-
Dutchbook huiswerk:✍️
Boek. Pagina 152
Opdracht 2
Plaats jouw antwoorden hieronder:251 Comments-
1. Het regende al de hele dag.
2. De hond van de buren blafte de hele nacht.
3. De kinderen speelden de hele dag.
4. De jongen duwde Maria op de grond.
5. Onze grootouders woonden vroeger buiten de stad.
6. Pieter vergrootte de foto.
7. Anton antwoordde niet op mijn vraag.
8. Niemand wilde nog naar knutselwerkjes.
9. De kleuters maakten mooie…Read More -
1. Het regende al de hele dag.
2. De hond van de buren blaften de hele nacht.
3. De kinderen speelden de hele dag.
4. De jongen duwde Maria op de grond.
5. Onze grootouders woonden vroeger buiten de stad.
6. Pieter vergrootte de foto,
7. Anton antwoordde niet op mijn vraag.
8. Niemand wilde nog naar huis gaan.
9. De kleuters maakten mooie…Read More -
1. Het regende al de hele dag.
2. De hond van de buren blafte de hele nacht.
3. De kinderen speelden de hele dag.
4. De jongen duwde Maria op de grond.
5. Onze grootouders woonden vroeger buiten de stad.
6. Pieter vergrootten de foto.
7. Anton antwoordde niet op mijn vraag.
8. Niemand wilde nog naar huis gaan.
9. De kleuters maakten mooie…Read More -
1. Het regende al de hele dag.
2. De hond van de buren blafte de hele nacht.
3. De kinderen speelden de hele dag.
4. De jongen duwde Maria op de grond.
5. Onze grootouders woonden vroeger buiten de stad.
6. Pieter vergrootte de foto.
7. Anton antwoordde niet op mijn vraag.
8. Niemand wilde nog naar huis gaan.
9. De kleuters maakten mooie…Read More -
1. Het regende al de hele dag.
2. De hond van de buren blafte de hele nacht.
3. De kinderen speelden de hele dag.
4. De jongen duwde Maria op de grond.
5. Onze grootouders woonden vroeger buiten de stad.
6. Pieter vergrootte de foto.
7. Anton antwoordde niet op mijn vraag.
8. Niemand wilde nog naar huis gaan.
9. De kleuters maakten mooie…Read More -
1. Het regende al de hele dag.
2. De hond van de buren blafte de hele nacht.
3. De kinderen speelden de hele dag.
4. De jongen duwde Maria op de grond.
5. Onze grootouders woonden vroeger buiten de stad.
6. Pieter vergrootte de foto.
7. Anton antwoordde niet op mijn vraag.
8. Niemand wilde nog naar huis gaan.
9. De kleuters maakten mooie…Read More -
1. Het regende al de hele dag.
2. De hond van de buren blafte de hele nacht.
3. De kinderen speelden de hele dag.
4. De jongen duwde Maria op de grond.
5. Onze grootouders woonden vroeger buiten de stad.
6. Pieter vergrootte de foto.
7. Anton antwoordde niet op mijn vraag.
8. Niemand wilde nog naar huis gaan.
9. De kleuters maakten mooie…Read More -
1. Het regende al de hele dag.
2. De hond van de buren blafte de hele nacht.
3. De kinderen speelden de hele dag.
4. De jongen duwde Maria op de grond.
5. Onze grootouders woonden vroeger buiten de stad.
6. Pieter vergrootte de foto.
7. Anton antwoordde niet op mijn vraag.
8. Niemand wilde nog naar huis gaan.
9. De kleuters maakten mooie…Read More -
1. Het regende al de hele dag.
2. De hond van de buren blafte de hele nacht.
3. De kinderen speelden de hele dag.
4. De jongen duwde Maria op de grond.
5. Onze grootouders woonden vroeger buiten de stad.
