-
-
1. Zijn vrouw wordt altijd boos, als hij veel speelt.
2. Ik word altijd vreselijk zenuwachtig als ik een presentatie moet geven.
3. Hij moet vaak lachen als hij grappige filmpjes kijkt.
4. Hij moppert soms op zijn zoontje als hij zijn kamer niet opruimt.
5. Ik zou heel blij zijn, als ik op vakantie kon gaan.
6. Ik wil je alleen helpen, als ik tijd heb. -
1. Zijn vrouw wordt altijd boos, als zij honger heeft.
2. Ik word altijd vreselijk zenuwachtig als ik een officiele tenniswedstrijd speel.
3. Hij moet vaak lachen als ik grappen maak.
4. Hij moppert soms op zijn zoontje als zijn zoontje fouten tijdens het racen maakt.
5. Ik zou heel blij zijn, als ik een vriendin had.
6. Ik wil je alleen helpen,…Read More -
1. Zijn vrouw wordt altijd boos als hij de wc-bril omhoog doet.
2. Ik word altijd vreselijk zenuwachtig als ik mijn baas zie.
3. Hij moet vaak lachen als zijn vriendin een grap vertelt.
4. Hij moppert soms op zijn zoontje als hij zich slecht gedraagt.
5. Ik zou heel blij zijn, als jij de afwas zou willen doen.
6. Ik wil je alleen helpen, als je…Read More -
1. Zijn vrouw wordt altijd boos, als ze altijd het avondeten maakt.
2. Ik word altijd vreselijk zenuwachtig, als ik niemand ken.
3. Hij moet vaak lachen, als zijn kind grappig het vindt.
4. Hij moppert soms op zijn zoontje, als hij nooit zijn speelgoed opruimt.
5. Ik zou heel blij zijn, als ik geen huiswerk heb.
6. Ik wil je alleen helpen, als ik…Read More -
1. Zijn vrouw wordt altijd boos, als hij te laat thuiskomt.
2. Ik word altijd vreselijk zenuwachtig als ik een examen moet doen.
3. Hij moet vaak lachen als hij een grappige film ziet.
4. Hij moppert soms op zijn zoontje als hij zijn kamer niet opruimt.
5. Ik zou heel blij zijn, als ik op vakantie kan gaan.
6. Ik wil je alleen helpen, als je het…Read More -
1. Zijn vrouw wordt altijd boos, als zij moet werken.
2. Ik word altijd vreselijk zenuwachtig als ik een presantatie moet geven.
3. Hij moet vaak lachen als zijn vriendin een grappig verhaal vertelt.
4. Hij moppert soms op zijn zoontje als zijn zoontje zijn huiswerk niet maakt.
5. Ik zou heel blij zijn, als het zonning weer is.
6. Ik wil je alleen…Read More -
1. Zijn vrouw wordt altijd boos als hij zijn sokken in de woonkamer oplegt.
2. Ik word altijd vreselijk zenuwachtig als ik geen plannen heb.
3. Hij moet vaak lachen als hij tekenfilmpjes kijkt.
4. Hij moppert soms op zijn zoontje als hij zijn huiswerk niet maakt.
5. Ik zou heel blij zijn als ik niet meer hoef te werken.
6. Ik wil je alleen…Read More
-
1. Zijn vrouw wordt altijd boos als hij de stofzuiger niet gebruikt.
2. Ik word altijd vreselijk zenuwachtig als ik een presentatie moet geven.
3. Hij moet vaak lachen als hij filmpjes van hondjes op Instagram kijkt.
4. Hij moppert soms op zijn zoontje als hij zijn kamer niet opruimt.
5. Ik zou heel blij zijn als ik morgen niet hoef te…Read More -
1. Zijn vrouw wordt altijd boos, als hij bijna nooit zijn afwas doet.
2. Ik word altijd vreselijk zenuwachtig als ik op mijn examenresultaten wacht.
3. Hij moet vaak lachen als zijn collegaβs saaie grapjes maken.
