-
Dutchbook huiswerk:✍️
Boek. Pagina 184
Opdracht 2
Plaats jouw antwoorden hieronder:186 Comments-
1. Ik vraag me af.
2. Ik gedroeg me goed.
3. Hij spande zich in.
4. Ik vergis me.
5. Ik verspreek me
6. Hij bemoeit zich met alles.
7. Zij heeft zich gehaast.
8. Zij schamen zich.
9. Wij kunnen ons een vakantie veroorloven.
10. Ik bevind me.
11. Ik herinnerde me.
12. Ik vergiste me.
13. Hij verslikt zich.
14. Hij bedenkt zich.
15. Ik heb me bevonden -
1. Ik vraag me af.
2. Ik gedroeg me goed.
3. Hij spande zich in.
4. Wij verheugen ons.
5. Zij verspreekt zich.
6. Jullie bemoeien je.
7. Ik haast me.
8. Ik schaam me.
9. Wij veroorloven ons.
10. Hij bevindt zich.
11. Ik herinner me.
12. Je vergist je.
13. Zij verslikken zich.
14. Ik bedenk me.
15. Wij bevinden ons. -
1. Ik vraag me af waar mijn fles is.
2. Zij gedraagt zich goed tijdens de les.
3. Zij spannen zich in tijdens de wedstrijd.
4. Ik verheug me op de zomer.
5. Ik verspreek me tijdens de presentatie.
6. Mijn buurvrouw bemoeit zich met mijn feest.
7. Wij haasten ons naar de bioscoop.
8. Ik schaam me.
9. Ik kan me geen nieuwe auto veroorloven.
10. De…Read More -
1. Ik vraag me af of het morgen mooi weer wordt.
2. Hij gedraagt zich geduldig.
3. Zij spant zich.
4. Wij verheugen ons op de vakantie.
5. Hij versprak zich.
6. Jullie mogen je niet bemoeien met hun ruzie.
7. Ik moet me haasten voor de trein.
8. Zij schaamt zich voor haar fout.
9. Ik kan het mij veroorloven.
10. Het bevindt zich in het…Read More -
1. Ik heb me afgevraagd.
2. Zij gedraagt zich anders.
3. Ik wil me inspannen.
4. Zij kan zich verheugen.
5. Hij verspreekt zich.
6. ik ga bemoei me.
7. Hij haast zich.
8. Ik schaam me.
9. Hij kan het zich veroorloven.
10. Ik heb mezelf gevonden.
11.Zij kan zich herinneren
12. Ik vergis me.
13. Jullie hebben je verslikt.
14. We hebben ons…Read More -
1. Ik vraag me af waar hij is.
2. Hij gedraagt zich goed.
3. Ik heb me erg ingespannen.
4. Wij verheugen ons op de vakantie.
5. Hij verspreekt zich vaak.
6. Zij bemoeit zich met alles.
7. Ik moet me morgen naar school hasten.
8. Hij heeft zich geschaamd.
9. Ik veroorloof me een dure tas.
10. Het toilet bevindt zich daar.
11. Ik kan me gisteren…Read More -
1. Ik vraag me af over het ruimte.
2. Zij gedroeg zich goed in de bioscoop.
3. Ik spande me om de les te halen in.
4. Zij vergis zich in hem.
5. Ze verspreken zich op de problem.
6. Hij bemoeit zich met de laptop.
7. Zij haast altijd zich.
8. Jullie schaamen je om te liegen.
9. Wij kunnen ons een nieuwe auto veroorloven.
10. Ik bevind me.
11. Ik…Read More -
1. Ik vraag me af wat de toekomst brengt.
2. De kinderen hebben zich gedragen
3. Lara spant zich nog een keer in
4. Wij hebben ons over het resultaat verheugd
5. Tom heeft zich over de geheim versproken.
6. Zij bemoeit zich met mijn carrière
7. Wij moeten ons naar het vliegtuig haasten
8. Hij schaamt zich voor zijn gedrag
9. Zij heeft…Read More -
1. Ik vraag me af hoe AI ons werk zal veranderen.
2. Wij gedraag ons op het werk.
3. Je spant je voor het sollicitatiegesprek.
4.Wij hebben ons over het service verheugd.
