-
Maak goede zinnen:
1. brengen – mijn auto – willen – ik – naar de garage
2. bezorgen – de jongen – moeten – de krant – vaak
3. werken – in een winkel – 2 dagen per week – zijn zusje – gaan
4. kopen – morgen – ik – een nieuwe t.v. – willen.
5. lopen – mijn broer – in het park – een rondje – kunnen
6. willen – chocoladekorrels – bijna elke morgen…Read More107 Comments-
1. Ik wil mijn auto naar de garage brengen
2. De jongen moet de krant vaak bezorgen.
3. Zijn zusje gaat 2 dagen per week in een winkel werken.
4. Ik wil morgen een nieuwe t.v. kopen.
5. Mijn broer kan in het park een rondje lopen.
6. Mijn dochter wil bijna elke morgen chocoladekorrels eten.
7. Hij moet de bus 3 naar zijn werk nemen.
8. Ik moet dat…Read More -
1. Ik wil mijn auto naar de garage brengen.
2. De jongen moet de krant vaak bezorgen.
3. Zijn zusje gaat 2 dagen per week in een winkel werken.
4. Ik wil morgen een nieuwe tv kopen.
5. Mijn broer kan in het park een rondje lopen.
6. Mijn dochter wil bijna elke morgen chocoladekorrels eten.
7. Hij moet bus 3 naar zijn werk nemen.
8. Ik moet dat…Read More -
1. Ik wil mijn auto naar de garage brengen.
2. De jongen moet de krant vaak bezorgen.
3. Zijn zusje gaat 2 dagen per week in een winkel werken.
4. Ik wil morgen een nieuwe t.v. kopen.
5. Mijn broer kan in het park een rondje lopen.
6. Mijn dochter wil bijna elke morgen chocoladekorrels eten.
7. Hij moet bus 3 naar zijn werk nemen.
8. Ik moet dat…Read More -
1. Ik wil mijn auto naar de garage brengen.
2. De jongen moet de krant vaak bezorgen.
3. 2 dagen per week gaat zijn zusje in een winkel werken.
