Dutch Course Eindhoven A1 Homework Answers Group

  • Public Group
  • 1 day ago
  • 105

    Posts

  • 184

    Members

  • Make 10 questions with “Hebben”. Use Recipe on page 48 of the book.👍

    140 Comments
    • 1. Hebben we water?
      2. Heeft u een kind?
      3. Heeft u een hond?
      4. Hebben jullie een huisdier?
      5. Heb je een baan?
      6. Heb je een man?
      7. Heeft zij een hobby?
      8. Hebben we eten?
      9. Heeft u vriendinnen?
      10. Heeft hij een dochter?

    • 1. Heb jij huiswerk?
      2. Hebben jullie fietsen?
      3. Heeft hij een auto?
      4. Heeft de supermarkt vis?
      5. Hebben zij boeken?
      6. Heeft zij een dochter?
      7. Heb ik een pen?
      8. Heeft Eduard een collega?
      9. Heb jij een tas?
      10. Heeft Eindhoven een bioscoop?

    • 1. Heeft zij de krant?
      2. Heb je een deken?
      3. Heb ik een rekening?
      4. Hebben jullie aardbeien
      5. Hebben Dick en Bernard geld?
      6. Hebt u een pinpas?
      7. Heeft hij boeken?
      8. Heeft Jonas een passagier?
      9. Heeft de tafel een boord?
      10. Heb ik coffee?
      11. Hebben de kinderen een paraplu?

    • 1. Heb jij een hond?
      2. Hebben Anna en Lisa auto’s?
      3. Hebben we een klas?
      4. Heeft ze jouw boek?
      5. Heb ik genoeg rijst?
      6. Heb jij een kat?
      7. Heeft hij een huis?
      8. Heeft Isabel twee of drie honden?
      9. Hebben zij kinderen?
      10. Heb ik een goede stem?

    • 1. Heb je motivatie?
      2. Hebt u een voorstel?
      3. Heeft zij een ongeluk?
      4. Hebt u een ogenblijk?
      5. Hebben ze een werkgever?
      6. Heeft hij verzekering?
      7. Hebt u een afspraak?
      8. Hebben jullie vragen?
      9. Heeft zij geen geluk?
      10. Hebben zij kleinkinderen?

    • 1. Hebben jullie honger?
      2. Heeft hij dorst?
      3. Hebben jullie kleinkinderen?
      4. Heb jij mijn pen?
      5. Heeft zij mijn boek?
      6. Heb ik koffie?
      7. Hebben jullie kinderen?
      8. Heb je een auto?
      9. Hebben jullie een hond?
      10. Hebben wij de bon?

    • 1. Heb ik genoeg?
      2. Heeft u de klantenkaart?
      3. Heb jij een pen?
      4. Heeft hij grootouders?
      5. Heeft zij vriendinnen?
      6. Heeft het goede winkels?
      7. Hebben wij eten?
      8. Hebben jullie kinderen?
      9. Hebben zij geld?
      10. Heb je dorst?

    • 1. Heb jij een auto?
      2. Hebben zij een huis?
      3. Heeft hij een pen?
      4. Heeft zij de boeken?
      5. Hebben zij vriendin?
      6. Heeft u een fiets?
      7. Hebben jullie geld?
      8. Hebben zij kinderen?
      9. Heb jij werk?
      10. Heeft het huis een dak?

    • 1. Heeft zij een fiets?
      2. Heb je honger?
      3. Hebben zij een dochter?
      4. Hebben jullie een auto?
      5. Heb ik de sleutels?
      6. Heb je suiker??
      7. Heeft U een kind?
      8. Heb jij een oma?
      9. Hebben wij de kaartjes?
      10. Hebben zij een menu?

    • 1. Hebben wij ijsjes?
      2. Hebt u een cv?
      3. Heb je een kind?
      4. Hebben de kinderen een school?
      5. Hebben jullie een dokter?
      6. Heeft zij een tafel?
      7. Heeft hij brood en kaas?
      8. Heb ik alle ingrediënten?
      9. Heb je de auto’s?
      10. Heeft de boom bladeren?

    • 1. Heb ik een tafel?
      2. Heb jij een winkel?
      3. Hebt u huiswerk?
      4. Heeft hij een voorstel?
      5. Heeft zij een voorbeeld?
      6. Hebben we secretaressen?
      7. Hebben zij kamers?
      8. Hebben jullie een ster?
      9. Heb jij een kind?
      10. Heeft u een familie?

    • 1. Hebben jullie huizen?
      2. Heeft hij een tafel?
      3. Hebt u een winkel?
      4. Heb jij geld?
      5. Hebben zij dieren?
      6. Heb ik een kat?
      7. Heeft zij een koe?
      8. Heb jij een fiets?
      9. Hebben wij auto’s?
      10. Hebben jullie kaartjes?

    • 1. Heb jij een pen?
      2. Heeft Nederland steden?
      3. Heb jij kinderen?
      4. Heeft hij een auto?
      5. Heb jij hoofdpijn?
      6. Heeft hij een horloge?
      7. Hebben ze een huis?
      8. Heb jij een baan?
      9. Heeft u een printer?
      10. Heb jij een tas?

    • 1. Heb jij een hond?
      2. Hebben jullie kinderen?
      3. Heeft hij een auto?
      4. Heb ik een stem?
      5. Hebben wij geld?
      6. Heeft zij een beroep?
      7. Hebben zijn een gezien?
      8. Heb je katten?
      9. Hebt u koffie?
      10. Hebben jullie huizen?

    • 1. Heb jij een werk?
      2. Heeft hij een vriend?
      3. Heeft de kat bakkebaarden?
      4. Hebben wij een huis?
      5. Heeft zij een tas?
      6. Heeft hij een fiets?
      7. Hebben jullie een huisdieren?
      8. Heb jij een laptop?
      9. Hebben Mark and Rose kinderen?
      10. Heeft jouw huis trappen?

    • 1. Heb jij een tafel?
      2. Hebben jullie een auto?
      3. Heeft hij een zus?
      4. Heeft zij een pen?
      5. Heb jij een horloge?
      6. Hebben wij een computer?
      7. Hebben zij een motofiets?
      8. Heeft u kinderen?
      9. Heb ik een pen?
      10. Heb jij een boek?

    • 1. Heb je een hond?
      2. Hebben jullie kinderen?
      3. Heeft hij een pauze?
      4. Hebben jullie een auto?
      5. Heeft zij huiswerk?
      6. Hebben zij fietsen?
      7. Heb je een tuin?
      8. Hebben we tijd?
      9. Heb je een afspraak?
      10. Heeft zij een kleinkinderen?

