-
Dutchbook huiswerk:✍️
Boek. Pagina 134
Opdracht 5
Plaats jouw antwoorden hieronder:231 Comments-
1. Ik ben auto aan het rijden.
2. Hij is mes aan het gebruiken.
3. Zij is de sleutel aan het zoeken.
4. Wij zijn groenten aan het kopen.
5. Jullie zijn over weer aan het praten.
6. Ben jij met jouw hond aan het spelen?
7. Is zij een verhaal aan het schrijven?
8. Zijn zij ontbijt aan het eten?
9. Zijn jullie brillen aan het dragen?
10. Ben jij de…Read More -
I think so
1. Ik ben de auto aan het rijden.
2. Hij is het mes aan het gebruiken.
3. Zij is de sleutel aan het zoeken.
4. Wij zijn groenten aan het kopen.
5. Jullie zijn over weer aan het praten.
6. Ben jij met jouw hond aan het spelen?
7. Is zij een verhaal aan het schrijven?
8. Zijn zij ontbijt aan het eten?
9. Zijn jullie brillen aan het…Read More -
1. Ik ben een schilderij aan het maken.
2. Jij bent de achtertuin aan het onderhouden.
3. Hij is bezig met voetbal kijken.
4. Zij is bezig met een krant lezen.
5. Wij zijn de boom aan het zagen.
6. Wij zijn de computer aan het repareren.
7. Zij zijn bezig met huiswerk maken.
8. Jullie zijn bezig met tennis spelen.
9. Ik ben een bier aan het…Read More -
1. Ik ben bezit met huiswerk maken.
2. Ik ben met Anna aan het spelen.
3. Jullie zijn met haar aan het lopen.
4. Zij is bezig met Anna praten.
5. Anna is tennis aan het leren.
6. Rudolf is koken aan het probeeren.
7. Ik ben bezig met de auto schoonmaken.
8. Ik ben de auto aan het repareren.
9. Ik ben mijn fiets aan het verkopen.
10. Ik ben jouw…Read More -
1. Ik ben op mijn vriend aan het wachten.
2. Jij bent in het restaurant aan het eten.
3. Hij is bezig met het documentatie schrijven.
4. Zij is bezig met naar Eindhoven reizen.
5. Wij zijn de auto aan het wassen.
6. Jullie zijn naar het liedje aan het luisteren.
7. Wij zijn bezig met de formule leren.
8. Ik ben bezig met de week plannen.
9. Jij…Read More -
1. Ik ben bezig met een tart bereiden.
2. Zij is bezig met Lego’s bouwen.
3. Wij zijn ons huiswerk aan het maken.
4. De vogels zijn zijn vogelvloer aan het eten.
5. Is de kat haar spelletje aan het spelen?
6. Is de buurman bezig met bomen snoeien?
7. Is de oma verhalen aan het vertellen?
8. Is mijn vader bezig met boodschappen doen?
9. Ik ben de…Read More -
1. Ik ben naar Eindhoven aan het rijden.
2. Ik ben bezig met aardappels koken.
3. Jullie zijn bezig met een brief schrijven.
4. Wijn zijn bezig met huiswerk maken.
5. Hij is water aan het drinken.
6. Zij is bezig met haar jas dragen.
7. Ik ben bezig met een boek lezen.
8. Zij is haar haar aan het borstelen.
9. Hij is bezig met de afwas doen.
10.…Read More -
1. Ik ben bezig met pasta koken.
2. Jij bent een film aan het kijken.
3. Is zij de woonkamer aan het schoonmaken?
4. Is hij bezig met aantekeningen maken?
5. Wij zijn naar Amsterdam aan het reizen.
6. Jullie zijn bezig met producten onderzoeken.
7. Zij zijn met speelgoed aan het spelen?
8. Bent u bezig met de huisarts bellen?
9. Ik ben met mijn…Read More -
1. Ik ben de woonkamer aan het schoonmaken.
2. Jij bent bezit met boodschappen doen.
3. Zij is bezit met haar vriendin lopen.
4. Hij is een avondeten aan het koken.
5. Wij Zijn bezit met een film kijken.
6. Is zij haar huiswerk aan het maken?
7. Zijn jullie bezit met jullie werk afmaken?
8. Ben jij bezit met een klacht schrijven?
9. Zijn wij…Read More -
1. Ik ben op de computer aan het surfen.
2. Jij bent het koffie op kantoor aan drinken.
3. Hij is voor zijn huis aan het wachten.
4. Zij is haar tuin aan het versieren.
5. Wij zijn in het restaurant aan het bestellen.
6. Jullie zijn naar school jullie kinderen aan het brengen.
7.Hij is van het school zijn zon aan het halen.
