-
Make 4-7 questions from Nu BEZIG! game

Please record your questions https://rebrand.ly/record-voice and post your link below.154 Comments-
1. Ben jij bezig met brief schrijven?
A: Nee, ik ben niet bezig met brief schrijven.
2. Ben jij bezig met pasta eten?
A: Nee, ik ben niet bezig met pasta eten.
3. Ben jij een soep aan het maken? (we cannot add een since soep is uncountable)
A: Nee, ik ben niet soep aan het maken.
4. Ben jij Nederlands aan het leren?
A: Nee, ik ben niet Nederlands…Read More -
-
1. Wil jij de tafel aan het schoonmaken?
– Nee, ik wil de tafel niet aan het schoonmaken.
– Ja, ik wil de tafel altijd aan het schoonmaken.
2. Ben jij thuis aan het koken?
– Nee, ik ben thuis niet aan het koken.
– Ja, ik ben thuis ook aan het koken.
3. Zijn jullie de auto aan het repareren?
– Nee, wij zijn de auto niet aan het repareren.
– Ja,…Read More
-
-
1. Ben jij jouw hand aan het opkeren?
– Nee, ik ben mijn hand niet aan het opkeren.
– Ja, ik ben mijn hand ook aan het opkeren.
2. Ben jij bezig met mijn fiets repareren?
– Nee, ik ben niet bezig met jouw fiets repareren.
– Ja, ik ben soms bezig met jouw fiets repareren.
3. Ben jij deze aardappels aan het koken?
– Nee, ik ben deze ardappels niet…Read More -
-
1. Ik ben niet bezig met Nederlands spreken
1. Ik ben altijd bezig met Nederlands spreken.2. Zij zijn geen film aan het kijken.
2. Zij zijn misschien een film aan het kijken.3. Hij is niet thuis aan het werken.
3. Hij is nooit thuis aan het werken.4. Wij zijn niet bezig met de woonkamer stofzuigen.
4. Wij zijn zeker bezit met de woonkamer…Read More -
1. Ik ben niet bezig met Nederlands spreken. / Ik ben ook bezig met Nederlands spreken.
2. Zij zijn geen film aan het kijken. / Zij zijn zeker een film aan het kijken.
3. Hij is niet thuis aan het werken. / Hij is misschien thuis aan het werken.
4. Wij zijn net bezig met de woonkamer stofzuigen. / Wij zijn altijd bezig met the woonkamer stofzuigen.
-
-
-
1. Nee, Ik ben niet bezig met soep maken. / Ik ben misschien bezig met soep maken.
2. Nee, wij zijn de auto niet aan het rijden. / Wij zijn de auto zeker aan het rijden.
3. Nee, hij is niet bezig met koken. / Hij is ook bezig met koken.
4. Nee, hij is het ziekenhuis niet aan het bellen. / Hij is het ziekenhuis zeker aan het bellen.
-
-
-
1. Ben jij pasta aan het maken?
2. Zijn de kinderen nieuwe dingen aan het leren?
3. Is zij met her vriend aan het bellen?-
1. Ja, ik ben pasta zeker aan het maken/ Nee, ik ben pasta niet aan het maken.
2. Ja, de kinderen zijn nieuwe dingen zeker aan het leren / Nee, de kinderen zijn nieuwe dingen niet aan het leren.
3. Ja, zij is zeker met her vriend aan het bellen/ Nee, zij is niet met her vriend aan het bellen.
-
-
-
-
1. Ben jij een film aan het kijken?
2. Ben jij bezig met koffie drinken?
3. Ben jij Nederlands aan het spreken?
4. Ben jij bezig met verhaal vertellen? -
1.Ja, ik ben bezig met vaak een film kijken.
2.Nee, ik ben niet bezig met koffie drinken.
3. Ja, ık ben Nederlands aan het spreken
-
-
Ja, ik ben altijd bezig met mijn huiswerk doen.
Nee, ik ben niet bezig met mijn huiswerk doen.
Is zij bezig met haar fiets repareren?
Ja, zij is soms bezig met haar fiets repareren.