    • 1. Heb ik drie katten?
      2. Heb jij buren?
      3. Heeft u een vraag?
      4. Heeft hij een boek?
      5. Heeft zij vriendinnen?
      6. Hebben wij huiswerk?
      7. Hebben jullie kinderen?
      8. Hebben zij een huis?
      9. Heb ik een fiets?
      10. Heb jij een hond?

    • 1. Heeft hij melk?
      2. Heb ik een thuis?
      3. Hebben jullie een stoel?
      4. Heb jij een tas?
      5. Heeft ze een pak?
      6. Hebben zij kinderen?
      7. Hebt u een vriend?
      8. Heeft hij tijd?
      9. Heeft ze haar?
      10. Heb ik een tulp?

    • 1. Heb jij een boot?
      2. Heeft zij een zak?
      3. Hebben zij een kas?
      4. Heb jij een bloem?
      5. Heeft hij een kaars?
      6. Hebben zij een huis?
      7. Heb jij een baas?
      8. Heeft zij de vruchten?
      9. Hebben zij een winkel?
      10. Heb jij kinderen?

    • 1. Heb ik een computer?
      2. Heb jij een huisdier?
      3. Heeft konijn twee oren?
      4. Heeft zij een tas?
      5. Heeft hij een auto?
      6. Hebben wij een huis?
      7. Hebben jullie kinderen?
      8. Hebben zij een huisarts?
      9. Heeft u een familie?
      10 Heeft u een klant?

    • 1) Heeft u een sinaasappel?
      2) Hebben jullie honden?
      3) Heb jij een boek?
      4) Heeft het kind een pen?
      5) Hebben jullie goud?
      6) Heeft een fiets wielen?
      7) Hebben kinderen schoenen?
      8) Heeft de hond een bal?
      9) Heeft het alfabet zesentwintig letters?
      10) Heeft het woordenboek woorden?

    • 1. Heb je een auto?
      2. Hebben jullie huiswerk?
      3. Heeft zij een nieuwe jas?
      4. Heeft het eten?
      5. Hebben zij boeken?
      6. Hebben jullie vragen?
      7. Heb je honger?
      8. Heeft hij een fiets?
      9. Heb je het koud?
      10. Heb je het druk?

    • 1. Heb jij een broer?
      2. Heeft zij een auto?
      3. Heb ik een boek?
      4. Hebben zij een kind?
      5. Hebben jullie een huis?
      6. Heb jij een fiets?
      7. Heeft u een vraag?
      8. Hebben wij een les?
      9. Hebben jullie een vriend?
      10. Heeft hij een zus?

    • 1. Heb je een nieuwe rekening?
      2. Heeft hij een geld?
      3. Hebben jullie een dier?
      4. Heb je een zus of een broer?
      5. Hebben we de tijd?
      6. Hebben zij drie paarden, twee honden en vijf katten?
      7. Heb je nog twee oma’s en twee opa’s?
      8. Hebben jullie de vragen?
      9. Heeft hij genoeg punten?
      10. Heb je honger?

    • 1. Heb ik een vriend?
      2. Heb jij een hond in het huis?
      3. Heeft u de fiets?
      4. Heeft zij gebeld?
      5. Hebben zij de auto’s?
      6. Hebben jullie de kaartjes?
      7. Heeft het een rode kleur?
      8. Heeft het een sticker?
      9. Heb ik een auto?
      10. Heb jij een boek?

    • 1. Hebben jullie honger?
      2. Heeft hij een motorfiets?
      3. Heb jij de bonnetje?
      4. Heeft de boom bloemen?
      5. Hebben wij de kleding?
      6. Heb ik de tijd?
      7. Heeft de auto de kleur rood?
      8. Hebben zij vertrokken naar het station?
      9. Heeft zij een tuin?
      10. Heeft u boodschappen gedaan?

    • 1. Heb ik een fiets?
      2. Heb jij geld?
      3. Hebben jullie een hond?
      4. Heeft hij vogels?
      5. Heeft zij tijd?
      6. Heb jij een probleem?
      7. Heb ik een naam?
      8. Hebben zij een auto?
      9. Heb jij collega’s?
      10. Heeft hij mijn potlood?

    • 1. Hebben jullie kinderen?
      2. Heb jij een olifant?
      3. Hebben we water?
      4. Heeft U een sinaasapple of een aardbie?
      5. Heeft zij een jurk?
      6. Hebben zij een auto?
      7. Heeft hij een boek?
      8. Heeft Pieter kinderen?
      9. Hebben jullie een bord?
      10. Heb jij de tas?

    • 1. Heeft hij een boek?
      2. Heb je een fiets?
      3. Heeft u een idee?
      4. Hebben jullie een antwoord?
      5. Heeft de student boeken?
      6. Hebben de vrienden plannen?
      7. Heb je bloemen?
      8. Heeft zij een auto?
      9. Hebben jullie meetings?
      10. Hebben wij een huis?

    • 1-Heeft u een bril?
      2-Heb ik een sleutel?
      3-Hebben jullie familieleden?
      4-Hebben Tom en Bill buren?
      5-Heeft oma een huis?
      6-Heb jij een tas?
      7-Hebben zij een hond?
      8-Heb ik tijd?
      9-Hebben wij een afspraak?
      10-Heeft zij een boek?

    • 1) Heb u een horloge?
      2) Heeft hij een bord?
      3) Hebben ze een beroep?
      4) Heb je een pak?
      5) Heeft zij een dekbed?
      6) Heb u een vrouw?
      7) Heb u sommige contant?
      8) Hebben ze paraplu’s?
      9) Heb ik oren?
      10) Heeft zij goed geslapen?

    • 1. Heb jij een konijn?
      2. Hebben wij een televisie?
      3. Heb ik een boek?
      4. Heeft zij kinderen?
      5. Heeft hij twee zonen?
      6. Heeft hij drie dochters?
      7. Hebben zij pennen?
      8. Hebben jullie een auto?
      9. Heeft de docent het boeken?
      10. Heb jij melk?

    • 1. Heb je een vraag?
      2. Hebben jullie een auto?
      3. Heeft hij een baan?
      4. Hebben de planten bloemen?
      5. Heb je een vriendin?
      6. Hebben ze een kind?
      7. Heb je honger?
      8. Heeft ze hoofdpijn?
      9. Heb je een familie?
      10. Hebben wij een pen?

    • 1. Heb ik de danser?
      2. Heeft het de saus?
      3. Hebben jullie de opa?
      4. Hebben zij de klanten?
      5. Heeft zij het boek?
      6. Heeft u de laptop?
      7. Heb ik de toespraak?
      8. Heeft hij het stripboek?
      9. Hebben jullie de bloemen?
      10. Hebben wij de afspraak?

