-
Dutchbook huiswerk:✍️
Boek. Pagina 148. Opdracht 3.
Plaats jouw antwoorden hieronder:256 Comments-
1. Ik ben te laat wakker geworden.
2. Onze docent ziek geweest.
3. Mijn moeder heeft een leuk cadeautje gekregen.
4. Mijn collega’s zijn om 16:30 uur naar huis gegaan.
5. Mijn broer is gisteren laat thuisgekomen.
6. Wij hebben een mooie film gezien.
7. Onze moeder heeft de afwas gedaan.
8. Ik heb bij de bushalte gestaan.
9. Wij zijn zaterdag…Read More -
1. Ik ben te laat wakker geworden
2. Onze docen is ziek geweest.
3. Mijn moeder heeft een leuk cadeautje gekregen.
4. Mijn collega’s zijn om 16:30 uur naar huis gegaan.
5. Mijn broer is gisteren laat thuisgekomen.
6. Wij hebben een mooie film gezien.
7. Onze moeder heeft de afwas gedaan.
8. Ik heb bij de bushalte gestaan.
9. Zijn zijn za…Read More -
1. Ik ben te laat wakker geworden.
2. Onze docent is ziek geweest.
3. Mijn moeder heeft een leuk cadeautje gekregen.
4. Mijn collega’s zijn om 16:30 uur naar huis gegaan.
5. Mijn broer is gisteren laat thuisgekomen.
6. Wij hebben een mooie film gezien.
7. Onze moeder heeft de afwas gedaan.
8. Ik heb bij de bushalte gestaan.
9. Wij zijn z…Read More -
1. Ik ben te laat wakker geworden.
2. Onze docent is ziek geweest.
3. Mijn moeder heeft een leuk cadeautje gekregen.
4. Mijn collega’s zijn om 16:30 uur naar huis gegaan.
5. Mijn broer is gisteren laat thuisgekomen.
6. Wij hebben een mooie film gezien.
7. Onze moeder heeft de afwas gedaan.
8. Ik heb bij de bushalte gestaan.
9. Wij zijn zaterdag t…Read More -
1. Ik ben te laat wakker geworden.
2. Onze docent is ziek geweest.
3. Mijn moeder heeft een leuk cadeautje gekregen.
4. Mijn collega’s zijn om 16:30 uur naar huis gegaan.
5. Mijn broer is gisteren laat thuisgekomen.
6. Wij hebben een mooie film gezien.
7. Onze moeder heeft de afwas gedaan.
8. Ik heb bij de bushalte gestaan.
9. Wij zijn zaterdag t…Read More -
1. Ik ben te laat wakker geworden.
2. Onze docent is ziek geweest.
3. Mijn moeder heeft een leuk cadeautje gekregen.
4. Mijn collega’s zijn om 16:30 uur naar huis gegaan.
5. Mijn broer is gisteren laat thuisgekomen.
6. Wij hebben een mooie film gezien.
7. Onze moeder heeft de afwas gedaan.
8. Ik heb bij de bushalte gestaan.
9. Wij zijn zaterdag t…Read More -
1. Ik ben te laat wakker geworden.
2. Onze docent is ziek geweest.
3. Mijn moeder heeft een leuk cadeautje gekregen.
4. Mijn collega’s zijn om 16:30 uur naar huis gegaan.
5. Mijn broer is gisteren laat thuisgekomen.
6. Wij hebben een mooie film gezien.
7. Onze moeder heeft de afwas gedaan.
8. Ik heb bij de bushalte gestaan.
9. Wij zijn zaterdag t…Read More -
1. Ik ben te laat wakker geworden
2. Onze docent is ziek geweest
3. Mijn moeder heeft een leuk cadeautje gekregen
4. Mijn collega’s zijn om 16:30 uur naar huis gegaan
