-
-
1. Ik moet eigenlijk een nieuwe bank kopen, maar de winkel die ik leuk vind, is gesloten.
2. Ja, hij is wel aardig hoor, maar hij praat veel.
3. Ik doe echt heel erg mijn best, maar soms is het niet genoeg.
4. Onze groep stopt op 11 december, maar wij hebben meer tijd nodig.
5. Mijn vader is nog heel gezond, maar zijn vrienden zijn niet. -
1. Ik moet eigenlijk een nieuwe bank kopen, maar ik heb geen geld.
2. Ja, hij is wel aardig hoor, maar zijn moeder is niet zo.
3. Ik doe echt heel erg mijn best, maar ik kan niet voor het examen slagen.
4. Onze groep stopt op 11 december, maar wij ontmoeten elklaar nog steeds af en toe.
5. Mijn vader is nog heel gezond, maar zijn vader is een…Read More -
1. Ik moet eigenlijk een nieuwe bank kopen, maar ik vin de kleur ervan niet mooi.
2. Ja, hij is wel aardig hoor, maar hij liegt vaak.
3. Ik doe echt heel erg mijn best, maar het resultaat verandert niet.
4. Onze groep stopt op 11 december, maar ik moet wel blijven studeren.
5. Mijn vader is nog heel gezond, maar hij gaat graag naar de dokter. -
1. Ik moet eigenlijk een nieuwe bank kopen, maar ik heb weinig geld.
2. Ja, hij is wel aardig hoor, maar hij zegt nooit gedag voordat hij ophangt.
3. Ik doe echt heel erg mijn best, maar ik blijf falen.
4. Onze groep stopt op 11 december, maar we willen volgend jaar doorgaan.
5. Mijn vader is nog heel gezond, maar hij rookt te veel. -
1. Ik moet eigenlijk een nieuwe bank kopen, maar ik wet niet welke kleur.
2. Ja, hij is wel aardig hoor, maar hij praat luid.
3. Ik doe echt heel erg mijn best, maar ik ben echt moe.
4. Onze groep stopt op 11 december, maar ik ga meer studeren.
5. Mijn vader is nog heel gezond, maar hij eet geen groenten. -
1. Ik moet eigenlijk een nieuwe bank kopen, maar ik heb geen geld en tijd.
2. Ja, hij is wel aardig hoor, maar soms agressief.
3. Ik doe echt heel erg mijn best, maar ik kan geen oplossing vinden.
4. Onze groep stopt op 11 december, maar wij gaan online ontmoeten.
5. Mijn vader is nog heel gezond, maar hij rookt altijd. -
1. Ik moet eigenlijk een nieuwe bank kopen, maar ik kan niet kiezen.
2. Ja, hij is wel aardig hoor, maar hij spreekt te luidruchtig.
3. Ik doe echt heel erg mijn best, maar ik kan nog geen Nederlands spreken.
4. Onze groep stopt op 11 december, maar we gaan toch door.
5. Mijn vader is nog heel gezond, maar ik weet niet waar hij is.
-
1. Ik moet eigenlijk een nieuwe bank kopen, maar ik heb geen tijd.
2. Ja, hij is wel aardig hoor, maar zijn vriend is niet.
3. Ik doe echt heel erg mijn best, maar het lukt niet.
4. Onze groep stopt op 11 december, maar we blijven lenen .
5.Mijn vader is niet heel gezond, maar,mijn moeder is gezond. -
1. Ik moet eigenlijk een nieuwe bank kopen, maar ik heb geen geld.
2. Ja, hij is wel aardig hoor, maar zijn vrouw niet.
3. Ik doe echt heel erg mijn best, maar dat is niet genoeg.
4. Onze groep stopt op 11 december, maar start weer op 2 januari.
5. Mijn vader is nog heel gezond, maar hij is niet meer zo actief als voorheen. -
1. Ik moet eigenlijk een nieuwe bank kopen, maar ik moet geld lenen van mijn familie.
2. Ja, hij is wel aardig hoor, maar zijn vrouw is niet.
3. Ik doe echt heel erg mijn best, maar ik kan het examen niet halen.
