Dutch Course Eindhoven A1 Homework Answers Group

  • Public Group
  • 5 hours, 36 minutes ago
  • 105

    Posts

  • 182

    Members

  • Dutchbook opdracht:👍

    Maak 3 vragen met “Wie”
    1………………………………
    2………………………………
    3………………………………

    Maak 3 vragen met “Wat”
    4……………………………….
    5……………………………….
    6……………………………….

    Maak 3 vragen met…Read More

    131 Comments
    • Maak 3 vragen met “Wie”
      1. Wie woont hier?
      2. Wie is een advocaat?
      3. Wie is de broer van hem?

      Maak 3 vragen met “Wat”
      4. Wat is haar naam?
      5 Wat is het zin van leven?
      6. Wat kan jij doen?

      Maak 3 vragen met “Waarom”
      7. Waarom komt hij?
      8. Waarom slaap jij nu?
      9. Waarom vliegen de vogels?

      Maak 3 vragen met “Waar”
      10. Waar woon jij?
      11. Waar i…Read More

    • WIE
      ——–
      1. Wie kijkt de televisie?
      2. Wie kookt het eten?
      3. Wie zijn ze?
      WAT
      ———-
      4. Wat schrijft zij?
      5. Wat lees jij?
      6. Wat vragen jullie?
      WAAROM
      ————-
      7. Waarom vertrekt hij vroeg?
      8. Waarom draag jij de jas?
      9. Waarom drinken jullie het sap?
      WAAR
      ———-
      10. Waar ga jij?
      11. Waar woont zij?
      12. Waar winkelt hij?
      WANNEER
      ————–
      13. Wa…Read More

    • 1. Wie zijn jullie?
      2. Wie heeft de krant?
      3. Wie willen koffie?

      1. Wat is een makkelijk recept?
      2. Wat kop koffie is van jouw?
      3. Wat is waar?

      1. Waarom hebben jullie lopen?
      2. Waarom kan ik gaan?
      3. Waarom pak je de fiets?

      1. Waar leven zijn?
      2. Waar is de sleutel?
      3. Waar heb je parkeren?

      1. Wanneer gaat hij?
      2. Wanneer lopen de…Read More

    • “Wie”
      1 Wie rijdt de auto?
      2 Wie is de manager?
      3 Wie duwt de tafel?

      “Wat”
      4 Wat komt om 11.30 uur?
      5 Wat koop ik?
      6 Wat zie jij?

      “Waarom”
      7 Waarom ben jij slaperig?
      8 Waarom weten zij?
      9 Waarom rent zij?

      “Waar”
      10 Waar is de fiets?
      11 Waar ga jij?
      12 Waar rijdt hij?

      “Wanneer”
      13 Wanneer kom jij?
      14 Wanneer ziet hij de film?
      15 Wanneer vertrekken zij?

    • “Wie”

      1. Wie is de bezoeker?
      2. Wie kent u?
      3. Wie is de leraar?
      “Wat”

      4. Wat is uw telefoonnummer?
      5. Wat is uw geboortedatum?
      6. Wat is het?
      “Waarom”
      7 Waarom is hij laat?
      8 Waarom houd je van egels?
      9 Waarom bestaat het universum?
      “Waar”
      10 Waar leven mierenegels?
      11. Waar woon jij?
      12. Waar is het toilet?
      “Wanneer”
      13 Wanneer bezoek je?
      14 W…Read More

    • “Wie”
      1. Wie zijn zij?
      2. Wie kookt de pasta?
      3. Wie is jouw vriend?

      “Wat”
      4. Wat is jouw geboortedatum?
      5. Wat wil zij?
      6. Wat doe jij morgen?

      “Waarom”
      7. Waarom kom jij hier?
      8. Waarom leren jullie Engels?
      9. Waarom zijn zij zo luid?

      “Waar”
      10. Waar woont zij?
      11. Waar is jouw hond?
      12. Waar gaat zij op vakantie?

      “Wan…Read More

    • 1. Wie is Eva?
      2. Wie komt hier?
      3. Wie maakt koffie?
      4. Wat is jouw favoriete kleur?
      5. Wat voor tijd begint de les?
      6. Wat doe je ’s avonds?
      7. Waarom vraag je dat?
      8. Waarom heb je dit boekje?
      9. Waarom zijn jullie laat?
      10. Waar is mijn telefoon?
      11. Waar gaan ze?
      12. Waar is het treinstation?
      13. Wanneer begint de school?
      14. Wanneer wil je k…Read More

    • Wie ben jij?
      Wie gaat naar de winkel?
      Wie weet dit?

      Wat doe jij op de school?
      Wat is jouw favoriete kleur?
      Wat spelen wij?

      Waarom gaan wij naar Utrecht?
      Waarom eten jullie vis?
      Waarom neem jij mijn pen?

      Waar woon je?
      Waar gaat hij?
      Waar lopen jullie?

      Wanneer begint de cursus?
      Wanneer komt zij?
      Wanneer lunchen wij?

    • “Wie”
      1. Wie bent u?
      2. Wie rijdt de auto?
      3. Wie bereidt het avondeten?

      “Wat”
      4. Wat wil jij eten?
      5. Wat wil jij doen?
      6. Wat is de vraag?

      “Waarom”
      7. Waarom praat je niet met mij?
      8. Waarom eet hij ze?
      9. Waarom draagt zij de rok in de winter?

      “Waar”
      10. Waar gaan jullie?
      11. Waar ontmoeten jullie elkaar?
      12. Waar bezoek je?

      “Wanneer”…Read More

    • “Wie”
      1. Wie bent je?
      2. Wie eet dat?
      3. Wie kent hem?
      “Wat”
      4. Wat doen jullie?
      5. Wat draag je?
      6. Wat te kopen voor haar?
      “Waarom”
      7. Waarom ben je verdrietig?
      8. Waarom kom je niet?
      9. Waarom zo laat?
      “Waar”
      10. Waar is het treinstation?
      11. Waar vind ik de hemden?
      12. Waar is het toilet?
      “Wanneer”
      13. Wanneer weet je het?
      14. Wanneer is…Read More

    • Maak 3 vragen met “Wie”
      1. Wie bezoekt het kantoor?
      2. Wie speelt een spel?
      3. Wie vertelt een verhaal?

      Maak 3 vragen met “Wat”
      4. Wat is dat?
      5. Wat eet Peter?
      6. Wat heb jij?

      Maak 3 vragen met “Waarom”
      7. Waarom lezen studenten?
      8. Waarom bakt de oma?
      9. Waarom fietsen kinderen?

      Maak 3 vragen met “Waar”
      10. Waar studeert hij?
      11. Waar i…Read More

    • 3 vragen met “Wie”
      1. Wie gaat naar Carnaval?
      2. Wie leest het boek?
      3. Wie ziet een kat?
      3 vragen met “Wat”
      4. Wat doe jij?
      5. Wat willen jullie?
      6. Wat begrijp jij?
      3 vragen met “Waarom”
      7. Waarom draag jij een hoed?
      8. Waarom eet zij geen vis?
      9. Waarom luistert hij niet?
      3 vragen met “Waar”
      10. Waar zien zij een concert?
      11. Waar koop jij d…Read More

    • 1. Wie leest een boek?
      2. Wie doet boodschappen?
      3. Wie is 198cm lang?

      4. Wat is dit?
      5. Wat leest de man?
      6. Wat koken wij?

      7. Waarom rijdt hij zo snel?
      8. Waarom ben je te laat?
      9. Waarom ben je goed in voetbal?

      10. Waar woon jij?
      11. Waar leven vissen?
      12. Waar speelt hij?

      13. Wanneer vertrek je?
      14. Wanneer is de cursus?
      15. Wanneer word je wakker?

    • Maak 3 vragen met “Wie”
      1 Wie is zij?
      2 Wie huurt de auto?
      3 Wie kookt de maaltijd?

      Maak 3 vragen met “Wat”
      4 Wat eten jullie?
      5 Wat wil je?
      6 Wat lees je?

      Maak 3 vragen met “Waarom”
      7 Waarom ben je hier?
      8 Waarom studeer je Nederlands?
      9 Waarom blijf je hier?

      Maak 3 vragen met “Waar”
      10 Waar werken zij?
      11 Waar loopt hij?
      12 Waar zit ik?

      M…Read More

    • WIE
      1. Wie ben jij?
      2. Wie is de leraar?
      3. Wie spreekt haar?
      WAT
      4. Wat eet jij?
      5. Wat is jouw favoriete boek?
      6. Wat doe je in jouw vrije tijd?
      WAAROM
      7. Waarom leer jij Nederlands?
      8. Waarom is het weer zo grijs?
      9. Waarom blaft de hond?
      WAAR
      10. Waar is het kantoor?
      11. Waar moet ik komen?
      12. Waar gaat de trein?
      WANNEER
      13. Wanneer is…Read More

    • Wie
      1. Wie bent u?
      2. Wie is de eigenaar van het huis?
      3. Wie heeft een pen voor mij?