5. Mijn broer is gisteren laat thuisgekomen
6. Wij hebben een mooie film gezien
7. Onze moeder heeft de afwas gedaan
8. Ik heb bij de bushalte gestaan
9. Wij zijn zaterdag…Read More -
1. Ik ben te laat wakker geworden
2. Onze docent is ziek geweest
3. Mijn moeder heeft een leuk cadeautje gekregen
4. Mijn collega’s zijn om 16:30 uur naar huis gegaan
5. Mijn broer is gisteren laat thuisgekomen
6. Wij hebben een mooie film gezien
7. Onze moeder heeft de afwas gedaan
8. Ik heb bij de bushalte gestaan
9. Wij zijn zaterdag t…Read More -
1. Ik ben te laat wakker geworden
2. Onze docent is ziek geweest
3. Mijn moeder heeft een leuk cadeautje gekregen
4. Mijn collega’s zijn om 16:30 uur naar huis gegaan
5. Mijn broer is gisteren laat thuisgekomen
6. Wij hebben een mooie film gezien
7. Onze moeder heeft de afwas gedaan
8. Ik heb bij de bushalte gestaan
9. Wij zijn zaterdag t…Read More -
1. Ik ben te laat wakker geworden.
2. Onze docent is ziek geweest.
3. Mijn moeder heeft een leuk cadeautje gekregen.
4. Mijn collega’s zijn om 16:30 uur naar huis gegaan.
5. Mijn broer is gisteren laat thuisgekomen.
6. Wij hebben een mooie film gezien.
7. Onze moeder heeft de afwas gedaan.
8. Ik heb bij de bushalte gestaan.
9. Wij zijn zaterdag t…Read More -
1. Ik ben te laat wakker geworden.
2. Onze docent is ziek geweest.
3. Mijn moeder heeft een leuk cadeautje gekregen.
4. Mijn collega’s zijn om 16:30 uur naar huis gegaan.
5. Mijn broer is gisteren laat thuisgekomen.
6. Wij hebben een mooie film gezien.
7. Onze moeder heeft de afwas gedaan.
8. Ik heb bij de bushalte gestaan.
9. Wij zijn zaterdag…Read More -
1. Ik ben te laat wakker geworden
2. Onze docent is ziek geweest
3. Mijn moeder heeft een leuk cadeautje gekregen
4. Mijn collega’s zijn om 16:30 uur naar huis gegaan
5. Mijn broer is gisteren laat thuisgekomen
6. Wij hebben een mooie film gezien
7. Onze moeder heeft de afwas gedaan
8. Ik heb bij de bushalte gestaan
9. Wij zijn zaterdag t…Read More -
1. Ik ben te laat wakker geworden.
2. Onze docent is ziek geweest.
3. Mijn moeder heeft een leuk cadeautje gekregen.
4. Mijn collega’s zijn om 16:30 uur naar huis gegaan.
5. Mijn broer is gisteren laat thuisgekomen.
6. Wij hebben een mooie film gezien.
7. Onze moeder heeft de afwas gedaan.
8. Ik heb bij de bushalte gestaan.
9. Wij zijn zaterdag t…Read More -
1. Ik ben te laat wakker geworden.
2. Onze docent is ziek geweest.
3. Mijn moeder heeft een leuk cadeautje gekregen.
4. Mijn collega’s zijn om 16.30 uur naar huis gegaan.
5. Mijn broer is gisteren laat thuisgekomen.
6. Wij hebben een mooie film gezien.
7. Onze moeder heeft de afwas gedaan.
8. Ik heb bij de bushalte gestaan.
9. Wij zijn zaterdag…Read More -
1. Ik heb te laat wakker geworden.
2. Onze docent is ziek geweest.