    • 1. Heb ik een rijbewijs?
      2. Hebben Tom en Jerry vrienden?
      3. Heeft zij bloemen?
      4. Hebben zij maggi?
      5. Heb jij geld?
      6. Heb ik het antwoord?
      7. Heeft u een raam?
      8. Hebben we huiswerk?
      9. Heb ik een pen?
      10. Hebben jullie bier?

    • 1) Heb u een hond?
      2) Heeft u thee?
      3) Hebben ze huiswerk?
      4) Heeft het een staart?
      5) Heeft hij een oma?
      6) Heb u een vriend?
      7) Heb je geld?
      8) Hebben ze voedsel?
      9) Heeft ze kinderen?
      10) Heeft hij een advocaat?

    • 1. Hebben wij een les?
      2. Heb ik een hond?
      3. Heeft ze een pen?
      4. Heeft hij een auto?
      5. Hebben jullie een opzichter?
      6. Heb je een kind?
      7. Heb ik een boek?
      8. Heb je een zakdoekje?
      9. Heeft hij een telefoonnummer?
      10. Hebben ze een huis?

    • 1- Heb jij een fiets?

      2- Heb ik genoeg tijd?

      3- Heeft hij een auto?

      4- Heeft zij een hond?

      5- Hebben wij huiswerk?

      6- Hebben jullie een afspraak?

      7- Hebben de kinderen speelgoed?

      8- Heeft de leraar boeken?

      9- Hebben de vrouwen tassen?

      10- Hebben Michelle en Simon een huis?

    • 1. Heb je een mobiele telefoon?
      2. Heeft Viktor een huis?
      3. Heeft het bedrijf accountants?
      4. Hebben jullie auto’s?
      5. Hebben ze pizza’s thuis?
      6. Heb je buren?
      7. Heeft de tafel 4 poten?
      8. Heeft de school 30 studenten?
      9. Hebben wij lepels?
      10. Hebben Tom en Jerry eieren?

    • 1. Heb je een auto?
      2. Heeft ze danslessen?
      3. Heeft hij een bril?
      4. Hebben zij een buurman?
      5. Heeft zij een afspraak
      6. Heb jij de drie boeken?
      7. Hebben wij om 6 uur les?
      8. Hebben jullie een huisdier?
      9. Heb jij de pen?
      10. Heeft hij de voetbalwedstrijd?

    • 1. Heb je broers of zussen?
      2. Heeft hij een fiets?
      3. Hebben wij vandaag les?
      4. Hebben zij een auto?
      5. Heb je een hond?
      6. Heeft zij een telefoon?
      7. Hebben zij boeken?
      8. Heeft het een naam?
      9. Hebben wij kaartjes?
      10. Heb je huiswerk?

    • 1. Heb jij een huisdier?
      2. Hebben jullie auto’s?
      3. Heb jij een groot huis?
      4. Hebben wij honger?
      5. Heeft hij een piano?
      6. Heeft Filip een fiets?
      7. Hebben zij een feest?
      8. Hebben wij huiswerk?
      9. Heb ik een laptop?
      10. Heb jij een beste vriend?

    • 1. Heb jij kinderen?
      2. Heeft hij een telefoon?
      3. Heeft zij een hond en een kat?
      4. Heb ik een afspraak?
      5. Hebben wij een deal?
      6. Hebben jullie een groot huis?
      7. Heeft Nico een boek?
      8. Heb jij een rode auto?
      9. Heeft hij een broer?
      10. Heeft de kamer een raam?

    • 1. Heb ik geld?
      2. Heb jij een pen?
      3. Heeft hij een computer?
      4. Heeft zij bezoek?
      5. Hebben wij een datum?
      6. Hebben jullie een telefoon?
      7. Hebben zij een afspraak?
      8. Heeft u een nummer?
      9. Heeft het kind een jas?
      10. Hebben zij een kantoor?

    • 1. Heeft het huis twee ramen?
      2. Heeft de verkoper een product?
      3. Heb je een huisdier?
      4. Heb ik een pen?
      5. Hebben jullie een buurman?
      6. Hebben de meisjes auto´s?
      7. Heeft het kind een bal?
      8. Heb je drie fietsen?
      9. Heb ik een konijn?
      10. Heeft de winkel een deur en een raam?

    • 1. Heb ik eten?
      2. Hebben jullie klanten?
      3. Heeft u tijd?
      4. Heeft hij een vriendin?
      5. Heb jij een huis?
      6. Hebben zij kinderen?
      7. Hebben jullie huisdieren?
      8. Hebben wij huiswerk?
      9. Heb jij een fiets?
      10. Heb ik schoenen?

    • 1. Heb ik een fiets?
      2. Heb jij een hond?
      3. Hebt U een afspraak?
      4. Heb je een werk?
      5. Heeft hij borden?
      6. Hebben wij vorken?
      7. Hebben zij kinderen?
      8. Heb je een mes?
      9. Heeft zij de jas?
      10. Hebben jullie een tas?

    • 1. Heb jij een hond?
      2. Hebben jullie kinderen?
      3. Heeft zij een auto?
      4. Heeft hij een boek?
      5. Hebben zij een huis?
      6. Heb jij honger?
      7. Hebben jullie een huisdier?
      8.Heeft Anna een vriend?
      9. Heb jij een pen?
      10. Hebben Theo en Marie een tafel?

    • 1. Hebben wij een cursus?
      2. Heeft u een afspraak?
      3. Heb je een idee?
      4. Hebben zij een krant?
      5. Heeft zij konijnen?
      6. Hebben zij huisdieren?
      7. Heb jij examen?
      8. Heeft u een pen?
      9. Heb je advies?
      10. Heeft zij de informatie?

    • 1. Heb jij een auto?
      2. Heb jij honger ?
      3. Heeft u kinderen?
      4. Heeft u een afspraak?
      5. Heb je een pen?
      6. Heb jij een fiets ?
      7. Heb jij zussen?
      8. Heeft hij een nieuwe baan ?
      9. Heb ik een konijn?
      10. Heeft het kind een bal?

    • 1. Heeft zij een hond?
      2. Heb jij een pen?
      3. Heeft hij een fiets?
      4. Hebben wij tijd?
      5. Hebben jullie een afspraak?
      6. Heb jij een broer?
      7. Hebben we vakantie?
      8. Heeft hij geld?
      9. Heeft zij een tas?
      10. Hebben zij auto’s?