8. Jullie zijn bij…Read More -
Ben jij iets aan het vertellen?
Is hij bezig met de email schrijven?
Zijn ze bezig met eten maken?
Mijn buren zijn hun tuin aan het snoeien
Ik ben die film aan het kijken
Ik ben voor hem aan het wachten
Wij zijn in het centrum aan het winkelen
Is hij bezig met die loodgieterswerk?
Ik ben bezig met het feest plannen
Ik ben de koffie aan het maken -
1. Ben je de pasta aan het maken?
2. Ik ben de pasta aan het maken.
3. Zijn jullie het museum aan het ontwerpen?
4. Wij zijn het museum aan het ontwerpen.
5. Is hij bezig met de muur schilderen?
6. Hij is bezig met de muur schilderen.
7. Zijn ze bezig met het ontbijt maken?
8. Ze zijn bezig met het ontbijt maken.
9. Is zij bezig met Nederlands…Read More -
Recept C
1. Ik ben bezig met Nederlands leren.
2. Hij is bezig met de fiets reparen.
3. Jij bent het boek aan het lezen.
4. Zij is de taart aan het bakken.
5. Zij is het raam aan het dichtdoen.
Recept D
1. Mijn baas is een brief aan het schrijven.
2. Jullie zijn een fles wijn aan het drinken.
3. Jullie zijn bezig met de krant lezen.
4. Zijn ze…Read More -
1. Ik ben een boek aan het lezen.
2. Jij bent in het bed aan het slapen.
3. Hij is op straat aan het lopen.
4. Zij is eieren aan het koken.
5. Wij zijn in het park aan het hardlopen.
6. Jullie zijn met elkaar aan het praten.
7. Zij zijn in een bos aan het wandelen.
8. Ik ben op jou aan het wachten.
9. Jij bent een film aan het kijken.
10. Hij is…Read More -
1. Ik ben bezig met een paar e-mails beantwoorden.
2. Ik ben mijn auto aan het repareren.
3. Ik ben een filmpje aan het kijken.
4. Zij is een belastingformulier aan het invullen.
5. Ze zijn naar Utrecht aan het rijden.
6. We zijn het probleem van gisteren aan het oplossen.
7. Hij is de rekening aan het betalen.
8. Zij is bezig met de vlucht…Read More -
C:
1. Ik ben een brief aan het versturen.
2. Hij is voor een presentatie aan het bereiden.
3. Wij zijn boodschappen aan het doen.
4. Zij is bezig met dat boek te lezen.
5. Jullie zijn bezig met de fruits verkopen.
D:
6. Ben jij op een laptop aan het werken?
7. Zijn jullie een plan aan het maken?
8. Is hij avondeten aan het klaarmaken?
9. Ben jij…Read More -
1. Zij is een kip aan het koken.
2. Hij is de oefeningen aan het maken.
3. Wij zijn bij de bushalte aan het uitstappen.
4. Ik ben naar Easy Dutch aan het luisteren.
5. Zij is de grens aan het oversteken.
6. Jij bent bezig met deze onderdelen repareren.
7. Zij is bezig met het gordijn schoonmaken. / Zij staat het gordijn schoon te maken (nieuwe…Read More -
C:
1. Zij is haar kleding aan het repareren.
2. Hij is postzegels aan het sorteren.
3. Ik ben sterren aan het kijken.
4. Jullie zijn bezig met het bed opmaken.
5. Jij bent bezig met de wand schilderen.
D:
6. Is zij vuile was aan het wassen?
7. Ben jij het rapport in aan het vullen?/ Ben jij het rapport aan het invullen?
8. Zijn jullie bezig…Read More -
1. Zij is het avondeten aan het koken.
2. Hij is de auto aan het repareren.
3. Wij zijn een film aan het kijken.
4. Zij is haar opa en oma aan het bezoeken.
5. Jij is bezig met een app programmeren.
6. Ik sta bloemen water te geven.
7. Is hij bezig met een e-mail schrijven?
8. Zijn zij de tuin aan het opruimen?
9. Jullie zijn bezig met een taak…Read More -
Ik ben het huiswerk aan het maken.
