-
Dutchbook huiswerk:✍️
Boek. Pagina 184
Opdracht 3
Plaats jouw antwoorden hieronder:151 Comments-
1. Ik kan onze kinderen morgen aankleden.
2. Ik moet de groenten thuis snijden.
3. Ik heb me gisteren het restaurant omgekleed.
4. Ik kan me op kantoor vermoeien.
5. Hij moet zich na werk thuis wassen.
6. Anna wil zich vandaag op de sportschool abonneren.
7. Wij hebben ons vandaag over vakantie op het vliegveld opwinden.
8. Maria heeft zich voor…Read More -
1. Ik heb me gisteren thuis aangekleed.
2. Ik heb mijn vinger gisteren in de keuken gesneden.
3. Ik zal me straks op het werk omkleden.
4. Ik heb me gisteren op het reizen vermoeid.
5. Ik heb me elke ochtend snel op het werk gewassen.
6. Jullie hebben je gisteren op het YouTube-kanaal geabonneerd.
7. Wij kunnen ons opwinden over de moeilijke taak…Read More -
1. Ik wil mezelf vanavond thuis aankleden.
2. Jij hebt een taart gisteren op jouw feest gesneden.
3. Ik heb me om 11 uur thuis omgekleed.
4. Wij willen onze kinderen vanavond thuis vermoeien met hun huiswerk.
5. Wassen. Jij hebt je gisteren thuis jouw kleding gewassen.
6. Zij hebben zich vorige week op YouTube op mijn kanaal geabonnerd.
7. Ik ben…Read More -
-
1. Ik heb me gisteren thuis aangekleed.
2. Hij kan nu jouw fruit in de keuken snijden.
3. Ik moet mij ‘s ochtends op het werk omkleden.
4.Ik heb mij vorige week in de sportschool vermoeit.
