-
Dutchbook huiswerk:✍️
Boek. Pagina 138. Opdracht 6.
Plaats jouw antwoorden hieronder:233 Comments-
1. Zullen wij vandaag Nederlands oefenen?
2. Zal ik de kleine hamer gebruiken?
3. Zal ik het aanbod aannemen?
4. Zullen wij vanavond in het restaurant eten?
5. Zullen we samen naar het station gaan? -
1. Zal ik vanavond de boodschappen doen?
2. Zal ik ‘s ochtends de bloemen water geven?
3. Zullen wij morgen in de bibliotheek werken?
4. Zullen wij naar de bioscoop een film kijken?
5. Zal ik vanavond het avondeten klaarmaken?
6. Zullen wij vanavond in het restaurant eten? -
1. Zal ik morgen gaan?
2. Zullen wij jullie met de schoonmaken helpen?
3. Zal ik avondeten koken?
4. Zullen wij een film kijken?
5. Zullen we naar het park fietsen? -
1. Zal ik je bellen?
2. Zullen wij een presentatie geven?
3. Zal ik de woonkamer stofzuigen?
4. Zullen wij pasta koken?
5. Zal ik je helpen? -
1. Zal ik mijn haar knippen?
2. Zullen we de groenten snijden?
3. Zal ik het kostuum kiezen?
4. Zullen we in het spel schieten?
5. Zal ik na jouw overwinning fluiten? -
1. Zullen wij vandaag boodschappen doen?
2. Zal ik voor je koffie brengen?
3. Zal ik voor je soep maken?
4. Zullen wij naar het station gaan?
5. Zullen wij morgen ontmoeten? -
1. Zal ik je met je huiswerk helpen?
2. Zal ik vanavond boodschappen doen?
3. Zullen we hem de waarheid vertellen?
4. Zullen we samen in het weekend een heerlijk gebakje bakken?
5. Zal ik haar idee verder uitwerken? -
1. Zal ik je een ijsje kopen?
2. Zullen we vanavond uit eten gaan?
3. Zullen we volgende maand naar Parijs vliegen?
4. Zal ik het huis schoonmaken?
5. Zal ik thee voor je zetten? -
1. Zal ik vroeg slapen?
2. Zal ik morgen mijn huis schoonmaken?
3. Zullen wij op vrijdag een film kijken?
4. Zullen wij overmorgen boodschappen doen?
5. Zal ik meer Nederlands oefenen? -
1. Zal ik vandaag de badkamer schoonmaken?
2. Zullen wij het nieuwe restaurant bezoeken?
3. Zullen wij onze vrienden thuis uitnodigen?
4. Zal ik dit filmpje kijken?
5. Zullen wij vanavond winkelen? -
1. Zal ik Nederlands leren?
2. Zullen wij morgen boodschappen doen?
3. Zal ik het eten maken?
4. Zullen wij in het weekend op vakantie gaan?
5. Zal ik jullie helpen? -
1. Zal ik met hem praten?
2. Zullen kinderen op straat spelen?
3, Zal hij een brief naar het kantoor sturen?
4. Zal ik met haar werken?
5. Zal ik de melk in de koelkast bewaren? -
1. Zullen wij morgen naar Arnhem gaan?
2. Zal ik vanavond het eten maken?
3. Zal ik de melk kopen?
4. Zal ik het water brengen?
5. Zullen wij in het weekend jullie bezoeken? -
1. Zal ik de boodschappen doen?
2. Zullen wij naar de volgende aflevering kijken?
3. Zal hij het vuilnis buiten zetten?
4. Zal zij ons eten kiezen?
5. Zal ik onze gasten welkom heten?
6. Zullen wij rechtsaf slaan?
7. Zullen wij in het weekend afspreken? -
1. Zal ik de auto rijden?
2. Zullen wij naar museum gaan?
3. Zullen wij op zondag een afspraak maken?
4. Zal ik aan hem een uitnodiging sturen?
5. Zullen wij de kost delen? -
Zullen wij ons huiswerk maken?
Zal ik met jou lunch eten?
Zullen wij op vrijdag naar Utrecht gaan?
Zal ik de afwas doen?