4. Onze groep stopt op 11 december, maar wij ontmoeten daarna.
5. Mijn vader is nog heel gezond, maar rookt te veel sigaretten. -
1. Ik moet eigenlijk een nieuwe bank kopen, maar ik heb nog niets leuks gevonden.
2. Ja, hij is wel aardig hoor, maar hij is niet mijn man.
3. Ik doe echt heel erg mijn best, maar jij niet.
4. Onze groep stopt op 11 december, maar ons examen is in januari.
5. Mijn vriend is nog heel gezond, maar hij probeert niet gezond te blijven. -
1. Ik moet eigenlijk een nieuwe bank kopen, maar ik zal wachten tot mijn favoriet beschikbaar is.
2. Ja, hij is wel aardig hoor, maar soms erg vergeetachtig.
3. Ik doe echt heel erg mijn best, maar ik kan niet elke dag vroeg wakker worden
4. Onze groep stopt op 11 december, maar jouw groep gaat in de winter door.
5. Mijn vader is nog heel gezond,…Read More -
1. Ik moet eigenlijk een nieuwe bank kopen, maar er zijn geen kortingen in de winkel.
2. Ja, hij is wel aardig hoor, maar soms niet beleefd.
3. Ik doe echt heel erg mijn best, maar het is nog steeds heel moeilijk.
4. Onze groep stopt op 11 december, maar ik wil met een andere groep doorgaan.
5. Mijn vader is nog heel gezond, maar wordt soms snel moe. -
1. Ik moet meer nieuwe woorden leren, maar ik heb niet veel tijd.
2. Ik wil mijn boodschappen betalen, maar ik vergeet mijn portemonnee.
3. Zij speelt liever met de telefoon, maar dan wel alleen.
4. Zij kocht een kleine, maar dure fiets.
5. Zij is klein, maar zij rent snel. -
1. Ik moet eigenlijk een nieuwe bank kopen, maar IKEA is nu gesloten.
2. Ja, hij is wel aardig hoor, maar zij niet.
3. Ik doe echt erg mijn best, maar ik ben niet geslaagd.
4. Onze groep stopt op 11 december, maar ik ga door met studeren.
5. Mijn vader is nog heel gezond, maar mijn moeder moet vaak naar het ziekenhuis. -
1. Ik moet eigenlijk een nieuwe bank kopen, maar ik heb niet genoeg geld.
2. Ja, hij is wel aardig hoor, maar zijn vriend is niet.
3. Ik doe echt erg mijn best, maar het is niet genoeg.
4. Onze groep stopt op 11 december, maar hun groep stopt op december 13.
5. Mijn vader is nog heel gezond, maar hij sport niet. -
1. Ik moet eigenlijk een nieuwe bank kopen, maar ik heb geen geld.
2. Ja, hij is wel aardig hoor, maar soms verlegen.
3. Ik doe echt heel erg mijn best, maar ik krijg niet altijd de beste resultaten.
4. Onze groep stopt op 11 december, maar ik moet op deze dag werken.
5. Mijn vader is nog heel gezond, maar wordt elk jaar ouder. -
1. Ik moet eigenlijk een nieuwe bank kopen, maar ik heb geen tijd.
2. Ja, hij is wel aardig hoor, maar niet betrouwbaar.
3. Ik doe echt heel erg mijn best, maar ik ben te bang.
4. Onze groep stopt op 11 december, maar de volgende groep begint op 21 december.
5. Mijn vader is nog heel gezond, maar hij wordt oud. -
1. Ik moet eigenlijk een nieuwe bank kopen, maar ik heb geen geld.
2. Ja, hij is wel aardig hoor, maar zijn moeder niet.
3. Ik doe echt heel erg mijn best, maar ik kan het niet begrijpen.
4. Onze groep stopt op 11 december, maar we gaan op 12 december samen eten.
5. Mijn vader is nog heel gezond, maar hij heeft een beetje een buikje -
Ik moet eigenlijk een bank kopen, maar ik heb geen geld.
