-
Dutchbook huiswerk:✍️
Boek. Pagina 125
Opdracht 7
Plaats jouw antwoorden hieronder:226 Comments-
1. Ze is het slimste kind.
2. Het is de grootste hond.
3. Je hebt het blondste haar.
4. Hij is de langste man.
5. Ik draag de smerigste schoenen -
1. Dat is het beste idee.
2. Ik ben het jongste kind.
3. Ze is de snelste atlete.
4. Hij is de aardigste man.
5. Zij zijn de slechtste buren. -
1. Zij is de mooiste model.
2. Hij is de slimste.
3. De katten van Damla / Damla’s katten zijn de schattigste.
4. Mijn vriend is de vriendelijkeste persoon.
5. Ik ben de beste 😉 -
1. Hij is de grappigste man.
2. Zij is het langste meisje.
3. Wij zijn de raarste buitenlanders.
4. Zij is het braafste kind.
5. Jij hebt de vreemdste buren. -
1. Anna is het slimst.
2. Je hebt de beste auto.
3. Ik heb de ondeugendste vogel.
4. Ik heb de liefste man.
5. Zij kookt het lekkerste voedsel. -
1. Ik ben de slimste.
2. Je hebt de snelste auto.
3. Hij is de grappigste.
4. Ze zijn de beste.
5. Je bent de schattigste. -
1. Dit is de saaiste film.
2. Zij is de gelukkigste.
3. Hij is de beste speler.
4. Zij zijn de vriendelijkste mensen.
5. Dit is de interessante les.-
Goed, maar #5 = “interessantste”?
-
-
1. Ik ben de vrolijkste.
2. Jij bent de nuttelooste.
3. U bent de belangrijkste klant.
4. Zij is de mooist.
5. Hij is de sterkste man. -
1. Zij is de gekste.
2. Jij hebt de rijkst familie.
3. Ik ben de gelukkigste.
4. Wij hebben de aardigste buren.
5. Hij is mijn grootste broer.
6. Zij is de beroemdste actrice. -
1. Ik ben de langste persoon in de school.
2. Dit boek is het interessantste boek.
3. Deze film is het beste.
4. Ik do de minste werk op kantoor.
5. Hij is de meeste succesvol man in de wereld. -
-
1. Ik heb de grootste dromen.
2. Jullie gaan op de mooiste vakanties.
3.Hij is de gelukkigste man sinds hij vader werd.
4. Hij gaat de duurste kleding voor jou kopen.
5. Mark maakt de leukste foto’s.-
2. for me it is a weird sentence, beautiful holidays? 😀 maybe destinations, cities etc… would be better
rest goed!