4. Morgen wil ik een nieuwe t.v. kopen.
5. Mijn broer kan in het park een rondje lopen.
6. Mijn dochter wil bijna elke morgen chocoladekorrels eten.
7. Hij moet bus 3 naar zijn werk nemen.
8. Ik…Read More -
1. Ik wil mijn auto naar de garage brengen.
2. De jongen moet de krant vaak bezorgen.
3. Zijn zusje gaat 2 dagen per week in een winkel werken.
4. Ik wil morgen een nieuwe t.v. kopen.
5. Mijn broer kan in het park een rondje lopen.
6. Mijn dochter wil bijna elke morgen chocoladekorrels eten.
7. Hij moet bus 3 naar zijn werk nemen.
8. Ik moet dat…Read More -
1. Ik wil mijn auto naar de garage brengen.
2. De jongen moet de krant vaak bezorgen.
3. Zijn zusje gaan 2 dagen per week in een winkel werken.
4. Ik wil morgen een nieuwe t.v. kopen.
5. Mijn broer kan in het park een rondje lopen.
6. Mijn dochter wil bijna elke morgen chocoladekorrels eten.
7. Hij moet bus 3 naar zijn werk nemen.
8. Ik moet dat…Read More -
1. Ik wil mijn auto naar de garage brengen.
2. De jongen moet de krant vaak bezorgen.
3. Zijn zusje gaat 2 dagen per week in een winkel werken.
4. Ik wil morgen een nieuwe tv kopen.
5. Mijn broer kan in het park een rondje lopen.
6. Mijn dochter wil bijna elke morgen chocoladekorrels eten.
7. Hij moet bus 3 naar zijn werk nemen.
8. Ik moet dat…Read More -
1. Ik wil mijn auto naar de garage brengen.
2. De jongen moet de krant vaak bezorgen.
3. Zijn zusje gaat 2 dagen per week in een winkel werken.
4. Ik wil morgen een nieuwe t.v kopen.
5. Mijn broer kan in het park een rondje lopen.
6. Mijn dochter wil bijna elke morgen chocoladekorrels eten.
7. Hij moet bus 3 naar zijn werk nemen.
8. Ik moet dat…Read More -
1. Ik wil mijn auto naar de garage brengen.
2. De jongen moet de krant vaak bezorgen.
3. Zijn zusje gaat 2 dagen per week in een winkel werken.
4. Ik wil morgen een nieuwe t.v. kopen.
5. Mijn broer kan in het park een rondje lopen.
6. Mijn dochter wil bijna elke morgen chocoladekorrels eten.
7. Hij moet bus 3 naar zijn werk nemen.
8. Ik moet dat…Read More -
1. Ik wil mijn auto naar de garage brengen.
2. De jongen moet de krant vaak bezorgen.
3. Zijn zusje gaat 2 dagen per week in een winkel werken.
4. Ik wil morgen een nieuwe tv kopen.
5. Mijn broer kan in het park een rondje lopen.
6. Mijn dochter wil bijna elke morgen chocoladekorrels eten.
7. Hij moet bus 3 naar zijn werk nemen.
8. Ik moet dat…Read More -
1. Ik wil mijn auto naar de garage brengen.
2. De jongen moet de krant vaak bezorgen.
3. Zijn zusje gaat twee dagen per week in een winkel werken.
4. Ik wil morgen een nieuwe tv kopen.
5. Mijn broer kan in het park een rondje lopen.
6. Mijn dochter wil bijna elke morgen chocoladekorrels eten.
7. Hij moet naar zijn werk bus 3 nemen.
8. Ik…Read More
-
1. Ik wil mijn auto naar de garage brengen.
2. De jongen moet de krant vaak bezorgen.
3. Zijn zusje gaat 2 dagen per week in een winkel werken.
4. Ik wil morgen een nieuwe tv kopen.
5. Mijn broer kan in het park een rondje lopen.
6. Mijn dochter wil bijna elke morgen chocoladekorrels eten.
7. Hij moet naar zijn werk bus 3 nemen.
8. Ik moet dat…Read More -
1. Ik wil mijn auto naar de garage brengen.
2. De jongen moet krant vaak bezorgen.
3. Zijn zusje gaat 2 dagen per week in een winkel werken.
4. Ik wil morgen een nieuwe tv kopen.
5. Mijn broer kan in het park een rondje lopen.
6. Mijn dochter wil bijna elke morgen chocoladekorrels eten.
7. Hij moet naar zijn werk bus 3 nemen.
8. Ik moet dat boek…Read More -
1. Ik breng mijn auto naar de garage.
2. Vaak moeten de jongens de krant bezorgen.
3. Zijn zusje gaat 2 dagen per week in een winkel werken.
4. Ik wil een nieuwe t.v. morgen kopen.
5. Mijn broer kan een rondje in het park lopen.
6. Bijna elke morgen wil mijn dochter chocoladekorrels eten.
7. Hij moet de bus 3 naar zijn werk nemen.
8. Ik moet dat…Read More -
1. Ik wil mijn auto naar de garage brengen.
2. De jongen moet de krant vaak bezorgen.
3. Zijn zusje gaat 2 dagen per week in een winkel werken.
4. Ik wil morgen een nieuwe t.v. kopen.
5. Mijn broer kan in het park een rondje lopen.
6. Mijn dochter wil bijna elke morgen chocoladekorrels eten.
7. Hij moet naar zijn werk bus 3 nemen.
8. Ik moet dat…Read More -
1. Ik wil mijn auto naar de garage brengen.
2. De jongen moet de krant vaak bezorgen.
3. Zijn zusje gaat 2 dagen per week in een winkel werken.
4. Ik wil morgen een nieuwe tv kopen
5. Mijn broer kan in het park een rondje lopen.
6. Mijn dochter wil bijna elke morgen chocoladekorrels eten.
7. Hij moet naar zijn werk bus 3 nemen.
8. Ik moet dat boek…Read More -
1. Ik wil mijn auto naar de garage brengen.
2. De jongen moet de krant vaak bezorgen.
3. Zijn zusje gaat 2 dagen per week in een winkel werken.
4. Ik wil morgen een nieuwe tv kopen.
5. Mijn broer kan in het park een rondje lopen.
6. Mijn dochter wil bijna elke morgen chocoladekorrels eten.
7. Hij moet naar zijn werk bus 3 nemen.
8. Ik moet dat…Read More -
1 – Ik wil mijn auto naar de garage brengen.
2 – De jongen moet de krant vaak bezorgen.
3 – Zijn zusje gaat 2 dagen per week in een winkel werken.
4 – Ik wil morgen een nieuwe t.v. kopen.
5 – Mijn broer kan in het park een rondje lopen.
6 – Mijn dochter wil bijna elke morgen chocoladekorrels eten.
7 – Hij moet de bus 3 naar zijn werk nemen.