4. Hij moppert soms op zijn zoontje als hij onbedoeld opdringerige vragen aan zijn gasten stelt.
5. Ik zou heel blij zijn, als mijn f…Read More -
1. Zijn vrouw wordt altijd boos, als hij bijna nooit zijn schoenen in de schoenenkast zet.
2. Ik word altijd vreselijk zenuwachtig als ik een deadline dichterbij zien komen.
3. Hij moet vaak lachen als zijn vrouw een grapjes maken.
4. Hij moppert soms op zijn zoontje als hij regelmatig om de chocolade uit de kast vraagt.
5. Ik zou heel blij zijn,…Read More -
1. Zijn vrouw wordt altijd boos, als hij naar zijn mobieltje kijkt.
2. Ik word altijd vreselijk zenuwachtig als ik naar een voetbalwedstrijd kijk.
3. Hij moet vaak lachen als zijn baas grappen maakt.
4. Hij moppert soms op zijn zoontje als hij iets morst.
5. Ik zou heel blij zijn, als ik beter Nederlands kon spreken.
6. Ik wil je alleen helpen,…Read More -
1. Zijn vrouw wordt altijd boos als hij zijn rommel niet opruimt.
2. Ik word altijd vreselijk zenuwachtig als iemand me iets in het Nederlands vraagt.
3. Hij moet vaak lachen als zijn baas flauwe grappen maakt.
4. Hij moppert soms op zijn zoon als hij laat thuiskomt.
5. Ik zou heel blij zijn als de zon schijnt.
6. Ik wil je gewoon helpen, als je…Read More -
1. Zijn vrouw wordt altijd boos, als hij zijn schoenen niet opruimt.
2. Ik word altijd vreselijk zenuwachtig als ik voor een grote groep mensen moet spreken.
3. Hij moet vaak lachen als hij een grappige video op zijn telefoon ziet.
4. Hij moppert soms op zijn zoontje als hij zijn kamer niet opruimt.
5. Ik zou heel blij zijn, als ik morgen een…Read More -
1. Zijn vrouw wordt altijd boos, als hij laat wakker wordt.
2. Ik word altijd vreselijk zenuwachtig, als ik een examen heb.
3. Hij moet vaak lachen, als hij lunch eet.
4. Hij moppert soms op zijn zoontje, als hij de hele dag videogames speelt.
5. Ik zou heel blij zijn, als ik een kat heb.
6. Ik wil je alleen helpen, als het je niet uitmaakt. -
1. Zijn vrouw wordt altijd boos, als hij het ontbijt niet maakt.
2. Ik word altijd vreselijk zenuwachtig, als ik een toespraak moet houden.
3. Hij moet vaak lachen, als hij haar ziet.
4. Hij moppert soms op zijn zoontje, als zijn speelgoed niet opruimt.
5. Ik zou heel blij zijn, als ik een goed restaurant heb ontdekt.
6. Ik wil je alleen…Read More -
1. Zijn vrouw wordt altijd boos, als hij haar verjaardag vergeet.
2. Ik word altijd vreselijk zenuwachtig als ik met mijn baas moet praten.
3. Hij moet vaak lachen als hij tv kijkt.
4. Hij moppert soms op zijn zoontje als hij sigaretten rookt.
5. Ik zou heel blij zijn, als ik meer geld zou verdienen.
6. Ik wil je alleen helpen, als je me daarvoor betaalt. -
1. Zijn vrouw wordt altijd boos, als hij hun huwelijksverjaardag vergeet.
2. Ik word altijd vreselijk zenuwachtig als ik mijn presentatie voor een groot publiek moet geven.
3. Hij moet vaak lachen als zijn baas een grap maakt.
4. Hij moppert soms op zijn zoontje als hij zich slecht gedraagt.
5. Ik zou heel blij zijn, als ik goed Nederlands kan…Read More -
1. Zijn vrouw wordt altijd boos, als hij haar verjaardag vergeet.
