mobiel op zijn werk gelaten.
5. Ik heb nooit van groente gehouden.
6. De brandweer heeft de man uit het water geholpen.
7. Wij hebben een nieuwe auto gekocht.
8. De kiezers hebben een nieuw parlement…Read More -
1. Het kind heeft appelsap gedronken.
2. Mijn vader heeft de jas heel lang gedragen.
3. De les is om 8:30 uur begonnen.
4. Mijn vriend heeft zijn mobiel op zijn werk gelaten.
5. Ik heb nooit van groente gehouden.
6. De brandweer heeft de man uit het water geholpen.
7. Wij hebben een nieuwe auto gekocht.
8. De kiezers hebben een nieuw parlement…Read More -
1. Het kind heeft appelsap gedronken.
2. Mijn vader heeft de jas heel lang gedragen.
3. De les is om 8:30 uur begonnen.
4. Mijn vriend heeft zijn mobiel op zijn werk gelaten.
5. Ik heb nooit van groente gehouden.
6. De brandweer heeft de man uit het water geholpen.
7. Wij hebben een nieuwe auto gekocht.
8. De kiezers hebben een nieuw parlement…Read More -
1. Het kind heeft appelsap gedronken.
2. Mijn vader heeft de jas heel lang gedragen.
3. De les is om 8:30 uur begonnen.
4. Mijn vriend heeft zijn mobiel op zijn werk gelaten.
5. Ik heb nooit van groente gehouden.
6. De brandweer heeft de man uit het water geholpen.
7. Wij hebben een nieuwe auto gekocht.
8. De kiezers hebben een nieuw parlement…Read More -
1. Het kind heeft appelsap gedronken.
2. Mijn vader heeft de jas heel lang gedragen.
3. De les is om 8:30 uur begonnen.
4. Mijn vriend heeft zijn mobiel op zijn werk gelaten.
5. Ik heb nooit van groente gehouden.
6. De brandweer heeft de man uit het water geholpen.
7. Wij hebben een nieuwe auto gekocht.
8. De kiezers hebben een nieuw parlement…Read More -
1. Het kind heeft appelsap gedronken.
2. Mijn vader heeft de jas heel lang gedragen.
3. De les is om 8:30 uur begonnen.
4. Mijn vriend heeft zijn mobiel op zijn werk gelaten.
5. Ik heb nooit van groente gehouden.
6. De brandweer heeft de man uit het water geholpen.
7. Wij hebben een nieuwe auto gekocht.
8. De kiezers hebben een nieuw parlement…Read More -
1. Het kind heeft appelsap gedronken.
2. Mijn vader heeft de jas heel lang gedragen.
3. De les is om 8:30 uur begonnen.
4. Mijn vriend heeft zijn mobiel op zijn werk gelaten.
5. Ik heb nooit van groente gehouden.
6. De brandweer heeft de man uit het water geholpen.
7. Wij hebben een nieuwe auto gekocht.
8. De kiezers hebben een nieuw parlement…Read More -
1. Het kind heeft appelsap gedronken.
2. Mijn vader heeft die jas heel lang gedragen.
3. De les is om 8:30 uur begonnen.
4. Mijn vriend heeft zijn mobiel op zijn werk gelaten.
5. Ik heb nooit van groente gehouden.
6. De brandweer heeft de man uit het water geholpen.
7. Wij hebben een nieuwe auto gekocht.
8. De kiezers hebben een nieuw parlement…Read More-
15. is geslotenm I know in the book is hebben but as we can use both Zijn/Hebben we have to choose according the meaning.
18. weer
20. Sleutels
-
-
#1 — Het kind [heeft] appelsap [gedronken].
#2 — Mijn vader [heeft] die jas heel lang [gedragen].
#3 — De les [is] om 8:30 uur [begonnen].
#4 — Mijn vriend [heeft] zijn mobiel op zijn werk [gelaten].
#5 — Ik [heb] nooit van groeten [gehouden].
‎
#6 — De brandweer [heeft] de man uit het water [geholpen].
#7 — Wij [hebben] een nieuwe auto…Read More-
-
Btw, here is the rule for #18: when you forget a memory, it’s always “zijn”. However, if you forget an appointment, you leave something behind, etc. you can use “zijn” or “hebben” interchangeably!
-
-
1. Het kind heeft appelsap gedronken.
2. Mijn vader heeft die jas heel lang gedragen.
3. De les is om 8:30 uur begonnen.
4. Mijn vriend heeft zijn mobiel op zijn werk gelaten.
5. Ik heb nooit van groente gehouden.
6. De brandweer heeft de man uit het water geholpen.
7. Wij hebben een nieuwe auto gekocht.
8. De kiezers hebben een nieuw parlement…Read More-
-
I found the rule for #18: when you forget a memory, it’s always “zijn”. However, if you forget an appointment, you leave something behind, etc. you can use “zijn” or “hebben” interchangeably!
-
-
1. Het kind heeft appelsap gedronken.
2. Mijn vader heeft die jas heel lang gedragen.
3. De les is om 8:30 uur begonnen.
4. Mijn vriend heeft zijn mobiel op zijn werk gelaten.
5. Ik heb nooit van groente gehouden.
6. De brandweer heeft de man uit het water geholpen.
7. Wij hebben een nieuwe auto gekocht.
8. De kiezers hebben een nieuw parlement…Read More -
-
I found the rule for #18: when you forget a memory, it’s always “zijn”. However, if you forget an appointment, you leave something behind, etc. you can use “zijn” or “hebben” interchangeably!