Nee, zij is niet bezig met haar fiets repareren.
Ben jij de keuken aan het schoonmaken?
Ja, ik ben de keuken ook aan het schoonmaken.
Nee, ik ben de keuken niet…Read More
-
Ben jij bezig met een verhaal vertellen?
Ja, ik ben zeker bezig met een verhaal vertellen.
Nee, ik ben niet bezig met een verhaal vertellen.
Ben jij het brood aan het eten?
Ja, ik ben het brood soms aan het eten.
Nee, ik ben het brood niet aan het eten.
Ben jij je fiets aan het repareren?
Ja, ik ben mijn fiets ook aan het repareren.
Nee, ik ben…Read More -
1.
Ja, ik ben zeker bezig met een verhaal vertellen.
Nee, ik ben niet bezig met een verhaal vertellen.
2.
Ja, ik ben het brood soms aan het eten.
Nee, ik ben het brood niet aan het eten.
3.
Ja, ik ben mijn fiets ook aan het repareren.
Nee, ik ben mijn fiets niet aan het repareren.
4.
Ja, ik zit de e-mail ook te typen.
Nee, ik zit de e-mail niet te typen. -
-
1.
– Nee, ik ben niet op bus drie aan het wachten.
– Ik ben ook op bus drie aan het wachten.
2.
– Nee, ik ben niet bezig met een klacht opschrijven.
– Ik ben zeker bezig met een klacht opschrijven.
3.
– Nee, ik zit geen nieuwe wasmachine te kopen.
– Ik zit vaak een nieuwe wasmachine te kopen. -
1. Nee, ik ben niet op bus 3 aan het wachten. / Ja, ik ben zeker op bus 3 aan het wachten.
2. Nee, ik ben niet bezig met hun klachten opschrijven. / Ja, ik ben ook bezig met hun klachten opschrijven.
3. Nee, ik zit geen nieuwe wasmachine te kopen. / Ja, ik zit misschien een nieuwe wasmachine te kopen.
-
-
-
1. Nee, ik ben niet aan het praten met Philippe. Ja, ik ben zeker aan het praten met Philippe.
2. Nee, ik ben niet bezig met autorijden. Nee, ik ben nooit bezig met autorijden.
3. Nee, ik ben niet bezig met huiswerk maken. Ja, ik ben vaak bezig met huiswerk maken.
4. Nee, ik ben niet bezig met de krant lezen. Ja, ik ben meestal bezig met de krant lezen. -
-
– Nee, ik ben niet met Philippe aan het praten.
– Ja, ik ben zeker met Philippe aan het praten.
– Nee, ik ben niet bezig met autorijden.
– Ja, ik ben ook bezig met autorijden.
– Nee, ik ben niet bezig met het huiswerk maken.
– Ja, ik ben zeker bezig met het huiswerk maken.
– Nee, ik ben niet bezig met de krant lezen.
– Ja, ik ben zeker bezig met…Read More -
1.
– Nee, ik ben niet met Philippe aan het praten.
– Ik ben ook met Philippe aan het praten.
2.
– Nee, ik ben niet bezig met autorijden.
– Ik ben altijd bezig met autorijden.
3.
– Nee, ik ben niet bezig met het huiswerk maken.
– Ik ben zeker bezig met het huiswerk maken.
4.
– Nee, ik ben niet bezig met de krant lezen.
– Ik ben vaak bezig met…Read More -
1. Nee, ik ben niet met Philippe aan het praten./ Ja, ik ben zeker met Philippe aan het praten.
2. Nee, ik ben niet bezig met autorijden. / Ja, ik ben ook bezig met autorijden.
3. Nee, ik ben niet bezig met het huiswerk maken./ Ja, ik ben misschien bezig met het huiswerk maken.
4. Nee, ik ben niet bezig met de krant lezen./ Ja, ik ben altijd bezig…Read More
-
-
-
– Ja, ik ben zeker bezig meet een film kijken.
– Nee, ik ben bezig met geen film kijken.– Ja, hij is ook bezig met werken.
