-
Dutchbook huiswerk:✍️
Maak 10 zinnen met KW.
Plaats jouw antwoorden hieronder:109 Comments-
1. Ik heb morgen een afspraak.
2. Ik heb een huis ergens in Eindhoven.
3. Helaas kan ik niet naar je feestje.
4. Zo nu en dan moet ik de kattenbak verschonen.
5. Ik werk meer dan mijn collega’s.
6. Ik mag maar een klein beetje chocolade eten.
7. Ik woon al drie jaar in Nederland.
8. Ik zat 2 uur geleden op je te wachten.
9. Ik heb hopelijk dat ik…Read More -
1. De trein vertrekt regelmatig om 10 uur.
2. Hopelijk vertrekt de trein om 10 uur.
3. Ik heb genoeg frieten gegeten.
4. Helaas ga ik naar school op zaturdag.
5. Ik wil graag weinig mayonnaise en veel ketchup.
6. Nooit ben ik in Friesland geweest.
7. Ik ga nauwelijks op vakantie.
8. ik ben de les helemaal vergeten.
9. Gelukkig neem ik…Read More -
1. Ik werk hier.
2. De kat drinkt snel het water.
3. He ging gisteravond om 6 uur naar huis.
4. Ik lig elke dag om 12 uur in mijn bed.
5. Ik spreek een beetje Nederlands.
6. Hopelijk kunnen wij in juni op vakantie gaan.
7. Jullie hebben genoeg melk voor de ontbijt.
8. Blijkbaar zoeken ze voor hun kinderen in het park.
9. Ik drink altijd erg koffie…Read More -
1. Ik loop snel naar huis.
2. Mijn kat slaapt altijd op de stoel.
3. Ik sta meestal om 8 uur op.
4. We wonen daar al drie jaar.
5. De kinderen spelen graag buiten.
6. Ze is beneden in de keuken.
7. Hopelijk schijnt de zon morgen.
8. Blijkbaar is de winkel al gesloten.
9. Waarschijnlijk komt hij te laat.
10. Hij gaat regelmatig naar de sportschool. -
1. Elke ochtend doe ik Pilates in mijn woonkamer.
2. Gisteren heb ik twee films met mijn vriend gekeken.
3. Wij lopen vaak samen naar de supermarkt.
4. Morgen wil ik een boek lezen in het park.
5. Soms vergeet hij zijn sleutels op kantoor.
6. Gelukkig is het vandaag mooi weer.
7. Ik heb vorige week een sollicitatie gestuurd.
8, Ze koken…Read More
-
1. Ik drink meestal rond drie kopjes koffie per dag.
2. Jullie moeten altijd een paraplu bij je hebben.
3. Ik heb nog steeds niet in Nederland gereden.
4. Ik kan redelijk goed dansen.
5. Straks ga ik even naar de winkel.
6. Gisteren at hij weinig groente.
7. Jullie moeten elke dag genoeg water drinken.
8. Hij vergeet zijn sleutels nooit.
9. Ik heb…Read More -
1. Op vrijdagavond ga ik waarschijnlijk naar de bar.
2. Ik kan snel een presentatie maken.
3. Zij proberen een beetje Nederlands te praten.
4. Hij is nooit in Engeland geweest.
5. Zij werkte misschien met mijn vriendin.
6. Ik drink gewoonlijk koffie ’s ochtends.
7. Jij kunt heel goed zwemmen.
8. Onze vrienden hebben veel spelletjes in hun h…Read More -
1. Ik heb naturlijk veel geld.
2. Hopelijk zal zij binnenkort herstellen.
3. Wij gaan niet zo vaak uit eten.
4. Wij zijn altijd op vakantie.
5. Ik ben nooit naar Australië geweest.
6. Je hebt de hele dag op de bank gezeten. 7. Ik probeer elke dag een beetje Nederlands te spreken.
8. Wij staan hier al 2 uur op de bus te wachten.
9. Ik moet…Read More -
1. Ik zit vaak op de stoel.
2. Jij eet elke dag op kantoor.
3. Hij heeft zeker een auto.
4. Zij sporten regelmatig.
5. Wij reizen graag met het vliegtuig.
6. Jullie komen altijd in januari.
7. Zij zitten altijd achter ons.
8. Anna maakt misschien soep.
9. Peter heeft al geslapen.
10. Ik ga natuurlijk in juli op vakantie. -
1. Ik kook soms thuis.
2. Hij wacht nu op de bus.
3. Zij komt straks terug.
4. Wij spreken af en toe samen af om koffie te drinken.
5. Dat is duidelijk juist.
6. Ik zit altijd achter de computer.
7. Ze spelen buiten.
8. Ik heb helaas geen tijd.
9. Ik neem mijn sleutels altijd mee.
10. Na het werk ga ik meteen naar huis. -
1. Ik ga af en toe naar mijn kantoor.
2. Hij moet meteen hier komen.
3. Wij bezoeken onze vrienden niet vaak.
4. Jij kookt weinig eten.
5. Hij heeft een heel mooi cadeau gekregen.
6. Mijn koffie is erg koud.
7. Zij kan niet goed tekenen.
8. Wij hebben voldoende werk.
9. Jij hebt niet genoeg suiker.
10. Hij komt nooit op tijd. -
1. Ik ga af en toe naar Dinamo.
2. Zij leest elke daar op het balkon.
3. Hij werkt regelmatig om 9 uur ‘s ochtend.
4. Zij reist niet graag in de winter.
5. Zij drinken niet vaak water.
6. Ik maak vandaag geen pasta.
7. Ik eet vandaag geen lekkere maaltijd.
8. Wij hebben niet voldoende katten.
9. Hij heeft niet genoeg groenten gekookt.
10. Ik wil…Read More -
1. Mijn auto is de snelste.
2. De wetenschapper is slim.
3. De acteur is knap.
4. Deze vrouw is aantrekkelijk.
5. Hij is niet stom.
6. Dat is redelijk.
7. De taak is duidelijk.
8. Ik zing nooit hiphop, en evenmin dans.
9. Ik moet straks naar huis gaan.
10. Mijn baas heeft me verteld weg te gaan.-
-
oops! dank je!