5. Hij verspreek zich tijdens de les.
6. Hij bemoeit zich met de wedstrijd.
7. Ik moet me naar het station haasten.
8. Zij schaamt zich voor zijn jurk.
9. Hij heeft zich een…Read More -
1. Ik vraag me af hoe duur deze vliegtickets zijn.
2. Hij gedroeg zich gisteren onvolwassen.
3. Ik moet me over Nederlandse leren inspannen.
4. Zij verheugen zich op haar volgende vakantie.
5. Zij heeft zich op afgelopen maand over mijn presentatie versproken.
6. De docent bemoeit zich met mij over mijn huiswerk.
7. Wij moeten ons naar de vlieg…Read More -
1. Ik vraag me af waarom hij niets heeft gezegd.
2. Je gedraagt je niet zoals normaal.
3. Hij spant zich in om zijn doel te bereiken.
4. Zij verheugt zich op de vakantie naar Spanje.
5. Wij verspreken ons vaak als we zenuwachtig zijn.
6. Jullie bemoeien je met zaken die je niet aangaan.
7. Ze haasten zich om de trein te halen.
8. Ik heb me…Read More -
1. Ik vraag me soms af waarom het universum bestaat.
2. Het kind gedraagt zich niet goed in het vliegtuig.
3. Zij zal zich altijd erg inspannen om haar doelen te bereiken.
4. Hij zal zich elke keer verheugen als hij met zijn vriendin afspreekt.
5. Hij mag zich niet met andermans zaken bemoeien, maar hij kiest ervoor.
6. Zij heeft zich haar hele…Read More -
1. Ik vraag me af wie het ‘Euro 2025’ gaat winnen.
2. Je gedraagt je alsof je het niet weet.
3. Hij spant zich in voor deze baan.
4. Zij verheugt zich op het nieuws.
5. Wij verspreken ons terwijl we met ze praten.
6. Jullie bemoeien je met onze opdrachten.
7. Ze haasten zich thuis.
8. De dader schaamt zich niet voor zijn gedrag.
9. Ik veroorloof…Read More -
1. Ik vraag me af wat de toekomst brengt.
2. De kinderen gedragen zich niet op straat.
3. Ik zal me voor jullie inspannen.
4. Hij verheugt zich op zijn volgende vakantie.
5. Zij heeft zich tijdens de poëzielezing versproken.
6. We bemoeien ons met de politieke bijeenkomst.
7. Ik haast me naar de les.
8. Ze schamen zich niet voor hun ideeën.
9. H…Read More -
1. Ik vraag me af wanneer ze op vakantie gaan.
2. Zij gedraagt zijn niet erg neetjes tijdens de vergadering.
3. Hij spant zich altijd in om zijn huiswerk af te maken.
4. Ik verheug me op mijn volgende vakantie.
5. De vader van het meisje bemoeit zich met haar relatie.
6. Ik haast me naar huis. / Ik haast me om naar huis te gaan.
7. Zij schaamt…Read More -
1.Ik vraag me af of tijdreizen mogelijk is.
2.Hij moet zich op school goed gedragen.
3.Zij spant zich in haar loopbaan in.
4.Ik verheug me op mijn volgende vakantie.
5.Sorry, ik heb me versproken.
6.Zij bemoeit zich altijd met mijn huiswerk.
7.Ik moet me haasten om de les te halen.