– Nee, hij is niet bezig met werken.– Ja, wij zitten zeker thuis videogames te spelen.
– Nee, wij zitten niet thuis videogames te spelen.– Ja, zij zijn zeker aan het hardlopen.
– Nee, zij zijn niet aan het hardlopen.
-
-
-
1. Nee, ik ben niet bezig met een e-mail typen. Ja, ik ben zeker bezig met een e-mail typen.
2. Nee, ik ben mijn keuken niet aan het schoonmaken. Ja, ik ben mijn keuken misschien aan het schoonmaken.
3. Nee, ik zit niet thuis eieren te koken. Ja, ik zit ook thuis eieren te koken.
4. Nee, ik ben niet bezig met thee zetten. Ja, ik ben vaak bezig met…Read More
-
-
-
1. Nee, ik ben je koffie niet aan het drinken. / Ja, ik ben je koffie ook aan het drinken.
2. Nee, ik ben niet bezig met mijn huiswerk. Ja, ik ben altijd bezig met mijn huiswerk.
3. Nee, ik zit niet naar de TV te kijken. / Ja, ik zit ook naar de TV te kijken.
4. Nee, ik ben Nederlands niet aan het leren. / Ja, ik ben Nederlands ook aan het leren. -
1. Ja, ik ben jouw koffie misshien aan het drinken. / Nee, ik ben jouw koffie niet aan het drinken.
2. Ja, ik ben nog steeds bezig met mijn huiswerk. / Nee, ik ben niet bezig met mijn huiswerk.
3. Ja, ik zit soms naar tv te kijken. / Nee, ik zit nooit naar tv te kijken.
4. Ja, ik ben soms Nerderlands aan het leren. / Nee, ik ben niet/geen…Read More -
1. Nee, ik ben jouw koffie niet aan het drinken./ Ja, ik ben jouw koffie nog aan het drinken.
2. Nee, ik ben niet bezig met mijn huiswerk. / Ja, ik ben nog steeds bezig met jouw huiswerk.
3. Nee, ik zit niet naar tv te kijken./ Ja, ik zit natuurlijk naar tv te kijken.
4. Nee, ik ben geen Nederlands aan het leren./ Ja, ik ben zeker Nederlands aan…Read More -
1. Nee, ik ben jouw koffie niet aan het drinken. / Ja, ik ben jouw koffie misschien aan het drinken.
2. Nee, ik ben niet bezig met mijn huiswerk. / Ja, ik ben nog steeds bezig met jouw huiswerk.
3. Nee, ik zit niet naar tv te kijken. / Ja, ik zit zeker naar tv te kijken.
4. Nee, ik ben geen Nederlands aan het leren. / Ja, ik ben ookNederlands aan…Read More
-
-
-
1. Nee, ik ben niet bezig met nadenken. / Ja, ik ben ook bezig met nadenken.
2. Nee, ik ben niet naar (het) muziek aan het luisteren. / Ja, ik ben altijd naar (het) muziek aan het luisteren.
3. Nee, ik zit niet/geen Nederlands te leren. / Ja, ik zit vaak Nederlands te leren.
4. Nee, zij is haar vriend niet aan het bellen. / Ja, zij is haar vriend…Read More
-
-
-
1. Nee, ik ben het paard niet aan het rijden. / Ik ben het paard zeker aan het rijden.
2. Nee, ik ben niet bezig met koken, / Ik ben altijd bezig met koken.
3. Nee, wij zijn de krant niet aan het lezen. / Wij zijn de krant ook aan het lezen.
4. Nee, ze is zijn brood niet aan het koken. / Ze is zijn brood zeker aan het koken.
-
-
-
1. Nee, wij zitten niet de krant te lezen./ Ja, wij zitten graag de krant te lezen.
2. Nee, hij zit niet het brood te eten./ Ja, hij zit nog het brood te eten.
3. Nee, ik ben niet aan het autorijden./ Ja, ik ben absoluut aan het autorijden.
4. Nee, wij zijn geen Nederlands aan het leren./ Ja, wij zijn veel Nederlands aan het leren. -
1. Nee, wij zitten de krant niet te lezen.
Ja, wij zitten de krant ook te lezen.
