-
Dutchbook huiswerk:✍️
Boek. Pagina 171
Opdracht 8
Plaats jouw antwoorden hieronder:174 Comments-
1. …, omdat ik die…moet inleveren (/indienen)
2. vrijdag…, omdat wij ons vervelen.
3. Mensen….., omdat ze anders (‘otherwise’) ziek worden.
4. .., omdat alles vies is.
5…, omdat ik er veel over heb gehoord.
6…, omdat we al twee weken niet meer met elkaar gepraat hebben.
8. Zij zal daar niet blijven, want het is daar te klein.
9. dit…Read More -
1. Ik bak een pizza omdat het vrijdagavond is.
2. Ik bel mijn ouders omdat ik hen mis.
3. Ik zet de airco aan want het is te heet.
4. Ik was mijn gezicht want ik voelde me slaperig.
5. Ik wil naar de sportschool gaan omdat ik mijn gewicht moet verminderen.
6. Ik kan vanavond niet koken omdat ik mijn huiswerk wil doen.
7. Ik moet de afspraak met de…Read More -
1. Ik blijf thuis, want ik ben moe.
2. Zij eet geen vlees, omdat ze vegetarier is.
3. Hij lacht, omdat hij een grap hoort.
4. Ik drink water, want ik heb dorst.
5. Ik leer Nederlands, want ik woon in Nederland.
6. Ik ga naar de supermarkt, omdat ik boodschappen wil doen.
7. Ik wil vroeg opstaan, omdat ik de hele dag wil werken.
8. Hij gaat naar de…Read More -
1. Ik ben naar Veldhoven verhuisd, want ik kreeg een nieuwe baan.
2. Ik ben water aan het drinken, omdat ik dorst heb.
3. Ik ga naar het kantoor, omdat ik een presentatie moet geven.
4. Hij heeft dat huis gekocht, want hij vindt de locatie leuk.
5. Zij heeft boodschappen gedaan, omdat zij voor het feest wil koken.
6. Wij verkopen ons huis, want…Read More -
1. Ik moet een nieuw bed kopen, want ik heb mijn bed gebroken.
2. Hij gaat naar het strand omdat het te warm is.
3. Je kan een boek schrijven, omdat je een goede verhalenverteller bent.
4. Ik heb een baan nodig, want ik heb niet veel geld.
5. Jullie moeten nu vertrekken, want het gaat regenen.
6. Wij zijn moe, omdat wij de marathon hardlopen.
7.…Read More -
-
1. Ik maak een photo omdat ik die moment wil onthouden.
2. Ik drank water want ik heb te veel gerend.
3. Maria ga die movie kijken want ze vindt de acteur leuk.
4. Maria ga naar dat restaurant omdat ze haar favoriete soep wil eten.
5. Joep ga rennen omdat hij voor de marathon traint.
6. Jos ga niet eten want de soep is nog steeds warm.
7. Wij gaan…Read More -
1. Ik draag een jas omdat ik het koud heb.
2. Ik ga naar bed want ik ben moe.
3. Ik ga sporten omdat ik gezond wil blijven.
4. Ik leer Nederlands omdat ik in Nederland wil werken.
5. Ik ga vroeg naar bed want ik moet morgen werken. -
1. Ik koop een ijstje omdat het zonning weer is.
2. Ik fiets naar school omdat de school dichtbij is.
3. Jij moet me begrijpen, want ik vertel je alles.
4. Zij wil een kleurrijke jurk voor het feest dragen want zij van kleurrijke jurken houdt.
5. Ik wil een ribewijs halen omdat ik na mijn verjaardag 18 jaar oud ga word.
6. Wij willen in de zwembad…Read More -
1. Ik eet vruchten omdat ze lekker zijn.
2. Ik neem mijn jas mee omdat het buiten koud is.
3. Zij blijft thuis omdat ze ziek is.
4. Wij gaan binnen, want het begint te regenen.
5. Hij is blij want hij heeft een cadeau gekregen.
6. Ik open het raam omdat het binnen warm is.
7. We koken vanavond zelf omdat we geld willen besparen.
8. We…Read More -
1. Ik drink water,omdat ik gezonder word.
2. Ik kook een maaltijd, want ik heb honger.
3. Ik kan niet werken omdat ik een internet probleem heb.
4. Ik kan niet komen want ik moet Nederlandse les volgen.
5. Ik kan niet uitgaan want het regent buiten.
