-
Boek Simpel Nederlands | pagina 187 | Maak 10 zinnen volgens recepten B en C (5 per recept, WW2=Knipwoord!) Plaats jouw zinnen hier✍️
111 Comments-
1. Ik begin vandaag mijn huiswerk in de bibliotheek te maken.
2. Ik leer nu de cultuur in Nederland beter te begrijpen.
3. Ik probeer altijd Nederlands in het klaslokaal te spreken.
4. Ik hoop dit jaar in Eindhoven een betere baan te vinden.
5. Wij denken volgend jaar in de buurt een huis te kopen. -
1.Ik ben vorige week vergeten de was te doen
2.ik probeer iedere dag mijn moeder te bellen
3.Ik zit nu achter de computer te studeren
4.Ik durf deze week mijn scriptie af te ronden
5.We zitten in de kroeg bier te drinken -
1. Ik hoef mijn broer morgen niet op te halen van het vliegveld.
2. Ik zit nu een tijger in het circus aan te raken.
3. Wij begginen volgende week met onze meubels op te slaan in een garagebox.
4. Ik lees ‘s avonds in mijn slaapkamer een boek om uit te rusten.
5. Ik probeer mijn vriendje over te halen om dit weekend naar Glow te gaan. -
1. Ik zat gisteren in het restaurant het nieuwe gerecht te eten.
2. Wij proberen vanavond thuis de muren te schilderen.
3. Hij hoopt elke ochtend in David Lloyd tennis te spelen.
4. Zij durfde tijdens de tyfoon naar Taiwan te reizen.
5. Ik vergeet je niet om 9 uur op het werk te bellen.…Read More -
Recept B
1. Ik zit nu mijn werk in het kantoor te doen.
2. Ik hang elk jaar de kerstmis versieren aan de kerstboom te versieren.
3. Hij heeft gisteren zijn aantekeningen in huis van zijn vriendin vergeten te nemen.
4. Ze hebben gisteren mijn weekwndplannen gevraagd te ontmoeten.
5. Ik hoop dat mijn man vanavond de voetbalwedstrijd wint.
Recept…Read More -
1. Je hoeft niet vandaag bij de receptie een toegangspas aan te vragen.
2. Zij begon tijdens de les in de workshop al mijn fouten aan te geven.
3. Ze komen elke week in de bibliotheek samen te kletsen.
4. Ik probeer altijd op het werk nieuwe uitdagingen aan te gaan.
5. Ik zit nu in de bibliotheek een document af te drukken. -
1. Ik zit ‘s ochtends in de tuin een boek te lezen.
2. Hij begint nu in de keuken met koken.
3. Ik probeer elke dag in het park te hardlopen.
4. We beginnen straks in het lokaal te oefenen.
5. We zitten nu in de trein te wachten. -
B
1. Ik begin volgende week de documentatie op het kantoor te schrijven.
2. Hij probeert vandaag het adres in de stad te vinden.
3. Wij vergaten gisteren onze klant in Amsterdam te bellen.
4. Jullie vragen nu om dit product op de markt te huren.
5. Jij belooft vandaag een oplossing op het kantoor te vinden.C
1. Ik probeer elke dag thuis vroeg op…Read More -
B:
1. Ik acht het morgen mogelijk de film in de bioscoop te kijken.2. Hij begint volgende week de schaakles op school te krijgen.
3. Jij belooft vanavond het avondeten thuis te koken.
4. Wij beogen over een paar dagen alle hoofdstukken in de klas af te maken.
5. Zij besluit vanaf nu het vlees in de supermarkt te kopen.
C:
1. Jullie denken in…Read More -
1. Ik probeer morgen mijn boek thuis te lezen.
2. Hij vergeet soms zijn sleutels op kantoor te laten liggen.
3. Wij hopen dit weekend onze vrienden bij het café te ontmoeten.
4. Ik probeer elke dag mijn Nederlands thuis te oefenen.
5. Ik besluit vanavond mijn huiswerk in de bibliotheek te doen.
1. Ik probeer morgen in de winkel een nieuw jas te…Read More -
B.
1. Ik sta elke ochtend de koffie in de keuken te maken.
2. Ik lig vanavond het boek op de bank te lezen.
3. Ik ben vandaag het rapport op kantoor te schrijven.
4. Ik zit morgen de presentatie thuis te oefenen.
5. Ik sta elke middag de planten in de tuin te wateren.
C.