5. Hij gaat onze kleren morgen in de wasmachine wassen.
6. Ik moet me volgende week inschrijven voor een sportschool abonnement.
7. hij heeft zich gisteren in…Read More -
1. Ik kleed me aan voor de sneeuw.
2. Ik heb me in mijn vinger gesneden.
3. Ik ga me omkleden voordat ik vertrek.
4. Ze vermoeit zich elke dag in de sportschool.
5. Hij wast zich elke ochtend. -
1. Ik kleed me elke ochtend in de slaapkamer aan.
2. Hij kleedt zich na het sporten in de kleedkamer om.
3. Hij vermoeit zich elke dag na zijn werk.
4. Ik moet mijn handen voor het eten wassen.
5. Wij abonneren ons vandaag voor Netflix.
6. Wij vervelen ons vaak op zondagmiddag thuis.
7. Ik stel me morgen bij de vergadering voor.
8. Zij melden zich…Read More -
1. Wij hebben ons kostuums in de Carnaval aankleden.
2. Ik snij mezelf altijd als ik kook.
3. Na het werk kleed ik me om.
4. Tot 10 uur ga ik me vermoeien.
5. Het kind kan zichzelf nu wassen.
6. We moeten ons nog een keer abonneren op HBO.
7. We hebben ons voor het concert opwinden.
8. Mijn kat verstopt zich altijd thuis.
9. We gaan ons vanavond…Read More -
1. Ik heb me gisteren thuis aangekleed
2. Ik zal morgen de nagels van ons kind thuis snijden
3. Ik heb me gisteren omgekleed na het sporten
4. Ik heb me gisteren vermoeid na een lange dag
5. Ik heb me gisteren met warme zeep gewassen
6. Ik heb me gisteren op HBO Max geabonneerd
7. Jij zult ons kind morgen opwinden met een verrassing
8. Jij…Read More -
1. Hij kan zich vanavond thuis aankleden.
2. Mijn zon heeft zich in zijn duim gesneden.
3. Zij moet zichzelf in haar badkamer omkleden.
4. Ik verveel me tijdens de voetbalwedstrijd.
5. Zij kan zich morgen met schoon water wassen.
6. Ik wil me volgende jaar op Nederlandse cursus abonneer.
7. Wij zullen ons kind morgen opwinden met een speelgoed.
8.…Read More -
1. Ik moet me voor mijn woonkamer aankleden.
2. Gisteren heb ik mezelf gesneden.
3. Ik ga me omkleden, want mijn kleden is niet schoon.
4. Ik heb me gisteren vermoeid met het schoonmaken van het huis.
5. Zij zal zich vanavond in de badkamer wassen.
6. Zij zal zich volgende week op het modetijdschrift abonneren.
7. Ik vind me op over mijn…Read More -
1. Ik heb me vanochtend thuis aangekleed.
2. Jij hebt je hand gisteren in de keuken gesneden.
3. Hij heeft zich vanavand in de slaapkamer omkleed.
4. Zij heeft zich eergisteren in het park vermoeid.
5. Wij hebben ons kind elke dag in het badkamer gewassen.
6. Jullie hebben je net nu in de winkel geabonneerd.
7. Ze hebben zich gisteravond in de…Read More -
1. Hij kleedt zich snel aan voor school.
2. Ik snijd me soms per ongeluk tijdens het koken.
3. Zij kleedt zich om te sporten.
4. Ik vermoei me snel als ik studeer.
5. Hij wast zijn handen regelmatig.
6. Zij abonneert zich op een tijdschrift.
7. Ik wind me op als mensen schreeuwen.
8. Het kind verstopt zich achter de deur.
9. Wij amuseren ons op…Read More -
1. Ik heb me vanochtend thuis aangekleed.
2. Ik zal de groenten vanavond op de tafel snijden.
3. Ik kan me na de workout in de gym omkleden.
4. Ik vermoei me tijdens het werk.
5. Ik moet mijn hond morgen thuis wassen.
6. Je kunt je op netflix abonneren.
7. Je windt je op over jouw nieuwe baan.
8. Je mag je niet verstoppen.
9. Je zult je tijdens de…Read More -
1. Ik heb me vanochtend thuis aangekleed.
2. Jij hebt jouw vinger vanavond in de keuken gesneden.
3. Peter heeft zich gisteren op het werk omgekleed.
4. Anna heeft zich gisteren op de berg vermoeid.
5. Ik heb me gisteren in het bad gewassen.
6. Ik heb me vorig jaar op een tijdschrift geabonneerd.
7. We hebben ons voor het feestje vanavond in het…Read More -
1. Je moet nu jezelf aankleden.
2. Gisteravond heeft hij zijn vingers gesneden in de keuken.
3. Gisteren na het werk heb ik me omgekleed.
4. Na het werk voel ik me mentaal vermoeid.
5. Ik heb mijn handen gewassen.
6. Ik heb me vorig jaar op Netflix geabonneerd.
7. Mijn zoon windt zich altijd op over zijn nieuwe speelgoed.
8. Ik heb mijn geld in de…Read More -
1. Het kind heeft zich snel in de woonkamer aangekleed.
2. Hij heeft vandaag veel komkommer gesneden.
3. Zij heeft zich voor het feest omgekleed.
4. Ik heb me vandaag tijdens het werk vermoeid.
5. Wij hebben onze kledingen gisteren gewassen.
6. Mijn vriendin en ik hebben ons op Spotify geabonneerd.
7. Zij hebben zich afgelopen zondag over haar…Read More -
1. Ik heb me gisteren thuis aangekleed.
2. Mijn kind heeft zich in zijn vinger gesneden.
3. Jij moet je straks hier omkleden.
4. Zij heeft haar vrienden afgelopen donderdag met haar klachten vermoeid.
5. Hij heeft zich gisteren onder de douche gewassen.
6. Ik heb me vorig jaar op de dansles geabonneerd.
7. Hij heeft zijn oude klok vanochtend in…Read More -
-
1.Ik kleed me aan nadat ik ben opgestaan.
2.Helaas! Ik heb me in mijn vinger gesneden.
3.Ik kleed me na het sporten snel om op mijn werk, voordat ik een afspraak met mijn baas heb.
4.Ik moet me niet te veel vermoeien.
5.Ik was me na het voetballen.
6.Ik heb me op een nieuw tijdschrift geabonneerd.
7.Ik wind me snel op als iemand zoveel fouten…Read More -
1. Hij is tien jaar oud en hij kan zichzelf niet aankleden.
2.Pas op, je kunt je snijden!