6. Hij kan niet zwemmen omdat hij geen zwembroek aan heeft.
7. U kunt niet naar binnen omdat u…Read More -
1. Zij wordt verliefd op hem want hij is een erg aardig mens.
2. Hij kan de reden niet uitleggen omdat hij die eigenlijk niet weet.
3. Wiskunde kan een moeilijk onderwerp zijn omdat het heel abstract is.
4. Zij beantwoordde zijn bericht niet omdat haar telefoonbatterij helemaal leeg was.
5. Zij kan de laatste les niet bijwonen omdat zij dan op…Read More -
1. Ik maak pasta omdat ik honger heb.
2. Ik koop een trui omdat ik er geen heb.
3. Ik eet de taart want het is lekker.
4. Ik draag een trui want ik heb het koud.
5. Ik ga met mediteren beginnen omdat ik gezond wil zijn.
6. Ik kan niet eten omdat ik kiespijn heb.
7. Ik moet boodschappen doen omdat ik een feestje geef.
8. Ik ga Nederlands leren want…Read More -
1. Wij huren een grote auto omdat wij zes mensen zijn.
2. Ik koop rijs want er is geen rijst thuis.
3. Hij kijkt serie want hij heeft vrije tijd.
4. Mijn zus was gevaccineerd, want ze wilde gezond zijn.
5. Ik kan mijn huiswerk vandaag niet maken, omdat ik te veel moe ben.
6. Ik moet het raam dicht doen, omdat de regen niet naar binnen mag…Read More -
1.Ik ga naar de winkel omdat ik melk moet kopen.
2.Ik studeer Nederlands omdat ik in Nederland wil wonen.
3.Ik luister naar muziek omdat het me ontspant.
4.Ik ga vroeg naar bed omdat ik morgen vroeg op moet staan.
5.Ik lees een boek omdat ik van lezen houd.
6.Ik eet een appel want ik heb honger.
7.Ik ga naar de winkel want ik moet brood…Read More -
1. Ik leer Nederlands, omdat ik met moedertaalsprekers wil spreken.
2. Ik ga elke dag naar werk, want ik wil veel geld.
3. Ik wil een auto kopen, omdat ik geen auto heb.
4. Ik ga als lunch een warme maaltijd eten, want ik heb restjes van het avondeten.
5. Wij gaan naar Australië reizen, want onze vrienden hebben ons uitgenodigd.
6. Je wilt…Read More -
1. Ik lees boeken, omdat het leuk is.
2. Ik koop een nieuwe telefoon, omdat hij in de aanbieding is.
3. Zij kan niet bij de vergadering zijn, omdat zij zich met andere dingen bezighoudt.
4. Hij kookt niet, want hij is moe.
5. Wij praten niet op het werk, want we zitten te ver van elkaar.
6. Wij willen in de les met elkaar praten, omdat wij…Read More -
1. Wij gingen naar de Dutch Design Week, omdat wij die heel interessant en leuk vonden.
2. Wij werken op kantoor, omdat onze baas dit vereist.
3. Zij gaat op vakantie, omdat zij haar werkplannen heeft voltooid.
4. Ik doe pilates, want ik wil gezond zijn.
5. Zij verkopen hun fietsen, want zij nieuwe kopen.
6. Zij planten een boom, want hun tuin was…Read More -
1. Ik eet, omdat ik honger heb.
2. Ze zijn niet thuis, want hun auto is weg.
3. Wij gaan naar het centrum, omdat we een afspraak hebben.
4. Je gaat naar je kamer, omdat je gestraft bent.
5. Jullie volgen ons, want wij kennen de weg.
6. Ik kan niet slapen, want mijn buurman maakt te veel lawaai.
7. Ik ga naar buiten, omdat ik het binnen te warm…Read More -
1. Wij krijgen cadeautjes omdat wij ons huwelijk vieren.
2. Zij koopt bloemen, want zij moet later haar vriend bezoeken.
3. Hij moet naar de supermarkt gaan, omdat hij geen rijst meer heeft.
4. Ik kan niet zingen, want ik heb keelpijn.
5. Jullie komen naar ons omdat we een feestje hebben.
6. Ik drink warme thee, want ik heb het koud.
7. Jij moet…Read More -
1.Ik maak simpele zinnen omdat ik moe ben.
2.Ik wil een nieuwe baan want ik vind mijn baan niet leuk.
3.Ik koop een nieuwe laptop omdat mijn oude laptop langzaam is.