2. Nee, hij zit het brood niet te eten.
Ja, hij zit het brood graag te eten.
3. Nee, ik ben niet aan het autorijden.
Ja, ik ben zeker aan het autorijden.
4. Nee, wij zijn Nederlands niet aan het leren.
Ja, wij zijn Nederlands nog aan het leren.
-
-
-
1. Nee, ik ben niet bezig met koffiedrinken. / Ja, ik ben zeker bezig met koffiedrinken.
2. Nee, ik sta niet onze soep te maken. / Ja, ik sta altijd onze soep te maken.
3. Nee, ik ben jouw krant niet aan het lezen. / Ja, ik ben jouw krant ook aan het lezen.
4. Nee, ik ben niet naar ziekenhuis aan het bellen. / Ja, ik ben ook naar ziekenhuis aan het bellen. -
Nee, ik ben niet bezig met koffiedrinken. / Ja, ik ben natuurlijk bezig met koffiedrinken.
Nee, ik sta onze soep niet te maken. / Ja, ik sta ook onze soep te maken.
Nee, ik ben jouw krant niet aan het lezen. / Ja, ik ben misschien jouw krant aan het lezen.
Nee, ik ben niet naar het ziekenhuis aan het bellen. / Ja, ik ben nog steeds naar het…Read More -
1. Nee, ik ben niet bezig met koffiedrinken.
Ja, ik ben meestal bezig met koffiedrinken.
2. Nee, ik sta niet onze soep te maken.
Ja, ik sta graag onze soep te maken.
3. Nee, ik ben jouw krant niet aan het lezen.
Ja, ik ben jouw krant zeker aan het lezen.
4. Nee, ik ben niet naar ziekenhuis aan het bellen.
Ja, ik ben natuurlijk naar ziekenhuis…Read More
-
-
-
1. Nee, ik ben niet een baan aan het zoeken. Ja, ik ben zeker een baan aan het zoeken.
2. Nee, zij is niet bezig met een ? kiezen. Ja, zij is soms bezig met een ? kiezen.
3. Nee, jullie zijn die woonkamer niet aan het stofzuigen. Ja, jullie zijn die woonkamer misschien aan het stofzuigen.
4. Nee, ik zit niet een brief te schrijven. Ja, ik zit…Read More -
1. Nee, ik ben niet een baan aan het zoeken.
Ja, ik ben altijd een baan aan het zoeken.
2. Nee, zij is niet bezig met een eirk kiezen.
Zij is zeker bezig met een eirk kiezen.
3. Nee, jullie zijn die woonkamer niet aan het stofzuigen.
Ja, jullie zijn die woonkamer soms aan het stofzuigen.
4. Nee, ik zit niet een brief te schrijven.
Ja, ik zit…Read More
-
-
-
1. Nee, ik ben niet bezig met huiswerk doen.
Ja, ik ben soms bezig met huiswerk doen.
2. Nee, hij is een wasmachine niet aan het kopen.
Ja, hij is zeker een wasmachine aan het kopen.
3. Nee, ik ben niet mijn woonkamer aan het stofzuigen.
Ja, ik ben altijd mijn woonkamer aan het stofzuigen.
4. Nee, wij staan geen geld uit te geven.
Ja, wij staan…Read More -
1. Nee, ik ben niet bezig met huiswerk doen.
Ja, ik ben vaak bezig met huiswerk doen.
2. Nee, hij is een wasmachine niet aan het kopen.
Ja, hij is soms een wasmachine aan het kopen.
3. Nee, ik ben niet mijn woonkamer aan het stofzuigen.
Ja, ik ben altijd mijn woonkamer aan het stofzuigen.