8.Ik schaam me voor mijn fouten tijdens het praten in het…Read More -
-
1. Ik vraag me af hoe laat de trein komt.
2. Zij moeten zich beter gedragen.
3. Hij moet zich beter inspannen als hij een nieuwe baan wil krijgen.
4. Kinderen verheugen zich op Sinterklaas.
5. Hij verspreekt zich vaak als hij moe is.
6. Zijn moeder bemoeit zich vaak met zijn leven.
7. Hij moet zich nu haasten als hij op tijd wil komen.
8. Sommige…Read More -
1. Ik vraag me af wanneer mijn Nederlands perfect is.
2. Jullie moeten je op Dutch Academy Eindhoven goed gedragen.
3. Hij spant zich in voor zijn volgende marathon.
4. Wij verheugen ons op ons huisje.
5. Ik heb me vaak tijdens mijn presentatie versproken.
6. Hij bemoeit zich altijd met mijn werk.
7. Ik ben te laat! Ik moet me haasten naar het…Read More -
1. Ik vraag me af of hij morgen komt.
2. Wij gedragen ons goed op de universiteit.
3. Ik moet me inspannen om een tevreden resultaat te krijgen.
4. Ik verheug me op de volgende afspraak met mijn vrienden.
5. Hij heeft zich op de vergadering versproken.
6. De kinderen hebben zich met het werk van hun vader bemoeid.
7. Ik moet me haasten om niet…Read More -
1. Ik vraag me af over klimaatverandering.
2. Hij heeft zich gisteren heel slecht gedragen.
3. Hij heeft zich gisteren heel slecht gedragen.
4. Zij spannen zich in voor dat project
5. Ik heb mij op de vorige kerst verheugd.
6. Sorry, ik wilde me niet verspreken.
7. Je mag je vandaag niet met ons bemoeien
8. Wij hebben weinig tijd, dus wij moeten…Read More -
1. Ik vraag me af over mijn toekomst.
2. Hij gedraagt zich als een kind.
3. Zij spant zich in om haar Nederlands te verbeteren.
4. Ik verheug me op mijn volgende vakantie.
5. Hij verspreekt zich tijdens een vergadering.
6. Je mag je niet met mijn zaken bemoeien.
7. Ik moet me voor mijn afspraak haasten.
8. Hij schaamt zich niet voor zijn…Read More -
1. Ik vraag me vaak iets af over het ontwerp.
2. Hij gedraagt zich goed.
3. Ik span me soms in voor verschillende dingen.
4. Ik verheug me op mijn Australische visum.
5. Zij verspreekt zich wanneer zij dit verhaal vertelt.
6. Mijn baas bemoeit zich vaak met mijn werkproces.
7. Ik haast me naar het station.
8. Ik schaam me soms over mijn…Read More -
1. Ik vraag me over de toekomst af.
2. Je gedraagt je als een kind.
3. Hij spant zich in voor zijn werk.
4. Zij verheugt zich op haar vakantie.
5. Wij verspreken ons over onze plannen.
6. Jullie bemoeien je met ons gesprek.
7. Ik haast me om mijn bus te nemen.
8. Je schaamt je over wat je hebt gedaan.
9. Hij veroorlooft zich om een nieuwe laptop…Read More -
1-Ik vraag me af wat hij bedoelt.
2-Hij gedraagt zich netjes.
3-Hij schaamt zich omdat iedereen naar hem kijkt.
4-Ik wil me inspannen voor mijn werk.
5-Ik heb me verheugd op de vakantie.
6-Zij verslikte zich in haar drankje.
7-Zij wil zich niet bemoeien met mijn probleem.
8-Ik moet me vandaag thuis haasten.
