-
Boek Nederlands in actie | pagina’s 240-241 | opdracht 7 | Plaats je zinnen hier ✍️
93 Comments-
1.We ontmoetten elkaar in de kroeg
2. Het vet mij ook op
3. ik geef aan dat ze te ver gaan
4. Ik geloof dat feit niet
5. Heb jij weleens in dat restaurant gegeten?
6. Ik vind de steer super gezellig!
7. ja we kunnen een etentje regelen
8. Nee, ik ben er nog niet aan toegekomen
9. nee, we hebben vaak ruzies
10. Er zijn misverstanden tussen ver…Read More -
1. We hebben elkaar vorig jaar in de kroeg ontmoet.
2. Het viel op, omdat ze elke dag samen liepen.
3. Ik ga het aangeven.
4. Is het feit waar?
5. Heb jij weleens in dat restaurant gegeten?
6. De internationale sfeer van de kroeg is gezellig.
7. Zullen we het er tijdens het eten over hebben?
8. Toen ik in Nederland aankwam, las ik dat boek
9. H…Read More -
1. We hebben elkaar ontmoet in de bibliotheek.
2. Ik weet het niet maar het is mij ook opgevallen.
3. Ik zal aan mijn superieuren aangeven.
4. Helaas, is het een feit.
5. Ik ben weleens naar dat restaurant geweest.
6. Ik vind de sfeer heel leuk.
7. Zullen we afspreken na het etentje?
8. Daar ben ik niet aan toegekomen.
9. Niet altijd, soms maken…Read More -
1. We hebben elkaar in class ontmoet.
2. Het viel me ook op.
3. Ik moet het aangeven.
4. Ik geloof het als het een feit is.
5. Ik heb er weleens gegeten.
6. Ik vind het een leuke sfeer.
7. Wij kunnen voor een etentje afspreken.
8. Ik heb het gelezen toen ik in Nederland aankwam.
9. Soms maken we ruzie.
10. Nee, maar er kan een misverstand…Read More -
1. Wij hebben elkaar online ontmoet en daarna meer gepraat.
2. Het valt me op dat ze niet meer samen zijn, maar ik weet niet waarom.
3. Ik geef aan dat ze te ver gaan en dat ik dat niet wil.
4. Ik geloof het feit dat veel huwelijken eindigen, want ik hoor het vaak.
5. Maar ik wil er weleens naartoe.
6. Ik vond de sfeer heel gezellig, omdat mensen…Read More -
1. We ontmoetten elkaar vorige jaar in jouw verjaardag feestje.
2. Ja, dat klopt, ik heb het nu opvallen
3. Ik moet het aangeven.
4. Ik geloof dat want het is het feit.
5. Zeker, Ik eet weleens in dat restaurant.
6. Ik houd van de sfeer van de kroeg.
7. Sorry! Ik heb plannen gemaakt voor het etentje.
8. Ja, dat boek is prima wie voor toekomt aan…Read More -
1. We hebben elkaar ontmoet op school.
2. Het valt me ook op dat ze niet meer samen zijn.
3. Ik geef duidelijk aan wat ik wil.
4. Dat feit vind ik best heftig.
5. Ik wil daar weleens gaan eten.
6. Ik vond de sfeer daar heel leuk.
7. Ja, laten we een etentje plannen.
8. Ik ben er nog niet aan toegekomen.
9. Soms hebben we een ruzie.
10. Er kan…Read More -
1, Wij hebben elkaar ontmoet in de sportschool en daarna hebben we kennisgemaakt.
2, Ik heb geen idee, maar ik hoorde van mijn vriend dat het is opgevallen dat ze niet meer samen zijn.
3, Ik geef duidelijk aan dat ik hun gedrag niet prettig vind.
4, Ja, ik denk dat het een feit is. Ik ontmoet veel mensen die al gescheiden zijn.