3. Mijn moeder heeft een leuk cadeautje gekregen.
4. Mijn collega’s zijn om 16:30 uur naar huis gegaan.
5. Mijn broer is gisteren laat thuisgekomen.
6. Wij hebben een mooie film gezien.
7. Onze moeder heeft de afwas gedaan.
8. Ik heb bij de bushalte gestaan.
9. Wij zijn zaterdag…Read More -
-
1. Ik ben te laat wakker geworden.
2. Onze docent is ziek geweest.
3. Mijn moeder heeft een leuk cadeautje gekregen.
4. Mijn collega’s zijn om 16:30 uur naar huis gegaan.
5. Mijn broer is gisteren laat thuisgekomen.
6. Wij hebben een mooie film gezien.
7. Onze moeder heeft de afwas gedaan.
8. Ik heb bij de bushalte gestaan.
9. Wij zijn zaterdag…Read More -
1. Ik ben te laat wakker geworden.
2. Onze docent is ziek geweest.
3. Mijn moeder heeft een leuk cadeautje gekregen.
4. Mijn collega’s zijn om 16:30 uur naar huis gegaan.
5. Mijn broer is gisteren laat thuisgekomen.
6. Wij hebben een mooie film gezien.
7. Onze moeder heeft de afwas gedaan.
8. Ik heb bij de bushalte gestaan.
9. Wij zijn…Read More -
1. Ik ben te laat wakker geworden.
2. Onze docent is ziek geweest.
3. Mijn moeder heeft een leuk cadeautje gekregen.
4. Mijn collega’s zijn om 16:30 uur naar huis gegaan.
5. Mijn broer is gisteren laat thuisgekomen.
6. Wij hebben een mooie film gezien.
7. Onze moeder heeft de afwas gedaan.
8. Ik heb bij de bushalte gestaan.
9. Wi…Read More -
1. Ik ben te laat wakker geworden.
2. Onze docent is ziek geweest.
3. Mijn moeder heeft een leuk cadeautje gekregen.
4. Mijn collega’s zijn om 16:30 uur naar huis gegaan.
5. Mijn broer is gisteren laat thuisgekomen.
6. Wij hebben een mooie film gezien.
7. Onze moeder heeft de afwas gedaan.
8. Ik heb bij de bushalte gestaan.
9. Wij zijn zaterdag…Read More -
1. Ik ben te laat wakker geworden.
2. Onze docent is ziek geweest.
3. Mijn moeder heeft een leuk cadeautje gekregen.
4. Mijn collega’s zijn om 16:30 uur naar huis gegaan.
5. Mijn broer is gisteren laat thuisgekomen.
6. Wij hebben een mooie film gezien.
7. Onze moeder heeft de afwas gedaan.
8. Ik heb bij de bushalte gestaan.
9. Wij zijn zaterdag t…Read More -
1. Ik ben te laat wakker geworden.
2. Onze docent is ziek geweest.
3. Mijn moeder heeft een leuk cadeautje gekregen.
4. Mijn collega’s zijn om 16:30 uur naar huis gegaan.
5. Mijn broer is gisteren laat thuisgekomen.
6. Wij hebben een mooie film gezien.
7. Onze moeder heeft de afwas gedaan.
8. Ik heb bij de bushalte gestaan.
9. Wij zijn zaterdag t…Read More -
1. lk ben te laat wakker geworden.
2. Onze docent is ziek geweest.
3. Mijn moeder heeft een leuk cadeautje gekregen.
4. Mijn collega’s zijn om 16:30 uur naar huis gegaan.
5. Mijn broer is gisteren laat thuisgekomen.
6. Wij hebben een mooie film gezien.
7. Onze moeder heeft de afwas gedaan.
8. lk ben bij de bushalte gestaat.