Ja, hij is wel aardig hoor, maar hij is altijd te laat.
Ik doe echt heel erg mijn best, maar mijn cijfers zijn slecht.
Onze groep stopt op 11 december, maar ik ga met oefenen door.
Mijn vader is nog heel gezond, maar hij moet sporten. -
1. Ik moet eigenlijk een nieuwe bank kopen, maar ik ben gewend aan de oude.
2. Ja, hij is wel aardig hoor, maar hij poetst zijn tanden niet.
3. Ik doe echt heel erg mijn best, maar ik ben altijd te laat.
4. Onze groep stopt op 11 december, maar ik wil doorgaan.
5. Mijn vader is nog heel gezond, maar mijn moeder is al dood. -
1. Ik moet eigenlijk een nieuwe bank kopen, maar ik heb geen geld.
2. Ja, hij is wel aardig hoor, maar hij houdt niet van katten.
3. Ik doe echt heel erg mijn best, maar ik faal.
4. Onze groep stopt op 11 december, maar ik ga met de volgende groep meedoen.
5. Mijn vader is nog heel gezond, maar hij kan niet meer hardlopen. -
1. Ik moet eigenlijk een nieuwe bank kopen, maar ik heb geen geld.
2. Ja, hij is wel aardig hoor, maar ik vind hem niet leuk.
3. Ik doe echt heel erg mijn best, maar ik krijg de verhoging niet.
4. Onze groep stopt op 11 december, maar ik wil graag doorgang.
5. Mijn vader is nog heel gezond, maar hij eet wel voedzaam. -
1. Ik moet eigenlijk een nieuwe bank kopen, maar ik heb geen tijd.
2. Ja, hij is wel aardig hoor, maar erg bazig.
3. Ik doe echt heel erg mijn best, maar het is niet genoeg.
4. Onze groep stopt op 11 december, maar begint weer op 15 januari.
5. Mijn vader is nog heel gezond, maar hij vindt vis niet leuk. -
1. Ik moet eigenlijk een nieuwe bank kopen, maar ik heb geen geld.
2. Ja, hij is wel aardig hoor, maar erg spraakzaam.
3. Ik doe echt heel erg mijn best, maar het is niet genoeg.
4. Onze groep stopt op 11 december, maar ik ga ze missen.
5. Mijn vader is nog heel gezond, maar ik niet. -
1. Ik moet eigenlijk een nieuwe bank kopen, maar ik heb geen tijd om een niewe op te zoeken.
2. Ja, hij is wel aardig hoor, maar streng tegenover zijn kinderen.
3. Ik doe echt heel erg mijn best, maar ik het duurt te lang .
4. Onze groep stopt op 11 december, maar mijn groep gaan nog door.
5. Mijn vader is nog heel gezond, maar hij eet nog ongezond. -
1. Ik moet eigenlijk een nieuwe bank kopen, maar heb geen geld.
2. Ja, hij is wel aardig hoor, maar hij spreekt te snel.
3. Ik doe echt heel erg mijn best, mijn woordenschat is niet voldoende.
4. Onze groep stopt op 11 december, maar wij zullen vrienden blijven.
5. Mijn vader is nog heel gezond, maar wij rijden voor hem ‘s’ avonds vanwege zij…Read More -
1. Ik moet eigenlijk een nieuwe bank kopen, maar Ik wil eerst de oude bank verkopen.
2. Ja, hij is wel aardig hoor, maar erg serieus.
3. k doe echt heel erg mijn best, maar het is nog steeds niet genoeg.