8 – Ik…Read More -
1. Ik wil mijn auto naar de garage brengen.
2. De jongen moet de krant vaak bezorgen.
3. Zijn zusje gaat 2 dagen per week in een winkel werken.
4. Ik wil morgen een nieuwe t.v. kopen.
5. Mijn broer kan in het park een rondje lopen.
6. Mijn dochter wil bijna elke morgen chocoladekorrels eten.
7. Hij moet naar zijn werk bus 3 nemen.
8.…Read More -
1. Ik wil mijn auto naar de garage brengen
2. De jongen moet vaak de krant bezorgen
3. Zijn zusje gaat 2 dagen per week in een winkel werken
4. Ik wil morgen een nieuwe tv kopen
5. Mijn broer kan een rondje in het park lopen
6. Mijn dochter wil bijna elke morgen chocoladekorrels eten
7. Hij moet bus 3 naar zijn werk nemen
8. Ik moet dat boek terug…Read More -
1. Ik wil mijn auto naar de garage brengen.
2. De jongen moet vaak de krant bezorgen.
3. Zijn zusje gaat 2 dagen per week in een winkel werken.
4. Ik wil morgen een nieuwe t.v. kopen.
5. Mijn broer kan in het park een rondje lopen.
6. Mijn dochter wil bijna elke morgen chocoladekorrels eten.
7. Hij moet bus 3 naar zijn werk nemen.
8. Ik moet dat…Read More -
1. Ik wil mijn auto naar de garage brengen
2. De jongen moet de krant vaak bezorgen
3. Zijn zusje gaat 2 dagen per week in een winkel werken
4. Ik wil morgen een nieuwe t.v. kopen
5.Mijn broer kan in het park een rondje lopen
6. Mijn dochter wil bijna elke morgen chocoladekorrels eten
7. Hij moet naar zijn werk bus 3 nemen
8. Ik moet dat boek…Read More -
1. Ik wil mijn auto naar de garage brengen.
2. De jongen moet de krant vaak bezorgen.
3. Zijn zusje gaat 2 dagen per week in een winkel werken.
4. Ik wil morgen een nieuwe t.v. kopen.
5. Mijn broer kan in het park een rondje lopen.
6. Mijn dochter wil bijna elke morgen chocoladekorrels eten.
7. Hij moet naar zijn werk bus 3 nemen.
8. Ik moet dat…Read More -
1. Ik wil mijn auto naar de garage brengen.
2. De jongen moet de krant vaak bezorgen.
3. Zijn zusje gaat 2 dagen per week in een winkel werken.
4. Ik wil morgen een nieuwe t.v. kopen.
5. Mijn broer kan in het park een rondje lopen.
6. Mijn dochter wil bijna elke morgen chocoladekorrels eten.
7. Hij moet bus 3 naar zijn werk nemen.
8. Ik moet dat…Read More -
1. Ik wil mijn auto naar de garage brengen.
2. De jongen moet de krant vaak bezorgen.
3. Zijn zusje gaan 2 dagen pe week in een winkel werk.
4. Ik wil morgen een nieuwe t.v. kopen.
5. Mijn broer kan in het park een rondje lopen.
6. Mijn dochter wil bijna elke morgen chocoladekorrels eten.
7. Hij moet naar zijn werk bus 3 nemen.
8. Ik moet dat boek…Read More -
1. Ik wil mijn auto naar de garage brengen.
2. De jongen moet vaak de krant bezorgen.
3. Zijn zusje gaat 2 dagen per week in een winkel werken.
4. Ik wil morgen een nieuwe tv kopen.
5. Mijn broer kan een rondje in het park lopen.
6. Mijn dochter wil bijna elke morgen chocoladekorrels eten.
7. Hij moet bus 3 naar zijn werk nemen.
8. Ik moet dat…Read More -
1. Ik wil mijn auto naar de garage brengen.
2. De jongen moet de krant vaak bezorgen.
3. Zijn zusje gaat 2 dagen per week in een winkel werken.
4. Ik wil morgen een nieuwe tv kopen.
5. In het park kan mijn broer een rondje lopen.
6. Mijn dochter wil bijna elke morgen chocoladekorrels eten.
7. Hij moet bus 3 naar zijn werk nemen.
8. Ik moet…Read More
-
1-Ik wil mijn auto naar de garage brengen.
2-De jongen moet de krant vaak bezorgen.
3-Zijn zusje gaan 2 dagen per week in een winkel werken.
4-Ik wil morgen een nieuwe t.v. kopen.
5-Mijn broer kan in het park een rondje lopen.
6-Mijn dochter wil bijna elke morgen chocoladekorrels eten.
7-Hij moet naar zijn werk bus 3 nemen.