9. Wij zijn zaterdag…Read More -
1. Ik ben te laat wakker geworden.
2. Onze docent is ziek geweest.
3. Mijn moeder heeft een leuk cadeautje gekregen.
4. Mijn collega’s zijn om 16:30 uur naar huis gegaan.
5. Mijn broer is gisteren laat thuisgekomen.
6. Wij hebben een mooie film gezien.
7. Onze moeder heeft de afwas gedaan.
8. Ik heb bij de bushalte gestaan.
9. Wij zijn zaterdag t…Read More -
1. Ik ben te laat wakker geworden
2. Onze docent is ziek geweest
3. Mijn moeder heeft een leuk cadeautje gekregen
4. Mijn collega’s zijn om 16:30 uur naar huis gegaan
5. Mijn broer is gisteren laat thuisgekomen
6. Wij hebben een mooie film gezien
7. Onze moeder heeft de afwas gedaan
8. Ik heb bij de bushalte gestaan
9. Wij zijn zaterdag t…Read More -
1. Ik ben te laat wakker geworden.
2. Onze docent is ziek geweest.
3. Mijn moeder heeft een leuk cadeautje gekregen.
4. Mijn collega’s zijn om 16:30 uur naar huis gegaan.
5. Mijn broer is gisteren laat thuisgekomen.
6. Wij hebben een mooie film gezien.
7. Onze moeder heeft de afwas gedaan.
8. Ik heb bij de bushalte gestaan.
9. Wij zijn zaterdag t…Read More -
1. Ik ben te laat wakker geworden.
2. Onze docent is ziek geweest.
3. Mijn moeder heeft een leuk cadeautje gekregen.
4. Mijn collega’s zijn om 16:30 uur naar huis gegaan.
5. Mijn broer is gisteren laat thuisgekomen.
6. Wij hebben een mooie film gezien.
7. Onze moeder heeft de afwas gedaan.
8. Ik heb bij de bushalte gestaan.
9. Wij zijn zaterdag…Read More -
1. Ik ben te laat wakker geworden.
2. Onze docent is ziek geweest.
3. Mijn moeder heeft een leuk cadeautje gekregen.
4. Mijn collega’s zijn om 16:30 uur naar huis gegaan.
5. Mijn broer is gisteren laat thuisgekomen.
6. Wij hebben een mooie film gezien.
7. Onze moeder heeft de afwas gedaan.
8. Ik heb bij de bushalte gestaan.
9. Wi…Read More -
1. Ik ben te laat wakker geworden.
2. Onze docent is ziek geweest.
3. Mijn moeder heeft een leuk cadeautje gekregen.
4. Mijn collega’s zijn om 16:30 uur naar huis gegaan.
5. Mijn broer is gisteren laat thuisgekomen.
6. Wij hebben een mooie film gezien.
7. Onze moeder heeft de afwas gedaan.
8. Ik heb bij de bushalte gestaan.
9. Wi…Read More -
1. Ik ben te laat wakker geworden.
2. Onze docent is ziek geweest.
3. Mijn moeder heeft een leuk cadeautje gekregen.
4. Mijn collega’s zijn om 16:30 uur naar huis gegaan.
5. Mijn broer is gisteren laat thuisgekomen.
6. Wij hebben een mooie film gezien.
7. Onze moeder heeft de afwas gedaan.
8. Ik heb bij de bushalte gestaan.
9. Wij zijn zaterdag t…Read More -
1. Ik ben te laat wakker geworden.
2. Onze docent is ziek geweest.
3. Mijn moeder heeft een leuk cadeautje gekregen.
4. Mijn collega’s zijn om 16:30 uur naar huis gegaan.
5. Mijn broer is gisteren laat thuisgekomen.
6. Wij hebben een mooie film gezien.
7. Onze moeder heeft de afwas gedaan.
8. Ik heb bij de bushalte gestaan.
9. Wij zijn zaterdag t…Read More -
1 – Ik ben te laat wakker geworden.
2 – Onze docent is ziek geweest.
3 – Mijn moeder heeft een leuk cadeautje gekregen.
4 – Mijn collega’s zijn om 16:30 uur naar huis gegaan.
5 – Mijn broer is gisteren laat thuisgekomen.
6 – Wij hebben een mooie film gezien.
7 – Onze moeder heeft de afwas gedaan.
8 – Ik heb bij de bushalte gestaan.