      Wat
      1. Wat is de naam van het ding?
      2. Wat doe jij in jouw vrije tijd?
      3. Wat maak je?

      Waarom
      1. Waarom zijn wortels oranje?
      2. Waarom studeert u Nederlands?
      3. Waarom bent u altijd laat?

      Waar
      1. Waar liggen jullie vruchten?
      2. Waar is het treinkaartje?
      3.…Read More

    • Wie
      1. Wie eet een appel?
      2. Wie woont in Eindhoven?
      3. Wie maakt huiswerk?
      Wat
      4. Wat speel jij?
      5. Wat zoekt hij?
      6. Wat repareren wij?
      Waarom
      7. Waarom werk jij bij Philips?
      8. Waarom spelen wij met de kinderen?
      9. Waarom maakt hij pasta?
      Waar
      10. Waar woon jij?
      11. Waar werk jij?
      12. Waar gaan wij met de bus?
      Wanneer
      13. Wanneer lunchen…Read More

    • 1. Wie is dat?
      2. Wie is dat meisje daar?
      3. Wie heeft een paraplu?
      4. Wat heb je?
      5. Wat is jouw naam?
      6. Wat doe je?
      7. Waarom ben je thuis?
      8. Waarom ga je niet naar school?
      9. Waarom ben je hier?
      10. Waar is een bushalte?
      11. Waar is een supermarkt?
      12. Waar is Amsterdam?
      13. Wanneer kom je ons bezoeken?
      14. Wanneer is de volgende les?
      15.…Read More

    • Maak 3 vragen met “Wie”
      1 Wie ben jij?
      2 Wie maakt kip?
      3 Wie drinkt koffie?

      Maak 3 vragen met “Wat”
      4 Wat is jouw naam?
      5 Wat leest u?
      6 Wat doe jij in jouw vrij tijd?

      Maak 3 vragen met “Waarom”
      7 Waarom kookt hij?
      8 Waarom werkt zij?
      9 Waarom huilt het kind?

      Maak 3 vragen met “Waar”
      10 Waar woon je?
      11 Waar werk je?
      12 Waar is het ziekenhuis?…Read More

    • 1. Wie komt met ons fietsen?
      2. Wie rijdt een snelle auto?
      3. Wie spreekt Nederlands?
      4. Wat is dat?
      5. Wat wil je doen?
      6. Wat kopen jullie?
      7. Waarom hebben wij geen koffie?
      8. Waarom is het duur?
      9. Waarom loop jij?
      10. Waar wonen jullie?
      11. Waar is het restaurant “Rubral Wing”?
      12. Waar kopen wij een koffie met melk?
      13. Wanneer kan men het…Read More

    • Maak 3 vragen met “Wie”
      1. Wie leert Nederlands?
      2. Wie woont in Eindhoven?
      3. Wie leest de krant vandaag?

      Maak 3 vragen met “Wat”
      4. Wat leer jij?
      5. Wat leest hij?
      6. Wat koken jullie?

      Maak 3 vragen met “Waarom”
      7. Waarom leer jij Nederlands?
      8. Waarom spelen zij met kinderen?
      9. Waarom schrijft hij een brief?

      Maak 3 vragen me…Read More

    • Wie
      1. Wie loopt in het park?
      2. Wie is hij?
      3. Wie is de manager?

      Wat
      4. Wat zeg je?
      5. Wat doe je nu?
      6. Wat betekent dat?

      Waarom
      7. Waarom kom je elke dag naar school?
      8. Waarom ben je moe?
      9. Waarom hou je van reizen?

      Waar
      10. Waar werken jullie?
      11. Waar is jouw huis?
      12. Waar rent hij?

      Wanneer
      13. Wanneer is het Vaderdag?
      14. Wanneer is…Read More

    • – Wie –
      1. Wie doet de afwas?
      2. Wie is zij?
      3. Wie bel jij?

      – Wat –
      4. Wat eet jij?
      5. Wat ligt in de doos?
      6. Wat zeg je?

      – Waarom –
      7. Waarom is hij weg?
      8. Waarom huilt zij?
      9. Waarom heb je geen baan?

      – Waar –
      10. Waar ga je?
      11. Waar is een toilet?
      12. Waar kom je vandaan?

      – Wanneer –
      13. Wanneer vertrekt de bus?
      14. Wanneer ben je jari…Read More

    • Wie
      1. Wie kookt de kip?
      2. Wie leest het boek?
      3. Wie maakt huiswerk?
      Wat
      4. Wat is jouw auto?
      5. Wat speelt hij?
      6. Wat doe jij?
      Waarom
      7. Waarom lach je?
      8. Waarom is jouw auto groen?
      9. Waarom kookt hij het avondeten?
      Waar
      10. Waar is mijn portemonnee?
      11. Waar ligt het kunstmuseum?
      12. Waar spelen de kinderen?
      Wanneer
      13. Wanneer is jouw…Read More

    • “Wie”
      1. Wie is de jongen met de voetbal?
      2. Wie zijn zij?
      3. Wie ben jij?

      “Wat”
      4. Wat is jouw naam?
      5. Wat doe jij?
      6. Wat spelen zij?

      “Waarom”
      7. Waarom eet jij?
      8. Waarom dansen zij?
      9. Waarom slaapt hij?

      “Waar”
      10. Waar ga jij?
      11. Waar is het boek?
      12. Waar zijn de kartjes?

      “Wanneer”
      13. Wanneer speel jij?
      14. Wanneer dansen zij?
      15. Wan…Read More

    • “Wie”
      1. Wie ben jij?
      2. Wie is Marie?
      3. Wie woont in dit huis?

      “Wat”
      4. Wat doen jullie?
      5. Wat is het adres?
      6. Wat speel jij?

      “Waarom”
      7. Waarom gaat Pieter naar het stadion?
      8. Waarom heb jij taart gebakken?
      9. Waarom regent het vandaag?

      “Waar”
      10. Waar speel jij voetbal?
      11. Waar komt Karel vandaan?
      12. Waar is mijn biertje?

      “Wann…Read More

    • Wie
      1) Wie is jouw beste vriend?
      2) Wie belt jou?
      3) Wie komt er naar het feest?
      Wat
      4) Wat eet je?
      5) Wat drinkt zij?
      6) Wat studeer jij?
      Waarom
      7) Waarom haat je mij?
      8) Waarom is de roos geel?
      9) Waarom werkt hij?
      Waar:
      10) Waar is de kat?
      11) Waar wonen ze?
      12) Waar heb je die gekocht?
      Wanneer:
      13) Wanneer begint de film?
      14) Wanneer is…Read More

    • Wie
      1. Wie ben jij?
      2. Wie is de manager?
      3. Wie is hij?

      Wat
      4. Wat ben je aan het doen?
      5. Wat is het antwoord?
      6. Wat ben je aan het koken?

      Warrom
      7. Waarom huil je?
      8. Waarom schreeuw je?
      9. Waarom is het warm?

      Waar
      10. Waar is haar man?
      11. Waar is de helm?
      12. Waar ben je?

      Wanneer
      13. Wanneer kom je?
      14. Wanneer is de afspraak?
      15.…Read More

    • “Wie”
      1. Wie woont hier?

      2. Wie kookt het avondeten vandaag?

      3. Wie werkt hier?
      “Wat”
      4. Wat eet jij?

      5. Wat zie je?
      6. Wat drinkt hij?
      “Waarom”
      7. Waarom slaap je niet?

      8. Waarom eten jullie niet?

      9. Waarom werk je niet op maandag?
      “Waar”
      10. Waar is de jas?

      11. Waar slapen zij?

      12. Waar is mijn fiets?
      “Wanneer”
      13. Wanneer…Read More

    • Wie
      1-Wie belt jou?
      2-Wie zijn docent?
      3-Wie is in de klas?
      Wat
      1-Wat is jouw adres?
      2-Wat zeg je?
      3-Wat hoor ik?
      Waarom
      1-Waarom huilt hij?
      2-Waarom gaat zij naar huis?
      3-Waarom kijkt hij de film niet?
      Waar
      1-Waar werken jullie?
      2-Waar is haar auto?
      3-Waar is mijn boek?
      Wanneer
      1-Wanneer is jouw verjaardag?
      2-Wanneer begint zijn show?
      3-Wanneer…Read More

    • 1. Wie komt van de school?
      2. Wie gaat naar de sportschool?
      3. Wie wandelt met de honden?
      4. Wat drinken jullie?
      5. Wat leest zij?
      6. Wat doe jij in jouw vrije tijd?
      7. Waarom heb jij een auto?
      8. Waarom gaan de kinderen naar het bos?
      9. Waarom drinken zij de melk?
      10. Waar woont zij?
      11. Waar leer jij Nederlands?
      12. Waar werk jij?
      13. Wanneer…Read More

    • “Wie”
      1) Wie kan gitaar spelen?
      2) Wie koopt schoenen?
      3) Wie eten de worsten?