4.Ik ga een nieuw huis kopen omdat mijn appartement klein is.
5.Ik wil me voor een B1-cursus aanmelden omdat ik mijn Nederlands wil verbeteren.
6.Ik lees een boek omdat ik nerveus…Read More -
1.Ik moet morgen naar Amsterdam, want ik heb een seminar op het kantoor in Amsterdam.
2. Ik houd van koken omdat het goedkoper is dan uit eten gaan.
3. Hij kan niet op skivakantie omdat zijn been gebroken is.
4. Ik kan mijn Nederlandse huiswerk vandaag niet maken omdat ik heel moe ben na het werk.
5. Ik heb vandaag alleen de presentatie gegeven…Read More -
1. Ik zing een liedje omdat ik blij ben.
2. Zij springt over de stoep omdat ze een gat zag.
3. Ik koop een nieuwe fiets omdat ik dat kan.
4. Ze loopt naar het station, want ze heeft geen rijbewijs.
5. Hij leert Nederlands, want hij wil een nieuwe baan.
6. Wij maken ons huis schoon, want wij hebben morgen een feest.
7. Hij gaat elke week treinen…Read More -
1. Ik verkoop dit huis omdat ik weinig geld heb.
2. Zij is een dierenarts omdat zij van huisdieren houdt.
3. Hij moet zich voor de Nederlandse les inschrijven omdat hij een baan wil vinden.
4. Zij mogen hier blijven als zij geen gevaarlijke spullen hebben.
5. Ik kan niet thuis terugkomen want mijn ouders willen slapen.
6.Zij moet zich nu…Read More -
1. Ik ga naar het ziekenhuis, omdat ik ziek ben.
2. Ik blijf thuis, want ik ben ziek.
3. Ik drink water, omdat ik dorst heb.
4. Ik eet een pizza, want ik heb honger.
5. Ik ga naar bed, omdat ik moe ben.
6. Hij is te laat, want hij heeft zijn trein gemist.
7. Ik moet Nederlands leren, omdat ik in Nederland wil werken.
8. Ik kan niet fietsen, want…Read More -
1. Ik kom te laat, omdat de trein vertraging heeft.
2. Hij plaagt zijn kleine zusje, omdat hij zich verveelt.
3. Hij studeert veel, want hij wil het examen halen.
4. Wij pakken onze spullen in omdat we morgen op vakantie gaan.
5. Ik wil mijn huiswerk afmaken omdat ik vanavond met mijn vrienden ga uitgaan.
6. De kat ging in de kast want hij slaapt…Read More -
1-Ik ga morgen thuis blijven omdat ik moe ben.
2-Ik neem de bus, omdat het vandaag hard regent.
3-Ze belt haar moeder, omdat ze hulp nodig heeft.
4-We studeren niet, want we hebben morgen geen examen.
5-Er zijn vanavond minder vragen, omdat dit de laatste les is.
6-Ik gebruik vanavond mijn telefoon niet, omdat ik goed wil slapen.
7-Morgen ga ik de…Read More -
1. Jullie willen naar mijn huis komen, omdat wij in mijn tuin een barbecue doen.
2. Ik ga volgende maand naar Madrid, omdat ik mijn ouders en vrienden wil zien.
3. Hij zal in het weekend studeren, want hij wil een goed examen doen.
4. Jij doet de boodschappen vandaag, omdat de winkels morgen gesloten zijn.
5. Wij blijven vanavond thuis, want wij…Read More -
1. Ik drink koffie omdat ik wakker word.
2. Ik fiets omdat ik geld spaar.
3. Ik ga Nederlands leren omdat ik een onderzoeksbaan wil krijgen.
4. Ik volg vlieglessen omdat ik een vliegtuig wil kopen.
5. Ik kan Nederlands leren omdat ik een discussie wil spreken.
6. Ik kan niet komen omdat ik een doktersafspraak heb.
7. Ik krijg salaris omdat…Read More -
1. Ik volg een les omdat ik een certificatie doe.
2. Ik koop een nieuwe fiets want ik fiets naar werk.
3. Ik ga pasta koken omdat ik een lunchpakket wil meenemen.
4. Ik ga mijn kind aankleden want wij moet een feestje gaan.
5. Hij koopt een telefoon omdat hij zijn familie belt.
6. Zij koopt een deken want zij voelt koud.
7. Wij moeten het huis…Read More -
-
1. Ik werk een baan, omdat ik geld nodig heb.
2. Hij koop een badmintonracket, omdat hij twee keer per week speelt.
3. Jullie drinken niet vandag, omdat jullie morgen een examen hebben.
4. Ik schrijfe nu een huiswerk, want Ik gespeelt piano gisternacht.
5. Ik ga morgen naar de sportschool want mijn auto in reparatie is.
6. Ik ga vaandaag met de…Read More -
Recept A
1.Ik koop de appel omdat ik het lekker vind.