Hij is bezig met schoenen schoonmaken.
Zij is het eten aan het koken.
Jij bent met mijn vrouw aan het wandelen.
Ik ben bezig met boodschappen doen.
Ben jij bezig met een kopje koffie drinken?
Is hij bezig met een computerspel te spelen?
Is zij bezig met een brief schrijven?
Zijn ze de koelkasten aan het…Read More-
Is hij bezig met een computerspel te spelen? -> I think should be without “TE” (Is hij bezig met een computerspel spelen?)
De rest is goed.-
Ik ben het huiswerk aan het maken.
Hij is bezig met schoenen schoonmaken.
Zij is het eten aan het koken.
Jij bent met mijn vrouw aan het wandelen.
Ik ben bezig met boodschappen doen.
Ben jij bezig met een kopje koffie drinken?
Is hij bezig met een computerspel spelen?
Is zij bezig met een brief schrijven?
Zijn ze de koelkasten aan het…Read More
-
-
1. Ik ben bezig met huiswerk maken.
2. Je bent buiten aan het hardlopen.
3. U bent in het park aan het fietsen.
4. Hij is bezig met kranten lezen.
5. Zij is naar Amsterdam aan het verhuizen.
6. Wij zijn op een stadion voetballen.
7. Zij zijn bezig met afwassen.
8. Ik ben over mijn werk aan het denken.
9. Hij is bezig met melk drinken.
10. Zij is…Read More -
Recept C:
1. Ik ben mijn slaapkamer aan het schoonmaken.
2. Jij bent Frans aan het leren.
3. Zij is op kantoor aan het werken.
4. Hij is bezig met de fiets repareren.
5. Wij zijn bezig met buiten sporten.
Recept D:
6. Zijn jullie jullie huiswerk aan het maken?
7. Zijn zij Nederlands aan het leren?
8. Bent u bezig met de auto wassen?
9. Ben ik…Read More -
– C –
1.Ik ben pasta aan het koken
2. Jullie zijn tafel aan het zitten.
3. Ze is haar kamer aan het opruimen,
4. Hij is bezig met de brief opschrijven.
5. Wij zijn bezig met de vaas afwassen.
– D –
6. Ben jij je tanden aan het putsen?
7. Is zij boodschappen aan het doen?
8. Zijn jullie baby aan het aankleden?
9. Ben jij bezig met de spullen…Read More -
RECEPT C
1. Ik ben bezig met Nederlands te leren.
2. Hij is het boek aan het lezen.
3. Zij zit een film te kijken.
4. Wij zijn onze taken aan het uitvoeren.
5. Zij is haar huis aan het schoonmaken.
RECEPT D
1. Zijn de kinderen bezig met hun huiswerk maken?
2. Ben jij de tafel aan het kopen?
3. Is hij de soep aan het maken?
4. Zijn zij videogames…Read More -
-C-
1. Hij is pasta aan het koken.
2. Zij is bij ons aan het avondeten.
3, Jullie zijn Nederlands aan het oefenen.
4. Wij zijn bezig met voetbal spelen.
5. Ik ben bezig met nieuwe project werken.-D-
1. Ben je de woonkamer aan het schoonmaken?
2. Zijn jullie stampot aan het koken?
3. Is hij ontbijt aan het eten?
4. Zijn jullie bezig met…Read More -
1. Ik ben bezig met software ontwerpen.
2. Ik ben bezig met de kinderen zorgen.
3. Hij is bezig met de oefeningen correcteren.
4. Hij is bezig met een pijp repareren.
5. Wij zijn bezig met lunch koken.
6. Ben jij bezig met de wedstrijd voorbereiden?
7. Zijn ze op het probleem aan het werken?
8. Is hij de afwassen aan het wassen?
9. Ben jij de…Read More -
1-Ik ben een boek aan het lezen.