    • 1. Heb jij een auto?
      2. Hebben wij een probleem?
      3. Heeft hij een broer?
      4. Hebben jullie een huis?
      5. Heeft zij een fiets?
      6. Heb jij een boek?
      7. Heeft u de sleutel?
      8. Hebben zij een kind?
      9. Heeft hij een idee?
      10. Heb jij een vraag?

    • 1. Heb jij een pen?
      2. Hebt u een paper?
      3. Heeft hij het boek?
      4. Hebben Julie de hond?
      5. Heeft Anna een vriend?
      6. Heeft de kast planken?
      7. Heeft Eindhoven winkels?
      8. Hebben Daan en Lisa kinderen?
      9. Heb jij een auto?
      10. Heeft het dorp een treinstation?

    • 1. Heb ik drie neefjes?
      2. Heb je bestek?
      3. Heeft u een certificaat?
      4. Heeft hij druiven?
      5. Heeft ze een baan?
      6. Heeft het veel kamers?
      7. Hebben we de sleutel?
      8. Hebben wij groenten?
      9. Hebben jullie een afspraak?
      10. Hebben ze een reservering?

    • 1. Heb je een hond?
      2. Heeft hij een huis?
      3. Heb je een ren?
      4. Heeft zij een kind?
      5. Heeft hij een rijbewijs?
      6. Hebben ze boeken?
      7. Heb je parfum?
      8. Heb ik mijn tas bij me?
      9. Heb je een klas?
      10. Heeft zij een jas?

    • 1- Heb jij een fiets?

      2- Heeft hij een auto?

      3- Hebben jullie huiswerk?

      4- Heb ik tijd?

      5- Heeft zij een broer?

      6- Hebben we genoeg geld?

      7- Heb jij honger?

      8- Heeft het kind een bal?

      9- Hebben zij een hond?

      10- Heb jij een vraag?

    • 1. Heb ik een boek?
      2. Heb jij een broer?
      3. Hebt u tijd?
      4. Heb je een pen?
      5. Heeft hij een auto?
      6. Heeft zij een huis?
      7. Hebben wij koffie?
      8. Hebben jullie huiswerk?
      9. Hebben ze een kat?
      10. Heb jij een telefoon?

    • 1. Heb je honger?
      2. Heb je dorst?
      3. Heb jij een broer?
      4. Heeft hij een baan?
      5. Heeft zij kinderen?
      6. Hebben jullie een tuin?
      7. Hebben zij geld?
      8. Heb jij een probleem?
      9. Heb jij een vriend?
      10. Heeft hij een afspraak?

    • 1. Heb jij een kinder?
      2. Hebben wij een huis?
      3. Heeft hij een potlood?
      4. Heeft ze een mobiele telefoon?
      5. Hebt u een tuin?
      6.Heb je een garage?
      7. Heb Ik een latop?
      8. Heeft hij een werk?
      9. Heb je een board?
      10. Hebben we vorken?

    • 1. Hebben ze kinderen?
      2. Heb je vriendin?
      3. Heb je een bal?
      4. Heeft hij een zus?
      5. Hebben ze een motorfiets?
      6. Hebben ze thee?
      7.Heeft zij een pen?
      8. Hebben jullie koffie?
      9. Heb je mijn tas?
      10. Heb je honger?

    • 1. Heb ik een afspraak?
      2. Heb je een sleutel?
      3. Heb jij een jas?
      4. Hebt u een huisdier?
      5. Heeft u een idee?
      6. Heeft hij het toestel?
      7. Heeft zij het geld?
      8. Hebben we provisiekosten?
      9. Hebben jullie een boodschappenlijst?
      10. Hebben ze vruchten?

    • 1. Hebben Jullie een huis ?
      2. Heb Jij een boekje ?
      3. Heeft Zij een roze jurk?
      4.Heb jij huiswerk vandaag?
      5.Hebben Jullie op zondag vrije tijd?
      6. Heb jij de afspraak in het ziekenhuis?
      7. Heeft de jas een prijskaartje ?
      8. Heb jij suiker in jouw thee ?
      9.Heb jij een kamer in het huis ?
      10. Heeft hij een rugzak ?

    • 1. Heb je een emmer?
      2. Heeft u lucifers?
      3. Hebben ze veel kennissen?
      4. Heb je een baan?
      5. Hebben jullie een vijver in jullie tuin?
      6. Heeft ze het bericht?
      7. Heb je een ogenblik?
      8. Hebben ze een voorstel?
      9. Hebben ze hapjes?
      10. Heeft ze de samenvatting?

    • 1. Hebben jullie serveersters?
      2. Hebben zij een huis?
      3. Hebben wij suiker thuis?
      4. Heeft hij een vriendin?
      5. Heeft zij een bruiloft?
      6. Heb jij tijd voor mij?
      7. Hebt u kinderen?
      8. Heb ik een pen?
      9. Heeft u een uitnodiging?
      10. Heb jij drie fietsen?

    • 1. Heb ik een kopje?
      2. Heb jij een stoel?
      3. Heb je een potlood?
      4. Hebt u de sleutel?
      5. Heeft hij een vriend?
      6. Heeft zij water?
      7. Heeft het vier poten?
      8. Hebben wij een afspraak?
      9. Hebben jullie een verzekering?
      10. Hebben zij kinderen?

    • 1. Hebben zij een rugzak?
      2. Heeft de winkel bloemen?
      3. Heb jij het concertticket?
      4. Hebben de potten aarde?
      5. Heeft hij de cappuccino?
      6. Heb jij een baan?
      7. Heeft hij een hardloopschoen?
      8. Heeft het park bomen?
      9. Heeft het dorp een fitnesscentrum?
      10. Heeft zij een boterham?

    • heb ik een kat?
      hebben wij een pen
      hebben zij een bril
      hebben Julie papier
      heeft u een stoel
      heb jij een boek
      heeft u een vork
      heb jij een schoenen
      hebben zij een kussen

    • 1. Heb je een Huis?
      2. Heeft hij een auto?
      3. Hebben zijn fietsen?
      4. Hebt u kinderen?
      5. Heeft zij het geld?
      6. Heb je vriendin?
      7. Hebben ze ruzie?
      8. Heb jij tijd ?
      9. Heeft hij afspraak?
      10. Hebben jullie dorst?

    • 1. Heb jij een boek?
      2. Heb ik een huis?
      3. Heeft het een vriend?
      4. Heeft hij een architect?
      5. Heeft zij een jongen?
      6. Hebben jullie collega’s?
      7. Hebben zij salaris?
      8. Hebben wij een afspraak?
      9. Heb jij een fiets?
      10. Hebben wie vacanties?