9-Wij kunnen ons geen auto…Read More -
1. We vragen ons af wat er morgen zal gebeuren.
2. Hij moet zich beter gedragen in de klas.
3. Ik span me in om Nederlands beter te leren.
4. Wij verheugen ons over het mooie weer.
5. Sorry, ik heb me verspreekt!
6. Zij bemoeit zich altijd met alles.
7. Hij haastte zich naar huis.
8. Ik schaam me voor mijn fout.
9. Zij kon zich een dure vakantie…Read More -
1. Ik vraag me af wat baby’s aan denken.
2. Ze gedragen zich niet goed.
3. Hij inspant zich om beter te leren koken.
4. Ik verheugen me op het weekend.
5. Zij verspreekt zich over de verrassing.
6. Jullie bemoeien je met hun zaken.
7. Ik haast me naar het station.
8. Hij schaamt zich voor het misverstand.
9. Ik veroorloof me om netflix te k…Read More -
1. Hij vraagt zich over de volgende zakenreis af.
2. Jij moet je goed morgen gedragen.
3. Wij zullen ons voor de volgende levering inspannen.
4. Ik verheug me op de zomervakantie.
5. Zij verspreekte zich over de verjaardag van haar vriend.
6. Jullie bemoeien je in de vergadering met nieuwe problemen.
7. Hij moet zich voor zijn afspraken…Read More -
1. Ik vraag me af waarom hij weg is.
2. Wij verheugen ons op het feest.
3. Hij schaamt zich voor zijn gedrag.
4. Jij vergist je vaak.
5. Zij herinnert zich zijn naam.
6. Ik moet me haasten.
7. Wij willen ons inspannen.
8. Hij kan zich veroorloven een pauze te nemen.
9. Zij heeft zich verslikt.
10. Jij gaat je gedragen.
11. Ik ga me morgen thuis…Read More -
1. Wij afvragen ons
2. Jullie moeten je gedragen
3. Wij moeten ons inspannen
4. Wij zullen ons vandaag thuis verheugen
5.Hij moeten zich niet morgen op kantoor bemoeien
6. Jij moet je haasten niet naar de interview
7. Hij moet zich schamen voor zijn foute actie
8. Ik kan me geen auto veroorloven
9. Ik kan me gisteren in het centrum mijn uber niet…Read More -
1. Hij vraagt ​​zich af wat hij morgen zal lezen.
2. De kinderen gedragen zich goed.
3. Ik doe mijn best om Nederlands te leren.
4. Ik verheug me op de volgende vakantie naar Rome.
5. Je verspreekt je soms als je nerveus bent
6. Zij bemoeien zich met mijn werk.
7. Ik haast me naar de bushalte.
8. Hij schaamt zich voor het gedrag van zijn kin…Read More -
1. Ik kleed me snel aan.
2. Zij wil zich beter gedragen op school.
3. Wij moeten ons elke ochtend in de sportschool inspannen.
4. Ik verheug me op het weekend.
5. Hij kan zich soms verspreken tijdens het presenteren.
6. Jij moet je vanavond thuis niet met dat gesprek bemoeien.
7. We haasten ons naar de bus.
8. Ik wil me niet meer schamen om fouten…Read More -
-
1. Ik vraag me af waarom hij te laat is.
2. De kinderen gedragen zich netjes op school.
3. Wij spannen ons in voor het examen.
4. Zij verheugt zich op de vakantie.
5. Hij verspreekt zich tijdens de presentatie.
6. Bemoei je niet met mijn werk.
7. Ik haast me om de bus te halen.
8. Zij schaamt zich voor haar fout.
9. Wij kunnen ons geen dure auto…Read More -
1. Ik was me.
2. Ik kleed me aan.
3. Ik scheer me.
4. Ik haast me.
5. Ik vergis me.
6. Ik heb me gewassen.
7. Ik wil me aankleden.
8. Ik ga me douchen.
9. Ik moet me haasten.
10. Ik kan me vergissen.
11. Ik heb me gisteren thuis gewassen.
12. Ik zal me morgen thuis aankleden.
13. Ik kan me vanavond thuis douchen.
14. Ik heb me…Read More
-
1. Ik vraag me af welk nationaal voetbalteam UEFA Euro 2028 gaat winnen.
2. Ik verwacht dat jij je vanavond gedraagt.
3. Ik heb me vandaag enorm ingespannen voor dit project.
4. Zij verheugt zich op het Weense bal.
5. Jij verspreekt je vaak als je nerveus bent.
6. Mijn collega is boos dat zijn baas zich met zijn contractonderhandelingen heeft…Read More -
Ik vrag me af waar mijn portemonnee is.
Kinderen moeten zich goed gedragen op school.
