-
Make 3-7 questions from Vriendwoord game

Please record your questions https://rebrand.ly/record-voice and post your link below.173 Comments-
-
-
1. Breng jij mijn boek op vrijdag bij school?
– Nee, ik breng jouw boek niet op vrijdag bij school.
-Ja, ik breng jouw boek zeker op vrijdag bij school.
2. Ga jij in het weekend naar de bioscoop?
– Nee, ik ga niet in het weekend naar de bioscoop.
– Ja, ik ga altijd in het weekend naar de bioscoop.
3. Blijf jullie tijdens vakantie bij ons?
– Nee,…Read More
-
-
1. Breng jij jouw auto naar mij?
– Nee, ik breng mijn auto niet naar mij.
– Ja, ik breng mijn auto zeker naar mij.
2. Praat jij over Nederlands met jouw vriend?
– Nee, ik praat niet over Nederlands met jouw vriend.
– Ja, ik praat meestal over Nederlands met jouw vriend.
3. Wacht jij op die trein?
– Nee, ik wacht niet op die trein.
-Ja, ik wacht…Read More -
-
-
1. Spelt Philips naar het eten met jullie op dit grond?
2. Zoekt kind tegen dat huis naar haar ouders?
3. Denken mensen jullie over geld van jou? (not sure what the question is)-
1. Nee, Philips spelt niet naar het eten met ons op dit grond.
2. Nee, het kind zoekt niet tegen dat huis naar haar ouders.
3. Nee, Mensen denken niet over geld van jou. -
1. Philips spelt altijd naar het eten met jullie op dit grond.
2. Het kind zoekt zeker tegen dat huis naar haar ouders.
3. Mensen denken misschein over geld van jou.
-
-
-
Waar besteed jij jouw geld aan?
Ik besteed mijn geld aan eten.
Kan jij wat geld voor jouw familie bewaren?
Ja, ik kan zeker wat geld voor mijn familie bewaren.
Nee, ik kan niet wat geld voor mijn familie bewaren.
-
Kijk je naar de vogels?
Ja, ik kijk aan de vogels zeker.
Nee, ik kijk niet naar de vogels.
Oefenen jullie Nederlands met jullie collega’s?
Ja, wij oefenen Nederlands met onze collega’s altijd.
Nee, wij oefenen Nederlands met onze collega’s niet.
Praat zij met haar vriend over de film?
Ja, zij praat altijd met haar vriend over de film.