4. Nee, wij staan geen geld uit te geven.
Ja, wij staan…Read More -
1. Nee, ik ben niet bezig met huiswerk doen. Ja, ik ben altijd bezig met huiswerk doen.
2. Nee, hij is een wasmachine niet aan het kopen. Ja, hij is soms een wasmachine aan het kopen.
3. Nee, ik ben niet mijn woonkamer aan het stofzuigen. Ja, ik ben ook mijn woonkamer aan het stofzuigen.
4. Nee, wij staan geen geld uit te geven. Ja, wij staan…Read More
-
-
-
1. Nee, jij bent niet bezig met koffie drinken.
Ja, jij bent soms bezig met koffie drinken.
2. Nee, wij zijn niet bezig voor het examen leren.
Ja, wij zijn zeker bezig voor het examen leren.
3. Nee, hij is niet de tafel aan het werken.
Ja, hij is zeker de tafel aan het werken.
4. Nee, wij zij niet een jas aan het winkelen.
Ja, wij zijn zeker een…Read More -
1. Nee, jij bent niet bezig met koffie drinken. Ja, jij bent al bezig met koffie drinken.
2. Nee, wij zijn niet bezig voor het examen leren. Ja, wij zijn ook bezig voor het examen leren.
3. Nee, hij is niet de tafel aan het werken. Ja, hij is soms de tafel aan het werken.
4. Nee, wij zij niet een jas aan het winkelen. Ja, wij zijn al een jas aan…Read More
-
-
-
1. Nee, ik ben niet Nederlands aan het spreken. Ik ben soms Nederlands aan het spreken.
2. Nee, Pieter is niet over het vakantie aan het nadenken. Pieter is vaak over het vakantie aan het nadenken.
3. Nee, wij zijn niet met onze auto aan het rijden. Ja, wij zijn zeker met onze auto aan het rijden.
4. Nee, Anna is niet over haar buren aan het…Read More
-
-
-
1. Nee, wij zijn niet in het park te wandelen. Ja, wij zijn soms in het park te wandelen.
2. Nee, ik ben niet bezig met een krant lezen. Ja, ik ben zeker bezig met een krant lezen.
3. Nee, ik sta niet met de deur te openen. Ja, ik sta altijd met de deur te openen. -
1. Ja, wij zijn altijd in het park te wandelen. Nee, wij zijn niet in het park te wandelen.
2. Ja, ik ben soms bezig met een krant te lezen. Nee, ik ben niet bezig met een krant te lezen.
3. Ja, ik sta soms met de deur te openen. Nee, ik sta niet met de deur te openen.
-
-
-
1. Ja, ik zit zeker koffie te drinken. Nee, ik zit geen koffie te drinken.
2. Ja, ik ben zeker de tafel aan het kopen. Nee, ik ben de tafel niet aan het kopen.
3. Ja, wij zijn zeker de film aan het kijken. Nee, wij zijn de film niet aan het kijken.
4. Ja, zij is altijd om haar vakantie aan het wandelen. Nee, zij is niet om haar vakantie aan het wandelen. -
1.Nee, ik zit geen koffie te drinken
Ja ik zit zeker koffie te drinken2.Nee ik ben de tafel niet aan het kopen
Ja ik ben de tafel zeker aan het kopen3. Nee wij zijn de film niet aan het kijken
Ja wij zijn de film zeker aan het kijken4. Nee hij is over vakantie niet aan het wandelen
Ja hij is over vakantie zeker aan het wandelen
-
-
-
-
1. Nee, ik ben Nederlands niet aan het spreken. Ja, ik ben Nederlands aan het spreken.
2. Nee, hij is geen film aan het kijken. Ja, hij is een film aan het kijken.
3. Nee, zij is geen verhaal aan het vertellen. Ja, zij is verhaal aan het vertellen. -
1. Ja, ik ben Nederlands aan het spreken.
Nee, ik ben Nederlands niet aan het spreken.
2. Ja, hij is een film aan het kijken.
Nee, hij is geen film aan het kijken.
3. Ja, zij is een verhaal aan het vertellen.
Nee, zij is geen verhaal aan het vertellen.
4. Ik begrijp vraag 4 niet. -
1. Ben jij Nederlands aan het spreken? Nee, ik ben geen Nederlands aan het spreken. Ik ben langzaam Nederlands aan het spreken.