4. Onze groep stopt op 11 december, maar ons projekt is nog niet klaar.
5. Mijn vader is nog heel gezond, maar heeft soms hulp nodig. -
1. Ik moet eigenlijk een nieuwe bank kopen, maar ik heb geen tijd om een bank te zoeken.
2. Ja, hij is wel aardig hoor, maar hij wordt te snel boos.
3. Ik doe echt heel erg mijn best, maar het is nog niet klaar.
4. Onze groep stopt op 11 december, maar wij ontmoeten elkaar vaak.
5. Mijn vader is nog heel gezond, maar soms is hij ziek. -
1. Ik moet eigenlijk een nieuwe bank kopen, maar Ik heb geen geld
2. Ja, hij is wel aardig hoor, maar hij is verdrietig
3. Ik doe echt mijn best, maar het is moeilijk.
4. Onze groep stopt op 11 december, maar Ik zie ze opnieuw
5. Mijn vader is nog heel gezond, maar ik maak me zorgen om hem -
1. Ik moet eigenlijk een nieuwe bank kopen, maar ik heb geen geld.
2. Ja, hij is wel aardig hoor, maar zijn vader niet.
3. Ik doe echt heel erg mijn best, maar ik kan dat niet begrijpen.
4. Onze groep stopt op 11 december, maar we gaan op 20 november samen eten.
5. Mijn vader is nog heel gezond, maar hij heeft een beetje een buikje -
1. Ik moet eigenlijk een nieuwe bank kopen, maar ik kan niets vinden dat ik leuk vind.
2. Ja, hij is wel aardig hoor, maar onze interesses komen niet overeen.
3. Ik doe echt heel erg mijn best, maar mijn baas waardeert mijn inspanningen niet.
4. Onze groep stopt op 11 december, maar ik ga door met zelfstudie.
5. Mijn vader is not heel gezond, maar…Read More -
1.Ik moet eigenlijk een nieuwe bank kopen, maar ik moet nog beslissen waar ik die ga kopen.