Nee,…Read More
-
-
1. Wil jij voor haar het boek bij bol.com bestellen?
1.1 Nee, Ik wil niet voor haar het boek bij bol.com bestellen.
1.2 Ja, Ik wil soms voor haar het boek bij bol.com bestellen.
2. Wil jij jouw kamer met hem delen?
2.1 Nee, Ik will mijn kamer niet met hem delen.
2.2 Ja, Ik wil zeker mijn kamer met hem delen.
3. Wil jij haar tas…Read More -
1. Wil jij voor haar het boek bij bol.com bestellen?
1.1 Ja, ik wil natuurlijk voor haar het boek bij bol.com bestellen.
1.2 Nee, ik wil niet voor haar het boek bij bol.com bestellen.
2. Wil jij jou kamer met hem delen?
2.1 Ik wil mijn kamer zeker met hem delen.
2.2 Ik wil mijn kamer niet met hem delen.
3. Wil jij haar tas bij de station…Read More
-
-
-
1. Nee, ik bestel mijn cadeautje niet bij bol.com
2. Nee, wij besteden onze tijd niet aan ons huiswerk
3. Nee, wij oefenen Nederlands niet met onze collega’s -
1. Ik bestel mijn cadeautje zeker bij bol.com.
2. Wij besteden onze tijd soms aan ons huiswerk.
3. Wij oefenen Nederlands altijd met onze collega’s.
-
-
1. Dans jij met mij?
1.1 Ik dans graag met jou
1.2 Ik dans niet met jou
2. Interesseren jullie in haar boek?
2.1 We interesseren veel in haar boek
2.2 We interesseren niet in haar boek
3. Luistert zij naar zijn muziek?
3.1 Zij luistert altijd naar zijn muziek
3.2 Zij luistert niet/nooit naar zijn muziek -
-
1. Nee, de werkgever betaalt niet aan ons. De werkgever betaalt misschien aan ons.
2. Nee, ik breng geen boodschappen bij mijn moeder. Ja, ik breng zeker boodschappen bij mijn moeder.
3. Nee, zij deelt haar geld niet met ons gezin. Ja, zij deelt haar geld soms met ons gezin. -
1. Nee, de werkgever betaalt niet aan ons. De werkgever betaalt zeker aan ons.
2. Nee, ik breng geen boodschappen bij mijn moeder. Ja, ik breng altijd boodschappen bij mijn moeder.
3. Nee, zij deelt haar geld niet met ons gezin. Ja, zij deelt haar geld ook met ons gezin.
-
-
-
1. Nee, ik bestel nooit mijn boodschappen bij Albert Heijn. Ja, ik bestel altijd mijn boodschappen bij Albert Heijn.
2. Ja, ik wil zeker na het werk naar een film kijken. Nee, ik wil niet na het werk naar een film kijken.
3. Nee, ik zal deze week niet met mijn hond wandelen. Ja, ik zal deze week zeker met mijn hond wandelen.
-
-
-
1. Nee, ik bewaar geen eieren in een koelkast. Ja, ik bewaar altijd eieren in een koelkast.
2. Nee, ik droom niet over vakantie. Ja, ik droom zeker over vakantie.
3. Nee, ik ga niet naar een universiteit. Ja, ik ga meestal naar een universiteit.
-
-
-
1.
– Nee, ik bestel mijn melk niet bij Albert Heijn.
– Ik bestel mijn melk altijd bij Albert Heijn.
2.
– Nee, ik blijf niet met mijn vrouw bij mijn ouders.
– Ik blijf ook met mijn vrouw bij mijn ouders.
3.
– Nee, ik denk niet over wereldproblemen.
– Ik denk zeker over wereldproblemen.-
1. Nee, ik bestel mijn melk niet bij Albert Heijn. / Ja, ik bestel mijn melk altijd bij Albert Heijn.
2. Nee, ik blijf niet met mijn vrouw bij mijn ouders. / Ja, ik blijf altijd met mijn vrouw bij mijn ouders.
3. Nee, ik denk niet over wereldproblemen. / Ja, ik denk soms over wereldproblemen.
-
-
1. Bestel jij jouw melk bij Albert Heijn?
– Nee, ik bestel mijn melk niet bij Albert Heijn.
– Ik bestel mijn melk af en toe bij Albert Heijn.2. Blijf jij met jouw vrouw bij jouw ouders?
– Nee, ik blijf niet met mijn vrouw bij mijn ouders.
– Ik blijf soms met mijn vrouw bij mijn ouders.3. Denk jij over wereldproblemen?
– Nee, ik denk niet over…Read More
-
-
-
1. Brengen jullie geld bij mij?
-> Nee, we brengen geld niet bij jou.
-> Ja, we brengen geld zeker bij jou.2. Delen we de taart met hen?
-> Nee, we delen de taart niet met hen.
-> Ja, we delen de taart altijd met hen.3. Denk je over jouw nieuwe huis?
-> Nee, ik denk niet over mijn nieuwe huis.
-> Ja, ik denk altijd over mijn nieuwe… -
1. Nee, wij brengen geen geld bij jou. | Wij brengen zeker geld bij jou.
2.Nee, we delen de taart niet met hen. | We delen de taart ook met hen.