2. Is hij een film aan het kijken? Hij is geen film aan het kijken. Hij is gewoon een film aan het kijken.
3. Is zij een verhaal aan het vertellen? Zij is geen verhaal aan het vertellen. Zij is rustig een verhaal aan het…Read More
-
-
-
1. Ja, ik ben deze tafel aan het kopen.
Nee, ik ben deze tafel niet aan het kopen.
2. Ja, hij is bezig met zijn huiswerk.
Nee, hij is niet bezig met zijn huiswerk.
3. Ja, wij zijn voor het culturexamen aan het studeren.
Nee, wij zijn niet voor het culturexamen aan het studeren.
4. Ja, ik ben bezig met de krant lezen.
Nee, ik…Read More -
1. Ben jij deze tafel aan het kopen? Nee, ik ben deze tafel niet aan het kopen. Ik ben deze tafel nu aan het kopen.
2. Is hij bezig met zijn huiswerk? Nee, hij is niet bezig met zijn huiswerk. Hij is nog steeds bezig met zijn huiswerk.
3. Zijn jullie voor het cultuurexamen aan het studeren? Nee, we zijn voor het cultuurexamen niet aan het…Read More
-
-
-
1. Ben je Nederlands aan het spreken?
Ja, ik ben Nederlands aan het spreken.
Nee, ik ben geen Nederlands aan het spreken.2. Zijn jullie de tafel aan het kopen?
Ja, jullie zijn de tafel aan het kopen.
Nee, jullie zijn niet de tafel aan het kopen.3. Ben je over vakantie aan het nadenken?
Ja, ik ben over vakantie aan het nadenken.
Nee, ik ben…Read More -
1. Ben je Nederlands aan het spreken? Ja, ik ben nu Nederlands aan het spreken. / Nee, ik ben niet Nederlands aan het spreken.
2. Zijn jullie de tafel aan het kopen? Ja, wij zijn vandaag de tafel aan het kopen. / Nee, wij zijn niet de tafel aan het kopen.
3. Ben je over vakantie aan het nadenken? Ja, ik ben meestal over vakantie aan het nadenken.…Read More
-
-
-
1. Ben je de woonkamer aan het stofzuigen?
Ja, ik ben de woonkamer aan het stofzuigen.
Nee, ik be niet de woonkamer aan het stofzuigen.2. Is zij thee aan het zetten?
Ja, zij is thee aan het zetten.
Nee, zij is geen thee aan het zetten.3. Is hij bezig met de auto rijden?
Ja, hij is bezig met de auto rijden.
Nee, hij is niet bezig met de auto…Read More -
1. Ben je de woonkamer aan het stofzuigen? Ja, ik ben nu de woonkamer aan het stofzuigen. / Nee, ik ben niet de woonkamer aan het stofzuigen.
2. Is zij thee aan het zetten? Ja, zij is thee aan het zetten, zeker. / Nee, zij is geen thee aan het zetten.
3. Is hij bezig met de auto rijden? Ja, hij is momenteel bezig met de auto rijden. / Nee, hij is…Read More
-
-
-
1. Is zij een e-mail aan het typen? Nee, zij is geen e-mail aan het typen. Zij is snel een e-mail aan het typen.
2. Is hij bezig met de woonkamer stofzuigen? Nee, hij is niet bezig met de woonkamer stofzuigen. Hij is op dit moment bezig met de woonkamer stofzuigen.
3. Is hij de keuken aan het schoonmaken? Nee, hij is de keuken niet aan het…Read More
-
-
-
1. a. Nee, ik ben niet in het park aan het ontspannen.
1. b. Ja, ik ben soms in het park aan het ontspannen.2. a. Nee, ik ben de krant niet aan het lezen.
2. b. Ja, ik ben de krant zeker aan het lezen.3. a. Nee, ik zit niet op de bank voor het examen te leren.