      “Wat”
      4) Wat is 20 vierkante meter?
      5) Wat is dicht bij het station?
      6) Wat kienst Chantal in de winkel?

      “Waarom”
      7) Waarom is hij rookt sigaretten elke dag?
      8) Waarom zijn zij schreeuwen?
      9) Waarom drag jij dit broek?

      “Waar”
      10) Waar is mij pak?
      11) Waar leven olif…Read More

    • “Wie”
      1. Wie is je baas?
      2. Wie is de kunstenaar?
      3. Wie is je leraar?
      “Wat”
      1. Wat betekent dat?
      2. Wat is je adres?
      3. Wat is de hoofdstad van Nederland?
      “Waarom”
      1. Waarom ben je verdrietig?
      2. Waarom reis je naar Spanje?
      3. Waarom schreeuw je?
      “Waar”
      1. Waar is mij tas?
      2. Waar woon jij?
      3. Waar ben je?
      “Wanneer”
      1. Wanneer is je geboortedatum…Read More

    • Wie:
      1) Wie woont in Amsterdam?
      2) Wie is jouw vader?
      3) Wie bakt dit taart?

      Wat:
      4) Wat is jouw adres?
      5) Wat is jouw naam?
      6) Wat kook jij?

      Waarom:
      7) Waarom rent hij?
      8) Waarom doe je dit?
      9) Waarom koop je een auto?

      Waar:
      10) Waar zijn de sleutels?
      11) Waar ben je?
      12) Waar is het strand?

      Wanneer:
      13) Wanneer begint de les?
      14) Wanneer…Read More

    • 3 vragen met “Wie”
      1. Wie is zij?
      2. Wie is jouw leraar?
      3. Wie is de bibliothecaris

      3 vragen met “Wat”
      4. Wat is jouw moederland?
      5. Wat is jouw adres?
      6. Wat is jouw achternaam?

      3 vragen met “Waarom”
      7. Waarom is zij verdrietig?
      8. Waarom is de manen vandaag rode?
      9. Waarom is de winkel gesloten?

      3 vragen met “Waar”
      10. Waar is het boek?
      11…Read More

    • Maak 3 vragen met “Wie”
      1. Wie is goed?
      2. Wie ben jij?
      3. Wie maakt goede kibbeling?

      Maak 3 vragen met “Wat”
      4. Wat is je naam?
      5. Wat eet je vandaag?
      6. Wat lezen jullie allemaal?

      Maak 3 vragen met “Waarom”
      7. Waarom is de tomaat rood?
      8. Waarom is de politie hier?
      9. Waarom rook je?

      Maak 3 vragen met “Waar”
      10. Waar woon je?
      11. Waar we…Read More

    • Wie
      1. Wie is jouw beste vriend?
      2. Wie helpt je met je huiswerk?
      3. Wie belt je vaak?

      Wat
      4. Wat eet je vanavond?
      5. Wat is jouw telefoonnummer?
      6. Wat doe je in het weekend?

      Waarom
      7. Waarom ben je te laat?
      8. Waarom leer je Nederlands?
      9. Waarom lach je?

      Waar
      10. Waar woon jij?
      11. Waar is mijn telefoon?
      12. Waar ga je naartoe?

      Wanneer
      13.…Read More

    • Wie:
      1. Wie ben jij?
      2. Wie is dat?
      3. Wie spreekt er?
      Wat:
      1. Wat is dit voor taart?
      2. Wat doe je op het feest?
      3. Wat doet zij hier?
      Waarom:
      1. Waarom doet hij dat?
      2. Waarom huilt zij?
      3. Waarom maken ze geluid?
      Waar:
      1. Waar is mijn bureau?
      2. Waar is het gebouw?
      3. Waar ben je?
      Wanneer:
      1. Wanneer is deze afspraak?
      2. Wanneer kun je naar mij…Read More

    • 1. Wie heeft jouw boek?
      2. Wie kies jij?
      3. Wie heeft de afspraak?

      1. Wat vindt hij leuk?
      2. Wat eten zij graag?
      3. Wat is haar mening?

      1. Waarom zeg jij dat?
      2. Waarom heeft zij een afspraak?
      3. Waarom heeft hij twee telefoons?

      1. Waar zit jij?
      2. Waar eet zij?
      3. Waar werk jij?

      1. Wanneer vertrekt zij?
      2. Wanneer hebben wij gitaarles?
      3.…Read More

    • Wie
      1. Wie werkt ‘s avonds?
      2. Wie leert Nederlands?
      3. Wie heeft Labubu?

      Wat
      4. Wat speel je?
      5. Wat gebruikt hij voor zijn werk?
      6. Wat staat daar op de tafel?

      Waarom
      7. Waarom werk je?
      8. Waarom leer je Nederlands?
      9. Waarom schrijven jullie de woorden?

      Waar
      10. Waar koop je de Labubu?
      11. Waar is het station?
      12. Waar komen de jongens…Read More

    • 1. Wie is dat?
      2. Wie leest de krant?
      3. Wie fietst naar werk?

      4. Wat is het probleem?
      5. Wat is jouw naam?
      6. Wat zeg je?

      7. Waarom hebben jullie geen tijd?
      8. Waarom koop jij dat?
      9. Waarom eet hij de boterham?

      10. Waar is zij?
      11. Waar woon jij?
      12. Waar zetten jullie mijn tas?

      13. Wanneer komen zij?
      14. Wanneer speelt hij?
      15. Wanneer eten wij?

    • Wie:
      1. Wie is jouw leraar?
      2. Wie rijdt de auto?
      3. Wie leest het boek?
      Wat:
      4. Wat denk jij?
      5. Wat lees jij?
      6. Wat kijken zij?
      Waarom:
      7. Waarom ben je verdrietig?
      8. Waarom lacht zij?
      9. Waarom ben je laat?
      Waar:
      10. Waar werk jij?
      11. Waar is het station?
      12. Waar zijn de kinderen?
      Wanneer:
      13. Wanneer is jouw verjaardag?
      14. Wanneer ben je…Read More

    • Wie
      1. Wie zijn jullie?
      2. Wie is jouw docent?
      3. Wie heeft een pen?
      Wat
      1. Wat is jouw achternaam?
      2. Wat is jouw favoriete supermarkt?
      3. Wat eet jij normaal als ontbijt?
      Waarom
      1. Waarom schreeuw jij?
      2. Waarom eet jij vlees?
      3. Waarom vind jij Eindhoven leuk?
      Waar
      1. Waar is het toilet?
      2. Waar is jouw appartement?
      3. Waar is de gouden…Read More

    • 1. Wie woont in Eindhoven?
      2. Wie belt ons?
      3. Wie zien we?
      4. Wat maak jij?
      5. Wat lees jij?
      6. Wat voel jij?
      7. Waarom ben jij te laat?
      8. Waarom lach jij?
      9. Waarom leer jij Nederlands?
      10. Waar zijn mijn sleutels?
      11. Waar is de bushalte?
      12. Waar is het toilet?
      13. Wanneer begint de school?
      14. Wanneer eindigt de film?
      15. Wanneer is je verjaardag?

    • Wie
      1. Wie belt jou nu?
      2. Wie woont in dit huis?
      3. Wie helpt de kinderen?
      Wat
      1. Wat studeer jij aan de universiteit?
      2. Wat doet hij op zaterdagavond?
      3. Wat neem jij mee naar school?
      Waarom
      1. Waarom werk jij zo hard?
      2. Waarom leer jij Nederlands?
      3. Waarom ga jij vroeg naar bed?
      Waar
      1. Waar woont jouw beste vriend?
      2. Waar liggen mijn…Read More

    • Wie
      1. Wie kookt het eten?
      2. Wie belt mij?
      3. Wie werkt hier?
      Wat
      4. Wat lees jij?
      5. Wat drink je?
      6. Wat zoek jij?
      Waarom
      7. Waarom huil je?
      8. Waarom studeer jij?
      9. Waarom slaap je vroeg?
      Waar
      10. Waar zit jij?
      11. Waar speelt de hond?
      12. Waar koop jij brood?
      Wanneer
      13. Wanneer sta jij op?
      14. Wanneer begint de les?
      15. Wanneer ga je slapen?

    • Wie
      1. Wie heeft de pennen?
      2. Wie werkt deze week?
      3. Wie slaapt in het bed?
      Wat
      1. Wat aten de kinderen?
      2. Wat zal zij doen?
      3. Wat is jouw voornaam?
      Waarom
      1. Waarom fiets je?
      2. Waarom belt u mij?
      3. Waarom zeggen zij dat?
      Waar
      1. Waar rijd je?
      2. Waar is jouw huis?
      3. Waar woon je?
      Wanneer
      1. Wanneer vertrek je?
      2. Wanneer lopen zij naar de…Read More

    • Met “wie”

      1-Wie belt jou?