Ik moet me inspannen om Nederlands te spreken.
Verheug je je op de vakantie?
De minister verspreekt zich in zijn speech.
Hij bemoeit zich met mijn werk.
Ik haast me tijdens mijn drukke dag
Hij schaamt zich voor zijn fout.
Ik kan me geen auto veroorloven.
Ik…Read More -
1. Ik vraag me af waar mijn sleutels zijn.
2. Zij gedraagt zich goed.
3. Hij spant zich in om Nederlands te leren.
4. Zij verheugt zich op haar doel.
5. Je verspreekt je.
6. Zij bemoeien zich met zijn presentatie.
7. Hij haast zich voor een belangrijke afspraak.
8. Jij zou je niet moeten schamen voor jouw fout.
9. Zij kan zich nu een lange, luxe…Read More -
1. Ik vraag me af waar mijn bril is.
2. Hij gedraagt zich geduldig.
3. Zij spannen zich in tijdens de wedstrijd.
4. Wij verheugen ons op de vakantie.
5. Ik hoop dat ik me niet verspreek tijdens mijn presentatie.
6. Hij bemoeit zich met mijn plannen.
7. Ik moet me haasten voor de bus.
8. Zij schaamt zich niet voor haar oude auto.
9. Zij kan zich…Read More -
-
1. Ik vraag me wat het nieuws is.
2. Het kind gedraagt zich netjes op school.
3. Ik span me in om mijn Nederlands te verbeteren.
4. Wij verheugen ons op de vakantie.
5. Hij verspreekt zich tijdens de presentatie.
6. Je moet je niet met mijn werk bemoeien.
7. We moeten ons haasten om de trein te halen.
8. Hij hoeft zich niet te schamen voor zijn…Read More -
1. Hij vraagt zich af wat zijn toekomstplannen zijn.
2. Jij moet je vanavond netjes gedragen.
3. Wij zullen ons voor het examen inspannen.
4. Ik verheug me op mijn verjaardag.
5. Zij versprak zich over het geheim van haar zus.
6. Jullie bemoeien je tijdens de les met onnodige discussies.
7. Hij moet zich voor de trein haasten.
8. Zij kunnen zich…Read More -
1- Ik vraag me af of de beslissing juist is.
2- De kinderen gedragen zich goed in de klas.
3- Zij inspannen zich om het probleem op te lossen.
4- Ik verheugen me voor het concert.
5- Hij verspreekt zich want hij is zenuwachtig.
6- Zij bemoeien zich met de organisatie van het feest.
7- Ik haast me naar het vliegveld om mijn vliegvlucht te…Read More -
1. Hij vraagt zich nog steeds af hoe zijn carrière zal verlopen.
2. Jij moet je morgen tijdens de vergadering netjes gedragen.
3. Wij zullen ons deze week extra inspannen om te slagen.
4. Ik verheug me al weken op het schoolfeest.
5. Zij heeft zich per ongeluk versproken tijdens het interview.
6. Jullie bemoeien je vaak met gesprekken die niet…Read More -
1.Ik vraag me altijd af hoe de tijd vliegt.