1. Ik lig vanavond in bed een boek te lezen.
2. Ik sta elke ochtend in de…Read More -
1. Ik zit nu het rapport op min werkkamer te maken
2. Ik zit morgen bij de tandarts de zorgverzekering te bespreken
3. Wij beloven nu de factuur morgen af te maken
4. Ik probeer elke dag een beetje te sporten
5. Ik besluit volgende week een berichtje te sturen
6. Wij staan op de trein te wachten
7. Wij durven volgend jaar de Mount Everest te…Read More -
Recept B
1. Ik besluit morgen het boek in de klas op te halen.
2. Jij probeert nu de jas in de gang aan te doen.
3. Hij probeert vanavond de opdracht in de bibliotheek af te maken.
4. Zij begint vandaag de machine in de fabriek aan te zetten.
5. Hij belooft vanavond de toets thuis na te kijken.
Recept C
1. Hij probeert vandaag in de garage een…Read More -
– B –
1. Ik zit nu het probleem op kantoor aan te pakken.
2. Zij loopt de hele avond rond om haar bruiloft in de hoofdstad af te ronden.
3. Zij verbieden mij om elke zondag aan de mis in de kerk deel te nemen.
4. Hij belooft vandaag het hele ontbijt bij oma op te eten.
5. Zij dwong mij afgelopen maandag om de hele woonkamer in haar appartement op…Read More -
B:
1. Mark hoeft vanmiddag niet zijn kind van de kinderopvang op te halen.
2. Hij durft morgen je niet van school terug te bellen.
3. Wij besluiten vandaag ons bij Dutch Academy Eindhoven aan te melden.
4. De baas vroeg jou niet de computer op kantoor uit te zetten.
5. De treinmanager verplichtte net reizigers de trein uit te stappen.
C:
6. Zij…Read More -
Ik zit nu mijn huiswerk op kantoor af te maken.
Ik sta de tv aan te zetten.
Wij hoeven deze winkel niet binnen te gaan.
Zij vinden het belangrijk deze bestanden in te schrijven.
Jij vraagt om dit boek mee te brengen.Ik probeer morgen eerder bij een kroeg aan te komen.
Jij besloot gisteren een doos op te halen.
Wij beginnen vandaag een…Read More -
1. Ik beloof vandaag de boeken op school op te halen.
2. Zij vergeet vanavond haar kleding mee te nemen.
3. Ik probeer nu de buitendeur dicht te doen.
4. Zij verzuimen vanochtend de naam van de docent op school op te schrijven.
5. Ik begin nu mijn koffer thuis uit te pakken.
6. Ik zit vandaag met mijn collega op kantoor samen te werken.
7. Hij…Read More -
B.
1. Ik zit nu achter mijn computer mijn lieve Nederlands huiswerk te maken.
2, Ik sta nu bij de bushalte in Eindhoven te wachten.
3. Ik probeerde vorige week op kantoor met mijn collega’s Nederlands te praten.
4. Ik begon vorige week in Schijndel met nieuwe hardloopschoenen te hardlopen.
5. Ik besloot vanmiddag het avondeten thuis te…Read More -
B.
1) Ik sta vanmorgen in de badkamer mijn haar te drogen.
2) Ik lig vanmiddag op mijn bed aantekeningen te leren.
3) Ik ben deze week op mijn werk een nieuw systeem te proberen.
4) Ik zit vanavond aan de keukentafel mijn planning te maken.
5) Ik sta in het weekend in de keuken soep te koken.
C.
1) Ik lig op de bank naar een documentaire te…Read More -
1. Hij staat nu op de trein op het perron te wachten.
2. Jullie liggen altijd naar de liedje in het park te luisteren.
3. Wij zitten soms het huiswerk in de bibliotheek te maken.
4. U loopt s ‘ochtends in het park om te kalmeren.
5. Jullie vergeten nooit de kat op straat te aaien.
6. Jij zit altijd in de woonkamer naar een documentaire te…Read More -
B:
1. Ik zit nu achter de computer mijn huiswerk te maken.
2. We beginnen morgen mijn fiets te repareren.
3. Ik sta voor het scherm met een video te sporten.
4. Ik lig elke dag op het bed om mijn baby in slaap te krijgen.
5. Zij vergat gisteren haar huiswerk af te maken.
C:
1. Ik probeer nu op mijn telefoon een horrorfilm te kijken.
2. Ik besluit…Read More -
b:
1. Ik probeer elk weekend mijn moeder vanuit huis op te bellen.
2. Ik beveel jou nu jouw lunch in de kantine op te eten.
3. Hij vergeet niet elke avond de tv thuis aan te zetten.
4. Ik beloof volgende maandag jouw dingen bij jou in te pakken.
5. Ik begin elke dag mijn schoenen thuis uit te doen.c:
1. Ik vergat gisteren op kantoor aan een…Read More -
B.