      2- Wie helpt hem met zijn huiswerk?

      3- Wie kookt vanavond het eten?

      Met “Wat”
      4. Wat doe jij in het weekend?
      5. Wat eet zij graag als ontbijt?
      6. Wat zegt de leraar tegen de studenten?

      Met “Waarom”
      7. Waarom komt hij te laat?
      8. Waarom leert zij Nederlands?
      9. Waarom lacht het kind?

      Met “Waar”
      10. Waar woont jouw…Read More

    • 1. Wie is jouw beste vriend?
      2. Wie heeft de tickets?
      3. Wie wil een biertje?
      4. Wat lees jij in op dit moment?
      5. Wat drink jij?
      6. Wat zegt hij?
      7. Waarom lach jij?
      8. Waarom huil jij?
      9. Waarom vertrekken ze?
      10. Waar woon jij?
      11. Waar werk jij?
      12. Waar kom jij uit?
      13. Wanneer heb jij vakantie?
      14. Wanneer is het dinerfeest?
      15. Wanneer is…Read More

    • Wie:
      1. Wie is dat?
      2. Wie woont daar?
      3. Wie helpt jou?
      Wat:
      1. Wat eet je meestal als lunch?
      2. Wat doe je in het weekend?
      3. Wat is je favoriete kleur?
      Waarom:
      1. Waarom leer je Nederlands?
      2. Waarom drink je geen koffie?
      3. Waarom ga je niet vaak naar de bioscoop?
      Waar:
      1. Waar woon je nu?
      2. Waar ga je graag op vakantie?
      3. Waar werk je of…Read More

    • Wie:
      1.Wie maak koffie?
      2. Wie heeft pen?
      3. Wie is zij?

      Wat:
      4. Wat schrijft u?
      5. Wat lees jij?
      6. Wat doet Anna?

      Waarom:
      7. waarom blaft de hond?
      8. Waarom ben jij laat?
      9. Waarom lach je?

      Waar:
      10. Waar is Anna?
      11. Waar is het station?
      12. Waar studeert Peter?

      Wanneer:
      13. Wanneer kijk je films?
      14. Wanneer komt Anna?
      15. Wanneer spelen kinderen?

    • 1.Wie ben jij?
      2.Wie eet de appel?
      3. Wie drinkt het sap?
      4.Wat zoek jij?
      5. Wat spelen jullie?
      6.Wat wil hij?
      7.Waroom lacht zij ?
      8.Waroom vind jij honden?
      9.Waroom drink jij geen thee?
      10.Waar woon jij?
      11. Waar werkt hij?
      12. Waar is de suiker?
      13.Wanneer kijk jij de film?
      14. Wanneer ga jij naar Amsterdam?
      15. Wanneer eten jullie?

    • 1. Wie ben jij?
      2. Wie kookt het eten?
      3. Wie woont daar?

      4. Wat is dit?
      5. Wat eet ze?
      6. Wat doet hij?

      7. Waarom huil je?
      8. Waarom zijn ze laat?
      9. Waarom lachen jullie?

      10. Waar woon je?
      11. Waar is mijn tas?
      12. Waar gaan ze heen?

      13. Wanneer komt hij?
      14. Wanneer eten ze?
      15. Wanneer is haar verjaardag?

    • 1. Wie ben jij?
      2. Wie helpt hem?
      3. Wie belt haar elke dag?
      4. Wat doet hij in het weekend?
      5. Wat eet zij graag?
      6. Wat lezen jullie op school?
      7. Waarom leert u Nederlands?
      8. Waarom werkt ze vandaag thuis?
      9. Waarom lachen we zo veel?
      10. Waar woont hij?
      11. Waar werken jullie?
      12. Waar ga jij naartoe?
      13. Wanneer sta jij op?
      14. Wanneer gaat…Read More

    • Wie:
      1. Wie zijn ze?
      2. Wie kookt het eten?
      3. Wie heeft een pen?
      Wat:
      1. Wat is jouw favoriete sporten?
      2. Wat drinken jullie in de kantine?
      3. Wat schrijf je?
      Waarom:
      1. Waarom ben je zo laat?
      2. Waarom huilt het kind?
      3. Waarom rennen zij?
      Waar:
      1. Waar koken jullie de eieren?
      2. Waar woont hij?
      3. Waar is mijn thee?
      Wanneer
      1. Wanneer komen…Read More

    • Maak 3 vragen met “Wie”
      1 Wie kan helpen?
      2 Wie kan zingen?
      3 Wie kan schrijven?
      Maak 3 vragen met “Wat”
      4 Wat vind je lekker?
      5 Wat eet je?
      6 Wat drink je?
      Maak 3 vragen met “Waarom”
      7 Waarom gaan ze?
      8 Waarom huil je?
      9 Waarom praten we?
      Maak 3 vragen met “Waar”
      10 Waar is je huis?
      11 Waar is mijn bier?
      12 Waar is het eten?
      Maak 3 vragen met “W…Read More

    • Wie:

      1. Wie kookt eten?
      2. Wie leest een boek?
      3. Wie rijdt de bus?

      Wat:
      4. Wat eet jij?
      5. Wat maak jij?
      6. Wat doet de leraar?

      Waarom:
      7. Waarom huil je?
      8. Waarom ben je blij?
      9. Waarom regent het?

      Waar:
      10. Waar is de school?
      11. Waar woont Peter?
      12. Waar ligt mijn tas?

      Wanneer:
      13. Wanneer sta jij op?
      14. Wanneer ga je slapen?
      15.…Read More

    • “Wie”
      1.Wie verkoopt het boek?
      2. Wie betaalt de borrel ?
      3.Wie kijkt naar Nederlandse series ?
      “Wat”
      4.Wat putz jij in jouw tas ?
      5.Wat doe jij in het weekend?
      6.Wat eten jullie ?
      “Waarom”
      7. Waarom ben jij te laat ?
      8. Waarom voed jij de hond ?
      9. Waarom annuleer jij jouw inchecken?
      “Waar”
      10.Waar ontmoeten wij ?
      11. Waar drink jij ?
      12.Waar i…Read More

    • 1. Wie repareert een huis?
      2. Wie kookt een pasta?
      3. Wie verhuist morgen?
      4. Wat vertelt u hen?
      5. Wat is het adres van haar school?
      6. Wat zijn de plannen voor de stad?
      7. Waarom eten Nederlanders veel drop?
      8. Waarom fluiten mensen?
      9. Waarom heeft Nederland zo veel casino’s?
      10. Waar werk je nu?
      11. Waar doe je boodschappen?
      12. Waar vind ik…Read More

    • WIE
      1 Wie helpt jou met je huiswerk?
      2 Wie komt jouw huis voor avondeten?
      3 Wie werkt in jouw team vier dagen per week?

      WAT
      4 Wat kook je voor de lunchpauze?
      5 Wat doe jij in jouw vrije tijd?
      6 Wat koop jij in de supermarkt?

      WAAROM
      7 Waarom leer jij Nederlands?
      8 Waarom wacht jij op school?
      9 Waarom drinken zij thee in de ochtend?

      WAAR
      10 Waar…Read More

    • Wie
      1) Wie is jouw vriend?
      2) Wie speelt viool?
      3) Wie heeft het huis verkocht?
      Wat
      1) Wat kookt jouw oma?
      2) Wat zeg jij?
      3) Wat speelt jouw broer?
      Waarom
      1) Waarom lacht het meisje?
      2) Waarom is de hond buiten?
      3) Waarom eet de baby niet?
      Waar
      1) Waar is mijn tas?
      2) Waar zijn mijn sleutels?
      3) Waar werkt jouw vader?
      Wanneer
      1) Wanneer ga jij op…Read More

    • Wie
      1. Wie komt naar het huis?
      2. Wie doet boodschappen?
      3. Wie poetst het huis?

      Wat
      4. Wat voor muziekinstrument speel jij?
      5. Wat eet jij voor ontbijt?
      6. Wat brengt hij naar werk?

      Waarom
      7. Waarom liegen zij?
      8. Waarom weigert hij?
      9. Waarom eet jij niet?

      Waar
      10. Waar gaan jullie op vakantie?
      11. Waar is de bioscoop?
      12. Waar studeert…Read More

    • 3 vragen met “Wie”
      1. Wie heeft de toegang?
      2. Wie verkent de wereld?
      3. Wie koopt aandelen?

      3 vragen met “Wat”
      4. Wat verzamelt hij?
      5. Wat onderzoeken de wetenschappers?
      6. Wat bevordert deze stichting?

      3 vragen met “Waarom”
      7. Waarom negeren de kinderen hun moeder?
      8. Waarom wonen de schilders in deze buurt?
      9. Waarom scheiden ze?