2. Jij leest het boek omdat jij wat nieuws wilt leren.
3. Zij leest het tijdschrift omdat zij wat nieuws wil ontdekken.
Recept B
4. Zij eet een koekje want zij wil wat zoets.
5. Wij kopen de fiets want wij nodig hebben wat voor school.
Recept C
6. Hij bekijkt wat foto’s omdat hij wat h…Read More -
Recept A
1. Ik koop een auto omdat ik naar werk gaan
2. Ik eet een dosa omdat ik het lekker vindt
3. Ik doe boodschappen omdat ik vruchten moet kopen
Recept B
1. Ik koop een rolschaatsen want ik leer schaatsen
2. Hij krijgt een schoen want hij naar school moet dragen
3. Zij heeft hoofdpijn want zij naar een muziekfestival gegaan
Recept C
1. Ik…Read More -
-
1. Ik blijf thuis, omdat het regent.
2. Hij gaat naar bed, want hij is erg moe.
3. Zij koopt die jurk, omdat hij mooi is.
4. We eten snel, want we hebben haast.
5. Ik studeer Nederlands, omdat ik in Nederland wil werken.
6. Hij helpt zijn broer, want hij vindt dat belangrijk.
7. Zij lacht, omdat ze een grappige film kijkt.
8. Ik neem een paraplu…Read More -
A
1. Ik koop een woordenboek omdat ik Nederlands leer.
2. Ik drink water omdat ik dorst heb.
3. Ik krijg salaris omdat ik werk.B
4. Ik koop een woordenboek want ik leer Nederlands.
5. Ik drink water want ik heb dorst.
6. Ik werk hard want ik wil succes.C
7. Ik ga Nederlands leren omdat ik een baan wil krijgen.
8. Ik kan niet komen omdat ik…Read More -
Recept A:
1. Ik ga naar een restaurant, omdat ik honger heb.
2. Hij eet geen vlees, omdat hij vegetarier is.
3. Zij doet elke dag aan yoga, omdat ze gezond wil zijn.
Recept B:
4. Je moet morgen naar kantoor komen, want je hebt een belangrijke vergadering.
5. Ik ga naar huis, want ik ben erg moe.
6. Hij werkt niet, want hij is ziek.
Recept C:…Read More -
-
1. Ik ga het examen halen, omdat ik goed geleerd heb.
2. Zij is moe, omdat zij hard heeft gewerkt.
3. Ik kan niet komen, omdat ik een vergadering heb.
4. Ik verheug me op de vakantie omdat ik moe ben en echt rust nodig heb.
5. We gaan met de auto, want de trein rijdt niet.
6. Je moet niet te veel paracetamol innemen, want dat is schadelijk voor je…Read More -
1. Ik blijf thuis omdat ik ziek ben.
2. Zij rent snel, want ze wil de bus halen.
3. Hij doet zijn jas aan omdat het koud is.
4. Wij nemen een paraplu mee, want het gaat regenen.
5. Ik bel je omdat ik iets belangrijks wil zeggen.
6. Zij leert elke dag Nederlands omdat ze hier wil studeren.
7. Hij eet gezond, want hij wil fit blijven.
8. Wij…Read More -
1- Hij eet nu, omdat hij honger heeft.
2- Zij haast, want zij moet de trein halen.
3- Hij niest, omdat hij verkouden is.
4- Zij hebben veel fietsen, omdat zij fietsen leuk vinden.
5- Ik moet vandaag thuisblijven, omdat PostNL zal vandaag een pakketje bezorgen.
6- Hij wil stoppen met roken, omdat hij gezond wil zijn.
7- Hij…Read More -
We gaan niet naar buiten, want het regent.
Hij studeert hard omdat hij wil slagen.
We gaan niet naar buiten, want het regent.
Ik ga nederlands leren want ik wil een baan krijgen.
Ik ga sporten, want ik wil gezond blijven.