8-Ik moet dat boek…Read More -
1. Ik wil mijn auto naar de garage brengen.
2. De jongen moet de krant vaak bezorgen.
3. Zijn zusje gaat 2 dagen per week in een winkel werken.
4. Ik wil morgen een nieuwe tv kopen.
5. Mijn broer kan in het park een rondje lopen.
6. Mijn dochter wil bijna elke morgen chocoladekorrels eten.
7. Hij moet naar zijn werk bus 3 nemen.
8. Ik moet dat…Read More -
1. Ik wil mijn auto naar de garage brengen.
2. De jongen moet de krant vaak bezorgen.
3. Zijn zusje gaat 2 dagen per week in een winkel werken.
4. Ik wil morgen een nieuwe tv kopen.
5. Mijn broer kan een rondje in het park lopen.
6. Mijn dochter wil bijna elke morgen chocoladekorrels eten.
7. Hij moet bus 3 naar zijn werk nemen.
8. Ik moet dat…Read More -
1. Ik wil mijn auto naar de garage brengen.
2. De jongen moet vaak de krant bezorgen.
3. Zijn zujse gaat 2 dagen per week in een winkel werken.
4. Ik wil morgen een nieuwe t.v. kopen.
5. Mijn broer kan in het park een rondje lopen.
6. Mijn dochter wil bijna elke morgen chocoladekorrels eten.
7. Hij moet bus 3 naar zijn werk nemen.
8. Ik moet dat…Read More -
1. Ik wil mijn auto naar de garage brengen.
2. De jongen moet de krant vaak bezorgen.
3. Zijn zusje gaat 2 dagen per week in de winkel werken.
4. Ik wil morgen een nieuwe T.V. kopen.
5. Mijn broer kan in het park een rondje lopen.
6. Mijn dochter wil bijna elke morgen chocoladekorrels eten.
7. Hij moet bus 3 naar zijn werk nemen.
8. Ik moet dat…Read More -
1. Ik wil mijn auto naar de garage brengen.
2. De jongen moet vaak de krant bezorgen.
3. Zijn zusje gaat 2 dagen per week in een winkel werken.
4. Ik wil morgen een nieuwe tv kopen.
5. Mijn broer kan een rondje in het park lopen.
6. Mijn dochter wil bijna elke morgen chocoladekorrels eten.
7. Hij moet bus 3 naar zijn werk nemen.
8. Ik moet dat…Read More -
1. Ik wil mijn auto naar de garage brengen.
2. De jongen moet de krant vaak bezorgen.
3. Zijn zusje gaat 2 dagen per week in een winkel werken.
4. Ik wil morgen een nieuwe t.v. kopen.
5. Mijn broer kan in het park een rondje lopen.
6. Mijn dochter wil bijna elke morgen chocoladekorrels eten.
7. Hij moet bus 3 naar zijn werk nemen.
8. Ik…Read More -
1. Ik wil mijn auto naar de garage brengen.
2. De jongen moet de krant vaak bezorgen.
3. Zijn zusje gaat 2 dagen per week in een winkel werken.
4. Ik wil morgen een nieuwe t.v. kopen.
5. Mijn broer kan in het park een rondje lopen.
6. Mijn dochter wil bijna elke morgen chocoladekorrels eten.
7. Hij moet naar zijn werk bus 3 nemen.
8. Ik moet dat…Read More -
1. Ik wil mijn auto naar de garage brengen.
2. De jongen moet de krant vaak bezorgen.
3. Zijn zusje gaat 2 dagen per week in een winkel werken.
4. Ik wil morgen een nieuwe tv kopen.
5. Mijn broer kan in het park een rondje lopen.
6. Mijn dochter wil bijna elke morgen chocoladekorrels eten.
7. Hij moet bus 3 naar zijn werk nemen.
8. Ik moet dat…Read More -
1. Ik wil mijn auto naar de garage brengen.
2. De jongen moet de krant vaak bezorgen.
3. Zijn zusje gaat 2 dagen per week in een winkel werken.
4. Ik wil morgen een nieuwe t.v. kopen.
5. Mijn broer kan in het park een rondje lopen.
6. Mijn dochter wil bijna elke morgen chocoladekorrels eten.
7. Hij moet bus 3 naar zijn werk nemen.
8. Ik moet dat…Read More -
1. Ik wil mijn auto naar de garage brengen.
2. De jongen moet de krant vaak bezorgen.
3. Zijn zusje gaat 2 dagen per week in een winkel werken.
4. Ik wil morgen een nieuwe tv kopen.
5. Mijn broer kan in het park een rondje lopen.
6. Mijn dochter wil bijna elke morgen chocoladekorrels eten.
7. Hij moet bus 3 naar zijn werk nemen.
8. Ik moet dat…Read More -
1. Ik wil mijn auto naar de garage brengen.
2. De jongen moet de krant vaak bezorgen.
3. Zijn zusje gaat 2 dagen per week in een winkel werken.
