-
Dutchbook huiswerk:✍️
Boek. Pagina 173
Opdracht 3
Plaats jouw antwoorden hieronder:189 Comments-
1. Zij gaat morgen naar de winkel om boodschappen te doen.
2. Jullie komen straks naar mijn huis om te helpen verhuizen.
3. We doen het vandaag om op tijd klaar te zijn.
4. Ik werk vanmiddag om de deadline te halen.
5. Ik bel vanavond om het probleem op te lossen. -
1. Ik koop alleen vandaag om korting te krijgen.
2. Ik douche voor het slapengaan om schoon te slapen.
3. Ik drink elke dag om een gezonder lichaam te krijgen.
4. Ik reis morgen om bij mijn familie weg te gaan.
5. Ik heb op vrijdag om een afspraak te gaan.
6. Ze wordt ‘s ochtends vroeg wakker om naar school te gaan.
7. Ik heb gisteren gek…Read More -
1. Ik reis morgen om een trein te nemen.
2. Ik bel vandaag om een afspraak te annuleren.
3. Ik fiets later om boodschappen te doen. -
1. Ik haast me vandaag om morgen te kunnen slapen.
2. Ik doe nu de boodschappen om vanavond te koken.
3. Ik pak nu mijn spullen in om morgen te reizen. -
1. Ik sport elke dag om fit te blijven.
2. Ik bel mijn moeder elke weekends om iets te vertellen.
3. Ik schrijf elke ochtend iets in mijn agenda om het niet te vergeten. -
1. Ik loop elke ochtend naar het park om vogels te fotograferen.
2. Wij reisden vorige maand naar Turkije om onze ouders te bezoeken.
3. Hij ging gisteren naar de kapper om zijn haar te laten knippen. -
1. Ik werk vandaag om deze opdrachten af te maken.
2. We gaan volgend weekend op reis om een vriend te bezoeken.
3. Wij fietsen vaak om gezond te blijven. -
1. Ik werk vanmiddag om mijn presentatie te verbeteren.
2. Jullie studeren elke week om jullie examen te halen.
3. Wij lezen elke avond om nieuwe woorden te leren. -
1. Ik haast me vanochtend om de trein te nemen.
2. Wij belden gisteren om een tafel te reserveren.
3. Ik gebruik mijn telefoon ’s ochtends om Instagram te checken.
4. Zij rijdt vandaag om sollicitatiegesprek te hebben.
5. Zij kloppen vanavond om zout te vragen.
6. Wij reizen elk jaar om nieuwe plekken te bezoeken.
7. Zij eten ’s ochtends om…Read More -
1. Ik neem nu een paracetamol in om later geen pijn te voelen.
2. Hij rookte vroeger om vrienden te maken.
3. Ik ga elke week naar de sportschool om af te vallen. -
1. Ik kom nu om mijn kinderen op te halen.
2. Hij kwam gisteren om zijn boek op te halen.
3. Jullie komen straks om de trein te nemen.
4. Jij leest vanmiddag om je boek uit te lezen.
5. Zij werkt in het weekend om een vrije maandag te hebben.
6. Ik besluit vandaag om een nieuwe cursus te beginnen.
7. Hij belde vanmiddag om haar stem te horen. -
1. Ik wandel ‘s ochtends om gezond te blijven.
2. Ik maak vandaag schoon om een diner te organiseren.
3. Ik kook ‘s avonds om ‘s ochtends snel te eten.
4. Ik blijf vandaag thuis om griep te vermijden.
5. Ik zing vanavond om met mijn vrienden in karaoke te lachen.
6. Ik zwem elke week om zwemmen te leren.
7. Ik drink elke dag om gehydrateerd te…Read More -
1.Ik probeer vanavond om gezond te koken.
2.Ik wil in het weekend om met mijn vrienden te praten.
3.Ik heb tijd vanmiddag om boodschappen te doen. -
1. Ik werk in het weekend om het project klaar te maken.
2. Hij belt mij vandaag om een afspraak te maken.
3. Ik zie hen vanmiddag om een biertje te drinken. -
1. Ik werk doordeweeks om geld te verdienen.
2. Zij kookt vandaag om morgen naar haar werk mee te nemen.
3. Jullie vergaderen morgen om een feest te organiseren. -
1. Ze leest elke dag om haar kennis te vergroten.
2. Hij belt elke dag om met zijn moeder te praten.
3. Ik ga morgen (in het park) om een wandeling te maken. -
1. Ik hardloop elke dag om gezond te worden.
2. Zij heeft gisteren veel geleerd om voor de test te slagen.
3. Wij werken hard vanavond om veel geld te verdienen. -
1-Wij mailen vandaag om een probleem te melden.