6. Pieter vergrootte de foto.
7. Anton antwoordde niet op mijn vraag.
8. Niemand wilde nog naar huis gaan.
9. De kleuters maakten mooie…Read More -
1. Het regende al de hele dag.
2. De hond van de buren blafte de hele nacht.
3. De kinderen speelden de hele dag.
4. De jongen duwde Maria op de grond.
5. Onze grootouders woonden vroeger buiten de stad.
6. Pieter vergrootte de foto.
7. Anton antwoordde niet op mijn vraag.
8. Niemand wilde nog naar huis gaan.
9. De kleuters maakten mooie…Read More -
1. Het regende al de hele dag.
2. De hond van de buren blafte de hele nacht.
3. De kinderen speelden de hele dag.
4. De jongen duwde Maria op de grond.
5. Onze grootouders woonden vroeger buiten de stad.
6. Pieter vergrootte de foto.
7. Anton antwoordde niet op mijn vraag.
8. Niemand wilde nog naar huis gaan.
9. De kleuters maakten mooie…Read More -
1. Het regende al de hele dag
2. De hond van de buren blafte de hele nacht
3. De kinderen speelden de hele dag
4. De jongen duwde Maria op de grond
5. Onze grootouders woonden vroeger buiten de stad
6. Pieter vergrotte de foto
7. Anton antwoordde niet op mijn vraag
8. Niemand wilde nog naar huis gaan
9. De kleuters maakten mooie…Read More -
1. Het regende al de hele dag.
2. De hond van de buren blafte de hele nacht.
3. De kinderen speelden de hele dag.
4. De jongen duwde Maria op de grond.
5. Onze grootouders woonden vroeger buiten de stad.
6. Pieter vergrootte de foto.
7. Anton antwoordde niet op mijn vraag.
8. Niemand wilde nog naar huis gaan.
9. De kleuters maakten mooie…Read More -
1. Het regende al de hele dag.
2. De hond van de buren blafte de hele nacht.
3. De kinderen speelden de hele dag.
4. De jongen duwde Maria op de grond.
5. Onze grootouders woonden vroeger buiten de stad.
6. Pieter vergrootte de foto.
7. Anton antwoordde niet op mijn vraag.
8. Niemand wilde nog naar huis gaan.
9. De kleuters maakten mooie…Read More -
1. Het regende al de hele dag.
2. De hond van de buren blafte de hele nacht.
3. De kinderen speelden de hele dag.
4. De jongen duwde Maria op de grond.
5. Onze grootouders woonden vroeger buiten de stad.
6. Pieter vergrootte de foto.
7. Anton antwoordde niet op mijn vraag.
8. Niemand wilde nog naar huis gaan.
9. De kleuters maakten mooie…Read More -
1. Het regende al de hele dag.
2. De hond van de buren blafte de hele nacht.
3. De kinderen speelden de hele dag.
4. De jongen duwde Maria op de grond.
5. Onze grootouders woonden vroeger buiten de stad.
6. Pieter vergrootte de foto.
7. Anton antwoordde niet op mijn vraag.
8. Niemand wilde nog maar huis gaan.
9. De kleuters maakten mooie…Read More -
1. Het regende al de hele dag.
2. De hond van de buren blafte de hele nacht.
3. De kinderen speelden de hele dag.
4. De jongen duwde Maria op de grond.
5. Onze grootouders woonden vroeger buiten de stad.
6. Pieter vergrootte de foto.
7. Anton antwoordde niet op mijn vraag.
8. Niemand wilde nog naar huis gaan.
9. De kleuters maakten mooie…Read More -
1. Het regende al de hele dag.
2. De hond van de buren blaffte de hele nacht.
3. De kinderen speelden de hele dag.
4, De jongen duwde Maria op de grond.