2. Jij gedraagt je alsof je niets weet.
3. Hij inspant zich om Nederlands te leren.
4. Zij verheugen zich op hun vakantie.
5. Zij verspreekt zich over zijn naam.
6. Je bemoeit je met hun gesprek.
7. Wij moeten ons naar het station haasten.
8. Hij schaamt zich voor zijn fouten.
9. Jullie kunnen je…Read More -
1. Ik heb me altijd afgevraagd waarom we dromen.
2. Hun kind heeft zich vandaag in hun huis goed gedragen.
3. Hij heeft zich gisteren ingespannen om Nederlands te spreken.
4. Wij kunnen ons vandaag verheugen op lekker eten in het nieuwe restaurant.
5. Hij heeft zich in het verleden met ons project bemoeid.
6. Ik kan me dat veroorloven.
7. Hij gaat…Read More -
1. Ik vraag me af waar je naartoe ging voor jouw vakantie.
2. Hij gedraagt zich als een goede man, maar hij is het niet.
3. De atleet spant zich voor de race in.
4. Ze verheugt zich op haar vakantie.
5. Je verspreekte je tijdens de ontmoeting.
6. Zij hebben geen tijd om zich met dat probleem te bemoeien.
7. Wij haasten ons om de trein te…Read More -
1. Zij vraagt zich af wie haar liefste persoon in de wereld is.
2. We moeten ons morgen voor de bruiloft netjes gedragen.
3. De studenten moeten voor het examen inspannen.
4. Ik verheug me op onze volgende vakantie.
5. Ik heb me versproken tijdens het interview.
6. Niemand wil zich met jouw leven bemoeien.
7. We moeten ons haasten naar het…Read More -
A
1. Ik vraag me iets af.
2. Jij gedraagt je keurig.
3. Wij spannen ons daarvoor in.
B
4. Hij heeft zich erop verheugd.
5. U hebt zich versproken.
6. Ze zullen zich ermee bemoeien.
C
7. Wij moeten ons meteen naar de les haasten.
8. Jij hebt je er gisteren bij je ouders voor geschaamd.
9. Ze konden zich hun hele leven in het dorp niets…Read More -
RECEPT A:
1. Wij spannen ons veel in.
2. Hij schaamt zich
3. Ik herinner me.
4. Zij gedraagt zich goed.
5. Zij vergist zichRECEPT B:
1. Ik moet me afvragen wat te doen.
2. Wij gaan ons verheugen op de vakantie.
3. Jij moet je haasten.
4. Wij kunnen ons dit veroorloven.
5. Zij gaat zich bedenken.RECEPT C:
1. Ik kan me morgen in de les…Read More -
1. Ik vraag me af of er een parallelle wereld bestaat.
2. Hij heeft zich altijd netjes gedragen.
3. Wij hebben ons afgelopen maand ingespannen.
4. Hij verheugde zich op zijn toekomstige vakantie.
5. Ik heb me tijdens het spreekexamen versproken.
6. Mijn baas bemoeit zich zelden met mijn werk.
7. Ik moet me nu naar het station haasten.
8. Hij heeft…Read More -
1. Zij vragen zich over zijn toekomst elk weekend in de tuin af.
2. Zij moet zich morgen op school gedragen.
3. Wij hebben ons vorige week op kantoor ingespannen.
4. Ik kan me op de vakantie verheugen.
5. Ik kan me verspreken.
6. Zij wil zich vandaag op kantoor niet met het probleem bemoeien.
7. Ik moet me haasten.
8. Het kind schaamt zich…Read More -
1. Zij vraagt zich af welke woningcorporatie in Eindhoven beter is.
2. Hij heeft zich altijd goed gedragen.
3. Ik moet me inspannen om Nederlands te leren.
4. Ik verheug me op mijn vakantie.
5. Zij schamen zich voor het verspreken.
6. Wij moeten ons niet met hun zaken bemoeien.
7. Ik haast me naar het station om de trein te halen.
8. Hij schaamt…Read More -
1.Ik vraag me af of hij vandaag nog komt.
2.De kinderen gedroegen zich heel netjes in de klas.
3.Na het werk probeer ik me altijd even te ontspannen.
4.Ik verheug me op het feest van vanavond.
5.Tijdens het interview versprak hij zich meerdere keren.
6.Je moet je niet bemoeien met zaken die je niet aangaan.
7.We haastten ons om de bus nog te…Read More
- Load More Posts


1. Ik vraag me altijd af hoe de tijd vliegt.
2. Jij gedraagt je alsof je niets weet.
3. Hij inspant zich om Nederlands te leren.
4. Zij verheugen zich op hun vakantie.
5. Zij verspreekt zich over zijn naam.
6. Je bemoeit je met hun gesprek.
7. Wij moeten ons naar het station haasten.
8. Hij schaamt zich voor zijn fouten.
9. Jullie kunnen je deze…Read More