3. Waarvoor ga je je op het feest omkleden?
4. Zij heeft me de hele week op het werk vermoeid.
5. Zij wast zich elke vijf minuten.
6. Ik abonneer me op Netflix en HBO, maar niet op tijdschriften.
7. Ik wind me altijd op over dat lawaai.
8. Waar heb je je…Read More -
1. Ik moet me straks thuis aankleden.
2. Zij heeft zich altijd op kantoor gesneden.
3. We moeten ons morgen in de bruiloft omkleden.
4. Je gaat je door de winter thuis vermoeiden.
5. Zij willen zich altijd na het werk wassen.
6. Ik ga me morgen op het nieuwe tijdschrift abonneren.
7. Je moet je niet opwinden over eerdere gebeurtenissen.
8. De…Read More -
1. Zij kleedt zich aan voor een feest.
2. Hij snijdt zich met een mes.
3. Wij moeten ons omkleden.
4. Na de week vermoei ik me.
5. Wij moeten ons na het voetbalspel wassen.
6. Jij abonneert je op de website.
7. Wind jij je op voor het festival?
8. Waar verstop jij je?
9. Zij amuseert zich op haar verjaardag.
10. Hij scheert zich voor de…Read More -
1. De kinderen kunnen zichzelf altijd thuis aankleden.
2. Ik heb de rode appel vandaag in mijn keuken gesneden.
3. Zij heeft haar kinderen gisteren voor het feest omgekleed.
4. Ik heb me vandaag op het werk vermoeid.
5. De kinderen moeten hun handen altijd in de badkamer wassen.
6. Ik heb me gisteren op Netflix thuis geabonneerd.
7. Ik heb me…Read More -
1. Ik heb me vanochtend thuis aangekleed.
2. Ik heb vanmiddag op kantoor brood gesneden.
3. Ik ga me straks thuis omkleden.
4. Ik heb me vandaag op kantoor vermooid.
5. Ik ga morgen thuis afwassen.
6. Ik heb me vorige week bij mijn ouders op Netflix geabonnerd.
7. Ik heb me nu over mijn bevordering opgewonden.
8. Ik ga mijn cadeautje vanavond…Read More -
1-Ik moet mijn kind morgen aankleden voor zijn verjaardag.
2-Ik heb gisteren in de keuken brood voor je gesneden.
3-Jij zult je volgende week op je bruiloft omkleden.
4-Hij kan zich vandaag vermoeien, omdat hij veel werkt.
5-Ik heb me vanochtend snel gewassen.
6-Jullie hebben je vorige maand op een NS-kaart geabonneerd.