5. Onze grootouders woonden vroeger buiten de stad.
6. Pieter vergrootte de foto.
7. Anton antwoordde niet op mijn vraag.
8. Niemand wilde nog naar huis gaan.
9. De kleuters maakten mooie…Read More -
1. Het regende al de hele dag.
2. De hond van de buren blafte de hele nacht.
3. De kinderen speelden de hele dag.
4. De jongen duwde Maria op de grond.
5. Onze grootouders woonden vroeger buiten de stad.
6. Pieter vergrootte de foto.
7. Anton antwoordde niet op mijn vraag.
8. Niemand wilde nog naar huis gaan.
9. De kleuters maakten mooie…Read More -
1. Het regende al de hele dag.
2. De hond van de buren blafte de hele nacht.
3. De kinderen speelden de hele dag.
4. De jongen duwde Maria op de grond.
5. Onze grootouders woonden vroeger buiten de stad.
6. Pieter vergrootte de foto.
7. Anton antwoordde niet op mijn vraag.
8. Niemand wilde nog naar huis gaan.
9. De kleuters maakten mooie…Read More -
1. Het regende al de hele dag.
2. De hond van de buren blafte de hele nacht.
3. De kinderen speelden de hele dag.
4. De jongen duwde Maria op de grond.
5. Onze grootouders woonden vroeger buiten de stad.
6. Peter vergrootte de foto.
7. Anton antwoordde niet op mijn vraag.
8. Niemand wilde nog naar huis gaan.
9. De kleuters maakten mooie…Read More -
1. Het regende al de hele dag.
2. De hond van de buren blafte de hele nacht.
3. De kinderen speelden de hele dag.
4. De jongen duwde Maria op de grond.
5. Onze grootouders woonden vroeger buiten de stad.
6. Pieter vergrootte de foto.
7. Anton antwoordde niet op mijn vraag.
8. Niemand wilde nog naar huis gaan.
9. De kleuters maakten mooie…Read More -
1. Het regende al de hele dag.
2. De hond van de buren blafte de hele nacht.
3. De kinderen speelden de hele dag.
4. De jongen duwde Maria op de grond.
5. Onze grootouders woonden vroeger buiten de stad.
6. Pieter vergrootte de foto.
7. Anton antwoordde niet op mijn vraag.
8. Niemand wilde nog naar huis gaan.
9. De kleuters maakten mooie…Read More -
1. Het regende al de hele dag.
2. De hond van de buren blafte de hele nacht.
3. De kinderen speelden de hele dag.
4. De jongen duwde Maria op de grond.
5. Onze grootouders woonden vroeger buiten de stad.
6. Pieter vergrootte de foto.
7. Anton antwoordde niet op mijn vraag.
8. Niemand wilde nog naar huis gaan.
9. De kleuters maakten mooie…Read More -
1. Het regende al de hele dag.
2. De hond van de buren blafte de hele nacht.
3. De kinderen speelden de hele dag.
4. De jongen duwde Maria op de grond.
5. Onze grootouders woonden vroeger buiten de stad.
6. Pieter vergrootte de foto.
7. Anton antwoordde niet op mijn vraag.
8. Niemand wilde nog naar huis gaan.
9. De kleuters maakten mooie…Read More -
1. Het regende al de hele dag.
2. De hond van de buren blafte de hele nacht.
3. De kinderen speelden de hele dag.
4. De jongen duwde Maria op de grond.
5. Onze grootouders woonden vroeger buiten de stad.
6. Pieter vergrootte de foto.
7. Anton antwoordde niet op mijn vraag.
8. Niemand wilde nog naar huis gaan.
9. De kleuters maakten mooie…Read More -
1. Het regende al de hele dag.
2. De hond van de buren blafte de hele nacht.
3. De kinderen speelden de hele dag.
4. De jongen duwde Maria op de grond.
5. Onze grootouders woonden vroeger buiten de stad.
6. Pieter vergrootte de foto.
7. Anton antwoordde niet op mijn vraag.
8. Niemand wilde nog naar huis gaan.
9. De kleuters maakten mooie…Read More -
1. Het regende al de hele dag.
2. De hond van de buren blafte de hele nacht.
3. De kinderen speelden de hele dag.
4. De jongen duwde Maria op de grond.
5. Onze grootouders woonden vroeger buiten de stad.
6. Pieter vergrootte de foto.
7. Anton antwoordde niet op mijn vraag.
8. Niemand wilde nog naar huis gaan.
9. De kleuters maakten mooie…Read More -
1. Het regende al de hele dag.
2. De hond van de buren blafte de hele nacht.
3. De kinderen speelden de hele dag.
4. De jongen duwde Maria op de grond.
5. Onze grootouders woonden vroeger buiten de stad.
6. Pieter vergrootte de foto.
7. Anton antwoordde niet op mijn vraag.
8. Niemand wilde nog naar huis gaan.
9. De kleuters maakten mooie…Read More -
1. Het regende al de hele dag
2. De hond van de buren blafte de hele nacht
3. De kinderen speelden de hele dag
4. De jongen duwde Maria op de grond
5. Onze grootouders woonden vroeger buiten de stad
6. Pieter vergrootte de foto
7. Anton antwoordde niet op mijn vraag
8. Niemand wilde nog naar huis gaan
9. De kleuters maakten mooie…Read More -
1, Het regende al de hele dag.
2. De hond van de buren blafte de hele nacht.
3. De kinderen speelden de hele dag.
4. De jongen duwde Maria op de grond.
5.Onze grootouders woonden vroeger buiten de stad.
6. Pieter vergrootte de foto.
7.Anton antwoordde niet op mijn vraag.