4. Ik wil morgen een nieuwe t.v. kopen.
5. Mijn broer kan in het park een rondje lopen.
6. Mijn dochter wil bijna elke morgen chocoladekorrels eten.
7. Hij moet bus 3 naar zijn werk nemen.
8. Ik moet dat…Read More -
1. Ik wil mijn auto naar de garage brengen.
2. De jongen moet vaak de krant bezorgen.
3. Zijn zusje gaat 2 dagen per week in een winkel werken.
4. Ik wil morgen een nieuwe t.v. kopen.
5. Mijn broer kan in het park een rondje lopen.
6. Mijn dochter wil bijna elke morgen chocoladekorrels eten.
7. Hij moet bus 3 naar zijn werk nemen.
8. Ik moet dat…Read More -
1. Ik wil mijn auto naar de garage brengen.
2. De jongen moet de krant vaak bezorgen.
3. Zijn zusje gaat 2 dagen per week in een winkel werken.
4. Ik wil morgen een nieuwe tv kopen.
5. Mijn broer kan in het park een rondje lopen.
6. Mijn dochter wil bijna elke morgen chocoladekorrels eten.
7. Hij moet bus 3 naar zijn werk nemen.
8. Ik moet dat…Read More -
1. Ik wil mijn auto naar de garage brengen.
2. De jongen moet vaak de krant bezorgen.
3. Zijn zusje gaat 2 dagen per week in een winkel werken.
4. Ik wil morgen een nieuwe t.v. kopen
5. Mijn broer kan in het park een rondje lopen.
6. Mijn dochter wil bijna elke morgen chocoladekorrels eten.
7. Hij moet bus 3 naar zijn werk nemen.
8. Ik moeten dat…Read More -
1. Ik wil mijn auto naar de garage brengen.
2. De jongen moet de krant vaak bezorgen.
3. Zijn zusje gaat 2 dagen per week in een winkel werken.
4. Ik wil morgen een nieuwe t.v. kopen.
5. Mijn broer kan in het park een rondje lopen.
6. Mijn dochter wil bijna elke morgen chocoladekorrels eten.
7. Hij moet bus 3 naar zijn werk nemen.
8. Ik moet dat…Read More -
1- Ik wil mijn auto naar de garage brengen
2- De jongen moet vaak de krant bezorgen
3- Zijn zusje gaat 2 dagen per week in een winkel werken
4- Ik wil morgen een nieuwe t.v. kopen
5- Mijn broer kan in het park een rondje lopen
6- Mijn dochter wil bijna elke morgen chocoladekorrels eten
7- Hij moet bus 3 naar zijn werk nemen
8- Ik moet dat boek…Read More -
1. Ik wil mijn auto naar de garage brengen.
2. De jongen moet de krant vaak bezorgen.
3. Zijn zusje gaat 2 dagen per week in een winkel werken.
4. Ik wil morgen een nieuwe tv kopen.
5. Mijn broer kan een rondje in het park lopen.
6. Mijn dochter wil bijna elke morgen chocoladekorrels eten.
7. Hij moet bus 3 naar zijn werk nemen.
8. Ik moet…Read More
-
1. Ik wil mijn auto naar de garage brengen.
2. De jongen moet vaak de krant bezorgen.
3. Zijn zusje gaat twee dagen per week in een winkel werken.
4. Ik wil morgen een nieuwe tv kopen.
5. Mijn broer kan een rondje in het park lopen.
6. Mijn dochter wil bijna elke morgen chocoladekorrels eten.
7. Hij moet bus 3 naar zijn werk nemen.
8. Ik moet dat…Read More -
1. Ik wil mijn auto naar de garage brengen.
2. De jongen moet de krant vaak bezorgen.
3. Zijn zusje gaat 2 dagen per week in een winkel werken.
4. Morgen wil ik een nieuwe tv kopen.
5. Mijn broer kan in het park een rondje lopen.
6. Mijn dochter wil bijna elke morgen chocoladekorrels eten.
7. Hij moet bus 3 naar zijn werk nemen.
8. Ik moet dat…Read More -
1. Ik wil mijn auto naar de garage brengen.
2. De jongen moet vaak de krant bezorgen.
3. Zijn zusje gaat twee dagen per week in een winkel werken.
4. Ik wil morgen een nieuwe tv kopen.
5. Mijn broer kan een rondje in het park lopen.
6. Mijn dochter wil bijna elke morgen chocoladekorrels eten.
7. Hij moet bus 3 naar zijn werk nemen.
8. Ik moet dat…Read More -
1. Ik wil mijn auto naar de garage brengen.
2. De jongen moet vaak de krant bezorgen.
3. Zijn zusje gaat 2 dagen per week in een winkel werken.
4. Ik wil morgen een nieuwe t.v. kopen.
5. Mijn broer kan in het park een rondje lopen.