Zullen wij met jullie spelen? -
1. Zal ik wandelen?
2. Zal hij spelen?
3. Zal zij parkeren?
4. Zal jij zitten?
5. Zullen jullie kijken? -
1. Zal ik koken?
2. Zal ik betalen?
3. Zullen wij dansen?
4. Zullen wij ontmoeten?
5. Zal ik autorijden? -
1. Zal ik morgen boodschappen doen?
2. Zullen wij met hen naar het feest gaan?
3. Zullen wij morgenochtend ontbijten?
4. Zul jij met de hond in het park wandelen?
5. Zullen we in het weekend naar Parijs gaan? -
1. Zullen wij in het weekend naar Brussels gaan?
2. Zullen wij volgend jaar naar Frankrijk reizen?
3. Zal ik jouw afwas doen?
4. Zal ik vanavond koken?
5. Zal ik morgen boodschappen? -
1. Zal ik de lunch koken?
2. Zullen wij het huiswerk doen?
3. Zullen jullie de kinderen nemen?
4. Zal jij een afspraak maken?
5. Zal ik vanavond een film kijken? -
1. Zal ik het boek meenemen?
2. Zul jij vanavond thuis blijven?
3. Zal hij het huiswerk niet vergeten?
4. Zullen wij onze ouders bezoeken?
5. Zullen jullie het kantoor schoonmaken? -
1. Zullen wij een kerstmarkt bezoeken?
2. Zal ik een koffie drinken?
3. Zullen wij naar Utrecht verhuizen?
4. Zullen wij een cadeau kopen voor de leraar?
5. Zal ik mijn moeder bellen? -
1-Zal ik de dokter bellen?
2-Zullen wij samen thuis eten?
3-Zal ik een bericht sturen?
4-Zullen wij dit weekend een film kijken?