9 – Wij zijn…Read More -
1. Ik ben te laat wakker geworden.
2. Onze docent is ziek geweest.
3. Mijn moeder heeft een leuk cadeautje gekregen.
4. Mijn collega’s zijn om 16.30 uur naar huis gegaan.
5. Mijn broer is gisteren laat thuisgekomen.
6. Wij hebben een mooie film gezien.
7. Onze moeder heeft de afwas gedaan.
8. Ik heb bij de bushalte gestaan.
9. Wij zijn zaterdag…Read More -
1. Ik ben te laat wakker geworden.
2. Onze docent is ziek geweest.
3. Mijn moeder heeft een leuk cadeautje gekregen.
4. Mijn collega’s zijn om 16.30 uur naar huis gegaan.
5. Mijn broer is gisteren laat thuisgekomen.
6. Wij hebben een mooie film gezien.
7. Onze moeder heeft de afwas gedaan.
8. Ik heb bij de bushalte gestaan.
9. Wij zijn zaterdag t…Read More -
1. Ik ben te laat wakker geworden.
2. Onze docent is ziek geweest.
3. Mijn moeder heeft een leuk cadeautje gekregen.
4. Mijn collega’s zijn om 16.30 uur naar huis gegaan.
5. Mijn broer is gisteren laat thuisgekomen.
6. Wij hebben een mooie film gezien.
7. Onze moeder heeft de afwas gedaan.
8. Ik heb bij de bushalte gestaan.
9. Wij zijn zaterdag t…Read More -
1. Ik ben te laat wakker geworden.
2. Onze docent is ziek geweest.
3. Mijn moeder heeft een leuk cadeautje gekregen.
4. Mijn collega’s zijn om 16:30 uur naar huis gegaan.
5. Mijn broer is gisteren laat thuisgekomen.
6. Wij hebben een mooie film gezien.
7. Onze moeder heeft de afwas gedaan.
8. Ik heb bij de bushalte gestaan.
9. Wi…Read More -
1. Ik ben te laat wakker geworden.
2. Onze docent is ziek geweest.
3. Mijn moeder heeft een leuk cadeautje gekregen.
4. Mijn collega’s zijn om 16:30 uur naar huis gegaan.
5. Mijn broer is gisteren laat thuisgekomen.
6. Wij hebben een mooie film gezien.
7. Onze moeder heeft de afwas gedaan.
8. Ik ben bij de bushalte gestaan.
9. Wij zijn z…Read More -
1. Ik ben te laat wakker geworden.
2. Onze docent is ziek geweest.
3. Mijn moeder heeft een leuk cadeautje gekregen.
4. Mijn collega’s zijn om 16:30 uur naar huis gegaan.
5. Mijn broer is gisteren laat thuisgekomen.
6. Wij hebben een mooie film gezien.
7. Onze moeder heeft de afwas gedaan.
8. Ik ben bij de bushalte gestaan.
9. Wij zijn z…Read More -
1. Ik ben te laat wakker geworden.
2. Onze docent is ziek geweest.
3. Mijn moeder heeft een leuk cadeautje gekregen.
4. Mijn collega’s zijn om 16:30 uur naar huis gegaan.
5. Mijn broer is gisteren laat thuisgekomen.
6. Wij hebben een mooie film gezien.
7. Onze moeder heeft de afwas gedaan.
8. Ik heb bij de bushalte gestaan.
9. Wij zijn zaterdag…Read More -
1. Ik ben te laat wakker geworden.
2. Onze docent is ziek geweest.
3. Mijn moeder heeft een leuk cadeautje gekregen.
4. Mijn collega’s zijn om 16.30 uur naar huis gegaan.
5. Mijn broer is gisteren laat thuisgekomen.
6. Wij hebben een mooie film gezien.
7. Onze moeder heeft de afwas gedaan.
8. Ik heb bij de bushalte gestaan.
9. Wij zijn zaterdag t…Read More -
1. Ik ben te laat wakker geworden.
2. Onze docent is ziek geweest.
3. Mijn moeder heeft een leuk cadeautje gekregen.
4. Mijn collega’s zijn om 16:30 uur naar huis gegaan.
5. Mijn broer is gisteren laat thuisgekomen.
6. Wij hebben een mooie film gezien.
7. Onze moeder heeft de afwas gedaan.
8. Ik heb bij de bushalte gestaan.
9. Wi…Read More -
1. Ik ben te laat wakker geworden.
2. Onze docent is ziek geweest.
3. Mijn moeder heeft een leuk cadeautje gekregen.
4. Mijn collega’s zijn om 16:30 uur naar huis gegaan.
5. Mijn broer is gisteren laat thuisgekomen.
6. Wij hebben een mooie film gezien.
7. Onze moeder heeft de afwas gedaan.
8. Ik ben bij de bushalte gestaan.
9. Wij zijn z…Read More -
1. Ik ben te laat wakker geworden.
2. Onze docent is ziek geweest.
3. Mijn moeder heeft een leuk cadeautje gekregen.
4. Mijn collega’s zijn om 16:30 uur naar huis gegaan.
5. Mijn broer is gisteren laat thuisgekomen.
6. Wij hebben een mooie film gezien.
7. Onze moeder heeft de afwas gedaan.
8. Ik ben bij de bushalte gestaan.
9. Wij zijn z…Read More -
1.Ik ben vroeg opgestaan vanmorgen.