-
-
1.Het kind heeft appelsap gedronken.
2. Mijn vader heeft die jas heel lang gedragen.
3. De les is om 8:30 uur begonnen.
4. Mijn vriend heeft zijn mobiel op zijn werk gelaten.
5. Ik heb nooit van groente gehouden.
6. De brandweer heeft de man uit het water geholpen.
7. Wij hebben een nieuwe auto gekocht.
8. De kiezers hebben een nieuw parlement…Read More -
1. Het kind heeft appelsap gedronken.
2. Mijn vader heeft die jas heel lang gedragen.
3. De les is om 8:30 uur begonnen.
4. Mijn vriend heeft zijn mobiel op zijn werk gelaten.
5. Ik heb nooit van groente gehouden.
6. De brandweer heeft de man uit het water geholpen.
7. Wij hebben een nieuwe auto gekocht.
8. De kiezers hebben een…Read More-
i missed the last 5 and i cant edit anymore;
16. Mijn ouders hebben met de dokter gesproken.
17. Ik heb de weg naar het postkantoor gevraagd.
18. Mijn zus heeft haar sleutel weer vergeten.
19. De ouders hebben lang naar de kinderen gezocht.
20. De sleutels zijn van het balkon gevallen.
-
-
1- Het kind heeft appelsap gedronken.
2- Mijn vader heeft die jas heel lang gedragen.
3- De les heeft om 8:30 uur begonnen.
4- Mijn vriend heeft zijn mobiel op zijn werk gelaten.
5- Ik heb nooit van groente gehouden.
6- De brandweer heeft de man uit het water geholpen.
7- Wij hebben een nieuwe auto gekocht.
8- De kiezers hebben een nieuw parlement…Read More-
#3 ‘begonnen’ comes with ‘zijn’: De les is om 8:30 uur begonnen.
-
-
1.Het kind heeft appelsap gedronken.
2. Mijn vader heeft die jas heel lang gedragen.
3. De les is om 8:30 uur begonnen.
4. Mijn vriend heeft zijn mobiel op zijn werk gelaten.
5. Ik heb nooit van groente gehouden.
6. De brandweer heeft de man uit het water geholpen.
7. Wij hebben een nieuwe auto gekocht.
8. De kiezers hebben een nieuw parlement…Read More -
1. Het kind heeft appelsap gedronken.
2. Mijn vader heeft die jas heel lang gedragen.
3. De les is om 8:30 uur begonnen.
4. Mijn vriend heeft zijn mobiel op zijn werk gelaten.
5. Ik heb nooit van groente gehouden.
6. De brandweer heeft de man uit het water geholpen.
7. Wij hebben een nieuwe auto gekocht.
8. De kiezers hebben een nieuw parlement…Read More -
1. Het kind heeft appelsap gedronken.
2. Mijn vader heeft de jas heel lang gedragen.
3. De les is om 8:30 uur begonnen.
4. Mijn vriend heeft zijn mobiel op zijn werk gelaten.
5. Ik heb nooit van groente gehouden.
6. De brandweer heeft de man uit het water geholpen.
7. Wij hebben een nieuwe auto gekocht.
8. De kiezers hebben een nieuw parlement…Read More -
1. Het kind heeft appelsap gedronken.
2. Mijn vader heeft die jas heel lang gedragen.
3. De les is om 8:30 uur begonnen.
4. Mijn vriend heeft zijn mobiel op zijn werk laten.
5. Ik heb nooit van groente gehouden.
6. De brandweer heeft de man uit het water geholpen.
7. Wij hebben een nieuwe auto gekocht.
8. De kiezers hebben een nieuw…Read More -
1. Het kind heeft appelsap gedronken.
2. Mijn vader heeft die jas heel lang gedragen.
3. De les is om 8:30 uur begonnen.
4. Mijn vriend heeft zijn mobiel op zijn werk gelaten.
5. Ik heb nooit van groente gehouden.
6. De brandweer heeft de man uit het water geholpen.
7. Wij hebben een nieuwe auto gekocht.
8. De kiezers hebben een nieuw parlement…Read More -
1. Het kind heeft appelsap gedronken.
2. Mijn vader heeft die jas heel lang gedragen.
3. De les is om 8:30 uur begonnen.
4. Mijn vriend heeft zijn mobiel op zijn werk gelaten.
5. Ik heb nooit van groente gehouden.
6. De brandweer heeft de man uit het water geholpen.
7. Wij hebben een nieuwe auto gekocht.
8. De kiezers hebben een nieuw parlement…Read More
- Load More Posts

)
1. Het kind heeft appelsap gedronken.
2. Mijn vader heeft die jas heel lang gedragen.
3. De les is om 8:30 uur begonnen.
4. Mijn vriend heeft zijn mobiel op zijn werk gelaten.
5. Ik heb nooit van groente gehouden.
6. De brandweer heeft de man uit het water geholpen.
7. Wij hebben een nieuwe auto gekocht.
8. De kiezers hebben een nieuw parlement…Read More