5-Zal ik morgen vroeg opstaan? -
1. Zal ik boodschappen doen?
2. Zullen wij gamen?
3. Zult u meelopen?
4. Zullen wij zwemmen?
5. Zullen wij morgen vliegen? -
1. Zal ik huiswerk doen?
2. Zal ik vandaag koken?
3. Zal jij naar het park gaan?
4. Zal zij je bellen?
5. Zullen wij je bellen? -
1. Zal ik vanavond over het huiswerk praten?
2. Zal ik u morgen helpen met het afwassen?
3. Zullen wij de volgende keer langs het kanaal fietsen?
4. Zal hij stroopwafels bakken?
5. Zult u goed naar mijn herhaling luisteren? -
1. Zullen wij morgen wandelen?
2. Zal ik je vanavond geld geven?
3. Zal ik nu slapen?
4. Zal ik vanochtend de afwas doen?
5. Zullen wij om 8 uur een afspraak maken? -
1. Zal ik morgen opruimen?
2. Zal jij vanavond halen?
3. Zal hij vanavond afwassen?
4. Zullen jullie morgen ochtend kijken?
5. Zal zij vannacht ontspannen?
6. Zullen wij bouwen? -
1. Zullen we vanmiddag het Nigeriaanse belastingregime doornemen?
2. Zal ik volgende week met de leverancier een afspraak maken ?
3. Zullen we vrijdag een taart kopen voor de verjaardag van je moeder?
4. Zullen we vanavond voorstellen opstellen?
5. Zal ik mijn baas bellen? -
1. Zullen wij morgen een nieuw project beginnen?
2. Zal ik morgen het document controleren?
3. Zullen wij vanmiddag het rapport bekijken?
4. Zal ik morgen het probleem onderzoeken?
5. Zullen wij binnenkort naar Oostenrijk reizen? -
1. Zal ik overmorgen de boodschappen doen?
2. Zal jij doordeweeks koken?
3. Zal zij vanavond haar ouders bellen?
4. Zullen wij morgen naar de bibliotheek gaan?
5. Zal ik vanavond tv kijken?
6. Zullen jullie vanmiddag wandelen?
7. Zal hij vandaag fietsen?
8. Zullen wij morgenochtend appel sap maken? -
1. Zal ik morgen de boodschappen doen?
2. Zal jij vanavond het diner maken?
3. Zal hij morgen de computer repareren?
4. Zal zij vanmiddag haar moeder bellen?
5. Zullen wij morgen een presentatie voorbereiden?
6. Zullen jullie vanavond het spel spelen?
7. Zullen zij morgen de kamer schoonmaken?
8. Zal ik vanmiddag de documenten printen?
9.…Read More
-
1. Zal ik vandaag de bomen water geven?
2. Zullen we de tafels voor je reserveren?
3. Zal ik de airconditioning aanzetten?
4. Zullen we vandaag Nederlands oefenen?
5. Zal ik de afspraak voor je bevestigen?
6. Zal ik de betaling meteen regelen? -
1- Zal ik de hekken schilderen?
2- Zal wij de antwoorden delen?
3- Zal ik de fietsen repareren?
4- Zal ik voor de rekening vragen?
5- Zal ik de samenvatting opstellen?
6- Zal wil de kat naar de dierenarts brengen?
7- Zal wij een nieuw restaurant ontdekken? -
-
1. Zal ik de deur voor je openen?
2. Zullen we samen naar de winkel gaan?
3. Zal ik het licht aandoen?
4. Zullen we vanavond een film kijken?
5. Zal ik je helpen met je huiswerk?
6. Zullen we morgen vroeg vertrekken?
7. Zal ik een kopje koffie voor je maken?
8. Zullen we deze oefening samen doen?
9. Zal ik de ramen sluiten?
10. Zullen we straks…Read More -
1.Zal ik morgen de tafel dekken?
2.Zal jij vanavond de hond uitlaten?
3.Zal hij morgen de fiets repareren?
4.Zal zij vanmiddag haar vriendin bezoeken?
5.Zullen wij morgen samen studeren?
6.Zullen jullie vanavond een film kijken?