2-Wij bellen volgende week om alles te regelen.
3-Hij gaat straks naar de winkel om eten te kopen. -
1. Jullie komen morgen om een vergadering te hebben.
2. Jij rijdt vandaag om een nieuwe plek te bezoeken.
3. Ik kleed me snel aan om naar een feest te gaan.
4. Ik sta vroeg op op zaterdag om de boodschappen te doen. -
1. Hij komt morgen om de telefone te repareren.
2. Ik ga vanavond om muziek te leren.
3. Wij denken dat in het weekend om een taart te maken. -
1. Ik waak ‘s ochtends om stroopwafels te maken.
2. Ik roep ‘s middags om een stroopwafel te bestellen.
3. Ik laat ‘s avonds om goedkope stroom te krikken. -
1. Zij bel elke avond om met me te praten.
2. Hij wandelt ’s avonds in het park om zijn lichaam te ontspannen.
3. Zij sport elke dag in de sportschool om fit te blijven. -
1. Ik speel vanavond een spel om te winnen.
2. Zij koopt dit jaar een auto om te rijden.
3. Ik draag vanmiddag een zwempak om te zwemmen. -
-
1. Hij sport elke ochtend om sterk te worden.
2. Zij oefent elke dag om beter te spreken.
3. Wij sparen samen om een huis te kopen. -
1. Ik kan morgen om auto te rijden
2. Ik moet volgende week om een afspraak te gaan
3. Ik ga vanavond om de winkel te boodschappen
4. Hij gaat morgen om het podium te spreken
5. Zij zal vanavond om het park schaatsen -
1. Ik ga morgen naar kantoor om een presentatie te geven.
2. Zij blijft vandaag thuis om voor de kinderen te zorgen.
3. Wij vliegen in de zomer naar Italie om Rome te bezoeken. -
1. Wij gaan morgen naar de stad om kleding te kopen.
2. Ik lees elke dag artikelen om nieuwe woorden te leren.
3. Hij leest elke ochtend de krant om nieuws te volgen.
4. Ik kook elk weekend om op weekdagen te eten.
5. Ik ga vanmiddag uit om vrienden te ontmoeten. -
1. Ik besluit vanavond om een gerecht te maken.
2. Wij gaan vandaag naar de markt om groente te kopen.
3. Het is niet goed om altijd kant-en-klaar voedsel te eten.
4. Hij gaat morgen naar kantoor om een presentatie te geven.
5. Het kind vindt het leuk om videogames te spelen.
6. Zij reist vandaag af om haar ouders te ontmoeten.
7. We zijn…Read More -
1. Ik probeer vandaag om op tijd te komen.
2. Zij probeert het elke dag opnieuw te doen om het te onthouden.
3. Hij werkt elke dag heel hard om het project af te ronden.
4. Hij sprak gisteren zo snel om het te begrijpen.
5. Hij verraste haar twee dagen geleden om haar blij te maken.
6. Het was vervelend een week geleden om in de regen en wind te…Read More -
1- Zij staan om 2 uur morgen op om Oscar ceremonie te kijken.
2- Hij eet om woesdags vroeg zijn avondeten om zijn cursus te gaan.
3- Zij sta om 6 uur elke dag op om yoga te doen.
4- Zij gaat om dinsdag naar haar zus om baby van haar zus te oppassen.-
1. om 2 uur morgen => morgen om 2 uur (from less specific to more specific)
Oscar ceremonie => de Oscarceremonie
2. woesdags => woensdag
om zijn cursus te gaan => om naar zijn cursus te gaan (requires preposition)
3. Zij sta => Zij staat (correct verb form for “zij”)
m 6 uur elke dag => elke dag om 6 uur (from less specific to more specific)
4.…Read More
-
-
1. Zij danst ’s avonds om te ontspannen.
2. Hij loopt elke ochtend om fit te blijven.
3. Wij reizen deze zomer om te ontdekken.
4. Je studeert nu om te slagen.
5. Ik sta morgen vroeg op om te mediteren.
6. Zij leest elke nacht om beter te slapen.
7. Hij zwijgt soms om te luisteren.
8. Je oefent dagelijks om sterker te worden.
9. Zij blijft thuis v…Read More -
1. Hij oefent elke dag om beter te worden.
2. Ik ga vroeg naar bed om gezond te blijven.
3. Wij koken altijd samen om iets lekkers te eten.
4. Zij doet sport om gezond te blijven.
5. Ik kijk vanavond om een film te ontspannen. -
1.Ik sport elke week om sterk te blijven.
2.Ik eet fruit om gezond te blijven.
3.Hij vertrekt vroeg om op tijd te zijn.
4.Wij sparen geld om een reis te maken.
5.Ik studeer in de avond om mijn examen te halen.