      3 vrag…Read More

    • 1. Wie woont daar?
      2. Wie rijdt de auto?
      3. Wie kookt het eten?
      4. Wat doe jij?
      5. Wat schrijft zij?
      6. Wat ruikt de hond?
      7. Waarom is hij moe?
      8. Waarom duw jij?
      9. Waarom speel jij voetbal?
      10. Waar is jouw kantoor?
      11. Waar ga jij naartoe?
      12. Waar zijn de vogels?
      13. Wanneer is jouw afspraak?
      14. Wanneer is het feest?
      15. Wanneer kom jij naar…Read More

    • Maak 3 vragen met “Wie”
      1- Wie ben jij?
      2- Met wie woon je?
      3- Wie is je vader?

      Maak 3 vragen met “Wat”
      4- Wat lees je?
      5- Wat is je favoriet kleur?
      6- Wat is haar broer naam?

      Maak 3 vragen met “Waarom”
      7- Waarom deze cursus kiezen?
      8- Waarom woon je in deze stad?
      9. Waarom rijd jij geen paard?

      Maak 3 vragen met “Waar”
      10- Waar woont jouw fami…Read More

    • Wie:
      1. Wie sluit de deur?
      2. Wie ben jij?
      3. Wie begrijpt de docent?
      Wat:
      4. Wat is je adres ?
      5. Wat eten jullie?
      6. Wat doe jij in het weekend?
      Waarom:
      7. Waarom leert hij Frans?
      8. Waarom komt U te laat?
      9. Waarom lachen de kinderen?
      Waar:
      10. Waar werkt Anna ?
      11. Waar is het bedrijf?
      12. Waar woont hij?
      Wanneer:
      13. Wanneer is jouw…Read More

    • Wie
      1. Wie is jouw beste vriend?
      2. Wie werkt in dit bedrijf?
      3. Wie komt vandaag naar school?
      Wat
      4. Wat doe je in het weekend?
      5. Wat eet hij ’s morgens?
      6. Wat leer je op school?
      Waarom
      7. Waarom ga je naar Nederland?
      8. Waarom is zij vandaag thuis?
      9. Waarom studeert hij Nederlands?
      Waar
      10. Waar woon je?
      11. Waar werkt jouw moeder?
      12. Waar i…Read More

    • Wie
      1. Wie bijt jij?
      2. Wie ontmoet mij?
      3. Wie duwt de deur?
      Wat
      1. Wat doe je?
      2. Wat is jouw naam?
      3. Wat heb ik in de tas?
      Waarom
      1. Waarom loop je zo snel?
      2. Waarom beschuldigt ze hen?
      3. Waarom kus je haar?
      Waar
      1. Waar is het ziekenhuis?
      2. Waar staat de boom?
      3. Waar kan ik koffie drinken?
      Wanneer
      1. Wanneer ben jij wakker?
      2. Wanneer…Read More

    • Wie
      1. Wie woont in dit huis?
      2. Wie gaat met jou?
      3. Wie helpt jou vandaag?

      Wat
      1. Wat doe jij in je vrije tijd?
      2. Wat is jouw favoriete gerecht?
      3. Wat spelen zij?

      Waarom
      1. Waarom leer jij Nederlands?
      2. Waarom glimlach jij ?
      3. Waarom dansen zij?

      Waar
      1. Waar ben je nu?
      2. Waar is jouw school?
      3. Waar is hun huis?

      Waneer
      1. Wanneer is je…Read More

    • “Wie”
      1. Wie leest de krant?
      2. Wie bakt een taart?
      3. Wie bellen zij?

      “Wat”
      4. Wat drinkt hij ‘s ochtends?
      5. Wat koop ik in de winkel?
      6. Wat eten wij vanavond?

      “Waarom”
      7. Waarom rijdt zij zo langzaam?
      8. Waarom kijkt hij naar de horrorfilm?
      9. Waarom kook jij zoveel eten?

      “Waar”
      10. Waar ga je op vakantie naartoe?
      11. Waar komen jullie?
      12.…Read More

    • Wie: 1. Wie is jouw docent?
      2. Wie heeft haar jurk?
      3. Wie schrijft die brief?
      Wat: 1. Wat is de prijs?
      2. Wat is het verschil?
      3. Wat is jouw naam?
      Waarom: 1. Waarom studeer je in Nederland?
      2. Waarom woon je zo ver van de stad?
      3. Waarom ben je verdrietig?
      Waar: 1. Waar staan de taxi’s?
      2. Waar is de uitgang?
      3. Waar kom je vandaan?
      Wanneer: 1…Read More

    • 1. Wie wil de wedstrijd spelen?
      2. Wie weet het antwoord op de vraag?
      3. Wie legt het boek op de tafel?
      4. Wat doet hij in zijn vrije tijd?
      5. Wat voor auto heb je?
      6. Wat kookt hij voor lunch?
      7. Waarom ontmoeten wij elkaar?
      8. Waarom is het hier zo druk?
      9. Waarom rijdt hij zo snel?
      10. Waar is de vergadering?
      11. Waar is de winkel?
      12. Waar…Read More

    • Wie
      1. Wie schrijft dat?
      2. Wie betaalt de hypotheek?
      3. Wie helpt jou met jouw huiswerk?

      Wat
      4. Wat is jouw geboortedatum?
      5. Wat ben je aan het doen?
      6. Wat is het avondeten vanavond?

      Waarom
      7. Waarom leer jij Nederlands?
      8. Waarom annuleer jij jouw afspraak?
      9. Waarom komt zij te laat?

      Waar
      10. Waar woon jij?
      11. Waar werk jij?
      12. Waar…Read More

    • Wie :
      1 .Wie spreek naar ons ?
      2. Wie schrijf met dit pen?
      3.Wie drinkt ?
      4.Wie is je broer?

      Wat :
      1. Wat jullie eet in middageten?
      2. Wat ben je doe?
      3.Wat eetn jullie ?

      Waarom :
      1. Waarom ben je vraag mijn naaam ?
      2. Waarom is Nederlands moeilijk ?
      3. Waarom huilt ze?

      Waar :

      1. Waar ga je naartoe?
      2. Waar is het treinstation ?
      3.Waar zet je…Read More

    • 1. Wie ben jij?
      2. Wie is jouw docent?
      3. Wie spreekt er Nederlands?
      4. Wat is dit?
      5. Wat drink je graag?
      6. Wat is jouw telefoonnummer?
      7. Waarom leer je Nederlands?
      8. Waarom ben je moe?
      9. Waarom is het koud buiten?
      10. Waar woon je?
      11. Waar is de supermarkt?
      12. Waar werk jij?
      13. Wanneer begint de les?
      14. Wanneer ben je jarig?
      15. Wanneer…Read More

    • Wie:
      1. Wie is hij?
      2. Wie heeft de pennen?
      3. Wie spreekt Nederlands?
      Wat:
      1. Wat heeft ze?
      2. Wat eten jullie?
      3. Wat luister jij?
      Waarom:
      1. Waarom spreek je Nederlands?
      2. Waarom komen jullie naar ons?
      3. Waarom drinkt hij koffie?
      Waar:
      1. Waar is het busstation?
      2. Waar is het restaurant?
      3. Waar zijn ze?
      Wanneer:
      1. Wanneer is de les?
      2.…Read More

    • 1.Wie is jouw vriend?

      2.Wie speelt met jou?

      3.Wie is dat?

      4. Wat eet je?

      5. Wat doe je?

      6. Wat is dat?

      7. Waarom ben je blij?

      8. Waarom huil je?

      9. Waarom ga je naar school?

      10. Waar is je tas?

      11. Waar speel je?

      12. Waar woont je vriend?

      13. Wanneer sta je op?

      14. Wanneer ga je slapen?

      15. Wanneer begint de les?

    • Maak 3 vragen met “Wie”
      1 Wie kust hij?
      2 Wie bakt de taart?
      3 Wie geneest de wond?

      Maak 3 vragen met “Wat”
      4 Wat wil je worden?
      5 Wat proeft u?
      6 Wat kiest zij?

      Maak 3 vragen met “Waarom”
      7 Waarom lieg je?
      8 Waarom branden zij het thuis?
      9 Waarom sloot je de deur?

      Maak 3 vragen met “Waar”
      10 Waar verliest zij haar portemonnee?
      11…Read More

    • “Wie”
      1. Wie werkt bij Starbucks?
      2. Wie koopt het huis?
      3. Wie belt jij?

      “Wat”
      4. Wat heb jij ?
      5. Wat kookt zij?
      6. Wat is jouw probleem?

      “Waarom”
      7. Waarom zijn zij laat?
      8. Waarom leest hij de krant?
      9. Waarom luisteren jullie naar hem?

      “Waar”
      10.Waar is het restaurant?
      11. Waar kom je vandaan?
      12.Waar vertrekt de bus?