7.Zullen zij morgen het project afmaken? -
1. Zal ik morgenochtend de afspraak afbellen?
2. Zal ik instappen?
3. Zal zij vanmiddag de nieuwe jurk aantrekken?
4. Zal hij vanavond opblijven?
5. Zal ik morgen doorwerken?
6. Zullen wij het contract goedkeuren?
7. Zullen wij oversteken?
8. Zullen wij jullie naar ons huis uitnodigen?
9. Zal ik morgenavond naar huis teruggaan?
10. Zal ik deze cup…Read More -
1. Zal ik de deur sluiten?
2. Zal ik koffie maken?
3. Zal ik je helpen?
4. Zal ik het raam openen?
5. Zal ik de tafel dekken?
6. Zal ik de planten water geven?
7. Zal ik het licht uitdoen?
8. Zal ik het eten koken?
9. Zal ik de hond uitlaten?
10. Zal ik de kamer schoonmaken? -
1. Zullen wij dit feest organiseren?
2. Zal ik je opdracht maken?
3. Zullen wij die auto repareren?
4. Zal ik deze schilderijen ophangen?
5. Zal ik de lamp aandoen? -
1. Zal ik dit bord afwassen?
2. Zullen wij naar Taiwan reizen?
3. Zal hij de brief schrijven?
4. Zal zij het huis verkopen?
5. Zullen jullie ontbijt maken? -
1. Zal ik op een lege maag koffie drinken?
2. Zullen wij dit alles uit ons hoofd leren?
3. Zal ik het nieuwe gereedschap gebruiken?
4. Zullen wij zijn brutale gedrag stoppen?
5. Zal ik mijn eigen keuze maken?
6. Zullen wij uw hond uitlaten?
7. Zal ik jouw hamer vasthouden?
8. Zullen wij een miljoen euro stelen?
9. Zal ik de politie bellen?
10.…Read More -
1. Zal ik vanavond jouw eten eten?
2. Zal ik morgen jouw auto lenen?
3. Zullen wij in de zomer geen ventilator gebruiken?
4. Zal ik elke dag jou slaan?
5. Zal ik in de toekomst geen douche doen? -
1. Zal ik hun kledingkast organiseren?
2. Zullen wij jullie afval weggooien?
3. Zullen wij in het weekend naar een restaurant gaan?
4. Zal ik jouw kinderen meenemen?
5. Zullen wij in het park ontmoeten?
6. Zal ik deze constructie met dit programma controleren?
7. Zullen we een vergadering met de hele groep plannen? -
1. Zal ik de borden afwassen?
2. Zult jij morgen het bed opmaken?
3. Zal hij het avondeten maken?
4. Zullen wij de rekening betalen?
5. Zullen jullie buiten praten? -
-
1. Zullen we volgende zondag naar het Wereldkampioenschap kijken?
2. Zullen we vanavond pasta maken?
3. Zal ik je helpen met je taken?
4. Zal ik mijn laptop meenemen?
5, Zullen we vanavond naar de bioscoop gaan? -
1. Zal ik hem helpen?
2. Zal ik met jou meegaan?
3. Zal ik iets doen voor het examen?
4. Zullen wij bij jou eten?
5. Zal ik met jouw auto gaan? -
1. Zal ik hem vergeven?
2. Zullen we een actie ondernemen?
3. Zal hij een bezwaar maken?
4. Zullen ze het eten verstrekken?
5. Zal hij de jongens inspireren?
6. Zal ik het probleem oplossen?
7. Zullen we voor de bruiloft aankleden?
8. Zal ik het koffiezetapparaat aanzetten?
9. Zal jij vanavond jouw cadeautjes uitpakken?
10. Zullen we dit formulier…Read More -
1- Zal ik het raam openen?
2- Zal ik vanavond mijn huiswerk maken?
3- Zal hij morgenmiddag op het paard rijden?
4- Zullen jullie volgende week naar school komen?
5- Zult u deze zommer een vakantie plannen? -
1. Zal ik morgen vroeg opstaan?
2. Zal hij vanavond het eten koken?
3. Zal zij morgen een nieuwe jas in de winkel kopen?
4. Zullen wij morgen in het park wandelen?
5. Zullen wij vanavond een film kijken?
6. Zallen wij naar de bioscoop gaan? -
1. Zal ik vanavond de kinderen krijgen?
2. Zullen wij morgen over politiek praten?
3. Zullen wij dit weekend bloemen in de tuin planten?
4. Zal zij volgende maand een nieuwe baan beginnen?
5. Zullen wij ze zaterdag voor het ontbijt? -
1. Zal ik de afwas doen?
2. Zal ik de boodschappen doen?
3. Zal ik jouw kamer schoonmaken?
4. Zullen wij naar kantoor gaan?
5. Zullen wij hier uitstappen? -
1. Zullen wij met de kinderen spelen?
2. Zal ik vanavond nagerecht eten?
3. Zal ik jouw auto rijden?
4. Zullen wij in het park wandelen?
5. Zal ik haar verjaardag organiseren? -
1. Zal ik het raam openen?
2. Zullen wij een taxi nemen?
3. Zal jij de hond uitlaten?
4. Zullen wij deze tafel reserveren?
5. Zal hij de rekening betalen? -
1. Zal ik deze film bekijken?
2. Zul jij op het komende evenement optreden?
3. Zult u dit project aantonen?
4. Zal hij deze bloemen verkopen?
5. Zal zij morgen een afspraak maken?
6. Zullen wij ons ‘s avonds thuis aankomen?
7. Zullen jullie deze muur schoonmaken?
8. Zullen zij ons bezoeken? -
1. Zul jij morgen jouw ouders bezoeken?
2. Zal zij volgende week een nieuwe jurk kopen?
3. Zullen zij vanavond het avondeten klaarmaken?
4. Zal hij vanmiddag zijn vrienden bellen?
5. Zullen wij morgenochtend de les beginnen? -
1. Zal ik morgen sporten?
2. Zal ik de hond uitlaten?
3. Zullen wij op vakantie skiën?
4. Zal ik de jas kopen?
5. Zullen wij de boodschappen doen? -
1. Zal ik de deur openen?
2. Zal hij morgen bellen?
3. Zullen wij koffie drinken?
4. Zal zij het eten koken?
5. Zullen we samen gaan?
- Load More Posts

1. Zal ik morgen boodschappen doen?
2. Zal hij vanavond naar Duitsland gaan?
3. Zullen wij vandaag schoonmaken?
4. Zullen jullie volgende week vakantie gaan?
5. Zal zij vanavond het kantoor bellen?