Wij beloven morgen in de tuin te gaan spelen.
Ik zit nu thuis huiswerk te maken.
Wij gaan morgen naar de tulpentuin om bloemen te bekijken.
Hij zit thuis een boek te lezen.
Jullie zijn schilderijen aan de muur te hangen.
C.
Ik loop in de tuin met mijn vrienden te spelen.
Ik zit aan mijn bureau huiswerk te maken.
Wij lopen in de tulpentuin…Read More -
B
1. Ik begin nu mijn huiswerk in mijn kamer te maken.
2. Ik probeer altijd Nederlands in het klaslokaal te spreken.
3. Wij denken volgend jaar een auto te kopen.
4. Ik probeer iedere week mijn broer te bellen.
5. Hij hoeft vandaag het huis niet schoon te maken.C
1. Ik hoef vandaag niet naar school te gaan.
2. Ik vind het leuk om Nederlands te…Read More -
B:
1. Ik begin vanochtend het huiswerk in het Dutchboek te maken.
2. Je hoopt vandaag de bloemen in het veld te bekijken.
3. Hij leert nu de auto op de snelweg te rijden.
4. De baas eist deze week het project op kantoor af te maken.
5. Ik besluit volgende week een taart in de keuken te bakken.C:
6. Ik sta nu in de rij een boterham te kopen.…Read More -
B
1. Ik hoop dit weekend een boek thuis te lezen.
2. Wij hopen zaterdag een cadeau in de winkel te kopen.
3. Mijn familie probeert vanavond een tafel in het restaurant te reserveren.
4. Ik probeer dit weekend mijn kamer thuis op te ruimen.
5. Mijn man probeert vanavond een nieuw recept thuis te koken.C
1. Wij proberen morgen in de supermarkt…Read More -
B
1. Ik zit op dit moment mijn huiswerk in de bibliotheek te maken.
2. Zij begint vandaag krachtoefeningen op een sportschool te doen.
3. Zij proberen vanavond de oefeningen uit het boek af te maken.
4. Hij dreigt deze week de documenten op internet te publiceren.
5. Je zit nu deze zin achter het scherm te lezen.
C
1. Jullie zijn van plan…Read More -
Recept B:
1. Ik probeer tijdens de vakantie mijn werk uit te schakelen.
2. Ik hoop volgende week mijn agenda op het werk vrij te houden.
3. Wij hopen volgend jaar met nieuwe partners in Europa samen te werken.
4. Hij zit nu een probleem op kantoor uit te zoeken.
5. Wij beginnen volgende maand de hypotheek bij de bank af te betalen.
Recept C:
6.…Read More -
-
B
1. Hij begint nu zijn werk thuis af te maken.
2. Jij probeert vandaag te veel kleding aan te trekken.
3. Jullie hoeven volgend weekend geen takken in mijn tuin af te knippen.
4. Ik zit me nu voor de nieuwe cursus op school aan te melden.
5. Kinderen beginnen nu dieren in de dierentuin aan te raken.C
1. Hij begint op dit moment in de winkel een…Read More -
RECEPT B
1. Ik probeer altijd mijn huiswerk thuis af te maken.
2. Hij begint nu zijn verhaal in zijn schrift op te schrijven.
3. Zij staat ‘s avonds de borden in de keuken af te wassen.
4. Hij zit nu zichzelf in de vergadering voor te stellen.
5. Zij belooft ‘s ochtends mijn bericht op kantoor door te geven.
RECEPT C
1. Ik probeer tegenwoordig op…Read More -
B
1. Ik zit nu de woonkamer in mijn huis op te ruimen.
2. Hij staat vanochtend zijn kleren in de slaapkamer uit te kiezen.
3. Zij zit vanmiddag de administratie op haar kantoor bij te werken.
4. Wij staan vanavond de vaat in de keuken af te wassen.
5. Hij loopt vanmiddag zijn vrienden in het park op te bellen.
C
1. Hij staat vanochtend in de…Read More
- Load More Posts

1. Ik begin nu het huiswerk thuis af te maken.
2. Hij besloot vandaag op kantoor de problemen van de projecten op te lossen.
3. Zij hoeft morgen het schooluniform niet naar school aan te trekken.
4. Wij proberen vandaag met de stofzuiger het huis schoon te maken.
5. Jij vergat gisteren de was thuis af te wassen.