5, Ik ben er…Read More -
1. Wij hebben elkaar in een taalcafé ontmoet.
2. Het valt mij op ook, maar ik weet de details niet.
3. Ik wil aangeven dat ik het niet leuk vind.
4. Ik weet niet of het een feit is of niet. Ik geloof alleen de feiten.
5. Wij gaan weleens daarheen bij speciale gelegenheden.
6. Ik vind de sfeer dan heel vriendelijk en gezellig.
7. Ja, wij kunnen…Read More -
1. We hebben elkaar op de universiteit ontmoet
2. Het is mij niet opgevallen.
3. Dan zou ik het hem duidelijk aangeven.
4. Ja, het is een feit.
5. Misschien kunnen we daar weleens lunchen.
6. De juiste sfeer ontbreekt.
7. Ja zeker, zullen we zatedag in jouw lievelingsrestaurant het eentje sammen hebben?
8. Ik ben er niet aan toegekomen.
9. Ja,…Read More -
1. We hebben elkaar op school ontmoet.
2. Ja, dat is mij ook opgevallen.
3. Dan geef ik mijn grenzen duidelijk aan.
4. Ja, het feit verbaast me.
5. Ik heb daar weleens gegeten.
6. De sfeer was leuk en internationaal.
7. Ja, het etentje volgende week zaterdag is goed.
8. Nee, ik ben er nog niet aan toegekomen.
9. Nee, soms hebben we ruzie.
10. Ja,…Read More -
1. Wij hebben elkaar op de universiteit ontmoet.
2. Ik merk ook dat hun afwezigheid opvalt.
3. Ik geef mijn gevoelens duidelijk aan.
4. Dat is een vreemd feit.
5. We gaan daar weleens eten.
6. Ik vind de sfeer in deze bar gezellig.
7. Laten we zaterdag een etentje hebben.
8. Ik ga dit boek toekomen aan lezen.
9. Soms hebben we ruzie over…Read More -
1. We hebben elkaar op het werk ontmoet.
2. Dat is mij niet opgevallen.
3. Dan geef ik mijn grenzen aan.
4. Ja, dat is een droevig feit.
5. Ik eet daar weleens. Het is een leuk restaurant.
6. Ik vind de sfeer van de kroeg heel gezellig.
7. Ja! Wil jij misschien voor het etentje komen?
8. Daar ben ik niet aan toegekomen.
9. Meestal wel, we maken…Read More -
1. We hebben elkaar op school ontmoet.
2. Ja, dat is mij ook opgevallen.
3. Dan geef ik duidelijk mijn grenzen aan.
4. Ja, ik geloof dat. Het is helaas een feit.
5. Ik heb daar weleens gegeten.
6. Ik vond de sfeer daar heel gezellig.
7. Ja, leuk. Dan maken we er een eetje van.
8. Nee, ik ben er nog niet aan toegekommen.
9. Nee, soms hebben we…Read More -
1. We hebben elkaar in een feestje ontmoet.
2. Dat is me niet opgevallen.
3. Dan geef ik mijn grenzen aan.
4. Ik geloof dat dat een feit is.
5. Je moet daar weleens eten.
6. Ik geniet meer van de sfeer daar.
7. Goed idee. Ik zal een etentje plannen.
8. Nee, daat ben ik nog niet aan toegekomen.
9. Nee. Soms maken we ruzie.
10. Dat denk ik wel. Er…Read More -
1. We hebben elkaar op de Nederlandse cursus ontmoet.
2. Het valt me niet op.
3. Ik zal direct mijn grenzen aangeven.
4. Ja, dat is een feit.
5. Ik heb er weleens gegeten,maar de smaak is niet zo goed.
6. Ik houd erg van de sfeer daar.
7. Ja, dan kunnen we samen een etentje hebben.
8. Nee, ik kwam er niet aan toe.
9. Nee, soms hebben we…Read More -
1. Wij hebben elkaar online leren kennen.
2 Het valt me op dat ze niet meer samen zijn, maar ik weet niet meer waarom.
3 Ik wil aangeven dat ze mijn grenzen hebben overschreden.
4 Ik denk dat het geen feit is.
5 Ik wil daar wel eens naartoe gaan.
6 Ik vind dat de sfeer erg inclusief is.
7 Dan kook ik het eten voor ons.
8 Nee, ik ben daar niet aan…Read More -
1) We hebben elkaar op school ontmoet.
2) Ja, dat viel mij ook op.
3) Dan geef ik mijn grenzen aan.
4) Ja, ik geloof dat feit wel.
5) Nee, maar ik wil daar wel eens eten.
6) Ik vond de sfeer daar heel gezellig.
7) Ja leuk, ik heb zin in het etentje.
8) Nee, ik ben daar nog niet aan toegekomen.
9) Nee, maar soms hebben we wel ruzie.