      Maak 3 vragen met “W…Read More

    • ——-WIE——-
      1- Wie is hij?
      2- Wie schildert de auto?
      3- Wie kookt de kip?
      ——-WAT——-
      4- Wat is jouw naam?
      5- Wat spelen jullie?
      6- Wat koop jij?
      ——-WAAROM——-
      7- Waarom is de oceaan blauw?
      8- Waarom rennen zij?
      9- Waarom leest hij het boek?
      ——-WAAR——-
      10- Waar is het toilet?
      11- Waar woon jij?
      12- Waar kom jij vandaan?
      ——-WANNEER——-
      13- Wann…Read More

    • 1. Wie is zij?
      2. Wie is jouw leraar?
      3. Wie is jouw vriendin?
      4. Wat is jouw telefoonnummer?
      5. Wat zingt hij?
      6. Wat eten wij vanavond?
      7. Waarom leren jullie Nederlands?
      8. Waarom zijn zij blij?
      9. Waarom drink jij water?
      10. Waar wonen jouw kinderen?
      11. Waar is de supermarkt?
      12. Waar schuilt de hond?
      13. Wanneer is het carnaval?
      14. Wanneer…Read More

    • 1. Wie is jouw dokter?
      2. Wie speelt met haar?
      3. Wie zijn jullie collega’s?
      4. Wat is jouw beroep?
      5. Wat eet jij?
      6. Wat verkopen jullie?
      7. Waarom kom je laat?
      8. Waarom gaan jullie naar Belgie?
      9. Waarom speel je niet met mij?
      10. Waar is het station?
      11. Waar zijn jullie kinderen?
      12. Waar is het brood?
      13. Wanneer kom je?
      14. Wanneer is h…Read More

    • 1. Wie ben jij?
      2. Wie repareert de fiets?
      3. Wie verkoopt het huis?
      4. Wat is jouw postcode?
      5. Wat eet je?
      6. Wat leest u?
      7. Waarom leren zij Nederlands?
      8. Waarom woon je in Utrecht?
      9. Waarom kom jij zo laat?
      10. Waar woon jij?
      11. Waar kom je vandaan?
      12. Waar werken jullie?
      13. Wanneer vertrekt de trein?
      14. Wanneer eindigt de les?
      15.…Read More

    • Wie
      1. Wie rijdt ons?
      2. Wie heeft het kaartje?
      3. Wie betaalt ons ontbijt?

      Wat
      4. Wat is jouw telefoonnummer?
      5. Wat doe je in jouw vrije tijd?
      6. Wat is jouw favoriete automerk?

      Waarom
      7. Waarom slaap je niet?
      8. Waarom heb je hoofdpijn?
      9. Waarom kook je niet?

      Waar
      10. Waar is jouw kantoor?
      11. Waar wonen jouw ouders?
      12. Waar ga je op…Read More

    • 1- Wie ben jij?
      2- Wie heeft de auto meegenomen?
      3- Wie is jouw vriend?

      4- Wat is dit?
      5- Wat wil hij?
      6- Wat heb jij voor middageten?

      7- Waarom heb jij drie boterhammen?
      8- Waarom wil jij een miljoen euro?
      9- Waarom zijn ze in Portugal?

      10- Waar zijn ze?
      11- Waar is mijn fiets?
      12- Waar ben jij?

      13- Wanneer ben jij in Portugal?
      14- Wanneer…Read More

    • “Wie”
      1. Wie wint de loterij?
      2. Wie jaagt de eenden na?
      3. Wie ontwerpt de kerk?
      “Wat”
      4. Wat is jouw verwachte salarisbereik?
      5. Wat doet hij in drie uur in de morgen?
      6. Wat is jouw postcode?
      “Waarom”
      7. Waarom spring je van het dak?
      8. Waarom duw je hem naar het kanaal?
      9. Waarom speel je Mario de hele dag?
      “Waar”
      10. Waar komen deze blau…Read More

    • Maak 3 vragen met “Wie”
      1- Wie is de learer?
      2- Wie is de moderator?
      3- Wie is de chauffeur?

      Maak 3 vragen met “Wat”
      4- Wat werk je?
      5- Wat eet je?
      6- Wat drinkt je?

      Maak 3 vragen met “Waarom”
      7- Waarom is de auto duur?
      8- Waarom is het huis vies?
      9- Waarom heeft de jongen honger?

      Maak 3 vragen met “Waar”
      10- waar is de auto?
      11- waar…Read More

    • 1. Wie doet het?
      2. Wie komt hier?
      3. Wie zegt dat?
      4. Wat is je naam?
      5. Wat zie je daar?
      6. Wat zoekt hij?
      7. Waarom ga jij daar?
      8. Waarom eet jij de soep zo langzaam?
      9. Waarom is de auto zo duur?
      10. Waar gaat zij?
      11. Waar is je huis?
      12. Waar ga jij met de bus?
      13. Wanneer is je verjaardag?
      14. Wanneer heb jij het examen gedaan?
      15. Wanneer…Read More

    • “Wie”
      1. Wie is beroemd?
      2. Wie leest de krant?
      3. Wie koopt het huis?

      “Wat”
      4. Wat zei je?
      5. Wat eet jij?
      6. Wat drink jij?

      “Waarom”
      7. Waarom ben je blij?
      8. Waarom ontmoet je hem?
      9. Waarom spreek je geen Nederlands?

      “Waar”
      10. Waar is de bioscoop?
      11. Waar bevindt zich het treinstation?
      12. Waar zijn jullie?

      “Wanne…Read More

    • Wie
      1. Wie is jouw beste vriend?
      2. Wie is dat?
      3. Wie helpt jou?
      Wat
      1. Wat eet jij graag als ontbijt?
      2. Wat doe je in je vrije tijd?
      3. Wat is jouw naam?
      Waarom
      1. Waarom ben je te laat gekomen?
      2. Waarom leer je Nederlands?
      3. Waarom lach je?
      Waar
      1. Waar woon jij?
      2. Waar ben je?
      3. Waar ga je naartoe?
      Wanneer
      1. Wanneer begint de les?
      2.…Read More

    • Wie
      1. Wie is jouw docent?
      2. Wie helpt jou?
      3. Wie woont hier?
      Wat
      4. Wat eet jij?
      5. Wat lees jij?
      6. Wat koop je?
      Waarom
      7. Waarom leer jij Nederlands?
      8. Waarom werk jij hier?
      9. Waarom kom je laat?
      Waar
      10. Waar woon jij?
      11. Waar werk je?
      12. Waar ga je naartoe?
      Wanneer
      13. Wanneer begin je?
      14. Wanneer heb je les?
      15. Wanneer kom je terug?

    • 1. Wie gaat op vakantie in Nederland?
      2. Wie belt de oma op maandag?
      3. Wie geeft Anna een koekje?

      4. Wat is jouw favoriete film?
      5. Wat geef jij de dokter?
      6. Wat drinken jullie vandaag?

      7. Waarom is de lucht blauw?
      8. Waarom vraag jij haar?
      9. Waarom voeden jullie het huisdier?

      10. Waar is mijn tas?
      11. Waar wonen jullie?
      12. Waar rennen…Read More

    • Maak 3 vragen met “Wie”
      1. Wie heeft de pennen?
      2. Wie eet de appel?
      3. Wie kookt eieren?

      Maak 3 vragen met “Wat”
      4. Wat is jouw adres?
      5. Wat doet Maria?
      6. Wat eet jij?

      Maak 3 vragen met “Waarom”
      7. Waarom eet jij een appel?
      8. Waarom repareer jij een fiets?
      9. Waarom woon jij in Eindhoven?

      Maak 3 vragen met “Waar”
      10. Waar woon jij?
      11. W…Read More

    • “Wie”

      1. Wie heeft vragen?

      2. Wie is jouw vader?

      3. Wie wil ijs?

      “Wat”

      4. Wat is jouw lievelingseten? 

      5. Wat zien jullie?

      6. Wat drink je graag?

      “Waarom”

      7. Waarom zijn we hier?

      8. Waarom is de winkel gesloten?

      9. Waarom huilt het kind?

      “Waar”

      10. Waar zijn mijn sleutels?

      11. Waar is het adres?

      12. Waar woont u?

      “Wanneer”
…Read More

    • “Wie”
      1.Wie is je beste vriend?
      2.Wie is je favoriete leraar?
      3. Wie woont er naast jou?

      “Wat”
      4. Wat doe je in je vrije tijd?
      5. Wat is je favoriete eten?
      6. Wat leer je op school?

      “Waarom”
      7. Waarom ga je naar school?
      8. Waarom leer je Nederlands?
      8. Waarom is sport belangrijk?

      “Waar”
      10. Waar woon je?
      11. Waar ga je op vakantie?
      12. W…Read More

    • “Wie”
      Wie leest een boek?
      Wie maakt huiswerk?
      Wie sport twee keer per week?
      “Wat”
      Wat koken wij?
      Wat doet zij in de supermarkt?
      Wat schrijf jij?
      “Waarom”
      Waarom woon jij in Eindhoven?
      Waarom kopen wij een koelkast?
      Waarom is de straat druk?
      “Waar”
      Waar loop jij?
      Waar is het station?
      Waar werkt zij?
      “Wanneer”
      Wanneer komt hij naar huis?
      Wanneer…Read More

    • 1. Wie is de baas?
      2. Wie is je favorite ouder?
      3. Wie bent u?