3. Nee, ik denk niet over mijn nieuwe huis. | Ik denk elke dag over mijn nieuwe huis.
-
-
-
1. Nee, ik bestel in het weekend geen pizza by Domino’s. / Ja, ik bestel in het weekend zeker een pizza by Domino’s.
2. Nee, wij praten morgen niet met onze manager. / Ja, wij praten morgen soms met onze manager.
3. Nee, wij blijven vanavond niet bij jullie. / Ja, wij blijven vanavond misschien bij jullie.
-
-
1. Nee, ik breng mijn kind(?) niet bij(?) mijn ouders. Ja, ik breng mijn kind(?) altijd bij(?) mijn ouders.
2. Nee, ik kijk niet vaak naar de TV. Ja, ik kijk zeker vaak naar de TV.
3. Nee, ik plaag(?) niet over mijn werkgever. Ja, ik plaag(?) soms over mijn werkgever. -
1. Nee, ik breng mijn kind niet bij mijn ouders./ Ja, ik breng mijn kind altijd bij mijn ouders.
2. Nee, ik kijk niet vaak naar de tv. / Ja, ik kijk ook vaak naar de tv.
3. Nee, ik klaag niet bij mijn werkgever./ Ja, ik klaag soms bij mijn werkgever.
-
-
-
1. Nee, ik bestuur geen jurk voor jou bij mango. / Ja, ik bestuur ook een jurk voor jour bij mango.
2. Ja, ik besteed zeker tijd aan mijn familie.
3. Hij neemt altijd zijn lunch mee naar zijn werk. / Hij brengt geen lunch naar zijn werk.
-
-
-
1. Ja, wij wachten zeker op haar nieuwe film. / Nee, wij wachten niet op haar nieuwe film.
2. Ja, hij lent jouw pen ook aan mij. / Nee, hij lent jouw pen niet aan mij.
3. Ja, ik wil altijd met haar Nederlands oefenen. / Nee, ik wil niet met haar Nederlands oefenen.
-
-
-
1. Nee, wij delen de plant niet met de buren. Ja, wij delen de plant graag met hen.
2. Nee, wij denken niet over de vragen. Ja, wij denken lang over ze.
3. Nee, Jij gaat niet naar ons. Ja, zij gaat snel naar ons. -
1. Nee, wij delen de planten niet met de buren. Ja wij delen altijd de planten met de buren.
2. Nee, zij denken niet over de vragen. Ja, zij denken soms over de vragen.
3. Nee, zij gaat niet naar ons. Ja, zij gaat soms naar ons. -
1. Nee, we delen de plant niet met de buren. Wij delen altijd de plant met de buren.
2. Ne, wij denken niet over de vragen. Wij denken altijd over de vragen.
3. Nee, zij gaat niet naar ons. Zij gaat vaak naar ons. -
1. Nee, we delen de planten niet met de buren. Ja, wij delen soms de planten met de buren
2. Nee, zij denken niet over de vragen. Ja, zij denken altijd over de vragen
3. Nee, zij gaat niet naar ons. Ja, zij gaat zelden naar ons.
-
-
-
1. Nee, ik zorg niet dat mijn buurvrouw overmogen ochtend naar de ziekenhuis rijden.
Ja , ik zorg zeker dat mijn buurvrouw overmorgen ochtend naar de ziekenhus rijden.2. Nee, ik wil niet met jouw en hem koffie bij starbucks drinken.
Ja, ik wil soms met jouw en hem koffie bij starbucks drinken.3. Nee, mijn collega moet niet naar het kantoor…Read More
-
-
-
1. Nee, ik hoor geen auto’s op straat rijden. Ja, ik hoor elke dag auto’s op straat rijden.
2. Nee, wij geven geen geld aan de bezorger. Ja, wij geven soms geld aan de bezorger.
3. Nee, wij delen de kranten niet uit voor de studenten. Wij delen de kranten vaak uit voor de studenten.
-
-
Nee, deze kinderen wachten niet elke dag om 8.00 uur op de bus.
Deze kinderen wachten soms om 8 uur op de bus.Nee, ik spreek niet met mij werkgever vaak over het news.
Ja, ik spreek altijd met mij werkgever vaak over het news.Nee, hij blijft niet met collega’s in het weekend bij hem.
Ja, hij blijft misschien met collega’s in het weekend bij hem. -
1. Nee, deze kinderen wachten elke dag oom 8 uur niet op de bus. Ja, deze kinderen soms wachten elke dag oom 8 uur op de bus.
2. Nee, ik spreek niet vaak met mijn werkgever over het nieuws. Ja, ik spreek altijd met mijn werkgever over het nieuws.
3. Nee, zijn collega’s blijven in het weekend niet bij hem. Ja, zijn collega’s blijven soms in het wee…Read More -
1. Nee, deze kinderen wachten elke dag om 8 uur niet op de bus. Ja, deze kinderen altijd wachten elke dag om 8 uur op de bus.
2. Nee, ik spreek niet vaak met mijn werkgever over het nieuws. Ja, ik spreek ook met mijn werkgever over het nieuws.
3. Nee, zijn collega’s blijven in het weekend niet. Ja, zijn collega’s blijven altijd in het weekend bij hem. -
1.Nee, deze kinderen wachten niet elke dag om 8.00 uur op de bus./ Ja, deze kinderen wachten altijd elke dag om 8 uur op de bus.
2.Nee, ik spreek niet met mijn werkgever vaak over het nieuws./ Ja, ik spreek met mijn werkgever heel vaak over het nieuws.
3.Nee, hij blijft niet met collega’s in het weekend bij hem./ Ja, hij blijft ook met c…Read More
-
-
-
Nee, wij oefenen niet Nederlands met de studenten.
Ja, wij oefenen regulatie Nederlands met de studenten.Nee, wij leveren niet het pakket aan de buurman.
Ja. wij leveren soms het pakket aan de buurman.Nee, hij logeert niet bij het centrum.
Ja, hij logeert altijd bij het centrum. -
Nee, wij oefenen geen Nederlands met de studenten. Ja, wij oefenen altijd Nederlands met de studenten.
Nee, wij leveren het pakket niet aan de buurman. Ja, wij leveren zelder het pakket aan de buurman.