1. Kom binnen!
2. De wetenschapper is zeker slim.
3. De acteur is al knap.
4. Deze vrouw is altijd meer aantrekkelijker dan ik.
5. Hij moet meteen naar een ziekenhuis gaan.
6. Dat is zeker redelijk.
7. Helaas, de taak is nog niet duidelijk.
8. Ik zing nooit hiphop, en evenmin dans.
9. Ik moet straks naar huis gaan.
10. Mijn baas…Read More
-
-
-
1. Ik ga vaak met mijn auto naar mijn werk.
2. Ik eet meestal samen met mijn vrouw.
3. Mijn broer sport altijd op zaterdag.
4. Ik ben nooit in Portugal geweest.
5. Zij komt misschien morgen naar het feest.
6. Wij kijken soms een film in het weekend.
7. Ik ga waarschijnlijk volgende week op vakantie.
8. Mijn ouders drinken meestal thee na het…Read More -
1. Ik heb genoeg geld.
2. Hij heeft morgen een afspraak.
3. Zij drinkt elke dag koffie.
4. Hij is nu aan het studeren.
5. Ik heb al voor de boodschappen betaald.
6. Gisteravond kochten wij een tafel.
7. Zij gaat om 6 uur snel naar huis.
8. Ik praat soms met mijn collega’s tijdens de lunch.
9. Hij werkt vandaag op kantoor.
10. Zij blijft meestal thuis. -
1. Ik heb onlangs een nieuwe baan gezocht.
2. Het is mogelijk om morgen thuis te werken.
3. Ik begrijp het helemaal niet.
4. Hij spreekt redelijk Nederlands.
5. We hadden in het weekend voldoende tijd om te winkelen.
6. Ze woont blijkbaar niet meer hier.
7. Hij praat duidelijk te veel.
8. Het pakket komt hopelijk morgen aa.
9. Ik stond stom van…Read More -
1. Ik ben de laatste tijd op vakantie in het Zuiden van Frankrijk geweest.
2. Wij zijn helemaal druk met ons kind.
3. Jouw antwoorden zijn absoluut juist.
4. Victor gaat waarschijnlijk vandaag boodschappen doen.
5. Het duurt min of meer twee uur om mijn huiswerk te maken.
6. Anne heeft elke dag regelmatig gesport.
7. Mijn collega moet meteen haar…Read More -
1. Hij is op weg naar huis.
2. Sanne heeft elke donderdag zwemles.
3. Mijn moeder eet nooit suiker.
4. Voetballers hebben veel rust nodig.
5. Ik heb genoeg taart gegeten.
6. Ik heb hoop voor het nieuwe jaar.
7. Ik zal waarschijnlijk later komen.
8. Hij sprak heel duidelijk.
9. Ik wil graag een cola drinken.
10. Hij maakt vuur voorzichtig. -
1. Soms ga ik na het werk een wandeling maken.
2. Misschien komt hij morgen iets later naar school.
3. Ik drink altijd koffie in de ochtend.
4. Zij is zeker blij met het goede nieuws.
5. We zien elkaar regelmatig in de sportschool.
6. Hij heeft nauwelijks tijd om te ontspannen.
7. Vaak vergeet ik mijn sleutels thuis.
8. Zelden eet ik fastfood.
9.…Read More -
1. Ik ken deze mensen nauwelijks.
2. Ik voel me voldoende voorbereid op het examen.
3. Gelukkig heeft het vandaag niet geregend en heb ik naar Hunnebedden kunnen lopen.
4. Hopelijk zijn er geen vluchtverstoringen en kunnen we deze zomer naar Georgië en Kazachstan.
5. Ik zal waarschijnlijk vooral door Europa reizen totdat mijn kinderen oud genoeg…Read More -
1. Theo beantwoordt altijd je e-mails.