8. Niemand wilde nog naar huis gaan.
9. De kleuters maakten mooie…Read More -
1. Het regende al de hele dag.
2. De hond van de buren blafte de hele nacht.
3. De kinderen speelden de hele dag.
4. De jongen duwde Maria op de grond.
5. Onze grootouders woonden vroeger buiten de stad.
6. Peter vergrootte de foto.
7. Anton antwoordde niet op mijn vraag.
8. Nieman wilde nog naar huis gaan.
9. De kleuters maakten mooie…Read More -
1. Het regende al de hele dag.
2. De hond van de buren blafte de hele nacht.
3. De kinderen speelden de hele dag.
4. De jongen duwde Maria op de grond.
5. Onze grootouders woonden vroeger buiten de stad.
6. Pieter vergrootte de foto.
7. Anton antwoordde niet op mijn vraag.
8. Niemand wilde nog naar huis gaan.
9. De kleuters maakten mooie…Read More -
1. Het regende al de hele dag.
2. De hond van de buren blafte de hele nacht.
3. De kinderen speelden de hele dag.
4. De jongen duwde Maria op de grond.
5. Onze grootouders woonden vroeger buiten de stad.
6. Pieter vergrootte de foto.
7. Anton antwoordde niet op mijn vraag.
8. Niemand wilde nog naar huis gaan.
9. De kleuters maakten mooie…Read More -
1. Het regende al de hele dag.
2. De hond van de buren blafte de hele nacht.
3. De kinderen speelden de hele dag.
4. De jongen duwde Maria op de grond.
5. Onze grootouders woonden vroeger buiten de stad.
6. Pieter vergrootte de foto.
7. Anton antwoordde niet op mijn vraag.
8. Niemand wilde nog naar huis gaan.
9. De kleuters maakten mooie…Read More -
1. Het regende al de hele dag.
2. De hond van de buren blafte de hele nacht.
3. De kinderen speelden de hele dag.
4. De jongen duwde Maria op de grond.
5. Onze grootouders woonden vroeger buiten de stad.
6. Peter vergrootte de foto.
7. Anton antwoordde niet op mijn vraag.
8. Niemand wilde nog naar huis gaan.
9. De kleuters maakten mooie…Read More -
1. Het regende al de hele dag.
2. De hond van de buren blafte de hele nacht.
3. De kinderen speelden de hele dag.
4. De jongen duwde Maria op de grond.
5. Onze grootouders woonden vroeger buiten de stad.
6. Pieter vergrootte de foto.
7. Anton antwoordde niet op mijn vraag.
8. Niemand wilde nog naar huis gaan.
9. De kleuters maakten mooie…Read More -
1. Het regende al de hele dag.
2. De hond van de buren blafte de hele nacht.
3. De kinderen speelden de hele dag.
4. De jongen duwde Maria op de grond.
5. Onze grootouders woonden vroeger buiten de stad.
6. Pieter vergrootte de foto.
7. Anton antwoordde niet op mijn vraag.
8. Niemand wilde nog naar huis gaan.
9. De kleuters maakten mooie…Read More -
1. Het regende al de hele dag.
2. De hond van de buren blafte de hele nacht.
3. De kinderen speelden de hele dag.
4. De jongen duwde Maria op de grond.
5. Onze grootouders woonden vroeger buiten de stad.
6. Pieter vergrootte de foto.
7. Anton antwoordde niet op mijn vraag.
8. Niemand wilde nog naar huis gaan.
9. De kleuters maakten mooie…Read More -
1. Het regende al de hele dag.
2. De hond van de buren blafte de hele nacht.
3. De kinderen speelden de hele dag.
4. De jongen duwde Maria op de grond.
5. Onze grootouders woonden vroeger buiten de stad.
6. Pieter vergrootte de foto.
7. Anton antwoordde niet op mijn vraag.
8. Niemand wilde nog naar huis gaan.
9. De kleuters maakten mooie…Read More -
1. Het regende al de hele dag.
2. De hond van de buren blafte de hele nacht.
3. De kinderen speelden de hele dag.
4. De jongen duwde Maria op de grond.
5. Onze grootouders woonden vroeger buiten de stad.
6. Pieter vergrootte de foto.
7. Anton antwoordde niet op mijn vraag.