    • 1. Heeft zij kinderen?
      2. Hebben jullie een fiets?
      3.Heeft hij een auto?
      4.Hebben jullie de antwoorden?
      5.Hebben zij de Tikkie-app?
      6.Heeft hij een contactpersoon?
      7. Heb jij brood?
      8.Hebben jullie een hond?
      9.Heeft zij een broer?
      10.Hebben zij veel vrienden ?

    • 1. Hebt u kinderen?
      2. Heb je een auto?
      3. Heeft ze een afspraak?
      4. hebben zijn een huis?
      5. hebben wij huiswerk dit weekend?
      6. Heeft uw huis een tuin?
      7. Heeft haar huis twee slaapkamers?
      8. Heb jij vrienden?
      9. Hebben jullie boeken?
      10 Heeft de kat eten?

    • 1. Heb ik een pen?
      2. Heb jij eenboek?
      3. Heeft hij een fiets?
      4. Heeft zij een tas ?
      5. Hebben jullie een telefoon?
      6. heb ik een laptop?
      7. heb jij een Nederlandse buur?
      8. hebben jullie auto’s?
      9. Heeft zij danskostuums?
      10. Heeft hij een fles?

    • 1.Heb ik een pen?
      2.Heb jij een fiets?
      3.Heeft hij een baan?
      4.Heeft zij een tas?
      5.Heeft het huis een tuin?
      6.Hebben wij huiswerk?
      7.Hebben zij plannen?
      8.Hebben zij geld?
      9.Heeft Maria een zus?
      10.Hebben de studenten een exam?

    • 1. Hebben jullie een kind?
      2. Heeft zij een bedrijf?
      3. Heeft Peter een kat?
      4. Heb jij honger?
      5. Heeft u een baan?
      6. Heb je een vergadering?
      7. Heeft u een afspraak met dr. Kaal?
      8. Heb jij een huis?
      9. Heb je tijd?
      10. Heb je een vraag?

    • 1. Heb je een voorstel ?
      2. Hebben jullie een huis in het centrum?
      3. Hebben we vruchten ?
      4. Hebben ze twee winkels?
      5. Heb ik een afspraak vandaag?
      6. Heeft Nederland dorpen?
      7. Hebben Maria en Nico een ruzie?
      8. Heb je opa’s?
      9. Hebben we huiswerk voor de les?
      10. Heeft hij tijd?

    • 1 – Heb jij een fiets?

      2 – Heb ik een afspraak?

      3 – Heeft hij een auto?

      4 – Heeft zij een vriend?

      5 – Hebben wij een baas?

      6 – Hebben jullie een collega?

      7 – Heeft het bedrijf een manager?

      8 – Heb jij honger?

      9 – Hebben zij een huis?

      10 – Heb jij tijd vandaag?

    • 1. Heeft de paard een staart ??
      2. Hebben jullie het menu ?
      3. Drinkt jij een sap ?
      4. Heeft het menu geen boterham ?
      5. Lezen jullie het krant ?
      6. Hebben zij geen kinderen ?
      7. Heb je mijn tas?
      8. Heeft hij een fiets ?
      9. Heb je een pen ?
      10 Hebben wij geen groenten ?

    • 1. Heb je een telefoon?
      2. Heeft hij een auto?
      3. Hebben zij een werk?
      4. Heb ik vrije tijd?
      5. Heeft zij een collega?
      6. Hebben jullie een pen?
      7. Heeft hij een fiets?
      8. Heb je een kind?
      9. Hebben we huiswerk?
      10. Heeft hij een biertje?

    • 1. Hebben jullie kinderen?
      2. Heb je honger?
      3. Heeft zij blauwe ogen?
      4. Heb jij drie huizen?
      5. Hebben wij huiswerk?
      6. Heeft hij het koud?
      7. Hebben zij een ober?
      8. Heeft een hond vier benen?
      9. Hebt u een auto?
      10. Heeft hij een vriendin?

    • 1. Heeft ze de jas?
      2. Heeft zij een trui?
      3. Hebben ze/zij het paard?
      4. Heeft hij een kast?
      5. Heb ik tijd?
      6. Heb je/jij afspraken?
      7. Hebt u broers of zussen?
      8. Hebben wij een belofte?
      9. Hebben we een slaapkamer?
      10. Hebben jullie rokken?

    • 1. Heb ik een afspraak?
      2. Heb jij de sleutels?
      3.Heeft hij een hond?
      4. Heeft zij een broer?
      5. Heeft het huis een tuin?
      6.Hebben wij pauze?
      7. Hebben jullie honger?
      8. Hebben zij de boeken?
      9. Hebt u een vraag?
      10. Heeft de man een auto?

    • 1. Hebben jullie een auto?
      2. Heeft u hunger?
      3. Heb jij een kind?
      4. Heeft zij carnavalkleren?
      5. Hebben ze een huis?
      6. Heeft hij een speeltje?
      7. Heb jij dorst?
      8. Hebben zij eten?
      9. Hebt u tijd?
      10. Heb je een huisdier?

    • 1. Heb jij honger?
      2. Heeft hij een auto?
      3. Hebben jullie een huis?
      4. Heeft zij een bedrijf?
      5. Heb jij een tas?
      6. Hebben jullie 50 cent?
      7. Hebben wij fietsen?
      8. Heeft de trein vertraging?
      9. Heb jij een les?
      10. Hebben wij een opdracht?

    • 1- Heb ik een fiets?
      2- Heb jij een kat?
      3- Heeft hij een hond?
      4- Heeft hij een honger?
      5- Hebben jullie een huis?
      6- Heeft zij een dochter?
      7- Heb jij een pen?
      8- Heeft zij een trui?
      9- Heb je een auto?
      10- Heeft hij een kind?

    • 1 – Heb ik een hond?
      2 – Heb jij een auto?
      3 – Heeft hij een huis?
      4 – Hebben wij dorst?
      5- Hebben jullie honger?
      6- Hebben zij pennen?
      7- Heeft zij een appartement?
      8- Heeft hij een kind?
      9- Hebben jullie een moment?
      10- Heeft hij een broer?

    • Heb jij een mes?
      Hebben zij een huis?
      Heeft de hond een kraag?
      Hebben jullie suiker?
      Heb ik een pen?
      Heeft het huis een deur?
      Heeft de kok een hoed?
      Heb je melk?
      Heeft de supermarkt kip?
      Heb jij twee borden?

    • 1. Heeft u een pen?
      2. Hebben wij melk?
      3. Heb ik het kaartje?
      4. Heeft zij een kat?
      5. Hebben jullie een plan?
      6. Heb je koffie?
      7. Hebben zij een ziekenhuis?
      8. Heeft u een strijd?
      9. Heb je een kind?
      10. Hebben wij een wedstrijd?