3. b. Ja, ik zit misschien op de bank voor het examen te leren.4.a. Nee, ik ben…Read More
-
1. Nee, ik ben in het park niet aan het ontspannen. / Ja, ik ben in het park zeker aan het ontspannen.
2. Nee, ik ben de krant niet aan het lezen. / Ja, ik ben de krant altijd aan het lezen.
3. Nee, ik ziet niet op de bank voor het examen te leren. / Ja, ik ben soms op de bank voor het examen te leren.
4. Nee, ik ben niet bezig met Nederlands…Read More
-
-
-
1. Nee, ik ben geen auto aan het rijden. / Ja, ik ben een auto soms aan het rijden.
2. Nee, ik ben geen thee aan het zetten. / Ja, ik ben thee altijd aan het zetten.
3. Nee, ik ben naar mensen niet aan het kijken. / Ja, ik ben naar mensen zeker aan het kijken.
4. Nee, ik ben deze krant niet aan het lezen. / Ja, ik ben deze krant vandaag aan het lezen. -
1- Ben jij een auto aan het rijden?
a- Nee, ik ben geen auto aan het rijden.
b- Ik ben soms een auto aan het rijden.
2- Ben jij thee aan het zetten?
a- Nee, ik ben thee niet aan het zetten.
b- Ik ben thee zelden aan het zetten.
3- Ben jij naar mensen aan het kijken?
a- Nee, ik ben niet naar mensen aan het kijken.
b- Ik ben bijna nooit naar mensen…Read More -
Nee, ik ben geen auto aan het rijden.
Ja, ik ben altijd een auto aan het rijden.Nee, ik ben geen thee aan het zetten.
Ja, ik ben meestal thee aan het zetten.Nee, ik ben niet naar mensen aan het kijken.
Ja, ik ben zeker naar mensen aan het kijken.Nee, ik ben deze krant niet aan het lezen.
Ja, ik ben deze krant altijd aan het lezen.
-
-
-
1- Ben jij over jouw buren aan het praten?
a- Nee, ik ben niet over mijn buren aan het praten.
b- Ik ben zeker over mijn buren aan het praten.
2- Ben jij jouw huiswerk aan het maken?
a- Nee, ik ben mijn huiswerk niet aan het maken.
b- Ik ben mijn huiswerk vaak aan het maken.
3- Ben jij een film aan het vertellen?
a- Nee, ik ben geen film aan het…Read More
-
-
1. a. Nee, ik ben niet over mijn buren aan het praten.
1. b Ja, ik ben soms over mijn buren aan het praten.2. a. Nee, ik ben niet mijn huiswerk aan het maken.
2. b. Ja, ik ben zeker mijn huiswerk aan het maken.3. a. Nee, ik ben geen film aan het vertellen.
3. b. Ja, ik ben misschien een film aan het vertellen.4.a. Nee, ik ben geen koffie…Read More
-
-
Nee, ik zit niet aan tafel je huiswerk te maken.
Ja, ik zit altijd aan tafel je huiswerk te maken.Nee, ik ben niet aan het paardrijden.
Ja, ik ben zeker aan het paardrijden.Nee, hij is niet bezig met een boek lezen.
Ja, hij is meestal bezig met een boek lezen.Nee, wij en onze vrienden staan niet in het park te spelen.
Ja, wij en onze…Read More -
1. Ja, ik zit aan tafel mijn huiswerk te maken.
Nee, ik zit niet aan tafel mijn huiswerk te maken.2. Ja, ik ben op het pad aan het rijden.
Nee, ik ben niet op het pad aan het rijden.3. Ja, hij is bezig met een boek lezen.
Nee, hij is niet bezig met een boek lezen.4. Ja, wij zitten met onze vrienden in het park te spelen.
Nee,…Read More
-
-
-
1.
Ja, ik ben mijn huiswerk aan het maken.
Nee, ik ben mijn huiswerk niet aan het maken.2.
Ja, ik ben mijn kamer aan het schoonmaken.
Nee, ik ben mijn kamer niet aan het schoonmaken.3.
Ja, ik ben naar muziek aan het luisteren.
Nee, ik ben niet naar muziek aan het luisteren.4.
Ja, ik ben naar het park aan het lopen.
Nee,…Read More
-
- Load More Posts

https://record.reverb.chat/s/93gq9dANrnbeKk2x0s3j