Nee, hij logeert niet bij het centrum. Ja, hij logeert soms bij het centrum. ( I think this verb ‘logeren bij’ should be used with people not places)
-
-
-
Nee, ik bestel het boek niet voor jou. Ja, ik bestel het boek zeker voor jou.
Nee, ik betaal de rekening niet aan jullie. Ja, ik betaal de rekening vaak aan jullie.
Nee, ik bewaar de taart niet voor jou. Ja, ik bewaar de taart misschien voor jou.
-
-
-
-
-
1. Kunnen jullie vanavond voor de kinderen zorgen? Wij kunnen vanavond niet voor de kinderen zorgen. Wij kunnen vanavond misschien voor de kinderen zorgen.
2. Kan hij snel aan zijn nieuwe baan wennen? Hij kan niet snel aan zijn nieuwe baan wennen. Hij kan zeker snel aan zijn nieuwe baan wennen.
3. Klagen zij over het weer? Zij klagen niet over het…Read More -
1. Kunnen jullie vanavond voor de kinderen zorgen? Nee, wij kunnen vanavond niet voor de kinderen zorgen. Wij kunnen vanavond natuurlijk voor de kinderen zorgen.
2. Kan hij snel aan zijn nieuwe baan wennen? Nee, hij kan niet snel aan zijn nieuwe baan wennen. Hij kan zeer snel aan zijn nieuwe baan wennen.
3. Klagen zij over het weer? Nee, zij…Read More
-
-
-
1. Zoek je naar de tandarts? Nee, ik zoek niet naar de tandarts. Ik zoek juist naar de tandarts.
2. Oefen jij Nederlands met je buren? Nee, ik oefen Nederlands niet met mijn buren. Ik oefen Nederlands vaak met mijn buren.
3. Lijk je op jouw vader? Nee, ik lijk niet op mijn vader. Ik lijk precies op mijn vader.
-
-
1. Rijden jullie deze zomer naar Utrecht? Nee, wij rijden deze zomer niet naar Utrecht. Wij rijden deze zomer waarschijnlijk naar Utrecht.
2. Schrijft zij later iets over haar werk? Nee, zij schrijft later niets over haar werk. Zij schrijft later zeker iets over haar werk.
3. Kijken jullie vandaag naar dat programma? Nee, wij kijken vandaag niet…Read More
-
-
-
-
#1 — Nee, ik deel mijn boterham niet met jou voor het middageten.
#1 — Ja, ik deel mijn boterham altijd met jou voor het middageten.
#2 — Nee, ik zoek niet naar jouw sleutels bij onze kamer na het werk.
#2 — Ja, ik zoek misschien naar jouw sleutels bij onze kamer na het werk.
#3 — Nee, ik oefen niet met jou morgen thuis voor het exam…Read More -
1a) Ja, ik deel mijn boterham zeker met jou voor het middageten.
1b) Nee, ik deel mijn boterham niet met jou voor het middageten.2a) Ja, ik zoek ook naar jouw slutel bij onze kamer na het werk.
2b) Nee, ik zoek niet naar jouw slutel bij onze kamer na het werk.3a) Ja, ik ofenen mischien met jou morgen thuis voor het examen.
3b) Nee, ik ofenen…Read More
-
-
-
1- Gaat de les over getrouwde werkwoorden?
1a- Nee, de les gaat niet over getrouwde werkwoorden.
1b- De les gaat zeker over getrouwde werkwoorden.
2- Droomt u over uw volgende vakantie?
Droomt u van uw volgende vakantie?
2a- Nee, Ik droom niet van mijn volgende vakantie.
2b- Ik droom soms van mijn volgende vakantie.
3- Denk jij over mij?
3a- Nee,…Read More
-
-
-
-
1a) Nee, ik interesseren niet in surfen.
1b) Ja, ik interesseren altijd in surfen.2a) Nee, ik dans niet met mijn partner.
2b) Ja, ik dans zeker met mijn partner.3a) Nee, ik bestel niet bij Amazon.
3b) Ja, ik bestel soms bij Amazon. -
1- Interest jij in surfen?
1a- Nee, Ik interest niet in surfen.
1b- Ik interest nooit in surfen.
2- Dans jij met jouw partner?
2a- Nee, Ik dans niet met mijn partner.
2b- Ik dans zeker met mijn partner.
3- Bestel jij bij amazon?
3a- Nee, Ik bestel niet bij amazon.
3b- Ik bestel vaak bij amazon.
-
-
- Load More Posts

https://record.reverb.chat/s/EBe0DHKqZVPxveVOnt8A