6. Mijn dochter wil bijna elke morgen chocoladekorrels eten.
7. Hij moet bus 3 naar zijn werk nemen.
8. Ik moet dat…Read More -
1. Ik wil mijn auto naar de garage brengen.
2. De jongen moet de krant vaak bezorgen.
3. Zijn zusje gaat 2 dagen per week in een winkel werken.
4. Ik wil morgen een nieuwe t.v. kopen.
5. Mijn broer kan in het park een rondje lopen.
6. Mijn dochter wil bijna elke morgen chocoladekorrels eten.
7. Hij moet bus 3 naar zijn werk nemen.
8. Ik moet dat…Read More -
1. Ik wil mijn auto naar de garage brengen.
2. De jongen moet vaak de krant bezorgen
3. Zijn zusje gaat 2 dagen per week in een winkel werken.
4. Ik wil morgen een nieuwe t.v. kopen.
5. Mijn broer kan in het park een rondje lopen.
6. Mijn dochter wil bijna elke morgen chocoladekorrels eten.
7. Hij moet bus 3 naar zijn werk nemen.
8. Ik moe dat…Read More -
1. Ik will mijn auto naar de garage brengen.
2. De jongen moet de krant vaak bezorgen.
3. Zijn zusje gaan 2 dagen per week in een winkel werken.
4. Ik wil morgen een niew t.v. kopen.
5. Mijn broer kan in het park een rondje lopen
6. Mijn dochter wil bijna elke morgen chocoladekorrels eten.
7. Hij moet bus 3 naar zijn werk nemen.
8. Ik moet dat…Read More -
1. Ik wil mijn auto naar de garage brengen.
2. De jongen moet de krant vaak bezorgen.
3. Zijn zusje gaat 2 dagen per week in een winkel werken.
4. Ik wil morgen een nieuwe TV kopen.
5. Mijn broer kan in het park een rondje lopen.
6. Mijn dochter wil bijna elke morgen chocoladekorrels eten.
7. Hij moet bus 3 naar zijn werk nemen.
8. Ik moet dat…Read More -
1. Ik wil mijn auto naar de garage brengen.
2. De jongen moet vaak de krant bezorgen.
3. Zijn zusje gaat 2 dagen per week in een winkel werken.
4. Ik wil morgen een nieuwe t.v. kopen.
5. Mijn broer kan in het park een rondje lopen.
6. Mijn dochter wil bijna elke morgen chocoladekorrels eten.
7. Hij moet bus 3 naar zijn werk nemen.
8. Ik moet dat…Read More -
1. Ik wil mijn auto naar de garage brengen.
2. De jongen moet de krant vaak bezorgen.
3. Zijn zusje gaat 2 dagen per week in een winkel werken.
4. Ik wil morgen een nieuwe t.v. kopen.
5. Mijn broer kan in het park een rondje lopen.
6. Mijn dochter wil bijna elke morgen chocoladekorrels eten.
7. Hij moet bus 3 naar zijn werk nemen.
8. Ik moet dat…Read More -
1. Ik wil mijn auto naar de garage brengen.
2. De jongen moet de krant vaak bezorgen.
3. Zijn zusje gaat 2 dagen per week in een winkel werken.
4. Ik wil morgen een nieuwe t.v. kopen.
5. Mijn broer kan in het park een rondje lopen.
6. Mijn dochter wil bijna elke morgen chocoladekorrels eten.
7. Hij moet bus 3 naar zijn werk nemen.
8. Ik moet dat…Read More -
1 Ik wil mijn auto naar de garage brengen.
2 De jongen moet vaak de krant bezorgen.
3 Zijn zusje gaat 2 dagen per week in een winkel werken.
4 Ik wil morgen een nieuwe tv kopen.
5 Mijn broer kan in het park een rondje lopen.
6 Mijn dochter wil bijna elke morgen chocoladekorrels eten.
7 Hij moet bus 3 naar zijn werk nemen.
8 Ik moet dat boek terug…Read More -
1)Ik wil mijn auto naar de garage brengen.
2)De jongen moet vaak de krant bezorgen.
3)Zijn zusje gaat twee dagen per week in een winkel werken.
4)Ik wil morgen een nieuwe tv kopen.
5)Mijn broer kan in het park een rondje lopen.
6)Mijn dochter wil bijna elke morgen chocoladekorrels eten.7)Hij moet bus 3 naar zijn werk nemen.
8)Ik moet dat…Read More
-
1. Ik wil mijn auto naar de garage brengen.
2. De jongen moet de krant vaak bezorgen.
3. Zijn zusje gaat 2 dagen per week in een winkel werken.
4. Ik wil morgen een nieuwe t.v. kopen.
5. Mijn broer kan in het park een rondje lopen.
6. Mijn dochter wil bijna elke morgen chocoladekorrels eten.
7. Hij moet bus 3 naar zijn werk nemen.
8. Ik moet dat…Read More -
1- Ik wil mijn auto naar de garage brengen.