      4. Wat is dit?
      5. Wat ben je ann het koken?
      6. Wat koop je?

      7. Waarom ga je naar taalcursus?
      8. Waarom huil je? (cry)
      9. Waarom werk je?

      10. Waar werk je?
      11. Waar is je taalcursus?
      12. Waar is het toilet?

      13. Waneer begint het festival?
      14. Wanneer heb je vakantie?
      15.…Read More

    • Maak 3 vragen met “Wie”
      1, Wie is hij?
      2 Wie loopt in de weg?
      3, Wie wil een toetje?

      Maak 3 vragen met “Wat”
      4 Wat is dat?
      5 Wat heeft zij?
      6. Wat kopen jullie?

      Maak 3 vragen met “Waarom”
      7. Waarom springen wij?
      8. Waarom is het koud?
      9. Waarom heb ik honger?

      Maak 3 vragen met “Waar”
      10, Waar is de suiker
      11. Waar ben jij?
      12. Waar is het spe…Read More

    • Hoe vaak :
      1. Hoe vaak werk jij thuis ?
      2. Hoe vaak drink jij sap ?
      3. Hoe vaak kijkt hij films?
      Hoe laat:
      1. Hoe laat vertrekt de trein ?
      2. Hoe laat begint de les?
      3. Hoe laat sluit de supermarkt?
      Hoeveel kost:
      1. Hoeveel kosten de appels ?
      2. Hoeveel kost een kaartje voor de film ?
      3. Hoeveel kost een brood?

    • Wie
      1. Wie is zij?
      2. Wie zijn ze?
      3. Wie ben jij?

      Wat
      1. Wat is het?
      2. Wat is dat boek?
      3. Wat is dat?

      Waarom
      1. Waarom ben jij moe?
      2. Waarom is hij laat?
      3. Waarom is het boek op de tafel?

      Waar
      1. Waar is hij?
      2. Waar is de auto?
      3. Waar woon jij?

      Wanneer
      1. Wanneer is de overeenkomst?
      2. Wanneer kom jij?
      3. Wanneer vertrekt hij?

    • “Wie”
      1. Wie is hij?
      2. Wie is de nieuwe student?
      3. Wie is jouw moeder?

      ——-

      “Wat”
      1. Wat is jouw naam?
      2. Wat maakt u gelukkig?
      3. Wat is zijn naam?

      ——-

      “Waarom”
      1. Waarom is zij verdrietig?
      2. Waarom is hij laat?
      3. Waarom komt hij niet?

      ——-

      “Waar”
      1. Waar komt u vandaan?
      2. Waar is jouw huis?
      3. Waar is het feest?

      ——-

      “Wanneer”
      1. W…Read More

    • “Wie”
      1. Wie doet de boodschappen?
      2. Wie leest de krant?
      3. Wie geeft les?

      “Wat”
      4. Wat maakt u?
      5. Wat vind je leuk?
      6. Wat doe jij in de avond?

      “Waarom”
      7. Waarom heb je de handschoenen.
      8. Waarom poetsen jullie de muur.
      9. Waarom Knip ik haar?

      “Waar”
      10. Waar ga u?
      11. Waar is mijn tas?
      12. Waar zijn de kinderen?

      “Wan…Read More

    • ⎯⎯⎯ Maak 3 vragen met “Wie” ⎯⎯⎯
      ‎
      1. Wie belt jou?
      2. Wie gaat naar het protest?
      3. Wie bezit de winkel?
      ‎
      ⎯⎯⎯ Maak 3 vragen met “Wat” ⎯⎯⎯
      ‎
      4. Wat is het diner?
      5. Wat is het adres?
      6. Wat zijn de opdrachten?
      ‎
      ⎯⎯⎯ Maak 3 vragen met “Waarom” ⎯⎯⎯
      ‎
      7. Waarom is Nederlands moeilijk?
      8. Waarom is de lucht blauw?
      9. Waarom is Eindhoven zo duur?…Read More

    • 1. Wie is jouw docent?
      2. Wie woont in Nederland?
      3. Wie drinkt koffie?
      4. Wat eet jij?
      5. Wat lees jij?
      6. Wat koop jij?
      7. Waarom leer jij Nederlands?
      8. Waarom ben jij thuis?
      9. Waarom fiets jij naar school?
      10. Waar woon jij?
      11. Waar werkt hij?
      12. Waar is de supermarkt?
      13. Wanneer kom jij?
      14. Wanneer begint de les?
      15. Wanneer ga jij naar huis?

    • 1. Wie is jouw beste vriend?
      2. Wie woont er naast jou?
      3. Wie helpt je met je huiswerk?
      4. Wat doe je in je vrije tijd?
      5. Wat lees je op dit moment?
      6. Wat zit er in je tas?
      7. Waarom ben je te laat?
      8. Waarom leer je Nederlands?
      9. Waarom lach je?
      10. Waar woon je?
      11. Waar is mijn boek?
      12. Waar ga je naartoe?
      13. Wanneer begint de les?
      14.…Read More

    • 1. Wie heeft mijn sleutels?
      2. Wie is die man?
      3. Wie is jouw zoon?
      4. Wat doe je nu?
      5. Wat is de naam van uw dochter?
      6. Wat zit er in de doos?
      7. Waarom lach je?
      8. Waarom sta je daar?
      9. Waarom kook je?
      10. Waar is mijn tas?
      11. Waar is zijn huis?
      12. Waar zijn je ouders?
      13. Wanneer ga je naar kantoor?
      14. Wanneer gaan ze op vakantie?
      15.…Read More

    • “Wie”
      1. Wie is jouw partner?
      2. Wie is hij?
      3. Wie zijn onze ouders?

      ——-

      “Wat”
      1. Wat is uw naam?
      2. Wat kook je?
      3. Wat is haar adres?
      ——-

      “Waarom”
      1. Waarom lees je de krant?
      2. Waarom ben je te laat?
      3. Waarom komen jullie niet?

      ——-

      “Waar”
      1. Waar woont u?
      2. Waar is zijn huis?
      3. Waar is de kantine?

      ——-

      “Wanneer”
      1.…Read More

    • Wie

      1. Wie ben jij?
      2. Wie is jouw buur?
      3. Wie gaat naar de klas?

      Wat

      1. Wat is dat?
      2. Wat doe jij?
      3. Wat wil je eten?

      Waarom

      1.Waarom niet?
      2. Waarom lach jij?
      3. Waarom ben je te laat?

      Waar

      1. Waar ben jij?
      2. Waar is het toilet?
      3. Waar woon je?

      Wanneer

      1. Wanneer gaan we?
      2. Wanneer is de klas?
      3. Wanneer komt de trein?

    • Wie
      1. Wie is verdacht?
      2. Wie mag ik bellen?
      3. Wie zal opruimen?
      Wat
      4. Wat wil je daarnaast doen?
      5. Wat kan ik zeggen?
      6. Wat kijk je aan?
      Waarom
      7. Waarom ben je zo irritant?
      8. Waarom is het licht uit?
      9. Waarom maken jullie heel veel lawaai?
      Waar
      10. Waar is het café waar je van houdt?
      11. Waar is het politiebureau?
      12. Waar kan ik mijn…Read More

    • “Wie”
      1. Wie belt haar ouders ?
      2. Wie bakt de taart ?
      3. Wie doneert het kattenvoer?

      “Wat”
      4. Wat schrijf je op het rapport ?
      5. Wat zegt hij tegen mijn zusje ?
      6. Wat doe je daar ?

      “Waarom”
      7. Waarom is de hemel grijs ?
      8. Waarom staat er een auto aan de overkant?
      9. Waarom rent hij ?

      “Waar”
      10. Waar staat mijn uniform?
      11. Waar ligt de em…Read More

    • “Wie”
      1. Wie is dat?
      2. Wie helpt jij met Nederlands?
      3. Wie is haar vriend?

      “Wat”
      Wat is haar naam?
      Wat eten we als ontbijt?
      Wat doe jij in je vrije tijd?

      “Waarom”
      1. Waarom leer jij Nederlands?
      2. Waarom werk jij hier?
      3. Waarom ga jij naar ziekenhuis?

      “Waar”
      1. Waar is de wc?
      2. Waar werk jij?
      3. Waar ga jij?

      “Wanneer”…Read More

    • Wie
      1. Wie heeft hem ontvoerd?
      2. Wie steelt de auto?
      3. Wie is er op de vlucht voor de politie?

      Wat
      4. Wat zegt de verdachte?
      5. Wat melden de media?
      6. Wat vindt het publiek ervan?

      Waarom
      7. Waarom geeft niemand antwoord?
      8. Waarom zijn er geen verdachten?
      9. Waarom huilt de familie niet?