2-Jij bent koffie aan het maken.
3-Wij zijn naar muziek aan het luisteren.
4-Ik ben Nederlands aan het oefenen.
5-Jij bent je vriend aan het bellen.
6-Zijn jullie bezig met over het onderwerp praten?
7-Ben jij bezig met het huis opruimen?
8-Is hij bezig met zijn moeder bellen?
9-Zijn wij bezig met de koffer…Read More -
1. Jij bent het examen aan het doen.
2. Wij zijn bezig met sleutels zoeken.
3. Ik ben mijn vakantie aan het reserveren.
4. Hij is bezig met de laptop werken.
5. Zij zijn de meubels aan het verkopen.
6. Jullie zijn bezig met groente snijden.
7. Is zij de kleding aan het kiezen?
8. Wij zijn een lamp aan het kopen.
9. Jij bent bezig met de kamer…Read More -
Recept C:
1. Ik ben de bomen aan het snoeien.
2. Jij bent de fles aan het bijvullen.
3. Zij is thee aan het maken.
4. Hij is bezig met het huiswerk doen.
5. Ik ben bezig met de jurk dragen.Recept D:
6. Zijn jullie de klok aan het repareren?
7. Is zij het probleem aan het oplossen?
8. Is hij bezig met het kunstwerk…Read More -
Recept C: Wat ben je an het doen?
1. Ik ben mijn huiswerk aan het doen.
2. Jij bent die auto aan het rijden.
3. Zij is het vliegtuig aan het vliegen.
4. Jullie zijn in het ziekenhuis aan het werken.
5. Hij is het avondeten aan het koken.Recept D: What ben je mee bezig?
6. Ik ben bezig met gitaar spelen.
7. Jij bent bezig met fiets fietsen.
8.…Read More -
Recept C:
1. Ik ben de boodschappen aan het kopen
2. Hij is bloemen aan het verkopen
3. Zij is bezig met fiets rijden
4. Hij leert rolschaatsen te gebruiken
5. Jullie zijn bezig met pasta koken
6. Ze zitten de piano te spelen
Recept D:
1. Ben jij de pasta aan het koken?
2. Zijn wij onze belastingen aan het betalen?
3. Is hij bezing met zij auto…Read More -
1. Ik ben bezig met Nederlands spreken.
2. Ik ben bezig met het typen van deze e-mail.
3. Wij zijn bezig met was doen.
4. Jullie zijn geld aan het uitgeven.
5. Ik ben die wasmachine aan het kopen.
6. Ik ben de woonkamer aan het schoonmaken.
7. Ben jij een bericht aan het schrijven?
8. Wij zijn bezig met het bestellen van eten.
9. Is zij haar…Read More -
Recept C
1. Hij is het huis aan het schoonmaken.
2. Zij is het boek aan het lezen.
3. Jullie zijn de film aan het kijken.
4. Zij zijn muziek aan het luisteren.
5. Ik ben eten aan het maken.
Recept D
6. Ben jij het boeken aan het lezen?
7. Is hij het spel aan het spelen?
8. Zijn jullie eten aan het maken?
9. Is zij bloemen aan het planten ?
10. Ben…Read More -
Recept C:
1. Ik ben bezig met mijn kantoor opruimen.
2. Jij bent bezig met de borden afwassen.
3. Hij is bezig met zijn overhemd strijken.
4. Jullie zijn de boodschapen aan het doen.
5. Wij zijn in Eindhoven aan het winkelen.
Recept D:
6. Ben jij bezig met jouw kantoor opruimen?
7. Ben jij bezig met de borden afwassen?
8. Is hij bezig met zijn…Read More -
C:
1. Hij is zandkasteel aan het bouwen.
2. Ik ben bezig met bloemen planten.
3. Jullie zijn in de sporthal aan het trainen.
4. Zij is bezig met wiskunde huiswerk.
5. Wij zijn taart aan het bakken.
D:
1. Ben jij bezig met jouw auto?
2. Zijn jullie de trein aan het halen?
3. Ben ik met jou aan het dansen?
4. Bent u boodschappen aan het doen?
5. Is…Read More -
Recept C:
1. Ik ben Nederlands aan het leren.
2. Hij is auto aan het rijden.
3. Zij is bezig met in het bos lopen.
4. Jullie zijn bezig met een boek schrijven.
5. Ze zijn een foto aan het maken.Recept D:
1. Ben jij een foto aan het maken?
2. Is hij naar school aan het lopen?
3. Is zij bezig met een dagboek schrijven?
4. Zijn jullie met een…Read More -
RECEPT C:
1. Ik ben over de voorwaarden aan het onderhandelen.
2. Ik ben de onderhandelingen aan het leiden.
3. Hij is nieuwe werknemers aan het aannemen.
4. Zij is het contract aan het aanbieden.
5. Zij is het bed aan het bedekken.
6. We zijn met de beer aan het vechten.
7. We zin aan het concept aan het werken.
8. Jullie zijn benzine aan het…Read More -
Recept C
1. Jullie zijn de opdracht aan het bespreken.
2. Zij is Nederlands aan het verbeteren.
3. Wij zijn een plan aan het beslissen.
4. Wij zijn bezig met de laptop repareren.
5. Zij is bezig met een lied oefenen.
Recept D
6. Ben jij de presentatie aan het voorbereiden?
7. Is zij haar idee aan het uitleggen?
8. Is zij een nieuw huis aan het…Read More -
Recept C
1- Ik ben koffie aan het drinken.
2- Jij bent een tafel aan het kopen.
3- Zij is de film aan het kijken.
4- Zij zijn bezig met pasta koken.
5- Hij is bezig met zijn fiets repareren.
Recept D
1- Is hij bezig met brood eten.
2- Zijn jullie bezig met wiskunde studeren.
3- Is zij bezig met de deur openen.
4- Zijn zij over de vakantie aan het…Read More -
1. Jij bent jouw boodschap aan het doorgeven.
2. Hij is bezig met plannen maken.
3. Ik ben de afwas aan het doen.
4. Zij is advies aan het geven.
5. Hij is geld aan het opnemen.
6. Is hij uit de verschillende projecten aan het kiezen?
7. Zijn ze bezig met voor haar kind zorgen?
8. Zij is haar kamers aan studenten aan het verhuren.
9. Ben je de…Read More -
1. Ik ben het raam aan het openen.
2. Hij is de vloer aan het vegen.
3. Zij is de bloemen aan het knippen.
4. Jij bent een taart aan het bakken.
5. Wij zijn de muren aan het schilderen.
6. Ben jij bezig met de auto wassen?
7. Is hij bezig met het pakket halen?
8. Zijn jullie bezig met de kleren kiezen?
9. Zijn zij bezig met de ruimte…Read More -
Recept C:
1. Jij bent Nederlands aan het leren.
2. De kinderen zijn in onze buurt aan het spelen.
3. Hij is een glas wijn aan het drinken.
4. Zij is de paraplu aan het zoeken.
5. Wij zijn aan onze projecten aan het werken.
6. Jullie zijn naar de voetbalwedstrijd aan het kijken.
7. Ik ben bezig met mijn ouders bellen.
8. Wij zijn bezig met…Read More -
Recept C:
1. Ik ben een taart aan het bakken.
2. Hij is groenten aan het snijden.
3. Jullie zijn bezig met een evenement organiseren.
4. Wij leren Spaans te spreken.
5. Ze zitten een film te kijken.Recept D:
1. Zijn wij bezig met een reis plannen?
2. Staat hij met zijn collega te praten?
3. Ben ik mijn kamer aan het schoonmaken?
4. Is hij soep…Read More -
Recept C
1. Hij is Nederlands aan het oefenen.
2. Zij is de appels aan het snijden.
3. De studenten zijn een brief aan het schrijven.
4. Ik ben mijn auto aan het rijden.
5. Ik ben de les aan het beginnen.
Recept D
1. Ben jij aan het werken?
2. Zijn jullie bezig met een film kijken?
3. Ben jij bezig met dansen?
4. Is hij aan het afwassen?
5. Zijn…Read More -
C
1. Ik ben het boek aan het lezen.
2. Jij bent de keuken aan het opruimen.
3. Hij is met zijn collega’s aan het overleggen.
4. Wij zijn de kamer aan het schilderen.
5. Jullie zijn de hond aan het uitlaten.
D
1. Ben jij bezig met het diner klaarmaken?
2. Zijn jullie bezig met de auto wassen?
3. Ben jij bezig met de tafel dekken?
4. Zijn jullie b…Read More -
Recept C
1.Ik ben bezig met mijn kamer schoonmaken.
2.Jij bent bezig met de tafel dekken.
3.Hij is bezig met zijn schoenen poetsen.
4.Jullie zijn de auto aan het wassen.
5.Wij zijn in Rotterdam aan het fietsen.
Recept D
1.Ben jij bezig met jouw kamer schoonmaken?
2.Ben jij bezig met de tafel dekken?
3.Is hij bezig met zijn schoenen…Read More -
C
1. Ik ben de woonkamer aan het stofzuigen.
2. Je bent de groenten aan het snijden.
3. Hij is een soepje aan het koken.
4. Zij is met een bal aan het spelen.
5. Jullie zijn een plant aan het planten.D
1. Ik ben bezig met een huis bouwen.
2. Je bent bezig met een brief schrijven.
3. Hij is bezig met een schilderij schilderen.
4. Zij is bezig…Read More-
corrected:
C
1. Ik ben de woonkamer aan het stofzuigen.
2. Je bent de groenten aan het snijden.
3. Hij is een soepje aan het koken.
4. Zij is met een bal aan het spelen.
5. Jullie zijn een plant aan het planten.D
1. Ben je bezig met een huis bouwen?
2. Ben je bezig met een brief schrijven?
3. Is hij bezig met een schilderij schilderen?
4. Is…Read More
-
RECEPT C
1. Zij is de auto aan het repareren.
2. Wij zijn de borden aan het afwassen.
3. Mijn vader is de krant aan het lezen.
4. Ik ben bezig met Nederlands leren.
5. Mijn vriendin is bezig met een brief schrijven.
RECEPT D
1. Ben jij het huiswerk aan het doen?
2. Is hij het boek aan het lezen?
3. Zijn jullie bezig met een vergadering…Read More -
RECEPT C
1. Ik ben woordje aan het leren.
2. Hij is de grammatica aan het oefenen.
3. Wij zijn bezig met de avondeten koken.
4. Ik ben bezig met een email schrijven.
5. Jij bent bezig met zijn huiswerk maken.RECEPT D
1. Ben jij bezig met de keuken schoonmaken?
2. Is hij bezig met de auto wassen.
3. Zijn wij een tekst aan het lezen?
4. Is zij…Read More -
C
1. Ik ben belangrijke dingen aan het doen.
2. Ik ben de kebab aan het eten.
3. Hij is bezig met een boek lezen.
4. Ze is bezig met huiswerk afmaken.
5. Ik ben borden aan het afwassen.
D
1. Ben jij de tuin aan het opruimen?
2. Bent u e-mails aan het sturen?
3. Is hij bezig met werk zoeken?
4. Zijn jullie bezig met de bruiloft plannen?
5. Zijn wij…Read More -
Recept C:
1. Hij is een taak aan het voltooien.
2. Wij zijn bezig met het ontbijt maken.
3. Ik ben dit boek aan het lezen.
4. Mijn dochter is met het speelgoed aan het spelen.
5. Zij zijn het huis aan het schilderen.Recept D:
1. Ben je een appartement aan het kopen?
2. Zijn jullie de taal aan het leren?
3. Is hij de nieuwe auto aan het…Read More -
Recept C
1. Ik ben muggen aan het vangen.
2. Je bent de vaatwasser aan het uitruimen.
3. Hij is met mijn kinderen sprookjes aan het lezen.
4. U bent bezig met uw luie stoel vernieuwen.
5. Wij zijn bezig met grenzen aangeven.
Recept D
6. Is zij met haar ouders aan het bellen?
7. Zijn ze koffie aan het zetten?
8. Zijn jullie de tafel aan het…Read More -
_C_
1. Wij zijn vragen aan het stellen.
2. Ik ben de kamer aan het opruimen.
3. Zij is bezig met het cadeau uitpakken
4. Hij is bezig met de kinderen spelen.
5. Jullie zijn televisie aan het kijken.
_D_
6. Ben je aan het koken?
7. Is hij aan het werken?
8. Zijn jullie aan het studeren?
9. Wat ben je aan het doen?
10. Zijn jullie bezig met…Read More -
C:
1. Wij zijn nieuwe planten aan het planten.
2. De spelers zijn hard aan het trainen.
3. Zij zijn bezig met een nieuwe snelweg te bouwen.
4. Hij is bezig met het probleem op te lossen.
5. Wij zijn bezig met een andere oplossing te vinden.D:
1. Ben je de bomen aan het snoeien?
2. Met wie ben je aan het lachen?
3. Is hij voor de toekomst…Read More -
C:
1. Ik ben nieuwe kleding aan het kopen
2.Jij bent naar kantoor aan het gaan
3.We zijn ons huis aan het schoonmaken
4.Ik ben bezig met naar mijn vrijwilligerswerk gaan
5.We zijn bezig met ons pakket afhalen
4.HIj is een cadeau aan het kiezen
5.We zijn een kamer aan het boeken
D:
6.Ben je bezig met voor een vergadering voorbereiden?
7.Zijn we…Read More -
C
Jij bent de tafel aan het dekken.
Hij is zijn lunch aan het eten.
Zij is haar tas aan het pakken.
We zijn nieuwe meubels aan het kopen.
Jullie zijn een restaurant aan het zoeken.
D
Ben ik een boek aan het lezen?
Ben jij een e-mail aan het schrijven?
Is hij zijn fiets aan het repareren?
Is zij koffie aan het maken?
Zijn we onze vakantie aan het plannen? -
C
Ik ben een boek aan het lezen.
Jij bent een e-mail aan het schrijven.
Hij is zijn fiets aan het repareren.
Zij is koffie aan het maken.
We zijn onze vakantie aan het plannen.
D
Zijn jullie de fiets aan het repareren?
Ben jij de opdracht aan het maken?
Zijn jullie Nederlands aan het oefenen?
Is zij een brief aan het schrijven?
Is hij de auto aan…Read More -
C.
1. Ik ben een e-mail aan het schrijven.
2. Ik ben thee aan het drinken.
3. Zij is brood aan het eten.
4. Hij is zijn kamer aan het opruimen.
5. Zij zijn hun huiswerk aan het maken.D.
1. Zijn zij hun huiswerk aan het maken?
2. Ben jij een boek aan het lezen?
3. Ben je spaghetti carbonara aan het maken?
4. Ben je de jas aan het kopen?
5. Zijn…Read More -
Recept C
1. Ik ben bezig met Nederlands leren.
2. Hij is bezig met trainen in de sportschool.
3. Zij is bezig met wielrennen op de weg.
4. Wij zijn bezig met de kip koken.
5. Zij is bezig met het boek lezen.
Recept D
1. Ben je Nederlands aan het leren?
2. Is hij in de sportschool aan het trainen?
3. Ben jij op de weg aan het…Read More -
C
1. Ik ben bezig met mijn zus bellen.
2. Ik ben bezig met afspraak maken.
3. Ze is bezig met een tafel reserveren.
4. Jullie zijn bezig met naar Eindhoven verhuizen.
5. Wij zijn bezig met naar het station wandelen.D
1. Is zij met haar vriend aan het dansen?
2. Is hij in Amsterdam aan het feesten?
3. Zijn jullie over buren aan het praten?
4. Ben…Read More -
Recept C:
1. Ik ben mijn vrouw aan het lastigvallen.
2. Zij is thee voor mij aan het gieten.
3. Bugra is de auto van Maurice aan het kapotmaken.
4. Zij is naar ons aan het wenken.
5. Ze zijn geheim aan het uitgaan.Recept D:
1. Zijn de kinderen bezig met hun kamer opruimen.
2. Is hij bezig met het verkeer goed letten op.
3. Is zij bezig met wat…Read More -
Recept C
1- Hij is haar haar aan het knippen.