2- De jongen moet de krant vaak bezorgen.
3- Zijn zusje gaat 2 dagen per week in een winkel werken.
4- Ik wil morgen een nieuwe tv kopen.
5- Mijn broer kan in het park een rondje lopen.
6- Mijn dochter wil bijna elke morgen chocoladekorrels eten.
7- Hij moet naar zijn werk bus 3 nemen.
8- Ik moet dat…Read More -
1- Ik wil mijn auto naar de garage brengen.
2- De jongen moet de krant vaak bezorgen.
3- Zijn zusje gaat 2 dagen per week in een winkel werken.
4- Ik will morgen een nieuwe tv kopen.
5- Mijn broer kunt in het park een rondje lopen.
6- Mijn dochter wil bijna elke morgen chocoladekorrels eten.
7- Hij moet bus 3 naar zijn werk nemen.
8- Ik moet dat…Read More -
1. Ik wil mijn auto naar de garage brengen.
2. De jongen moet de krant vaak bezorgen.
3. Zijn zusje gaat 2 dagen per week in een winkel werken.
4. Ik wil morgen een nieuwe t.v. kopen.
5. Mijn broer kan in het park een rondje lopen.
6. Mijn dochter wil bijna elke morgen chocoladekorrels eten.
7. Hij moet bus 3 naar zijn werk nemen.
8. Ik moet dat…Read More -
1. Ik wil mijn auto naar de garage brengen.
2. De jongen moet de krant vaak bezorgen.
3. Zijn zusje gaat 2 dagen per week in een winkel werken.
4. Ik wil morgen een nieuwe t.v. kopen.
5. Mijn broer kan in het park een rondje lopen.
6. Mijn dochter wil bijna elke morgen chocoladekorrels eten.
7. Hij moet bus 3 naar zijn werk nemen.
8. Ik moet dat…Read More -
1. brengen – mijn auto – willen – ik – naar de garage
– Ik wil mijn auto naar de garage brengen
2. bezorgen – de jongen – moeten – de krant – vaak
-De jongen moet de krant vaak bezorgen
3. werken – in een winkel – 2 dagen per week – zijn zusje – gaan
-Zijn zusje gaat 2 dagen per week in een winkel werken
4. kopen – morgen – ik – een nieuwe t.…Read More -
1- Ik wil mijn auto naar de garage brengen.
2- De jongen moet de krant vaak bezorgen.
3- Zijn zusje gaat twee dagen per week in een winkel werken.
4- Ik wil morgen een nieuwe tv kopen.
5- Mijn broer kan in het park een rondje lopen.
6- Mijn dochter wil bijna elke morgen chocoladekorrels eten.
7- Hij moet bus 3 naar zijn werk nemen.
8- Ik moet dat…Read More -
1. Ik wil mijn outo naar de garabe berengen.
2. De jongen moet de krant vaak bezorgen.
3. Zijn zusje gaat 2 dagen per week in een winkel werken.
4. Ik wil morgen een niewe t.v. kopen.
5. Mijn broer kan in het park een rondje lopen.
6. Mijn dochter wil bijna elke morgen chocoladekorrels eten.
7. Hij moet bus 3 naar zijn werk nemen.
8. Ik moet dat…Read More -
1.Ik wil mijn auto naar de garage brengen.
2.De jongen moet de krant vaak bezorgen.
3.Zijn zusje gaat 2 dagen per week in een winkel werken.
4.Ik wil een nieuw t.v. morgen kopen.
5.Mijn broer kan een rondje in het park lopen.
6.Mijn dochter wil bijna elke morgen chocoladekorrels eten.
7.Hij moet bus 3 naar zijn werk nemen.