      Waar
      10. Waar is de auto?
      11. Waar verzamelt het…Read More

    • Maak 3 vragen met “Wie”
      1. Wie kijkt naar de film?
      2. Wie leest de krant?
      3. Wie hoort de trompet?

      Maak 3 vragen met “Wat”
      4. Wat is het oordeel?
      5. Wat heeft hoorns?
      6. Wat bedoel je?

      Maak 3 vragen met “Waarom”
      7. Waarom is zij te laat?
      8. Waarom stopt u?
      9. Waarom lieg je?

      Maak 3 vragen met “Waar”
      10. Waar bevindt zich het gezondheidscent…Read More

    • Wie:
      1. Wie heeft een auto?
      2. Wie koopt een rood hemd?
      3. Wie woont in het roze huis?

      Wat:
      1. Wat zoekt jouw moeder?
      2. Wat studeer je?
      3. Wat is je naam?

      Waarom:
      1. Waarom kook je in het weekend?
      2. Waarom verkoopt zij haar schoenen?
      3. Waarom luisteren we veel naar Latijnse muziek?

      Waar:
      1. Waar werkt hij?
      2. Waar wil zij voor haar…Read More

    • Wie:
      1. Wie is jouw leraar?
      2. Wie is jouw beste vriend?
      3. Wie is bij de deur?
      Wat:
      4. Wat is jouw naam?
      5. Wat eet je?
      6. Wat doe je op zondag?
      Waarom:
      7. Waarom ben je mooi?
      8. Waarom ben je blij?
      9. Waarom leer je Nederlands?
      Waar:
      10. Waar woon je?
      11. Waar is de supermarkt?
      12. Waar werk je?
      Wanner:
      13. Wanneer ga je naar school?
      14. Wanneer…Read More

    • Maak 3 vragen met “Wie”
      1. Wie drinkt koffie?
      2. Wie kookt de pannencake?
      3. Wie is de dokter?

      Maak 3 vragen met “Wat”
      4. Wat deed jij gisteren?
      5. Wat lees je?
      6. Wat eet hij?

      Maak 3 vragen met “Waarom”
      7. Waarom kijkt hij naar het kind?
      8. Waarom studeren jullie in Nederland?
      9. Waarom rijden wij naar Eindhoven?

      Maak 3 vragen met “Waar”
      10.…Read More

    • “Wie”
      1 Wie duwent het deur?
      2 Wie tikt op het trommel
      3 Wie zucht zo luid?

      “Wat”
      1 Wat vind jij?
      2 Wat komt spoedig
      3 Wat kok jij vanavond
      4 Wat is er voor het avondeten?

      “Waarom”
      1 Waarom spel jij vals
      2 Waarom betalen wij belastingen?
      3 Waarom leer ik Nederlands?

      “Waar”
      1 Waar is Zuid-Afrika
      2 Waar staat het boek
      3 Waar ligt de rugzak

      “Wan…Read More

    • Wie
      1. Wie is hij?
      2. Wie belt hem?
      3. Wie koopt de hond?

      Wat
      4 Wat doe jij?
      5. Wat koop jij?
      6. Wat zoeken jullie?

      Waarom
      7. Waarom werk je op zondag?
      8. Waarom verkoop je het paard?
      9. Waarom eet je niet?

      Waar
      10. Waar ben jij?
      11. Waar is mijn geld?
      12. Waar koop je dat?

      Wanneer
      13. Wanneer ben je klaar?
      14. Wanneer begint de les?
      15.…Read More

    • WIE
      1. Wie saboteert het ruimteschip?
      2. Wie springt op het springkussen?
      3. Wie snurkt zo griezelig?

      WAT
      1. Wat fotografeer jij?
      2. Wat smelt spoedig?
      3. Wat brouw jij vanavond?
      4. What is er voor het konijn?
      WAAROM

      1. Waarom droom jij overal?
      2. Waarom vieren wij jubilea?
      3. Waarom haat ik spruitjes?

      WAAR
      1. Waar is Atlantis?
      2. Waar staat…Read More

    • Wie:
      1. Wie bent u?
      2. Wie komt vandaag?
      3. Wie is je vriendin?

      Wat:
      1. Wat is dat?
      2.Wat eten zij?
      3.Wat willen jullie?

      Waarom:
      1.Waarom lach je?
      2. Waarom ben je moe?
      3.Waarom leer je Nederlands?

      Waar:
      1.Waar werk je?
      2.Waar is mijn auto?
      3.Waar blijf je?

      Wanneer:
      1. Wanneer begin je de les
      2.Wanneer heb je geen hoofdpijn ?
      3.Wanneer ben je…Read More

    • Wie is je vriend?
      Wie werkt vandaag thuis?
      Wie drinkt koffie?

      Wat eet je graag?
      Wat spreek je thuis?
      Wat heb je in tas?

      Waarom leer je Nederlands?
      Waarom drink je melk koffie?
      Waarom heb je een laptop?

      Waar woon je?
      Waar werk je?
      Waar eet je lunch?

      Wanneer sport je?
      Wanneer eet je lunch?
      Wanneer drink je koffie?

    • Wie
      1. Wie ben jij?
      2. Wie is dat?
      3. Wie helpt mij?

      Wat
      1. Wat is dit?
      2. Wat doe jij?
      3. Wat eet je?

      Waarom
      1. Waarom huil je?
      2. Waarom eet je de appels?
      3. Waarom ben je te laat?

      Waar
      1. Waar woon je?
      2. Waar is jouw de keuken?
      3. Waar werk je?

      Wanneer
      1. Wanneer kom je?
      2. Wanneer eten we?
      3. Wanneer ga je slapen?

    • 1. Wie ben jij?
      2. Wie is je moeder?
      3. Wie woont in dit huis?
      4. Wat is je naam?
      5. Wat eet je graag?
      6. Wat doe je vandaag?
      7. Waarom leer je Nederlands?
      8. Waarom ben je blij?
      9. Waarom drink je geen koffie?
      10. Waar woon jij? (Where do you live?)
      11. Waar is de bioscoop? (Where is the supermarket?)
      12. Waar werk je?
      13.Wanneer ben je…Read More

    • Maak 3 vragen met “Wie”
      1. Wie verstopt zich?
      2. Wie is zij?
      3. Wie is de vervoerder?

      Maak 3 vragen met “Wat”
      4. Wat bedoel je?
      5. Wat ga je kopen?
      6. Wat is een mug?

      Maak 3 vragen met “Waarom”
      7. Waarom rent hij?
      8. Waarom is hij gewond?
      9. Waarom is het blauw?

      Maak 3 vragen met “Waar”
      10. Waar ga je heen?
      11. Waar bevindt het bedrijf zich?
      1…Read More

    • Maak 3 vragen met “Wie”
      1. Wie ben jij?
      2. Wie is je manager?
      3. Wie komt er naar het feest?

      Maak 3 vragen met “Wat”
      4. Wat doe je?
      5. Wat eten jullie?
      6. Wat is haar naam?

      Maak 3 vragen met “Waarom”
      7. Waarom leer je Nederlands?
      8. Waarom ben je moe?
      9. Waarom is hij hier?

      Maak 3 vragen met “Waar”
      10. Waarom wonen zij?
      11. Waar is de winkel?
      1…Read More

    • Maak 3 vragen met “Wie”
      1. Wie is de arts?
      2. Wie zijn zij?
      3. Wie is de dochter?

      Maak 3 vragen met “Wat”
      4. Wat studeert zij?
      5. Wat doe ik in mijn vrije tijd?
      6. Wat is het diner vandaag?

      Maak 3 vragen met “Waarom”
      7. Waarom is hij docent?
      8. Waarom leren jullie Nederlands?
      9. Waarom kom jij naar Europe?

      Maak 3 vragen met “Waar”
      10.…Read More

    • Maak 3 vragen met “Wie”
      1. Wie is jouw buurman?
      2. Wie werkt in een winkel?
      3. Wie kan autorijden?
      Maak 3 vragen met “Wat”
      4. Wat koop jij?
      5. Wat leest hij?
      6. Wat maakt zij?
      Maak 3 vragen met “Waarom”
      7. Waarom lach jij?
      8. Waarom huilt hij?
      9. Waarom leert zij Nederlands?
      Maak 3 vragen met “Waar”
      10. Waar woont zij?
      11. Waar speelt hij?
      12.…Read More

    • 1. Wie is de buurman?
      2. Wie is de leraar?
      3. Wie is het meisje?
      4. Wat is jouw naam?
      5. Wat zoek jij?
      6. Wat is de probleem?
      7. Waarom ben jij moe?
      8. Waarom ik moet opruimen?
      9. Waarom is hij niet daar?
      10. Waar is de toilet?
      11. Waar is mijn vriend?
      12. Waar is de suiker?
      13. Wanneer is haar verjaardag?
      14. Wanneer is de toets?
      15. Wanneer zijn…Read More

  • Load More Posts