8. Niemand wilde nog naar huis gaan.
9. De kleuters maakten mooie…Read More -
1. Het regende al de hele dag.
2. De hond van de buren blafte de hele nacht.
3. De kinderen speelden de hele dag.
4. De jongen duwde Maria op de grond.
5. Onze grootouders woonden vroeger buiten de stad.
6. Pieter vergrootte de foto.
7. Anton antwoordde niet op mijn vraag.
8. Niemand wilde nog naar huis gaan.
9. De kleuters maakten mooie…Read More -
1. Het regende al de hele dag.
2. De hond van de buren blafte de hele nacht.
3. De kinderen speelden de hele dag.
4. De jongen duwde Maria op de grond.
5. Onze grootouders woonden vroeger buiten de stad.
6. Pieter vergrootte de foto.
7. Anton antwoordde niet op mijn vraag.
8. Niemand wilde nog naar huis gaan.
9. De kleuters maakten mooie…Read More -
1. Het regende al de hele dag.
2. De hond van de buren blafte de hele nacht.
3. De kinderen speelden de hele dag.
4. De jongen duwde Maria op de grond.
5. Onze grootouders woonden vroeger buiten de stad.
6. Pieter vergrootte de foto.
7. Anton antwoordde niet op mijn vraag.
8. Niemand wilde nog naar huis gaan.
9. De kleuters maakten mooie…Read More -
1. Het regende al de hele dag.
2. De hond van de buren blafte de hele nacht.
3. De kinderen speelden de hele dag.
4. De jongen duwde Maria op de grond.
5. Onze grootouders woonden vroeger buiten de stad.
6. Pieter vergrootte de foto.
7. Anton antwoordde niet op mijn vraag.
8. Niemand wilde nog naar huis gaan.
9. De kleuters maakten mooie…Read More -
1. Het regende al de hele dag.
2. De hond van de buren blafte de hele nacht.
3. De kinderen speelden de hele dag.
4. De jongen duwde Maria op de grond.
5. Onze grootouders woonden vroeger buiten de stad.
6. Pieter vergrootte de foto.
7. Anton antwoordde niet op mijn vraag.
8. Niemand wilde nog naar huis gaan.
9. De kleuters maakten mooie…Read More -
1. Het regende al de hele dag.
2. De hond van de buren blafte de hele nacht.
3. De kinderen speelden de hele dag.
4. De jongen duwde Maria op de grond.
5. Onze grootouders woonden vroeger buiten de stad.
6. Pieter vergrootte de foto.
7. Anton antwoordde niet op mijn vraag.
8. Niemand wilde nog naar huis gaan.
9. De kleuters maakten mooie…Read More -
1. Het regende al de hele dag.
2. De hond van de buren blafte de hele nacht.
3. De kinderen speelden de hele dag.
4. De jongen duwde Maria op de grond.
5. Onze grootouders woonden vroeger buiten de stad.
6. Pieter vergrootte de foto.
7. Anton antwoordde niet op mijn vraag.
8. Niemand wilde nog naar huis gaan.
9. De kleuters maakten mooie…Read More -
1. Het regende al de hele dag.
2. De hond van de buren blafte de hele nacht.
3. De kinderen speelden de hele dag.
4. De jongen duwde Maria op de grond.
5. Onze grootouders woonden vroeger buiten de stad.
6. Pieter vergrootte de foto.
7. Anton antwoordde niet op mijn vraag.
8. Niemand wilde nog naar huis gaan.
9. De kleuters maakten mooie…Read More -
1. Het regende al de hele dag.
2. De hond van de buren blafte de hele nacht.
3. De kinderen speelden de hele dag.
4. De jongen duwde Maria op de grond.
5. Onze grootouders woonden vroeger buiten de stad.
6. Pieter vergrootte de foto.
7. Anton antwoordde niet op mijn vraag.
8. Niemand wilde nog naar huis gaan.
9. De kleuters maakten mooie…Read More -
#1 — Het [regende] al de hele dag.
#2 — De hond van de buren [blafte] de hele dag.
#3 — De kinderen [speelden] de hele dag.
#4 — De jongen [duwde] Maria op de grond.
#5 — Onze grootouders [woonden] vroeger buiten de stad.
‎
#6 — Pieter [vergrootte] de foto.
#7 — Anton [antwoordde] niet op mijn vraag.