7-Hij geeft zich morgen erg…Read More -
1. Het kind heeft zichzelf vanochtend aangekleed.
2. Hij heeft zich soms in de vinger gesneden.
3. Wij moeten ons voor het galadiner omkleden.
4. Zij hebben zich in de sportschool vermoeid.
5. Wij wassen ons meestal in de badkamer.
6. Mijn vader heeft zich op een krant geabonneerd.
7. De directeur heeft zich tijdens de discussie erg opgewonden.
8.…Read More -
1. Ik ga me โs ochtends in de badkamer wassen.
2. Zij heeft zich gisteren thuis aangekleed.
3. Wij gaan ons vanavond op het feest verkleden.
4. Hij heeft zich net in de keuken gesneden.
5. Ik moet me vandaag op mijn werk kalmeren.
6. Zij wil zich nu in haar kamer ontspannen.
7. Wij hebben ons vorige week daar aangesloten.
8. Hij gaat zich morgen b…Read More -
1. Ik heb me vanmorgen snel aangekleed.
2. Hij heeft zich aan zijn vinger gesneden.
3. Wij moeten ons straks in de kleedkamer omkleden.
4. Zij heeft haar collegaโs met haar lange verhaal vermoeid.
5. De kinderen hebben zich na het spelen gewassen.
6. Ik heb me vorig jaar bij een sportschool geabonneerd.
7. Hij heeft zijn horloge vanochtend o…Read More -
1. Ik heb me voor de feest van vanavond aangekleed
2. Ik had me de groenten gisteren thuis gesneden
3. Hij heeft zich zijn werkkleding vandaag op de sportschool omgekleed
4. Hij heeft zich gisteren in de sportschool vermoeide
5. Ik heb me my handen vandaag al meerdere keren gewassen
6. Ik heb me de Netflix vandaag in mijn mobiel geaboneerd
7. Ik…Read More -
1. Hij moet zijn baby elke ochtend in de slaapkamer aankleden.
2. Ik heb me met het mes gisteren in de keuken gesneden.
3. Wij zullen ons na het feest omkleden.
4. Jij zal je na de les vermoeien.
5. Jullie hebben jullie kleding gisteravond gewassen.
6. Ik heb me vorig jaar in de bibliotheek geabonneerd.
7. Zij kan zich vandaag voor het cadeau…Read More -
1. Ik zal me morgenochtend thuis aankleden.
2. Ik kan mijn handen vanavond in de keuken niet snijden.
3. Hij kan zich straks in de sportschool omkleden.
4. Wij hebben ons gisteren tijdens de training op het veld vermoeid.
5. Ik zal mijn handen straks in de badkamer wassen.
6. Ik kan me morgen online op de cursus abonneren.
7. Zij heeft zich…Read More -
1. Vanmorgen kleedt zij zich in de slaapkamer aan.
2. Gisteren sneed hij in de keuken een appel.
3. Elke avond wast zij zich in de badkamer.
4. De wandeling vermoeide ons vanmiddag in het park.
5. Vandaag windt hij de klok in de woonkamer op.
6. Morgen abonneert zij zich in de bibliotheek op een tijdschrift.
7. Vanmiddag verstopt hij de sleutels…Read More -
1. Ik heb me gisteren thuis aangekleed voor het werk.
2. Ik zal me morgen thuis snijden met een mes in de keuken.
3. Ik kan me vanavond thuis omkleden voor het feest.
4. Ik heb me gisteren thuis vermoeid na het sporten.
5. Ik zal me morgen thuis wassen met warm water.
6. Ik kan me vanavond thuis abonneren op een nieuwe nieuwsbrief.
7. Ik heb me…Read More -
1. Ze heeft zich aangekleed en is naar het station gehaast in de hoop de trein te halen.
2. Hij heeft zich gesneden bij het maken van een lasagne.
3. De acteurs moeten zichzelf snel omkleden in de kleine kleedkamer.
4. Ik heb mezelf vermoeied door het huis schoon te maken.
5. Ze heeft zich gewassen en is in slaap gevallen.
6. Op onze website kunt…Read More -
1. Zij kleedt zich prachtig aan voor een feest.
2. Ik zal groenten voor een curry snijden.
3. Zij kleedt zich dezelfde dag om voor verschillende gelegenheden.
4. Hij is na een lange tocht op de berg moe.
5. Wij willen onze kleding dit weekend wassen.
6. Hij heeft een abonnement op Netflix.
7. Hij windt zich snel op.
8. Zij wil cadeaus voor haar…Read More -
1. Ik heb mijn broer gisteren thuis aangekleed.
2. Ik snijd me vandaag in de keuken in de vinger.
3. Ik kleed me vanavond thuis om.
4. Ik vermoei mijn lichaam vandaag in de sportschool.
5. Ik was me vanochtend in de badkamer.
6. Ik abonneer me vandaag op de krant.
7. Ik wind me vandaag thuis op over het nieuws.
8. Ik verstop me vanavond in mijn…Read More -
1. Ik heb me gisteren thuis aangekleed.
2. Ik moet vandaag de groenten thuis snijden.
3. Hij kleedt zich om na het sporten.
4. Hij vermoeide zich door te hard te werken.
5. Wij hebben onze kleren gisteren in de wasmachine gewassen.
6. Ik had me vorig jaar op HBO Max geabonneerd.
7. Hij windt zich vandaag op over de file.
8. De kinderen willen zich…Read More -
1. Ik heb me vanochtend in mijn slaapkamer aangekleed.
2. Ik moet vanmiddag thuis de groenten voor het avondeten snijden.
3. Hij kleedt zich thuis om voordat hij naar zijn werk gaat.
4. Hij vermoeide zich door de hele nacht door te werken.
5. Wij hebben onze kleren vorige week in de wasmachine gewassen.
6. Ik had me vorig jaar op een…Read More -
1. Ik heb me gisteren thuis aangekleed.
2. Ik heb voor mezelf de aardbeien gesneden.
3. De kind heeft zich omgekleed.
4. Hij heeft zich in zijn werk vermoeied
5. Ik heb me vanavond gewassen.
6. Hij heeft zichzelf geabonneerd op youtube.
7. Ik wind me op over vakantie.
8. Het kind heeft zich verstopt achter de bank.
9. Ik heb me geamuseerd met een…Read More -
1. Ik heb me gisteren thuis aangekleed.
2. Ik heb mijn vinger gisteren in de keuken gesneden.
3. Ik zal me straks op het werk omkleden.
4. Ik heb me gisteren op het reizen vermoeid.
5. Ik heb me elke ochtend snel op het werk gewassen.
6. Jullie hebben je gisteren op het YouTube-kanaal geabonneerd.
7. Wij kunnen ons opwinden over de moeilijke taak…Read More -
1- Ik moet zich aankleden voor het concert.