2.Mijn zus heeft een lange wandeling gemaakt.
3.Wij zijn gisteren naar school gegaan.
4.De docent heeft de toetsen nagekeken.
5.Mijn vader heeft een nieuwe fiets gekocht.
6.Ik heb mijn huiswerk op tijd afgemaakt.
7.De leerlingen zijn stil in de klas gebleven.
8.Wij hebben samen aan het project gewerkt.
9.Mijn…Read More -
1. Ik ben te laat wakker geworden.
2. Onze docent is ziek geweest.
3. Mijn moeder heeft een leuk cadeautje gekregen.
4. Mijn collega’s zijn om 16:30 uur naar huis gegaan.
5. Mijn broer is gisteren laat thuisgekomen.
6. Wij hebben een mooie film gezien.
7. Onze moeder heeft de afwas gedaan.
8. Ik ben bij de bushalte gestaan.
9. Wij zijn zaterdag t…Read More -
1. Ik ben te laat wakker geworden.
2. Onze docent is ziek geweest.
3. Mijn moeder heeft een leuk cadeautje gekregen.
4. Mijn collega’s zijn om 16:30 uur naar huis gegaan.
5. Mijn broer is gisteren laat thuisgekomen.
6. Wij hebben een mooie film gezien.
7. Onze moeder heeft de afwas gedaan.
8. Ik hebben bij de bushalte gestaan.
9. Wij zijn z…Read More -
1. Ik ben te laat wakker geworden.
2. Onze docent is ziek geweest.
3. Mijn moeder heeft een leuk cadeautje gekregen.
4. Mijn collega’s zijn om 16:30 uur naar huis gegaan.
5. Mijn broer is gisteren laat thuisgekomen.
6. Wij hebben een mooie film gezien.
7. Onze moeder heeft de afwas gedaan.
8. Ik heb bij de bushalte gestaan.
9. Wij zijn zaterdag t…Read More -
1. Ik ben te laat wakker geworden.
2. Onze docent is ziek geweest.
3. Mijn moeder heeft een leuk cadeautje gekregen.
4. Mijn collega’s zijn om 16:30 uur naar huis gegaan.
5. Mijn broer is gisteren laat thuisgekomen.
6. Wij hebben een mooie film gezien.
7. Onze moeder heeft de afwas gedaan.
8. Ik heb bij de bushalte gestaan.
9. Wij zijn zaterdag…Read More -
1. Ik ben te laat wakker geworden.
2. Onze docent is ziek geweest.
3. Mijn moeder heeft een leuk cadeautje gekregen.
4. Mijn collega’s zijn om 16:30 uur naar huis gegaan.
5. Mijn broer is gisteren laat thuisgekomen.
6. Wij hebben een mooie film gezien.
7. Onze moeder heeft de afwas gedaan.
8. Ik heb bij de bushalte gestaan.
9. Wij zijn zaterdag…Read More -
1. Ik ben te laat wakker geworden.
2. Onze docent is ziek geweest.
3. Mijn moeder heeft een leuk cadeautje gekregen.
4. Mijn collega’s zijn om 16:30 uur naar huis gegaan.
5. Mijn broer is gisteren laat thuisgekomen.
6. Wij hebben een mooie film gezien.
7. Onze moeder heeft de afwas gedaan.
8. Ik ben bij de bushalte gestaan.
9. Wij zijn zaterdag t…Read More -
1. Ik ben te laat wakker geworden.
2. Onze docent is ziek geweest.
3. Mijn moeder heeft een leuk cadeautje gekregen.
4. Mijn collega’s zijn om 16:30 uur naar huis gegaan.
5. Mijn broer is gisteren laat thuisgekomen.
6. Wij hebben een mooie film gezien.
7. Onze moeder heeft de afwas gedaan.
8. Ik heb bij de bushalte gestaan.
9. Wij zijn zaterdag t…Read More -
1. Ik ben te laat wakker geworden.
2. Onze docent is ziek geweest.