#8 — Niemand [wilde] nog naar…Read More -
1. Het regende al de hele dag.
2. De hond van de buren blafte de hele nacht.
3. De kinderen speelden de hele dag.
4. De jongen duwden Maria op de grond.
5. Onze grootouders woonden vroeger buiten de stad.
6. Pieter vergrootte de foto.
7. Anton antwoordde niet op mijn vraag.
8. Niemand wilde nog naar huis gaan.
9. De kleuters maakten mooie…Read More -
1. Het regende al de hele dag.
2. De hond van de buren blafte de hele nacht.
3. De kinderen speelden de hele dag.
4. De jongen duwde Maria op de grond.
5. Onze grootouders woonden vroeger buiten de stad.
6. Pieter vergrootte de foto.
7. Anton antwoordde niet op mijn vraag.
8. Niemand wilde nog naar huis gaan.
9. De kleuters maakten mooie…Read More -
1- Het regende al de hele dag.
2- De hond van de buren blafte de hele nacht.
3- De kinderen speelden de hele dag.
4- De jongen duwden Maria op de grond.
5- Onze grootouders woonden vroeger buiten de stad.
6- Pieter vergrootte de foto.
7- Anton antwoordde niet op mijn vraag.
8- Niemand wilde nog naar huis gaan.
9- De kleuters maakten mooie…Read More -
1. Het regende al de hele dag.
2. De hond van de buren blafte de hele nacht.
3. De kinderen speelden de hele dag.
4. De jongen duwde Maria op de grond.
5. Onze grootouders woonden vroeger buiten de stad.
6. Pieter vergrootte de foto.
7. Anton antwoordde niet op mijn vraag.
8. Niemand wilde nog naar huis gaan.
9. De kleuters maakten mooie…Read More -
1. Het regende al de hele dag.
2. De hond van de buren blafte de hele nacht.
3. De kinderen speelden de hele dag.
4. De jongen duwde Maria op de grond.
5. Onze grootouders woonden vroeger buiten de stad.
6. Pieter vergrootte de foto.
7. Anton antwoordde niet op mijn vraag.
8. Niemand wilde nog naar huis gaan.
9. De kleuters maakten mooie…Read More -
1. Het regende al de hele dag.
2. De hond van de buren blafte de hele nacht.
3. De kinderen speelden de hele dag.
4. De jongen duwde Maria op de grond.
5. Onze grootouders woonden vroeger buiten de stad.
6. Pieter vergrootte de foto.
7. Anton antwoordde niet op mijn vraag.
8. Niemand wilde nog naar huis gaan.
9. De kleuters maakten mooie…Read More -
1. Het regende al de hele dag.
2. De hond van de buren blafte de hele nacht.
3. De kinderen speelden de hele dag.
4. De jongen duwde Maria op de grond.
5. Onze grootouders woonden vroeger buiten de stad.
6. Pieter vergrootte de foto.
7. Anton antwoordde niet op mijn vraag.
8. Niemand wilde nog naar huis gaan.
9. De kleuters maakten mooie…Read More -
1. Het regende al de hele dag.
2. De hond van de buren blafte de hele nacht.
3. De kinderen speelden de hele dag.
4. De jongen duwde Maria op de grond.
5. Onze grootouders woonden vroeger buiten de stad.
6. Pieter vergrootte de foto.
7. Anton antwoordde niet op mijn vraag.
8. Niemand wilde nog naar huis gaan.
9. De kleuters maakten mooie…Read More -
1. Het regende al de hele dag.
2. De hond van de buren blafte de hele nacht.
3. De kinderen speelden de hele dag.
4. De jongen duwde Maria op de grond.
5. Onze grootouders woonden vroeger buiten de stad.
6. Pieter vergrootte de foto.
7. Anton antwoordde niet op mijn vraag.
8. Niemand wilde nog naar huis gaan.
9. De kleuters maakten mooie…Read More -
1. Het regende al de hele dag.
2. De hond van de buren blafte de hele nacht.
3. De kinderen speelden de hele dag.
4. De jongen duwde Maria op de grond.
5. Onze grootouders woonden vroeger buiten de stad.
6. Pieter vergrootte de foto.
7. Anton antwoordde niet op mijn vraag.
8. Niemand wilde nog naar huis gaan.
9. De kleuters maakten mooie…Read More
- Load More Posts


1. Het regende al de hele dag.
2. De hond van de buren blafte de hele nacht.
3. De kinderen speelden de hele dag.
4. De jongen duwde Maria op de grond.
5. Onze grootouders woonden vroeger buiten de stad.
6. Pieter vergrootte de foto.
7. Anton antwoordde niet op mijn vraag.
8. Niemand wilde nog naar huis gaan.
9. De kleuters maakten mooie…Read More