2. Ik word altijd vreselijk zenuwachtig als ik voor mensen moet presenteren.
3. Hij moet vaak lachen als zijn vrienden grapjes maken.
4. Hij moppert soms op zijn zoontje als hij te laat thuis komt.
5. Ik zou heel blij zijn, als ik een miljoen heb.
6. Ik wil je alleen helpen, als…Read More -
1. Zijn vrouw wordt altijd boos, als hij te laat is.
2. Ik word altijd vreselijk zenuwachtig, als ik een hond zie.
3. Hij moet vaak lachen, als hij gelukkig is.
4. Hij moppert soms op zijn zoontje, als hij zijn kamer niet opruimt.
5. Ik zou heel blij zijn, als ik tijd voor mijn hobbyβs had
6. Ik wil je alleen helpen, als ik genoeg tijd heb. -
1. Zijn vrouw wordt altijd boos, als hij de wc-bril omhoog laat staan.
2. Ik word altijd vreselijk zenuwachtig al ik Nederlands moet spreken.
3. Hij moet vaak lachen als hij een kattenfilmpjes ziet.
4. Hij moppert soms op zijn zoontje als hij zijn kamer niet opruimt.
5. Ik zou heel blij zijn, als ik op vakantie ga.
6. Ik wil je alleen helpen, als…Read More -
1. Zijn vrouw wordt altijd boos als hij te veel biertjes drinkt.
2. Ik word altijd vreselijk zenuwachtig als ik een presentatie geef.
3. Hij moet vaak lachen als ik van de fiets val.
4. Hij moppert soms op zijn zoontje als hij zijn speelgoed niet opruimt.
5. Ik zou heel blij zijn als ik 365 dagen per jaar op vakantie was.
6. Ik wil je alleen…Read More -
1. Zijn vrouw wordt altijd boos, als hij zich tijdens het eten haast.
2. Ik word altijd vreselijk zenuwachtig als iemand te luid in de bus praat
3. Hij moet vaak lachen als ik mij op kantoor vergis
4. Hij moppert soms op zijn zoontje als hij zich niet wil aankleden
5. Ik zou heel blij zijn, als ik me mijn wachtwoord herinner
6. Ik wil je…Read More -
1. Zijn vrouw wordt altijd boos als hij met huishoudelijke taken niet helpt.
2. Ik word altijd vreselijk zenuwachtig als ik in een vliegtuig reis.
3. Hij moet vaak lachen als hij een grappige film kijkt.
4. Hij moppert soms op zijn zoontje als hij te veel snoepjes eet.
5. Ik zou heel blij zijn als ik een taart eet.
6. Ik wil je alleen helpen als…Read More -
1. Zijn vrouw word altijd boos, als zij elke daag haar maan zo vermist.
2. Ik word altijd vreselijk zenuwachtig als ik me voor mijn Nederlandse spreektoets voorbereid.
3. Hij moet vaak lachen als ik probeer de zin ‘ik heb het eten gekookt dat ik gekocht heb’ uit te spreken.
4. Hij moppert soms op zijn zoontje als hij voetbal spelt.
5. Ik zou heel…Read More -
1. Zijn vrouw wordt altijd boos, als hij laat naar huis komt.
2. Ik word altijd vreselijk zenuwachtig als ik voor grote publiek piano spelen moet.
3. Hij moet vaak lachen als hij het huiswerk van zijn studenten leest.
4. Hij moppert soms op zijn zoontje als hij zo verstooid is.
5. Ik zou heel blij zijn als het week-end is.
6. k wil je alleen…Read More -
1-Zijn vrouw wordt altijd boos, als hij veel praat.
2-Ik word altijd vreselijk zenuwachtig als ik voor belangrijke mensen een presentatie geef.
3-Hij moet vaak lachen als hij tijdens een toneelstuk speelt.
4-Hij moppert soms op zijn zoontje als hij zijn huiswerk niet maakt.
5-Ik zou heel blij zijn, als ik onmiddellijk Nederlands sprak.
