-
Nederlands in Actie opdracht 6 p. 148 (toepassing woordenschat). Plaats je zinnen hier ✍️
120 Comments-
1. Hij is erg boos op zijn baas.
2. Deze regels zijn voor iedereen.
3. Het conflict is ontstaan omdat zij haar collega niet goed begreep.
4. Soms spreekt zij iets dat onzin is.
5. De keuze is erg moeilijk voor mij.
6. Eerlijk gezegd weet ik het aantal mannen of vrouwen niet.
7. Zij werken op dezelfde afdeling.
8. Nee, hij is de eigenaar van het…Read More -
1. Hij werd meteen boos toen hij het nieuws had gehoord.
2. De regels gelden alleen voor de medewerkers.
3. Het ontstond uit hun verschillende ideeën over hoe het project verder moest gaan.
4. Wat een onzin!
5. Ik vind het lastig om een keuze te maken.
6. Het aantal vrouwen en mannen op mijn werk is bijna hetzelfde.
7. Ze werken op de…Read More -
1. Hij was heel boos en wilde spreken met zijn baas.
2. Deze regels gelden voor iedereen, inclusief jou.
3. Het conflict is ontstaan nadat zij met elkaar spraken.
4. Wat een onzin! Ik ben het daar niet mee eens.
5. De keuze is niet makkelijk voor mij, ik moet even nadenken.
6. Het aantal is bijna hetzelfde.
7. Ze werken op de afdeling…Read More
-
-
1. Hij was erg boos over dit nieuws.
2. Deze regels gelden voor iedereen in dit gebouw.
3. Dit conflict ontstond als gevolg van politieke meningsverschillen.
4. Dat is onzin.
5. Ik denk dat ik een baan met mijn handen zou kiezen.
6. Ik denk dat ik meer vrouwelijke collega’s heb, maar ik weet het exacte aantal niet.
7. Ze werken samen op dezelfde…Read More -
1. Hij was erg boos op de baas.
2. De regels gelden voor iedereen
3.Het conflict ontstond toen de vergadering begon
4.Dat klinkt als onzin!
5. Ik worstel met de keuze tussen de twee
6. Het aantal is hetzelfde
7.Ze werken samen op de technische afdeling
8. Ja, hij is de eigenaar
9. Helaas moet ik opnieuw solliciteren
10. Het maakt mij niet uit…Read More -
1. Hij was erg boos toen hij het nieuws had gehoord.
2. De regels gelden voor iedereen.
3. Het conflict ontstond over hoe zijn auto was geparkeerd.
4. Zij spreekt onzin!
5. De keuze tussen de twee opties is niet zo makkelijk!
6. Het aantal vrouwen en mannen is bijna hetzelfde!
7. Ze werken op de afdeling klantenondersteuning.
8. Ja! Hij is de…Read More -
1. Hij was erg boos toen hij het nieuws hoorde.
2. De regels gelden voor iedereen.
3. Wij begrepen niet het reden. Het conflict ontstond in een oogwenk.
4. Het is onzin!
5. Mijn keuze gaat een baan met mijn hoofd zijn.
6. Ik weet het aantal van mijn mannelijke of vrouwelijke collega’s niet.
7. Ze werken op dezelfde afdeling als ik.
8. Ja! Hij is…Read More -
1. Hij was boos toen hij dat hoorde.
2. Deze regels gelden alleen voor werknemers.
3. Het ontstaan van hun misverstand.
4. Dat is onzin! Zij praat altijd onzin.
5. Dat is een moeilijke keuze.
6. Gelukkig is het aantal vrouwelijke collega’s groter.
7. Zij werken bij ASML, maar ik weet niet op welke afdeling.
8. Nee, nee! Hij is de eigenaar van dat…Read More -
1.Hij werd heel boos toen hij dat hoorde.
2.Ze gelden voor iedereen die in dit kantoor werkt.
3.Het probleem is ontstaan omdat ze verschillende ideeën hadden.
4.Dat is onzin, want vrouwen kunnen ook goed in techniek werken.
5.Ik zou liever een baan met mijn hoofd doen.
6.Het aantal vrouwelijke collega’s is minder dan het aantal mannen.