3. Mijn moeder heeft een leuk cadeautje gekregen.
4. Mijn collega’s zijn om 16:30 uur naar huis gegaan.
5. Mijn broer is gisteren laat thuisgekomen.
6. Wij hebben een mooie film gezien.
7. Onze moeder heeft de afwas gedaan.
8. Ik heb bij de bushalte gestaan.
9. Wij zijn zaterdag t…Read More -
1. Ik ben te laat wakker geworden.
2. Onze docent is ziek geweest.
3. Mijn moeder heeft een leuk cadeautje gekregen.
4. Mijn collega’s zijn om 16:30 uur naar huis gegaan.
5. Mijn broer is gisteren laat thuisgekomen.
6. Wij hebben een mooie film gezien.
7. Onze moeder heeft de afwas gedaan.
8. Ik heb bij de bushalte gestaan.
9. Wij zijn zaterdag t…Read More -
1. Ik ben te laat wakker geworden.
2. Onze docent is ziek geweest.
3. Mijn moeder heeft een leuk cadeautje gekregen.
4. Mijn collega’s zijn om 16:30 uur naar huis gegaan.
5. Mijn broer is gisteren laat thuisgekomen.
6. Wij hebben een mooie film gezien.
7. Onze moeder heeft de afwas gedaan.
8. Ik heb bij de bushalte gestaan.
9. Wij zijn zaterdag…Read More -
#1 — Ik [ben] te laat wakker [geworden].
#2 — Onze docent [is] ziek [geweest].
#3 — Mijn moeder [heeft] een leuk cadeautje [gekregen].
#4 — Mijn collega’s [zijn] om 16:30 uur naar huis [gegaan].
#5 — Mijn broer [is] gisteren laat [thuisgekomen].
#6 — Wij [hebben] een mooie film [gezien].
#7 — Onze moeder [heeft] de afwas [gedaan].
Read More -
-
1. Ik ben te laat wakker geworden.
2. Onze docent is ziek geweest.
3. Mijn moeder heeft een leuk cadeautje gekregen.
4. Mijn collega’s zijn om 16:30 uur naar huis gegaan.
5. Mijn broer is gisteren laat thuisgekomen.
6. Wij hebben een mooie film gezien.
7. Onze moeder heeft de afwas gedaan.
8. Ik heb bij de bushalte gestaan.
9. Wij zijn zaterdag…Read More -
1. Ik ben te laat wakker geworden.
2. Onze docent is ziek geweest.
3. Mijn moeder heeft een leuk cadeautje gekregen.
4. Mijn collega’s zijn om 16:30 uur naar huis gegaan.
5. Mijn broer is gisteren laat thuisgekomen.
6. Wij hebben een mooie film gezien.
7. Onze moeder heeft de afwas gedaan.
8. Ik heb bij de bushalte gestaan.
9. Wij zijn zaterdag…Read More -
1. Ik ben te laat wakker geworden.
2. Onze docent is ziek geweest.
3. Mijn moeder heeft een leuk cadeautje gekregen.
4. Mijn collega’s zijn om 16:30 uur naar huis gegaan.
5. Mijn broer is gisteren laat thuisgekomen.
6. Wij hebben een mooie film gezien.
7. Onze moeder heeft de afwas gedaan.
8. Ik heb bij de bushalte gestaan.
9. Wij zijn zaterdag…Read More -
1. Ik ben te laat wakker geworden.
2. Onze docent is ziek geweest.
3. Mijn moeder heeft een leuk cadeautje gekregen.
4. Mijn collega’s zijn om 16:30 uur naar huis gegaan.
5. Mijn broer is gisteren laat thuisgekomen.
6. Wij hebben de film nog niet gezien.
7. Mijn broer heeft de afwas gedaan.
8. Ik heb bij de bushalte gestaan.
9. W…Read More-
Be careful; some of your sentences are not the ones from the book:
#6 — The sentence was “Wij [ ] een mooie film [ ]. (zien)” vs your “Wij hebben de film nog niet gezien.”