-
-
1. Ik ben de nieuwste collega.
2. Je bent het jongste kind.
3. Ik heb het langste boek.
4. Ik heb de beste hond.
5. Hij heeft de duurste auto. -
1. Hij is de oudste buurman.
2. Zij is het slimste meisje.
3. Wij zijn de langste.
4. Wij zijn de grappigste.
5. Zij is de sluwste vrouw. -
1. Hij is de langste man.
2. Zij is de mooiste vrouw.
3. Wij zijn de grootste familie.
4. Jullie zijn de snelste.
5. Ik ben de slimste. -
1. Jij bent de langste.
2. Zij is de kleinste.
3. Hij is de slimste collega.
4. Jij werkt de hardste.
5. Wij hebben de snelste auto. -
1. Zij is meest sociaal. (?) Zij is de sociaalste (?)
2. Hij is de grootste man in de kamer.
3. Ik ben de dikste.
4. Hij is de jongste in het klaslokaal.
5. Maria heeft de kleinste fles. -
1. Zij is de beste ontwerper
2. jij bent de rijkste persoon
3. Hij zingt het mooiste leid.
4. Zij spelen het moeilijkste spel
5. Ik vraag het moeilijkste vragen. -
1. Ik zie de kleinste man.
2. Jij bent het slimste meisje.
3. Ik ben de beste speler.
4. Zij is de grootste zus.
5. Zij is het best.
6. Hij is de slimst. -
1. Hij is de leukste.
2. Ik werk het moeilijkste.
3. Zij is het slimste.
4. Wij koken het leukste.
5. Jij denkt de snelste.
1. Hij bent het saaist man.
2. Wij hebben het slimste kind.
3. Jullie zijn de warmste mensen.
4. Wij zijn de eenzaamste vrouwen.
5. Hij is het drukste baas. -
1. Hij is de slimste
2. Zij is het snelst
3. Ik ben de hoogste man
4. Wij zijn de fijnst groep
5. Hij is de beste collega -
1. Hij is de jongste.
2. Zij is de mooiste
3. Ze is de grappigste.
4. Ik ben de beste vrouw.
5. Wij zijn de snelste studenten. -
1. Ik ben het gelukkigst
2. Hij is de saaiste buurman
3. Wij zijn de beste spelers
4. Jij bent de beste kok
5. We hebben de beste vrienden -
1. Hij is de interessantste vrouw van de klas.
2. Zij is de kleinste vrouw .
3. Ik ben de snelste loper.
4. Jij bent de slimste.
5. Simon is de saaiste speler. -
1. Eliud Kipchoge is de beste.
2. Femke Bol is de snelste.
3. Puur chocolade is het lekkerst.
4. Skien is het moeilijkst.
5. Ultimate frisbee is de coolste sport.
6. Klimaatverandering is het belangrijkste onderwep.
7. Geisha koffie is het duurst. -
1. Hij is de saaiste collega
2. Jij bent de stomste
3. Zij is de leukst
4. Jullie zijn de grappiste
5. Ik ben de sneltest -
1. Hij is de slimste.
2. Ik ben de grappigste.
3. Zij is de snelste.
4. Jij bent de saaiste.
5. Jullie zijn de dunste. -
1. Ik ben de kleinste.
2. De auto is de snelste.
3. De kortste blouse.
4. Chocolade is het zoetst.
5. de telefoon is de mooiste. -
1. Zij beheersen de meest complexe dans.
2. Jullie zien het mooiste uitzicht.
3. Wij hebben de schattigste puppy’s.
4. Hij draagt het duurste kostuum.
5. Ik heb het grootste huis. -
1. Wij zijn de eerlijkst
2. Hij is de beroemdste acteur
3. Dat is de lekkerste pasta
4. Zij is de deskundigst tandarts van de stad
5. Mijn buren zijn de vriendelijkst-
Goed maar,
1- eerlijkste (If it is “de woord” , then you add “-e” at the end) if it is -het woord then it is okay without “-e”
4- de deskundigste tandarts
5- de vriendlijkste
-
-
1. Zij is de zwakste.
2. Ik ben de grappigste.
3. Zij is de vrolijkste.
4. Hij is de domste.
5. Hij is de engste. -
1- Ze is de grappigst.
2- Deze jassen zijn de mooist.
3- Peter is de dikst.
4- Vrouwen zijn het spraakzaamst.
5- Mijn zoon is de oudst. -
1- Zij is de lelijkste.
2- Hij is de rijkste.
3- Wij zijn de grootste.
4- Jullie zijn de langste.