2. Izaak heeft af en toe hoofdpijn.
3. Op welke dagen heb jij meestal les?
4. Iemand blijft graag thuis in het weekend.
5. Willem drinkt bijna elke dag koffie voor de les.
6. Simon eet vaak tijdens de film.
7. Otto slaapt elke dag genoeg tot 8:25 uur.
8. Nico woont sinds februari niet vaak in Nederland.
9.…Read More -
1. Ik ga meteen naar de vergadering.
2. Je hebt zat chocolade gegeten.
3. Ik eet nauwelijks voorverpakte voedingsmiddelen.
4. Ik kan het me niet herinneren omdat het te lang geleden is.
5. Zij staat af en toe versteld van het gedrag van mensen.
6. Ik zal er waarschijnlijk zijn.
7. Ik begrijp jou compleet niet.
8. Het is duidelijk dat hier een fout…Read More -
1. Ik ga af en toe naar de sportschool.
2. Zij komt waarschijnlijk morgen langs.
3. Wij hebben genoeg tijd om te oefenen.
4. Hij eet soms in een restaurant.
5. Jij drinkt te weinig water.
6. Zij werkt vaak tot laat.
7. Ik heb niet genoeg geld bij me.
8. Hij belt bijna nooit zijn ouders.
9. Wij gaan meestal met de trein.
10. Jij slaapt altijd heel vroeg. -
1. Hij is soms thuis na 21:00.
2. Wij hebben onze afspraak altijd op mandaag.
3. Ik woon al 4 jaar in Nederland.
4. Je vertrekt meestal rond 7 uur.
5. Ik spreek een bietje nederlands.
6. Ik leer elke dag nieuwe woorden.
7. Hij drinkt vaak koffie in de ochtend.
8. Wij gaan straks samen eten.
9. Zij belt me later vandaag.
10. Wij kijken vanavond een film. -
1. De bus vertrekt regelmatig om 8:00 uur.
2. De kinderen speelden hier.
3. De ambulance rijdt snel naar het ziekenhuis.
4. Gisteren heb ik een voetbalwedstrijd gekeken
5. Helaas kan ik niet naar de les komen.
6. Ik woon al 11 maanden in Nederland.
7. Ik ben nog nooit in Rusland geweest.
8. Ik wil graag solliciteren naar deze functie binnen het…Read More -
1. Ik wil nog steeds in mijn kamer verstopt blijven.
2. Morgenavond kunnen we ergens pas goed bijpraten.
3. De laatste tijd heb je geen vinger uitgestoken.
4. Het meisje ziet er vrij vaak uit als een plaatje.
5. Ik kan niet alles snel tussen de regels door lezen.
6. Zij trekt af en toe graag heerlijke baantjes in het zwembad.
7. Beoordeelt u een…Read More -
1.Ik moet straks nog even naar de winkel.
2.Hij reageerde meteen toen hij mijn bericht zag.
3.We spreken elkaar af en toe, maar het blijft altijd leuk.
4.Ze werkt nog steeds aan haar project.
5.Hij eet nauwelijks iets in de ochtend.
6.Ik weet zeker dat hij vandaag komt.
7.Ze komt waarschijnlijk later door het verkeer.
8.Hij was blijkbaar vergeten…Read More
- Load More Posts

1. Ik ben nog steeds een stagiair bij mijn bedrijf.
2. Hij fietst af en toe naar de supermarket.
3. Zij kookt nauwelijks iets.
4. Gelukkig zijn ze geslaagd voor hun examens.
5. Hopelijk gaat het vandaag niet regenen.
6. FRIENDS is ongetwijfeld de beste comedy vriendschap-serie ooit.
7. Ik begrijp je les duidelijk.
8. Ik kan redelijk niet goed…Read More