2- Ik ben bezig met mijn fietsen repareren.
3- Ze is bezig met soep koken.
4- Jullie zijn thuis aan het terugkomen.
5- Hij is bezig met paardrijden.Recept D
1- Ben jij een krant aan het lezen?
2- Zijn jullie bezig met een film kijken?
3- Is hij bezig met huiswerk maken?
4- Is ze wiskunde aan het…Read More -
1. Ik ben bezig met mijn e-mails beantwoorden.
2. Zij is bezig met een nieuw recept proberen.
3. Wij zijn bezig met de woonkamer schilderen.
4. Hij is bezig met een vakantie plannen.
5. Jullie zijn bezig met een nieuwe bank kiezen.
6. Is zij in de keuken aan het koken?
7. Zijn jullie op de trein aan het wachten?
8. Is hij zijn fiets…Read More -
1. Ik ben een film aan het kijken.
2. Jij bent een maaltijd aan het koken.
3. Hij is zijn kamer aan het schoonmaken.
4. Zij is huiswerk aan het maken.
5. Wij zijn dat onderwerp aan het leren.
6. Ben jij de film aan het kijken?
7. Ben jij de maaltijd aan het koken?
8. Is hij zijn kamer aan het schoonmaken?
9. Is zij haar huiswerk aan het maken?
10.…Read More -
Recept C
1. Hij is bezig met een boek lezen.
2. Ik ben de Nederlandse taal aan het leren.
3. Wij zijn het koekjes aan het eten.
4. Zij is bezig met een film kijken.
5. Jullie zijn met de kinderen aan het spelen.Recept D
1. Ben jij de Engelse taal aan het leren?
2. Is zij bezig met een muur schilderen?
3. Zijn we met de bordspel aan het…Read More-
#3 de koekjes
-
-
Recept C:
1. Ik ben autorijden aan het leren.
2. Jullie zijn met zijn huisdieren aan het lopen.
3. Ze is bezig met haar project maken.
4. Hij is bezig met zijn buuren feesten.
5. Zij is schoenen aan het aantrekken.Recept D:
1. Ben jij jouw e-mail aan het beantwoorden?
2. Is hij het ziekenhuis aan het bellen?
3. Zijn zij over hun vakantie aan het…Read More -
1. Ik ben aan het leren zwemmen.
2. Jullie zijn met jullie vrienden aan het fietsen.
3. Zij is het raam aan het openen.
4. Wij zijn een verrassing voor onze moeder aan het voorbereiden.
5. Zij zijn een boomhut aan het.
6. Ben jij de deur aan het sluiten?
7. Is zij een ansichtkaart aan het versturen?
8. Zijn zij een nieuwe computer aan het…Read More -
Ik ben op mijn broer aan het wachten
Ik ben een serie aan het kijken
Jij bent op het kantoor aan het werken
Jij bent huiswerk aan het maken
Hij is water aan het drinken
Jullie zijn radio aan het luisteren
Ik ben bezig met de vakantie plannen
Hij is bezig met de kinderenverhaal vertalen
Zijn zij bezig met het huis schoonmaken?-
Recept: C
1. Ik ben een boek aan het lezen.
2. Jij bent de auto aan het wassen.
3. Hij is koffie aan het maken.
4. Zij is haar huiswerk aan het maken.
5. Wij zijn het eten aan het koken.Recept: D
1. Ik ben bezig met eten koken.
2. Jij bent bezig met de auto wassen.
3. Hij is bezig met koffie maken.
4. Zij is bezig met haar huiswerk maken.
5.…Read More
- Load More Posts

C
1. Zij is een koelkast aan het schoonmaken.
2. Hij is huiswerk aan het maken.
3. Hij is een brief aan het schrijven.
4. Zij is een glas wijn aan het drinken.
5. Hij is een miniatuur aan het schilderen.
D
1. Jullie zijn bezig met filmkijken.
2. Zij is bezig met een huis kopen.
3. Hij is bezig met games spelen.
4. Zij is bezig met bomen…Read More