7.Felix en…Read More -
1. Hij was heel boos toen hij de nieuws hoorde.
2. Ze gelden voor iedereen.
3. Het is ontstaan uit een gevecht.
4. Dat is onzin, vrouwen zijn ook goed in technische sectoren.
5. De keuze is moeilijk.
6. Het aantal vrouwelijke collega’s is groter dan het aantal mannelijke collega’s.
7. Zijn werken op klantenserviceafdeling.
8. Zij werkt o…Read More -
1. Hij was boos over het nieuws.
2. Deze regels gelden voor iedereen in het gebouw.
3. Niemand weet precies hoe dat conflict is ontstaan.
4. Wat een onzin!
5. Ik vind werk met je handen te saai, dus ik heb liever een baan met mijn hoofd.
6. Ik heb vijf mannelijke collega’s meer dan vrouwelijke.
7. Ze werken beiden op de IT-afdeling.
8. Nee, hij i…Read More -
1. Hij was een beetje boos toen hij het nieuws hoorde, maar een paar minuten later was hij weer rustig.
2. Deze regels gelden voor iedereen die aan die universiteit studeert.
3. Ik weet het niet precies, maar ik denk dat het conflict vorig jaar is ontstaan door een misverstand.
4. Wat onzin! Ik denk niet dat dat waar is. Het is seksistisch om…Read More -
1. Hij was erg boos over het nieuws.
2. Deze regels gelden voor iedereen.
3. Er ontstond een conflict door deze opdracht.
4. Wat Amalia zegt is onzin.
5. Ik vind het een moeilijke keuze.
6. Ik denk dat de aantallen hetzelfde zijn.
7. Ze werken op de technische afdeling.
8. Hij is de eigenaar van dit bedrijf.
9. Ik moet opnieuw zoeken.
10. Het…Read More -
1. Hij was heel boos.
2. Deze regels gelden voor iedereen.
3. Een conflict ontstond vanwege het misverstand.
4. Dat is onzin!
5. Ik kan de keuze niet maken.
6. Ik heb ongeveer hetzelfde aantal.
7. Zij werken in de technische afdeling.
8. Hij is de eigenaar van dit bedrijf.
9. Ik moet opnieuw starten.
10. Dit maakt niet uit.
11. Nee, ik durf het…Read More -
1. Toen hij wist dat hij niet bij het bedrijf kon blijven, was hij heel boos.
2. Deze regels gelden voor alle studenten.
3. Het conflict ontstaat doordat de kinderen van zijn familie te luid zijn.
4. Ik vind dat dat onzin is.
5. Volgens mij is een baan met mijn handen een betere keuze.
6. In mijn bedrijf is het aantal mannelijke collega’s drie k…Read More -
1. Hij was heel boos.
2. Deze regels gelden voor alle studenten.
3. Het conflict ontstond door het werk.
4. Dat is onzin.
5. Dat is een gemakkelijke keuze, ik heb liever een baan met mijn hoofd.
6. Ik weet het precieze aantal niet, maar ik denk dat ik meer mannelijke collega’s heb.
7. Felix en Jurgen werken bij de IT-afdeling.
8. Nee, maar hij is…Read More -
1. Hij was erg boos toen hij het nieuws had gehoord.
2. Deze regels gelden voor al het personeel.
3. Het conflict ontstaat door problemen in de communicatie.
4. Het is onzin!
5. Mijn keuze is een baan met mijn handen.
6. Het aantal van mijn mannelijke collega’s is groter dan dat van mijn vrouwelijke collega’s.
7. Hun afdeling is IT.
8. Ja, hij…Read More -
1. Hij reageerde boos.
2. Deze regels gelden voor iedereen.
3. Het conflict is door een misverstand ontstaan.
4. Onzin, dat zegt Amalia.
5. De keuze hangt af van wat je leuk vindt.
6. Het aantal vrouwelijke collega’s is bij mij hoger.
7. Felix en Jürgen werken op de afdeling Verkoop.
8. De eigenaar van dat bedrijf is een oude be…Read More -
1. Hij werd heel boos en begon te schreeuwen.
2. Zij gelden voor iedereen op het kantoor.
3. De ruzie ontstond tussen de secretaresse, de baas en zijn vrouw.
4. Volgens mij is het onzin.
5. De keuze is gewoon. Ik wil liever met mijn hoofd werken.
6. Het aantal is ongeveer hetzelfde.
7. Zij werken op een andere afdeling.
8. Ik denk dat hij de…Read More -
1. Hij werd heel boos.
2. Ze gelden voor alle studenten.
3. Het conflict is ontstaan door het delen van kosten.
4. Het is onzin.
5. Als ik de keuze heb, werk ik liever met mijn handen.
6. De aantallen zijn hetzelfde.
7. Ze werken bij de financiële afdeling.
8. Ja, klopt. Hij is de eigenaar.
9. Ja, ik heb opnieuw een baan gevonden.
10. Het maakt…Read More -
1 Hij hoorde dat hij niet bij het bedrijf kon blijven. Hoe reageerde hij toen? (boos)
– Hij was erg boos.