Zij kijkt veel films omdat ze ontspanning zoekt.
Zij oefent Nederlands, want ze wil beter spreken.
Wij eten thuis, want we…Read More -
1.Ik neem een foto omdat ik dat moment wil onthouden.
2.Ik drink water want ik heb te veel gerend.
3.Maria gaat die film kijken want ze vindt de acteur leuk.
4.Maria gaat naar dat restaurant omdat ze haar favoriete soep wil eten.
5.Joep gaat rennen omdat hij voor de marathon traint.
6.Jos gaat niet eten want de soep is nog steeds warm.
7.Wij gaan…Read More -
1. Ik pak mijn spullen omdat ik ga verhuizen.
2. Wij schilderen de muren omdat het huis oud is.
3. Ik open het raam omdat het warm is.
4. Ik bel mijn moeder, want zij is jarig.
5. Ik zet de tv aan, want het nieuws begint.
6. Ik ga vroeg naar bed, want ik werk morgen.
7. Ze gaat thuisblijven, omdat ze rustig wil werken.
8. Hij gaat eerder naar…Read More -
1. Ik blijf thuis, omdat ik niet werk.
2. Ik ben vanochtend heel laat opgestaan, want ik sliep gisteren heel laat.
3. Ik ga naar de bibliotheek, want ik schrijf me in voor het taalkafé.
4. Het kind kan niet naar school komen, omdat het ziek is.
5. De vrouw loopt vandaag niet, want ze wil thuisblijven.
6. Mijn broer heeft vandaag geen les, omdat…Read More-
Goed, #9 koelkast / een drankje
-
-
A
1. Ik opende de Verkenner, omdat ik mijn bestand zocht.
2. We hebben een paar boeken weggedaan, omdat we er te veel van hebben.
3. De man kan de vrouw niet roepen, omdat hij haar naam vergeten is.
B
4. Een goede regenjas komt altijd van pas, want Nederland heeft regenachtig weer.
5. Ons project levert winst op, want alles verloopt volgens…Read More -
1. Ik lees een boek, omdat lezen ontspannend is.
2. Ik doe mijn huiswerk, omdat ik morgen naar de les ga.
3. Ik wandel in het park, omdat het mooi weer is.
4. Ik ga naar mijn werk, want ik heb geld nodig.
5. Ik ga vandaag vroeg naar bed, want ik ben moe.
6. Ik kijk naar het nieuws, want het is belangrijk.
7. Ik wil naar Colombia reizen, omdat ik…Read More -
1. Ik vind sporten erg leuk, omdat ik mezelf blijer en jonger voel.
2. Hij wil straks zijn rijbewijs krijgen, omdat hij een auto wil kopen.
3. We hebben een grote gewone friet besteld, omdat we willen delen
4. Zij zijn 2 jaar geleden naar Amsterdam verhuisd, omdat ze daar nieuwe banen hebben gevonden.
5. Ik winkel liever online, omdat het…Read More -
1. Hij kan geen baan vinden, want hij heeft niet genoeg sollicitaties gedaan.
2. De familie gaat in oktober op vakantie, omdat ze hun nieuwe huis tijdens de zomer renoveren.
3. Hij voelt zich heel zenuwachtig, omdat hij aan het einde van de maand een project moet afronden.
4. Zij was niet georganiseerd in haar leven, want zij wist niet wat zij…Read More -
A
1. Ik bestel een pasta, omdat ik honger heb.
2. Ik koop een jurk, omdat ik jarig ben.B
3. Ik bak een taart, want mijn man is jarig.
4. Ik maak een kopje koffee, want ik ben moe.C
5. Ik ga boodscahppen doen omdat ik avondeten wil maken.
6. Ik werk thuis omdat ik een pakketje verwacht.
7. Ik zeg mijn abonnement op, omdat ik me bij een andere…Read More -
1. Ik werk omdat ik geld nodig.
2. Ik koop een auto want ik wil nniet op de bus wachten.
3. Ik ga Nederlands leren want ik woon hier.
4. Ik kan niet met jullie wandel ondat ik mijn huiswerk moet doen.( here I was telling this to my colleagues😂)
5. Wij gaan winkelen want wij hebben geen voor het eten. -
- Load More Posts


1. …op slot is.
2. sport, fitter
3. .., omdat dat…
4. geen taart(en)
6. Jullie melden je op de website aan, + feedback Ilde
9. vandaag vlees
10. genoeg