#7 — The sentence was “Onze moeder [ ] de afwas [ ]. (doen)” vs your “Mijn broer heeft de afwas gedaan.”
#10 — The sentence was “Ik [ ] zijn naam wel [ ]. (weten)” vs your…Read More
-
-
1- Ik ben te laat wakker geworden.
2- Onze docent ben ziek geweest.
3- Mijn moeder heeft een leuk cadeautje gekregen.
4- Mijn collega’s zijn om 16:30 uur naar huis gegaan.
5- Mijn broer is gisteren laat thuisgekomen.
6- Wij hebben een mooie film gezien.
7- Onze moeder heeft de afwas gedaan.
8- Ik ben bij de bushalte gestaan.
9- Wij zijn zaterdag…Read More -
1. Ik ben te laat wakker geworden.
2. Onze docent is ziek geweest.
3. Mijn moeder heeft een leuk cadeautje gekregen.
4. Mijn collega’s zijn om 16:30 uur naar huis gegaan.
5. Mijn broer is gisteren laat thuisgekomen.
6. Wij hebben een mooie film gezien.
7. Onze moeder heeft de afwas gedaan.
8. Ik heb bij de bushalte gestaan.
9. Wij zijn zaterdag t…Read More -
1. Ik ben te laat wakker geworden.
2. Onze docent is ziek geweest.
3. Mijn moeder heeft een leuk cadeautje gekregen.
4. Mijn collega’s zijn om 16:30 uur naar huis gegaan.
5. Mijn broer is gisteren laat thuisgekomen.
6. Wij hebben een mooie film gezien.
7. Onze moeder heeft de afwas gedaan.
8. Ik heb bij de bushalte gestaan.
9. Wij zijn zaterdag…Read More -
1. Ik ben te laat wakker geworden.
2. Onze docent is ziek geweest.
3. Mijn moeder heeft een leuk cadeautje gekregen.
4. Mijn collega’s zijn om 16:30 uur naar huis gegaan.
5. Mijn broer is gisteren laat thuisgekomen.
6. Wij hebben een mooie film gezien.
7. Onze moeder heeft de afwas gedaan.
8. Ik heb bij de bushalte gestaan.
9. Wij zijn zaterdag t…Read More -
1. Ik ben te laat wakker geworden.
2. Onze docent is ziek geweest.
3. Mijn moeder heeft een leuk cadeautje gekregen.
4. Mijn collega’s zijn om 16:30 uur naar huis gegaan.
5. Mijn broer is gisteren laat thuisgekomen.
6. Wij hebben een mooie film gezien.
7. Onze moeder heeft de afwas gedaan.
8. Ik heb bij de bushalte gestaan.
9. W…Read More -
1. Ik ben te laat wakker geworden.
2. Onze docent is ziek geweest.
3. Mijn moeder heeft een leuk cadeautje gekregen.
4. Mijn collega’s zijn om 16:30 uur naar huis gegaan.
5. Mijn broer is gisteren laat thuisgekomen.
6. Wij hebben een mooie film gezien.
7. Onze moeder heeft de afwas gedaan.
8. Ik heb bij de bushalte gestaan.
9. Wij zijn zaterdag…Read More -
1. Ik ben te laat wakker geworden.
2. Onze docent is ziek geweest.
3. Mijn moeder heeft een leuk cadeautje gekregen.
4. Mijn collega’s zijn om 16:30 uur naar huis gegaan.
5. Mijn broer is gisteren laat thuisgekomen.
6. Wij hebben een mooie film gezien.
7. Onze moeder heeft de afwas gedaan.
8. Ik heb bij de bushalte gestaan.
9. Wij zijn zaterdag t…Read More
- Load More Posts

. Goed.


1. Ik ben te laat wakker geworden.
2. Onze docent is ziek geweest.
3. Mijn moeder heeft een leuk cadeautje gekregen.
4. Mijn collega’s zijn om 16:30 uur naar huis gegaan.
5. Mijn broer is gisteren laat thuisgekomen.
6. Wij hebben een mooie film gezien.
7. Onze moeder heeft de afwas gedaan.
8. Ik heb bij de bushalte gestaan.
9. Wij zijn zaterdag t…Read More