10) Ja, soms is…Read More -
1. Wij hebben elkaar op het feest ontmoet.
2. Ja, dat is mij ook opgevallen.
3. Ik geef aan dat het niet goed is.
4. Ik geloof het feit.
5. Ik ga daar weleens heen.
6. De sfeer is heel vrolijk.
7. Ja, wij kunnen op zaterdag voor het etentje afspreken.
8. Nee, ik ben daar nog niet aan toegekomen.
9. Nee, wij hebben altijd ruzie.
10. Ja, soms…Read More -
1. We hebben elkaar ontmoet op een feestje van een vriend.
2. Ja, het is mij opgevallen dat ik ze niet meer samen zie.
3. Ik geef mijn grenzen aan door duidelijk “stop” te zeggen.
4. Ik geloof dat feit wel, want ik ken verschillende stellen die gescheiden zijn.
5. Ik heb er weleens gegeten, maar het was niet bijzonder.
6. De sfeer vond ik erg…Read More -
1. Wij hebben elkaar via internet ontmoet.
2. Inderdaad, het valt me op dat hun relatie voorbij is.
3. Ik geef het aan als iemand te ver gaat.
4. Ja, helaas is dit een feit.
5. We zouden daar weleens moeten gaan eten.
6. Ik vind de sfeer echt heel gezellig.
7. Ja, laten we een etentje regelen.
8. Nee, dat ben ik nog niet aan toegekomen.
9. Nee,…Read More -
1. Wij hebben elkaar online leren kennen.
2 Het valt me op dat ze niet meer samen zijn, maar ik weet niet meer waarom.
3 Ik wil aangeven dat ze mijn grenzen hebben overschreden.
4 Ik denk dat het geen feit is.
5 Ik wil daar wel eens naartoe gaan.
6 Ik vind dat de sfeer erg inclusief is.
7 Dan kook ik het eten voor ons.
8 Nee, ik ben daar niet aan…Read More -
1. We hebben elkaar voor het eerst op de basisschool ontmoet.
2. Het valt mij op dat ze niet meer bij elkaar zijn, maar ik durf het hem niet te vragen.
3. Ik geef mijn grenzen duidelijk aan.
4. Dat is gewoon een feit.
5. Ik ga weleens naar dit restaurant.
6. De sfeer in deze kroeg is heel gezellig.
7. Ja, zeker! Kom volgende week zaterdag langs…Read More -
1. Wij hebben elkaar op kantoor ontmoet.
2. Dat valt echt op.
3. Ik geef ze aan dat ze over mijn grenzen gaan.
4. Helaas is dat een feit.
5. Ik heb daar weleens gegeten.
6. Ik weet niet hoe de sfeer is in die kroeg.
7. Dan kan ik niet, omdat ik dan naar een etentje ga.
8. Ik ben er nog niet aan toegekomen.
9. Nee, wij hebben soms ruzie.
10. Ja,…Read More -
1. Wij hebben elkaar ontmoet op een gezellig feestje van onze vriend.
2. Dat weet ik niet, maar het valt op dat ze steeds voor elkaar zorgen.
3. Ik vertel ze dat ze mijn grenzen niet kunnen aangeven.
4. Ik ken de exacte gegevens niet, maar het feit is dat ieder mens tijdens zijn leven verandert.
5. Ik ook niet. We zou daar weleens dineren.
6. De…Read More -
1. We hebben elkaar op een festival ontmoet.
2. Ja, dat is mij ook opgevallen. Ik denk dat ze uit elkaar zijn.
3. Dan geef ik duidelijk aan waar mijn grens ligt.
4. Ja, dat geloof ik wel. Het is een feit dat veel relaties tegenwoordig stuklopen.
5. Echt niet? Ik heb daar weleens gegeten en het was heerlijk.
6. De sfeer was er gezellig en…Read More
- Load More Posts

1. We hebben elkaar bij de sportschool ontmoet.
2. Het viel me ook op dat ze niet meer bij elkaar zijn.
3. Ik zal duidelijk aangeven dat ze het niet kan herhalen.
4. Ja, ik denk dat dat het feit is.
5. Ik wilde weleens het eten daar proberen, maar kreeg geen kans.
6. Ik vond dat de sfeer daar heel vrolijk was.
7. Ja, zeker. Ik kan het eten voor…Read More