    • 1.Hebben jullie werken?
      2.Heb jij een huis?
      3.Hebben wij huisdieren?
      4.Hebben zij twee kinderen?
      5.Heeft de tafel vier poten?
      6.Heeft het dorp een treinstation?
      7.Heb jij een auto?
      8.Hebben jullie fietsen?
      9.Heeft de winkel korting?
      10.Heb jij een vrouw?

    • 1. Heb je het rooster?
      2. Heeft hij het bonnetje?
      3. Hebben wij een potlood?
      4. Heb je griep?
      5. Hebben jullie een boerderij?
      6. Heb ik het bestek?
      7. Heb je het speeltje?
      8. Heeft zij een tas?
      9. Heeft u een auto?
      10. Heb je honger?

    • 1) Heb jij een huis?
      2) Heeft hij een vriendin?
      3) Heeft u een pen?
      4) Hebben jullie een huisdier?
      5) Heb jij een afspraak?
      6) Heeft het huis een tuin?
      7) Hebben zij fietsen?
      8) Heeft de boom appels?
      9) Heb ik huiswerk?
      10) Hebben wij een tas?

    • 1. Heeft hij een auto?
      2. Heb jij een vrouw?
      3. Hebben zij kinderen?
      4.Hebben wij twee laden?
      5. Heb jij een tafel?
      6. Heeft zij een huis?
      7. Hebben jullie een tuin?
      8. Heeft hij een vriendin?
      9. Heb ik een fiets?
      10. Heeft hij een dochter?

    • 1. Heb jij een trui ?
      2. Hebben jullie rokken?
      3. Heeft hij een huis?
      4. Hebben zij een fiets?
      5. Hebben wij een potlood ?
      6. Heeft hij een bord?
      7. Heb ik een bank?
      8. Heb ik een lepel?
      9. Hebben jullie een glas?
      10. Heeft u een bril?

    • 1. Heb jij een fiets?
      2. Heeft hij een bedrijf?
      3. Hebben zij een buurman?
      4. Heeft zij een kat?
      5. Heeft hij een auto?
      6. Hebben de buren een tuin?
      7. Hebben jullie een idee?
      8. Heeft het dier een naam?
      9. Hebben jullie een vraag?
      10. Heb jij kinderen?

    • 1. Heb ik een kat?
      2. Heb jij portemonnees?
      3. Heeft hij honger?
      4. Hebben wij een auto?
      5. Heeft u een krant?
      6. Heeft het huis een raam?
      7. Heeft de tafel een boord?
      8. Hebben wij een pen?
      9. Heeft zij een beker?
      10. Hebben jullie een brief?

    • 1. Heb je een hond?
      ​2. Heeft hij een auto?
      ​3. Hebben zij een kind?
      ​4. Heeft de kat honger?
      ​5. Hebben jullie een pen?
      ​6. Heeft zij een broer?
      ​7. Heb ik een fout?
      ​8. Heeft het paard water?
      ​9. Heb je een fiets?
      ​10. Hebben we een afspraak?

    • 1. Heb je een pen?
      2. Heb ik een idee?
      3. Heeft hij een auto?
      4. Heeft zij een vriend?
      5. Hebben jullie kinderen?
      6. Hebben zij vragen?
      7. Heb je een fiets?
      8. Heb je buren?
      9. Heeft zij een huis?
      10. Heb je melk?

    • 1. Heb je een vraag?
      2. Heeft ze een hobby?
      3. Heeft het een strand?
      4. Hebben wij de paspoorten?
      5. Heb ik een auto?
      6. Hebt u het zout?
      7. Hebben zij een huis?
      8. Hebben jullie een vaatwasser?
      9. Heb jij de foto’s?
      10. Heeft hij een probleem?

    • 1. Heb ik een hond?
      2. Heb jij een huis?
      3. Hebt u een pen?
      4. Heeft hij een zus?
      5. Heeft zij een broer?
      6. Heeft het huis een raam?
      7. Hebben wij vruchten?
      8. Hebben jullie groenten?
      9. Hebben zij kinderen?
      10. Heb jij een tafel?

    • 1. Heeft oma kleinkinderen?
      2. Hebben ouders kinderen?
      3. Heeft Nederland steden?
      4. Heeft het dorp een treinstation?
      5. Heeft een winkel klanten?
      6. Heeft de kast planken?
      7. Heb je werk?
      8. Heeft Maria een boek?
      9. Heeft de tafel 4 poten?
      10. Heb jij een vrouw?

    • 1. Heeft de studente een boek?
      2. Hebben zij een buurman?
      3. Heeft het konijn oren?
      4. Heb jij kinderen?
      5. Heeft hij een bedrijf?
      6. Hebben wij een reservering?
      7. Heeft de vrouw een fiets?
      8. Heb jij een zonnebril?
      9. heeft de koe melk?
      10. Heb ik een dier?

    • 1. Heb jij een gele fiets?
      2. Heb ik een vlek op mijn kleren?
      3. Hebben zij schooluniformen?
      4. Heeft José tijd voor een vergadering?
      5. Heeft deze telefoon gebreken?
      6. Heb je een sigaret?
      7. Heb je een natuurkundeboek?
      8. Heeft ze lang haar?
      9. Heeft hij een gouden halsketting?
      10. Hebben wij morgen les?

    • 1. Heb jij getrouwd?
      2. Heeft hij een problem?
      3. Heb je een ticket?
      4. Heeft zij lange haar?
      5. Heeft het schoon?
      6. Heeft de docent jong?
      7. Hebben zij huiswerk?
      8. Hebben jullie morgen werken?
      9. Hebben wij Paris gezien? (zien->to see, gezien–> seen)
      10. Heb ik een rood pen?

    • 1.Heb je een slang?
      2.Heb jij een vis?
      3.Heeft hij een auto?
      4.Hebben jullie tijd?
      5.Heeft zij een kat?
      6.Heb ik een pen?
      7.Hebben zij een huis?
      8.Heeft het een naam?
      9.Heb je een nicht?
      10.Hebben wij les?

    • 1. Heeft u één momentje ?
      2. Heeft hij een huis ?
      3. Heb je een baan ?
      4. Hebben jullie vragen ?
      5. Heb je plannen voor vandaag ?
      6. Heeft hij broers ?
      7. Heeft ze vanavond tijd ?
      8. Heb je een favoriete film ?
      9. Heeft hij een trui ?
      10. Heeft zij een hond ?

    • 1. Heeft Anna een broer?
      2. Hebben de kinderen oom?
      3. Heb jij geschreven?
      4. Hebben Hans en Jan dieren?
      5. Heb jij een pen voor mij?
      6. Heeft hij tijd?
      7. Hebben jullie kinderen?
      8. Heeft ze een tuin?
      9. Heb je een gezin?
      10. Heeft u een stoel?