5- Jij bent de jongste. -
1. Ze is het slimste meisje.
2. Hij loopt het snelst.
3. Ik ben de beste persoon
4. Jij bent de grappigste
5. Ze zijn de langste -
1. Hij is de grappigste man.
2. Zij is het langste meisje.
3. Dat is het beste idee.
4. Ik ben het jongste kind.
5. Ze is de snelste atleet. -
1. Zij is de beste speler.
2. Hij heeft de laatste computer.
3. Jij bent het slimste kind.
4. Wij hebben de grootste vis.
5. Jullie hebben de langzaamste paarden. -
1. Jij bent de beste vriend.
2. Hij is de knapste man.
3. Ik drink de lekkerste milkshake.
4. Mijn moeder is de mooiste vrouw.
5. Mijn broer is de walgelijkste man. -
1. Dit team is het beste team.
2. Mijn huis is de schoonste.
3. Zijn auto is de roodste.
4. Ik ben de denker snelst op kantoor.
5. Hij is de bierdrinker langzaamste.
6. Haar hond is de kleinste.
7. Mijn papegaai is de luidste. -
1. Ik ben de langste man van mijn familie.
2. Jij bent de ongelukkigste vrouw.
3. Zij is de slimste wetenschapper.
4. Wij zij de sterkste.
5. U spelt de snelste schaken.
6. Hij is de beste vriend -
1. Ik loop de meeste.
2. Jij rijdt de sneller.
3. Jullie zijn de slimer.
4. Zij is de grappiger.
5. Het is de goedkooper -
1. Ik heb de meeste pen.
2. Zij is de snelste.
3. Hij is de luidste.
4. Jij bent de langzaamste.
5. Deze taart is de lekkerste.
6. Dat huis is het grootst. -
1. Deze auto is de oudste
2. Zij is de slankste.
3. Hij is de rijkste
4. Wij zijn de snelste.
5. Zij is de kleinste. -
1. Ik ben de slimste
2. Hij fietst de snelste
3. Hij is de langste
4. Zij is de kleinste meisje
5. Ze is de stoutste kind -
1. Ik ben de dapperste
2. Jij bent de wijste
3. Hij is de slimste
4. Zij is het luidst
5. Wij zijn de langste -
1. Jij heeft de blondste haar
2. Ik ben de grappigste stripfiguur.
3. Hij heeft de langste benen.
4. Wij zijn de beste studenten van Dutch Academy Eindhoven.
5. Jullie zijn de snelste. -
1. Ashwin en Beata zijn de beste.
2. Wij zijn de luiste mensen.
3. Dit trui is de warmste kleren.
4. Vogels zijn de meest kleurrijk dieren.
5. Jullie zijn de slimste werknemers. -
1. Ik ben de slimst architect in mijn bedrijf.
2. Ik woon in het langste gebouw in de centrum.
3. Ik ben de beste meneer wie/die Nederlands spreken.
4. Egypte heeft de grappigst mensen.
5. Philippe en Maurice zijn de beste docent in eindhoven. -
1. December 23e is de donkerste nacht van het jaar
2. Vietnam heeft de diepste grot in de wereld
3. Dutch Academy Eindhoven is de beste talenschool in het Nederland
4. Ik ben niet de nieuwest werknemer bij mijn bedrijf
5. Eindhoven is niet de veiligste stad in Europe -
1. Ik ben de snelste.
2. Ik ben de slimste student.
3. Hij is de grootste.
4. Zij is de sterkste atleet.
5. Jij bent de beste kok. -
1. Dat is de oudste kaas.
2. Wij zijn de beste studenten.
3. Zij is het best.
4. Ik kook de lekkerste friet.
5. Hij is het domst. -
1. ik ben de gelukkigest
2. jullie zijn de beste zangers
3. hij is de oudste olympische atleet
4. zij is de slimste wetenschapper
5. ik ben de jongste in mijn familie -
1. Hij heeft het meeste geld.
2. Ik heb de beste buren.
3. Wij zijn het snelst.
4. Zij is het slimst.
5. Hij is de beste muzikant. -
1. Jij bent de beste docent.
2. Zij is de snelste bestuurder.
3. Ik ben de kortste meisje.
4. Hij is de grappigste collega.
5. Jij bent de slimmste student. -
1. Ik ben de rijkste zakenman.
2. Zij is de leukste collega.
3. Hij is de knapste acteur.
4. Zij is de slimste leerling.
5. Wij zijn de beste reizigers. -
1. Ken is de langste man in de kamer.
2. Ze is het mooiste meisje van de hele wereld
3. Mij man is het best.
4. Hij is het ondeugendste aapje
5. Zij is het vriendelijkste hond
6. We hebben de mooiste tuin
7. Dit eten is het lekkerst. -
1. Zij is de slimste student.
2. Hij is de sterkste van de groep.
3. Wij zijn de snelste lopers.
4. Hij is de vriendelijkste collega.
5. Ik ben de grootste winnaar. -
1. Ik ben de grappigste.
2. Hij is de slimste.
3. Zij is de mooiste.
4. Jij bent de grappigste.
5. Wij zijn de beste. -
1. Ik ben de sterkste persoon.
2. Hij is het snelste.
3. Zij is de vriendelijkste collega.
4. Jij bent het creatiefste.
5. Wij zijn de gelukkigste groep. -
1. U bent de beste leraar.
2. Hij is de slimste man.
3. Ik ben het grappigste meisje.
4. Jullie zijn de beste collega’s.
5. Hij is de jongste broer. -
1. Bernard is de snelste chauffeur.
2. Jij bent de langste.
3. Willy is de modernste man.
4. Zij zijn de gekste buren.
5. Hij is de luiste man. -
1. Zij is de slimste
2. Zij is de mooiste
3. Jij bent de belangrijkste
4. Hij is de gekste
5. Hij is de nieuwste burgemeester -
1. Zij is de grappigste.
2. Ik ben de snelste.
3. Hij is de saaiste.
4. Zij is de mooiste.
5. Ze zijn de kleinste mannen. -
1. Ik ben de minst creatieve persoon.
2. Hij is de verlegenste collega.
3. Zij is het mooiste meisje van school.
4. Tomas is dikste jongen in de klas.
5. De kinderen zijn de schattigste als ze jong zijn. -
1. Zij is de grootste vrouw.
2. Hij is de snelste renner.
3. Jij bent de beste studenten.
4. Wij zijn de vrolijkste vrienden.
5. Dit is de mooiste plek.-
Goed. Allen #3 Jij ben de beste student of Jullie zijn de beste studenten
-
- Load More Posts
1. Zij is de oudste vrouw.
2. Hij is de snelleste wandelaar.
3. Wij zijn de beste buren.
4. Deze sinaasappel is de lekkerste.
5. Ik ben de sterkste.