2- Ik heb me vanochtend gesneden.
3- Hij kleedde zich om voor het werk in de tuin.
4- Zij vermoeit zich voor het organisatie.
5- Zij wast zich โs ochtends.
6- Ik abonner voor het tijdschrift.
7- Je windt je op over het pretpark.
8- De kinderen verstoppen zich voor het spel.
9- Jullie amuseren je w…Read More -
1. Ik ga mijn jas vanmorgen thuis aantrekken.
2. Ik moet de groenten vanavond in de keuken snijden.
3. Ik ga mijn kleren straks in de kleedkamer omkleden.
4. Jij hebt je vanochtend tijdens de training vermoeid.
5. Ik ga mijn gezicht morgen in de badkamer wassen.
6. Ik heb mij vorige week online op de krant geabonneerd.
7. Hij windt zich altijd om…Read More -
1. Ik heb onze slaapkamer gisteren thuis aangekleed.
2. Ik kan deze groenten nu meteen in de keuken snijden.
3. Ik kan me morgen in de woonkamer omkleden.
4. Ik wil je niet vermoeien met mijn problemen.
5. Ik kan deze kleding vanavond thuis wassen.
6. Ik wil me abonneren op dit tijdschrift.
7. Ik wind me op over het drukke verkeer.
8. Hij…Read More -
1. De kinderen kleden zich snel aan.
2. Je hebt je gesneden met een mes.
3. Ik kleed me om voor het feest.
4. Zij vermoeit zich door het lange wandelen.
5. Hij wast zich langzaam.
6. Jullie hebben je geabonneerd op de podcast.
7. Ze winden zich op over het examen.
8. Ik heb me in het bos verstopt.
9. Mensen amuseren zich soms op een feest.
10. Hij…Read More -
ะก
1. We moeten ons zo snel mogelijk op het strand aankleden.
2. Je kunt je in een ogenblik in de vingers snijden.
3. De jongens mogen zich vandaag in deze kleedkamer omkleden.
4. We hebben ons na vier uur in het zwembad te veel vermoeid.
5. Iedereen heeft zich na het zwembad onder de douches gewassen.
6. Er konden zich deze zomer veel mensen op…Read More -
RECEPT C:
Ik kan me morgen thuis aankleden.
Wij kunnen ons na het werk thuis omkleden.
Ik kan me morgen in de badkamer wassen.
Ik kan me deze maand op internet abonneren.
Mijn broer kan zich voor de wedstrijd in het stadion opwinden.
De kinderen kunnen zich vanmiddag in het park amuseren
Mijn vader kan zich elke ochtend in de badkamer…Read More -
1. Ik kan mijn kind morgenochtend thuis aankleden.
2. Zij heeft zich gisteren in de keuken gesneden.
3. Hij moet zich vanavond in de sportschool omkleden.
4. Ik heb me gisteren op het werk vermoeid.
5. Zij zal haar haar morgen wassen.
6. Wij zullen ons morgen online abonneren.
7. Zij moeten zich niet over kleine problemen opwinden.
8. Het kind…Read More -
1. Ik heb mijn kat vanochtend voor buiten aangekleed.
2. Hij heeft zich gisteren op het werk in zijn hand gesneden.
3. Ik moet me na de les voor het fietsen omkleden.
4. Ik heb me gisteren buiten vermoeid.
5. Je moet je handen na het winkelen thuis wassen.
6. Hij heeft zich nu op een YouTube-kanaal geabonneerd.
7. Ik heb me gisteren over het…Read More
- Load More Posts

1. Zij kleedt de kinderen aan
2. Hij snijdt de appel.
3. Jij moet jezelf na de gymles in de kleedkamer omkleden.
4. De lange fietstocht heeft me echt vermoeid.
5. Wij wassen de afwas elke dag.
6. Ik heb me geabonneerd op het Easy Dutch-kanaal.
7. De film windt me op.
8. Ik verstop mijzelf in de garage.
9. Het spelletje amuseert de kinderen.
10. De…Read More