6-Ik wil je…Read More -
1. Zijn vrouw wordt altijd boos als hij het huis niet opruimt.
2. Ik word altijd vreselijk zenuwachtig als ik een examen heb.
3. Hij moet vaak lachen als zijn vriendin een grappig verhaal vertelt.
4. Hij moppert soms op zijn zoontje als hij zijn huiswerk niet doet.
5. Ik zou heel blij zijn als ik een nieuwe baan vind.
6. Ik wil je alleen helpen…Read More -
1. Zijn vrouw wordt altijd boos, als haar man niet naar haar luistert.
2. Ik word altijd vreselijk zenuwachtig als ik het ziekenhuisbezoek.
3. Hij moet vaak lachen als zijn vrouw een grap maakt.
4. Hij moppert soms op zijn zoontje als zijn zoon niet goed eet.
5. Ik zou heel blij zijn, als ik maak mijn huiswerk op tijd af.
6. Ik wil je alleen…Read More -
1. Zijn vrouw wordt altijd boos, als hij schoonmaken vergeet.
2. Ik word altijd vreselijk zenuwachtig als ik niet bij bekenden ben.
3. Hij moet vaak lachen als zijn vrienden grapjes maken.
4. Hij moppert soms op zijn zoontje als hij niet huiswerk maken.
5. Ik zou heel blij zijn, als ik een ban heb.
6. Ik wil je alleen helpen, als jij het nodig. -
-
1. Zijn vrouw wordt altijd boos, als hij niet de afwas doet.
2. Ik word altijd vreselijk zenuwachtig als ik alleen in het donker wandel.
3. Hij moet vaak lachen als zijn kinderen iets grappig doen.
4. Hij moppert soms op zijn zoontje als hij niet naar hem luistert.
5. Ik zou heel blij zijn, als ik op vakantie ging.
6. Ik wil je alleen helpen, als…Read More -
1. Zijn vrouw wordt altijd boos, als hij langzaam is
2. Ik word altijd vreselijk zenuwachtig als Ik met nieuwe collegaβs moet spreken
3. Hij moet vaak lachen als, zijn vrouw een grap vertellen
4. Hij moppert soms op zijn zoontje als, hij niet naar hem luistert
5. Ik zou heel blij zijn, als Ik met haar zou trouwen
6. Ik wil je alleen helpen, a…Read More -
1. Zijn vrouw wordt altijd boos, als hij vergeet de afwas te doen.
2. Ik word altijd vreselijk zenuwachtig als ik een presentatie voor de klas moet geven.
3. Hij moet vaak lachen als zijn vrienden flauwe grapjes maken.
4. Hij moppert soms op zijn zoontje als hij zijn kamer niet opruimt.
5. Ik zou heel blij zijn, als het weer morgen mooi is.
6. Ik…Read More -
1. Zijn vrouw wordt altijd boos als hij zijn sleutels weer vergeet.
2. Ik word altijd vreselijk zenuwachtig als ik een belangrijk gesprek heb.
3. Hij moet vaak lachen als ik een grap vertel.
4. Hij moppert soms op zijn zoontje als hij zijn kamer niet opruimt.
5. Ik zou heel blij zijn als ik de loterij won.
6. Ik wil je alleen helpen als je eerlijk…Read More -
1. Zijn vrouw wordt altijd boos als haar maan haar schoenen niet poetst.
2. k word altijd vreselijk zenuwachtig als de marsmannetjes me komen halen.
3. Hij moet vaak lachen als hij zijn eigen smoesjes hoort.
4. Hij moppert soms op zijn zoontje als hij zijn eigen woorden tegen hem gebruikt.
5. Ik zou heel blij zijn als we hier later om kunnen…Read More -
1. Zijn vrouw wordt altijd boos als hij te laat thuis komt.
2. Ik word altijd vreselijk zenuwachtig als ik presentaties aan bedrijfsleiders moet geven.
3. Hij moet vaak lachen als hij een komische film ziet.
4. Hij moppert soms op zijn zoontje als hij de hele dag tv kijkt.
5. Ik zou heel blij zijn als ik een nieuwe baan vind.
6. Ik wil je…Read More -
-
1. Zijn vrouw wordt altijd boos, als zij honger heeft.
2. Ik word altijd vreselijk zenuwachtig als mijn zoon op hoge plekken klimt.
3. Hij moet vaak lachen als hij met zijn zoon speelt.
4. Hij moppert soms op zijn zoontje als hij zijn kamer niet opruimt.
5. Ik zou heel blij zijn als ik een vakantie had.
6. Ik wil je alleen helpen als je je ook…Read More -
1. Zijn vrouw wordt altijd boos als hij te laat thuiskomt.
2. Ik word altijd vreselijk zenuwachtig als ik een examen moet doen.
3. Hij moet vaak lachen als hij grappige verhalen hoort.
4. Hij moppert soms op zijn zoontje als hij zijn kamer niet opruimt.
5. Ik zou heel blij zijn als ik een baan zou krijgen.
6. Ik wil je alleen helpen als je eerlijk bent. -
1- Zijn vrouw wordt altijd boos, als ze al het huishoudelijk werk moet doen.
2- Ik word altijd vreselijk zenuwachtig als ik presenteer.
3- Hij moet vaak lachen als hij zenuwactig is.
4- Hij moppert soms op zijn zoontje als hij heel lawai maakt.
5- Ik zou heel blij zijn, als ik een mooi kadootje krijg.
6- Ik wil je alleen helpen, als je voor het vraag. -
1. Zijn vrouw wordt altijd boos, als hij laat thuiskomt.
2. Ik word altijd vreselijk zenuwachtig als mijn trein te laat is.
3. Hij moet vaak lachen als hij grappige filmpjes op zijn telefoon ziet.
4. Hij moppert soms op zijn zoontje als hij zijn huiswerk niet maakt.
5. Ik zou heel blij zijn, als het morgen mooi weer is.
6. Ik wil je alleen helpen,…Read More -
Zijn vrouw wordt altijd boos, als hij zijn telefoon niet opneemt.
Ik word altijd vreselijk zenuwachtig als ik een examen heb.
Hij moet vaak lachen als hij een comedyfilm kijkt.
Hij moppert soms op zijn zoontje als hij bezig is.
Ik wil je alleen helpen, als je je helpt. -
1.Zijn vrouw wordt altijd boos, als hij te laat thuiskomt.
2.Ik word altijd vreselijk zenuwachtig als ik een examen moet maken.
3.Hij moet vaak lachen als hij een grappige film ziet.
4.Hij moppert soms op zijn zoontje als hij niet luistert.