6.Ze neemt de bus om naar haar werk te gaan. -
1. Ik sport 3 keer per week om gezond te blijven.
2. Ik reis volgende week om nieuwe plekken te ontdekken.
3. Ik lees straks om meer informatie te krijgen.
4. Hij koopt vandaag om het cadeau te geven.
5. Ik bel ’s avonds mijn familie om bij te praten. -
1. Ik probeer morgen om een nieuw recept te koken.
2. Wij gaan vanmiddag naar de winkel om fruit te halen.
3. Het is belangrijk om elke dag genoeg water te drinken.
4. Hij gaat straks naar de sportschool om te trainen.
5. Zij vindt het fijn om in haar vrije tijd muziek te luisteren. -
1. Ik werk vanavond om een project af te maken.
2. Ik blijf vandaag thuis om op de kinderen te passen.
3. Ik ga morgen naar jouw huis om de katten eten te geven. -
1. Ik loop vandaag hard om de wedstrijd te winnen.
2. Wij gingen gisteren naar de supermarkt om boodschappen te doen.
3. Hij werkt als vrijwilliger op zaterdag om mensen te helpen.
4. Jullie reizen regelmatig om nieuwe ervaringen op te doen.
5. Ze reist elk jaar om nieuwe landen te leren.
6. Je ging gisteren naar de bioscoop om de film te…Read More -
1. Ik ga morgen naar de winkel om brood te kopen.
2. Zij studeert elke avond om voor haar toets te slagen.
3. Wij gaan zaterdag naar het park om met de hond te wandelen.
4. Jij gaat vanmiddag naar de bibliotheek om de boeken te lezen.
5. Zij belt vandaag zijn moeder om over zijn zus te praten.
6. Mijn vriendinnen komen morgen naar mijn huis…Read More -
1. Ik loop morgen om frisse lucht te ademen.
2. Ik sport ‘s ochtends om nuchter te worden.
3. Ik ga naar China in November om mijn ouders te bezoeken.
4. Ik adem elke dag om levend te blijven.
5. Ik eet elke dag om energie te krijgen. -
1. Hij staat vroeg op om het roerei klaar te maken.
2. Zij rende gisteren rond om papieren te vinden.
3. Je haat het je hele leven al om uien te snipperen.
4. Het duurde een eeuw om de kinderen te overtuigen.
5. Hij werkte langdurig om de draad aan te sluiten.
6. Ze oefenen sinds vanmorgen om de agenda te beheren.
7. Hij besloot onlangs om zijn…Read More -
1. Ik werk morgen om een rapport te maken.
2. Ik studeer vanavond om een examen te halen.
3. Ik kook vanavond om een maaltijd te maken.
4. Zij werkt vandaag om een project af te maken.
5. Hij komt vanmiddag om een koffie te drinken. -
Ik ga ‘s avonds om boodschappen te kopen.
Ik oefen nu om beter te communiceren.
Ik ga vaak om spieren te trainen.
Ik spaar deze mand om een auto te kopen.
Ik kook thuis om gezond te eten.
Ik fiets morgen om tijd te besparen.
Ik luister na het avondeten om te ontspannen.
Ik gebruik mijn computer dit weekend om informatie te zoeken.
Ik ga vroeg…Read More -
1. Ik oefen elke dag om nieuwe woorden te onthouden.
2. Zij reist volgende maand om nieuwe steden te ontdekken.
3. Ik gebruik mijn telefoon iedere ochtend om mijn afspraken na te kijken.
4. Ik bel haar vanavond om een andere vergadering te regelen.
5. Ik ga morgen naar het ziekenhuis om voor mijn man te zorgen. -
1. Ik probeer dit jaar om een nieuwe baan te vinden.
2. Ik zit nu om mijn huiswerk te maken.
3. Ik vergat maandag om een belangrijk onderwerp te noemen.
4. Ik spaar nu om later goed te kunnen besteden.
5. Hij weigert altijd om het te beloven. -
1. Ik probeer in oktober om het inburgeringsexamen te doen.
2. Wij gingen dit jaar naar Kroatië om onze vakantie te genieten.
3. Zij koopt nu lades om materiaal te bewaren.
4. Hij gaat vandaag naar de supermarkt om boodschappen te doen.
5. Ik ga morgen naar kantoor om een vergadering bij te wonen.
- Load More Posts

1. Jij gaat elk weekend naar de Lidl om boodschappen te doen.
2.Zij zitten vanavond op het strand om zonsondergang te kijken.
3. Wij gaan volgende maand naar Italië om vakantie te genieten.
4. Zij loopt richting de zebralijn om de weg over te steken.
5. Ik ga naar de site om een scan te maken met de Navvis VLX 2.