2 Voor wie zijn deze regels? (gelden voor)
– Deze regels gelden voor migranten.
3 Hoe hebben zij een conflict gekregen? (ontstaan)
– Het conflict ontstond nadat hij naar de supermarkt was gegaan.
4 Amalia zegt dat mannen beter zijn in…Read More -
1.Hij was heel boos.
2. Deze regels gelden voor de medewerkers.
3. Het conflict ontstond tussen die twee mensen daar.
4. Wat een onzin!Vrouwen zijn ook goed in technische sectoren.
5. De keuze is moeilijk. Als ik moet kiezen, een baan met mijn hoofd beter is .
6.Het aantal vrouwen is groter.
7. Ze werken op dezelfde afdeling als verkoopsters.
8.…Read More -
1 Hij was heel boos
2 Deze regels gelden voor alles
3 Het conflict ontstond door problemen met communicatie
4 Dat is onzin
5 Mijn keuze valt op een baan met mijn handen
6 Het aantal mannelijke collega’s is groter dan het aantal vrouwelijke
7 Hun afdeling is IT
8 Ja, hij kent de eigenaar van dat bedrijf
9 Nee, ik moet helemaal opnieuw beginnen
10 H…Read More -
1. Sinds hij hoorde dat hij niet bij het bedrijf kon blijven, is hij boos.
2. Deze regels gelden voor kinderen.
3. Dit conflict is ontstaan door een communicatieprobleem.
4. Zij zegt onzin, omdat haar dochter als software engineer werkt.
5. Ik kies een baan met mijn hoofd. / Mijn keuze is een baan met mijn hoofd.
6. In mijn bedrijf is het aantal…Read More -
1.Nadat hij dat horde, wordt hij meteen boos.
2.Deze regels gelden voor mensen die Nederlands niet bij DA/E volgen.
3.Het conflict ontstond door zijn opmerking dat een boterham als lunch geen echte maaltijd was.
4. Zowel mannen als vrouwen kunnen onzin verkopen in technische sectoren.
5. De keuze is erg moeilijk om te doen. Ik zou graag een…Read More -
1. Hij was erg boos.
2. Deze regels gelden voor iedereen.
3. Het conflict ontstond door een ruzie.
4. Dat is onzin.
5. Dat is een makkelijk keuze, met mijn hoofd.
6. Het aantal mannelijke collega’s is gemiddeld hoger.
7. Ze werken op de financiele afdeling.
8. Ja, hij is de eigenaar.
9. Ja, ik heb opnieuw een baan gevonden.
10. Utrecht of…Read More -
1. Hij was heel boos toen hij dat hoorde.
2. Deze regels gelden voor iedereen.
3. Hun conflict ontstond door verschillen in overtuigingen.
4. Ik vind haar mening onzin.
5. Als ik de keuze moet maken, heb ik liever een baan met mijn hoofd.
6. Het aantal mannelijke en vrouwelijke collega’s is bijna hetzelfde.
7. Zij werken bij de…Read More -
1. Hij was heel boos nadat hij het slechte nieuws hoorde.
2. Deze regels gelden voor de ouders.
3. Het conflict ontstond tussen de spelers.
4. Dat is onzin! Vrouwen zijn ook heel goed in technische sectoren
5. Mijn keuze is liever een baan met mijn handen.
6. Het aantal mannelijke collega’s is groter dan het aantal vrouwelijke.
7. Zij werken op de…Read More -
1. Hij was erg boos.
2. Deze regels gelden voor iedereen in ons bedrijf.
3. Het conflict ontstond door een misverstand.
4. Heb je dat gehoord? Wat een onzin is dat!
5. Mijn keuze is een baan met mijn hoofd.
6. Het aantal vrouwelijke collega’s is groter.
7. Beide werken op de logistieke afdeling.
8. Hij is de eigenaar van dit bedrijf.
9. Ja, ik h…Read More
- Load More Posts

1. Hij werd niet boos, maar hij was wel geduldig.
2. Deze regels gelden voor de bezoekers.
3. Het conflict is ontstaan door een wedstrijd.
4. Nee, dat klopt niet. Ze spreekt soms onzin.
5. De keuze is afhankelijk van de arbeidsvoorwaarden.
6. Het aantal laten zien dat mannelijk collega’s meer zijn.
7. Ze werken op de afdeling Weginfra.
8. Nee, hij…Read More