5.Ik zou heel blij zijn, als ik een nieuwe baan krijg.
6.Ik wil je alleen helpen, als je mij de waarheid zegt. -
1. Zijn vrouw wordt altijd boss, als hij afwas niet doet.
2. Ik word altijd vreselijk zenuwachtig als ik ik in het openbaar spreek.
3. Hij moet vaak lachen als hij een grap hoort.
4. Hij moppert soms op zijn zoontje al als hij is niet klaar is met eten.
5. Ik ben blij als ik mijn moeder bezoek.
6. Ik wil je alleen helpen als je hulp nodig hebt. -
1. Zijn vrouw wordt altijd boos als zij haar bij het schoonmaken niet helpt.
2. Ik word altijd vreselijk zenuwachtig als ik de volgende dag een belangrijk examen heb.
3. Hij moet vaak lachen als hij een komedie kijkt.
4. Hij moppert soms op zijn zoontje als hij zijn huiswerk niet op tijd afmaakt.
5. Ik zou heel blij zijn als ik het hele leven niet…Read More -
1. Zijn vrouw wordt altijd boos als hij de hele dag zit te niksen.
2. Ik word altijd vreselijk zenuwachtig als iemand van een mug een olifant maakt.
3. Hij moet vaak lachen als zijn hond van zijn eigen schaduw schrikt.
4. Hij moppert soms op zijn zoontje als hij stiekem snoept in de keuken.
5. Ik zou heel blij zijn als we dat achter ons konden…Read More -
1. Zijn vrouw wordt altijd boos als hij altijd te laat thuiskomt.
2. Ik word altijd vreselijk zenuwachtig als ik een toets moet doen.
3. Hij moet vaak lachen als hij naar iets grappigs luistert.
4. Hij moppert soms op zijn zoontje als hij veel lawaai maakt.
5. Ik zou heel blij zijn als het morgen mooi weer was.
6. Ik wil je alleen helpen als je…Read More -
1. Zijn vrouw wordt altijd boos als hij haar nooit een kadootje voor haar verjaardag heeft gebracht.
2. Ik word altijd vreselijk zenuwachtig als ik een presentatie moet geven.
3. Hij moet vaak lachen als hij zijn vrienden ontmoet.
4. Hij moppert soms op zijn zoontje als zijn zoontje zijn huiswerk niet doet.
5. Ik zou heel blij zijn als ik vaak…Read More -
-
1. Zijn vrouw wordt altijd boos als hij zijn kleding op de stoel vergeet.
2. Ik word altijd vreselijk zenuwachtig als ik een examen moet doen.
3. Hij moet vaak lachen als hij zich een beetje ongemakkelijk voelt.
4. Hij moppert soms op zijn zoontje als hij niet vroeg opstaat en hij te laat naar school gaat.
5. Ik zou heel blij zijn als het zaterdag…Read More -
1. Zijn vrouw wordt altijd boos als hij te laat naar huis gaat.
2. Ik word altijd vreselijk zenuwachtig als ik een ontwerpproject moet doen.
3. Hij moet vaak lachen als hij naar een komiek kijken
4. Hij moppert soms op zijn zoontje als zijn zoontje bij het schoonmaken niet helpt.
5. Ik zou heel blij zijn als het elke maand zomer was.
6. Ik wil je…Read More -
1. Zijn vrouw wordt altijd boos, als zij honger heeft.
2. Ik word altijd vreselijk zenuwachtig als ik een examen heb.
3. Hij moet vaak lachen als hij naar een film op t.v. kijkt.
4. Hij moppert soms op zijn zoontje als hij zijn speelgoed niet opruimt.
5. Ik zou heel blij zijn, als ik lekker eten heb.
6. Ik wil je alleen helpen, als je Nederlands spreekt. -
1. Zijn vrouw wordt altijd boos, als hij te laat thuiskomt.
2. Ik word altijd vreselijk zenuwachtig als ik een examen moet doen.
3. Hij moet vaak lachen als zijn vriend een grap vertelt.
4. Hij moppert soms op zijn zoontje als hij niet luistert.
5. Ik wil je alleen helpen als je dat wilt.
- Load More Posts


1. Zijn vrouw wordt altijd boos, als hij niet naar haar luistert.
2. Ik word altijd vreselijk zenuwachtig als ik publiekelijk moet spreken.
3. Hij moet vaak lachen als hij FRIENDS kijkt.
4. Hij moppert soms op zijn zoontje als de zon ondeugend wordt.
5. Ik zou heel blij zijn, als ik heel veel vrije tijd krijg.
6. Ik wil je alleen helpen, als je mag.