    • 1.Heb jij een pen?
      2.Heeft hij een auto?
      3.Heeft zij een huis?
      4.Heeft het een staart?
      5.Hebben wij tafels?
      6.Hebben jullie kinderen?
      7.Hebben zij een telefoonnummer?
      8.Heeft u een fiets?
      9.Hebben ze geld?
      10.Heeft ze een kaartje?

    • 1. Heb ik een keuze?
      2. Heeft u een afspraak?
      3. Heeft hij de blauwe auto?
      4. Hebben jullie een vraag?
      5. Hebben zij een huisdier?
      6. Heeft het huis een tuin?
      7. Heeft de kamer twee raamen?
      8. Hebben we kaartjes?
      9. Heeft zij een paraplu?
      10. Heb ik een jas?

    • 1. Hebben zij een auto?
      2. Heeft zij lang haar?
      3. Hebben zij een huis?
      4. Heeft hij een horloge?
      5. Heb je honger?
      6. Heb jij de sleutels?
      7. Hebben jullie vandaag les?
      8. Heb ik gelijk?
      9. Heeft zij een man?
      10. Heb ik mijn paspoort?

    • 1. Heb ik een hond?
      2. Heb jij honger?
      3. Hebben wij tijd?
      4. Heeft het een staart?
      5. Hebben jullie een vraag?
      6. Heeft hij een fiets?
      7. Hebben zij dorst?
      8. Heb jij de sleutels?
      9. Heb jij een paspoort?
      10. Heeft zij een banaan?

    • 1. Heeft u ouders?
      2. Hebben jullie vogels?
      3. Heb ik een fiets?
      4. Heb je een kat?
      5. Heeft hij kinderen?
      6. Hebben wij eieren?
      7. Heb je honger?
      8. Heeft zij sokken?
      9. Hebben jullie blauw pen?
      10. Heeft het winkel kleren?

    • 1.Heeft hij een kat?
      2.Heeft hij een hond?
      3.Heeft het wielen?
      4.Hebben zij kinderen?
      5.Hebben jullie honden?
      6.Heb jij een boek?
      7. Heeft het vleugels?
      8. Heeft zij een boek?
      9.Hebben jullie auto’s?
      10.Hebben wij vruchten?

    • 1. Heb ik tijd?
      2. Heb jij een pen?
      3. Heeft hij een auto?
      4. Heeft zij een broer?
      5. Heeft het kind honger?
      6. Hebben wij huiswerk?
      7. Hebben jullie een huis?
      8. Hebben zij een kat of een hond?
      9. Hebben jullie een vraag?
      10. Heb ik een kind?

    • 1. Heb jij een hond?
      2. Heeft zij een relatie?
      3. Heeft hij een boek?
      4. Hebben jullie kinderen?
      5. Heb jij een huis?
      6. Hebben zij kleinkinderen?
      7. Heb jij een diploma?
      8. Heeft hij een auto?
      9. Heb je pijn?
      10. Heeft hij honger?

    • 1. Heb ik een man?
      2. Heb jij een auto?
      3. Hebt u een huis?
      4. Heeft hij een huisdier?
      5. Heeft zij mijn koffie?
      6. Heeft het (de hond) eten?
      7. Hebben wij een test?
      8. Hebben jullie kinderen?
      9. Hebben zij honger?
      10. Heb ik geld?

    • 1. Heb jij een boek?
      2. Heb jij het boek?
      3. Heeft hij een fiets?
      4. Heeft zij een tas?
      5. Hebben wij een huis?
      6. Hebben jullie het adres?
      7. Hebben zij twee katten?
      8. Heeft het kind een bal?
      9. Heb ik een pen?
      10. Hebben de kinderen het speelgoed?

    • 1. Heeft u een bonuskaart?
      2. Heeft jouw oma een buurman?
      3. Heeft hij een hond?
      4. Heeft de werkgever een luie werknemer?
      5. Heeft de werknemer een gemene werkgever?
      6. Heb je een slimme student?
      7. Heb je een glaasje fris?
      8. Heeft mijn verhuurder een probleem?
      9. Heeft uw restaurant lekkere hapjes?
      10. Hebben jullie bubble tea uit Taiwan?

    • 1. Heb ik een boek?
      2. Heb jij een vriendin?
      3. Heeft hij een voorstel?
      4. Heeft zij een adres?
      5. Hebben we een model?
      6. Hebben jullie een stem?
      7. Hebben zij een toestel?
      8. Heb ik een ongeluk gehad?
      9. Heeft de docent een voorstel?
      10.Hebben de kinderen een vriend?

    • 1. Heeft hij een paard?
      2. Hebben jullie een kind?
      3. Heeft u een huis?
      4. Heb jij een tomaat?
      5. Hebben wij een hond?
      6. Heb ik een huis?
      7. Heeft zij een boek?
      8. Hebben wij vriendinnen?
      9. Heb jij een banaan?
      10. Hebben jullie een vogel?

    • 1. Heb ik een auto?
      2. Heb jij een boek?
      3. Hebben zij de opdrachten?
      4. Heeft zij de bonuskaart?
      5. Hebben jullie huizen?
      6. Heeft hij een diploma?
      7. Hebben wij de toestellen?
      8. Heb jij tijd?
      9. Hebt u suiker?
      10. Hebben wij toekomst?

    • 1 Heb je een snoepje?
      2 Heeft u een vliegtuig?
      3 Heb ik een beker?
      4 Heeft zij suiker?
      5 Heeft hij een vrachtwagen?
      6 Hebben wij koffie?
      7 Hebben jullie winkels?
      8 Hebben zij vruchten?
      9 Heeft Pieter een bedrijf?
      10 Heeft u een emmer?

    • 1 Heb ik een mobiele telefoon?
      2 Heeft u een partner?
      3 Heb je een antwoord?
      4 Heeft Gerard een boerderij?
      5 Hebben we een zaklamp?
      6 Hebben jullie geld?
      7 Hebben Karel en Lodewijk katten?
      8 Hebben ze een vel papier?
      9 Heeft een auto spiegels?
      10 Heeft de verkoper een factuur?

    • 1. Heeft Anna een vriend?
      2. Heeft de fiets wielen?
      3. Heb jij een tas?
      4. Heeft Frank een baas?
      5. Heeft oma kleinkinderen?
      6. Heeft de tafel 4 poten?
      7. Heb jij werk?
      8. Hebben zij een fiets?
      9. Heeft Anna een boek?
      10. Hebben jullie de pen?