2. Ja, hij is wel aardig hoor, maar soms is hij een beetje stil.
3. Ik doe echt heel erg mijn best, maar het is soms moeilijk.
4. Onze groep stopt op 11 december, maar we blijven contact houden.
5. Mijn vader is nog heel gezond, maar hij moet soms rusten. -
1. Ik moet eigenlijk een nieuwe bank kopen, maar ik heb geen geld.
2. Ja, hij is wel aardig hoor, maar erg humeurig.
3. Ik doe echt mijn best, maar het is moeilijk.
4. Onze groep stopt op 11 december, maar onze vriendschap blijft bestaan.
5. Mijn vader is nog heel gezond, maar maar hij reist niet meer. -
1. Ik moet eigenlijk een nieuwe bank kopen, maar ik heb geen geld.
2. Ja, hij is wel aardig hoor, maar hij spreekt weinig.
3. Ik doe echt heel erg mijn best, maar het lukt niet.
4. Onze groep stopt op 11 december, maar we blijven contact houden.
5. Mijn vader is nog heel gezond, maar soms wordt hij ziek. -
1. Ik moet echt een nieuwe bank kopen, maar ik heb nog geen kleur gevonden die bij mijn woonkamer past.
2. Ja, hij is wel aardig hoor, maar niet echt vriendelijk.
3. Ik doe echt heel erg mijn best, maar het is nog niet genoeg.
4. Onze groep stopt op 11 december, maar wij blijven contact houden.
5. Mijn vader is nog heel gezond, maar hij moet…Read More -
1. Ik moet eigenlijk een nieuwe bank kopen, maar ik vind niets wat ik leuk vind.
2. Ja, hij is wel aardig hoor, maar hij praat niet veel.
3. Ik doe echt heel erg mijn best, maar ik worstel met het oplossen.
4. Onze groep stopt op 11 december, maar een nieuwe groep gaat beginnen.
5. Mijn vader is nog heel gezond, maar ik ben niet zo gezond. -
1. Ik moet eigenlijk een nieuwe bank kopen, maar ik heb geen tijd.
2. Ja, hij is wel aardig hoor, maar een beetje druk.
3. Ik doe echt mijn best, maar het gaat langzaam.
4. Onze groep stopt op 11 december, maar we zien elkaar nog.
5. Mijn vader is nog heel gezond, maar hij werkt niet meer. -
1. Ik moet eigenlijk een nieuwe bank kopen, maar ik heb geen geld.
2. Ja, hij is wel aardig hoor, maar hij is introvert
3. Ik doe echt heel erg mijn best, maar ik kan niet garanderen.
4. Onze groep stopt op 11 december, maar een nieuwe groep start op 2 januari.
5. Mijn vader is nog heel gezond, maar het gehoorvermogen neemt af. -
1. Ik moet eigenlijk een nieuwe bank kopen, maar ik heb nu niet genoeg geld.
2. Ja, hij is wel aardig hoor, maar soms is hij te koppig.
3. Ik doe echt heel erg mijn best, maar ik ben niet tevreden met mijn score.
4. Onze groep stopt op 11 december, maar jouw groep stopt een maand later.
5. Mijn vader is nog heel gezond, maar mijn oma is heel ziek. -
1. Ik moet eigenlijk een nieuwe bank kopen, maar ik heb er momenteel geen zin in.
2. Ja, hij is wel aardig hoor, maar soms beledigt hij me echt zonder reden.
3. Ik doe echt heel erg mijn best, maar het levert nog geen fatsoenlijk resultaat op.
4. Onze groep stopt op 11 december, maar vanaf 7 januari begin ik wel met een nieuwe groep.
5. Mijn vader…Read More -
1. Ik moet eigenlijk een nieuwe bank kopen, maar ik heb geen geld.
2. Ja, hij is wel aardig hoor, maar hij is een beetje stil.
3. Ik doe echt heel erg mijn best, maar ik kan dat niet begrijpen.
4. Onze groep stopt op 11 december, maar een nieuwe groep begint over 2 maanden.
5. Mijn vader is nog heel gezond, maar hij werkt niet meer. -
1. Ik moet eigenlijk een nieuwe bank kopen, maar ik kan me die niet veroorloven.
2. Ja, hij is wel aardig hoor, maar hij heft niet zoveel vrienden gemaakt.
3. Ik doe echt heel erg mijn best, maar ik kan me niet herinneren waar ik mijn portemonnee laatst heb gelegd.
4. Onze groep stopt op 11 december, maar ik wil graag met de cursus doorgaan.
5.…Read More -
1. Ik moet eigenlijk een nieuwe bank kopen, maar ik heb geen tijd.
2. Ja, hij is wel aardig hoor, maar hij wordt soms ironisch.
3. Ik doe echt heel erg mijn best, maar ik voel dat het niet genoeg is.
4. Onze groep stopt op 11 december, maar mijn andere vrienden gaan door.
5. Mijn vader is nog heel gezond, maar mijn moeder eet nog gezond en zij…Read More -
1.Ik moet eigenlijk een nieuwe bank kopen, maar ik heb op dit moment geen geld ervoor.
2.Ja, hij is wel aardig hoor, maar hij praat soms te veel.
3.Ik doe echt heel erg mijn best, maar het lukt me nog steeds niet zoals ik wil.
4.Onze groep stopt op 11 december, maar ik wil eigenlijk nog verder leren.
5.Mijn vader is nog heel gezond, maar hij moet…Read More
- Load More Posts

1. Ik moet eigenlijk een nieuwe bank kopen, maar ik heb geen geld.
2. Ja, hij is wel aardig hoor, maar hij is introvert
3. Ik doe echt heel erg mijn best, maar ik kan niet garanderen.
4. Onze groep stopt op 11 december, maar een nieuwe groep start op 2 januari.
5. Mijn vader is nog heel gezond, maar het gehoorvermogen neemt af.