    • 1. Heeft zij een tas?
      2. Hebben ze schoenen?
      3. Heeft hij de krant van vandaag?
      4. Hebben jullie ventilatoren?
      5. Heb je werk?
      6. Heeft ze een diploma?
      7. Hebben we meer middelen?
      8. Heb je wat versnaperingen?
      9. Heeft de hond een staart?
      10. Heeft Pieter een boterham?

    • 1. Hebben zij cursussen?
      2. Hebben jullie geld?
      3. Hebben wij lessen?
      4. Heeft u een rekening?
      5. Heeft zij salaris?
      6. Heeft hij een douche?
      7. Heb jij een huisdier?
      8. Heb ik de sleutel?
      9. Heeft de vriendin een bureau?
      10. Hebben Maria en Simon een mes?

    • 1. Heb ik een hond?
      2. Heb jij een auto?
      3. Heb je een huis?
      4. Heeft hij een boek?
      5. Heeft zij een vriend?
      6. Heeft de hond een kat?
      7. Hebben Mark en Julia een kind?
      8. Hebben jullie twee kittens?
      9. Hebben wij huiswerk?
      10. Hebben zij honden?

    • 1. Heb jij een aansteker?
      2. Heb ik kip?
      3. Heeft u een vriendin?
      4. Hebben ze ouders?
      5. Hebben jullie een pen?
      6. Hebben we een afspraak?
      7. Heeft Susan een vogel?
      8. Heeft zij een broer?
      9. Heeft hij een fiets?
      10. Hebben we huiswerk?

    • 1. Heb je een hond?

      2. Hebben jullie honger?

      3. Heb je een fiets?

      4. Hebben ze geld?

      5. Heb je de sleutel?

      6. Heeft zij een broer?

      7. Heb je tijd?

      8. Heeft hij een huis?

      9. Heeft ze medeleven?

      10. Hebben ze een kaart?

    • 1. Heb jij werk?
      2. Hebben ouders een kind?
      3. Hebben sander en ik ruzie?
      4. Heeft Frank een baas?
      5. Heeft Nederland steden?
      6. Heeft Valkenswaard winkels?
      7. Hebben Daan en Lisa kinderen?
      8. Heeft Anna een vriend?
      9. Heb jij het boek?
      10. Heeft Mario een boek?

    • 1.Heb je huisdier?
      2.Heeft Son en Breugel winkels?
      3.Heb je een zus?
      4. Heeft hij een vogel?
      5. Hebben zij kaartjes?
      6. Heeft woonkamer een klok?
      7. Appels en Peren zijn vruchten?
      8. Heeft oma kleinkinderen?
      9. Heeft de kast planken?
      10. Heeft het dorp een treinstation?

    • 1. Heb je een mobiele telefoon?
      2. Heeft Viktor een huis?
      3. Heeft het bedrijf accountants?
      4. Hebben jullie auto’s?
      5. Hebben ze pizza’s thuis?
      6. Heb je buren?
      7. Heeft de tafel 4 poten?
      8. Heeft de school 30 studenten?
      9. Hebben wij lepels?
      10. Hebben Tom en Jerry eieren?

    • 1. Heb je buren?
      2. Hebben wij een plan?
      3. Heeft Maria honden?
      4. Heeft u de bril?
      5. Hebben jullie het juiste antwoord?
      6. Heeft het een naam?
      7. Heeft zij speelgoed?
      8. Heb ik geld?
      9. Heb je een fiets?
      10. Hebben zij een feest?

    • 1. Hebben wij werk?
      2. Heeft Mark een vriend?
      3. Heeft de tafel 8 poten?
      4. Hebben jullie een les?
      5. Heb jij een manager?
      6. Heeft Eindhoven een winkel?
      7. Hebben wij een docent?
      8. heb jij een vriend?
      9 Heeft zij een moeder?
      10. Heb jij een auto?

    • 1. Heb jij een hond?
      2. Hebben wij een tas?
      3. Hebben jullie een huis?
      4. Heeft zij een pen?
      5. Heeft Sara een auto?
      6. Hebben Tobias en Bernard een restaurant?
      7. Heeft Karen een nieuwe telefoon?
      8. Heb jij een stoel?
      9. Hebben zij een boot?
      10. Heeft hij een vrouw?

    • 1. Hebben jullie en sport moto?
      2. Heeft zij twee tafels?
      3. Heeft hij en kleding winkel?
      4. Heb Ik de laast telefoon nummer?
      5. Heeft hij en huis?
      6. Hebt jij de QR code?
      7. Hebt U drie sokken?
      8. Heb ik te laat om tien half?
      9. Hebt jij le laat om qwart over tien?
      10. Hebben zij en stad kaart?

    • 1. Heb je een auto?
      2. Heb jij een broer?
      3. Hebt u kinderen?
      4. Heeft hij een fiets?
      5. Hebben jullie huisdieren?
      6. Heeft anna een huis?
      7. Heb jij honger?
      8. Hebben jullie tijd?
      9. Hebt u een pen?
      10. Hebben zij een huisarts?

    • 1. Hebben jullie een computer?
      2. Hebben wij avondeten?
      3. Hebben zij een paard?
      4. Hebben jullie een garage?
      5. Hebben wij een ei?
      6. Hebben zij een bier?
      7. Hebben jullie een ladder?
      8. Hebben wij een lamp?
      9. Hebben zij een bord?
      10. Hebben jullie een boom?

    • 1. Hebben zij het beroep dat ik leuk?
      2. Hebben jullie een vriendje?
      3. Hebben wij het boek voor de les?
      4. Hebben zij de geld voor het huis?
      5. Hebben wij fietsen voor de tour?
      6. Hebben jullie de treinticket naar Amsterdam?
      7. Hebben zij de chocolade?
      8. Hebben wij de ticket voor het concert naar België?
      9. Hebben jullie een jas voor de…Read More

    • 1. Heb jij een schoen voor mij?
      2. Heeft hij paarden?
      3. Hebben jullie stoellen voor de mensen?
      4. Heeft zij een vriendin?
      5. Heb ik een huis?
      6. Heb jij een eend van het meer?
      7. Hebben zij schoenmaken het appartement?
      8. Heeft hij de boeken?
      9. Hebben jullie kippen van de boerderij?
      10. Heb ik klompen voor het strand?

    • 1. Heb ik een kat?
      2. Heb jij toegang?
      3. Heeft Lebron een hond?
      4. Heeft zij geld?
      5. Heeft de vogel twee vleugels?
      6. Hebben wij een tafel?
      7. Hebben jullie een pan?
      8. Heb ik water?
      9. Heeft Aytunc een bril?
      10. Hebben zij drie lampen?

  • Load More Posts