8.Ik moet dat boek terug…Read More -
1. Ik wil mijn auto naar de garage brengen.
2. De jongen moet de krant vaak bezorgen.
3. Zijn zusje gaat 2 dagen per week in een winkel werken.
4. Ik wil morgen een nieuwe tv kopen.
5. Mijn broer kan in het park een rondje lopen.
6. Mijn dochter wil bijna elke morgen chocoladekorrels eten.
7. Hij moet naar zijn werk bus 3 nemen.
8. Ik moet dat…Read More -
1. Ik wil mijn auto naar de garage brengen.
2. De jongen moet de krant vaak bezorgen.
3. Zijn zusje gaat 2 dagen per week in een winkel werken.
4. Ik wil morgen een nieuwe t.v. kopen.
5. Mijn broer kan in het park een rondje lopen.
6. Mijn dochter wil bijna elke morgen chocoladekorrels eten.
7. Hij moet bus 3 naar zijn werk nemen.
8. Ik moet dat…Read More -
1. Ik wil mijn auto naar de garage brengen.
2. De jongen moet de krant vaak bezorgen.
3. Zijn zusje gaat 2 dagen per week in een winkel werken.
4. Ik wil morgen een nieuwe t.v. kopen.
5. Mijn broer kan in het park een rondje lopen.
6. Mijn dochter wil bijna elke morgen chocoladekorrels eten.
7. Hij moet bus 3 naar zijn werk nemen.
8. Ik moet dat…Read More -
1. Ik wil mijn auto naar de garage brengen.
2. De jongen moet de krant vaak bezorgen.
3. Zijn zusje gaat 2 dagen per week in een winkel werken.
4. Ik wil morgen een nieuwe t.v. kopen.
5. Mijn broer kan in het park een rondje lopen.
6. Mijn dochter wil bijna elke morgen chocoladekorrels eten.
7. Hij moet bus 3 naar zijn werk nemen.
8. Ik moet dat…Read More -
1. Ik wil mijn auto naar de garage brengen.
2. De jongen moet vaak de krant bezorgen.
3. Zijn zusje gaat 2 dagen per week in een winkel werken
4. Ik wil morgen een nieuwe t.v. kopen.
5. Mijn broer kan een rondje in het park kopen.
6. Mijn dochter wil chocoladekorrels bijna elke morgen eten.
7. Hij moet bus 3 naar zijn werk nemen.
8. Ik moet dat…Read More -
1. Ik wil mijn auto naar de garage brengen.
2. De jongen moet de krant vaak bezorgen.
3. Zijn zusje gaat 2 dagen per week in een winkel werken.
4. Ik wil morgen een nieuwe tv kopen.
5. Mijn broer kan in het park een rondje lopen.
6. Mijn dochter wil bijna elke morgen chocoladekorrels eten.
7. Hij moet naar zijn werk bus 3 nemen.
8. Ik moet dat…Read More -
1. Ik wil mijn auto naar de garage brengen.
2. De jongen moet de krant vaak bezorgen.
3. Zijn zusje gaat 2 dagen per week in een winkel werken.
4. Ik wil morgen een nieuwe tv. kopen.
5. Mijn broer kan in het park een rondje lopen.
6. Mijn dochter wil chocoladekorrels bijna elke morgen eten.
7. Hij moet naar zijn werk bus 3 nemen.
8. Ik moet dat…Read More -
1. Ik wil mijn auto naar de garage brengen.
2. De jongen moet vaak de krant bezorgen.
3. Zijn zusje gaat 2 dagen per week in een winkel werken
4. Ik wil morgen een nieuwe t.v. kopen.
5. Mijn broer kan een rondje in het park kopen.
6. Mijn dochter wil chocoladekorrels bijna elke morgen eten.
7. Hij moet bus 3 naar zijn werk nemen.
8. Ik moet dat…Read More -
1. Ik wil mijn auto naar de garage brengen.
2. De jongen moet de krant vaak bezorgen.
3. Zijn zusje gaat 2 dagen per week in een winkel werken.
4. Ik wil morgen een nieuwe tv kopen.
5. Mijn broer kan in het park een rondje lopen.
6. Mijn dochter wil bijna elke morgen chocoladekorrels eten.
7. Hij moet bus 3 naar zijn werk nemen.
8. Ik moet dat…Read More -
1- Ik wil mijn auto naar de garage brengen.
2- De jongen moet de krant vaak bezorgen.
3- Zijn zusje gaat 2 dagen per week in een winkel werken.
4- Ik wil morgen een nieuwe TV kopen
5- Mijn broer kan in het park een rondje lopen
6- Mijn dochter wil chocoladekorrels bijna elke morgen eten
7- Hij moet bus 3 naar zijn werk nemen
8- Ik moet dat boek…Read More -
1. Ik wil mijn auto naar de garage brengen.
2. De jongen moet vaak de krant bezorgen.
3. Zijn zusje gaat 2 dagen per week in een winkel werken.
4. Ik wil morgen een nieuwe t.v. kopen.
5. Mijn broer kan een rondje in het park lopen.
6. Mijn dochter wil chocoladekorrels bijna elke morgen eten.
7. Hij moet bus 3 naar zijn werk nemen.
8. Ik moet dat…Read More -
1. Ik wil mijn auto naar de garage brengen.
2. De jongen moet de krant vaak bezorgen.
3. Zijn zusje gaat 2 dagen per week in een winkel werken.
4. Ik wil morgen een nieuwe t.v. kopen.
5. Mijn broer kan een rondje in het park lopen.
6. Mijn dochter wil chocoladekorrels bijna elke morgen eten.
7. Hij moet bus 3 naar zijn werk nemen.
8. Ik moet dat…Read More -
1. Ik wil mijn auto naar de garage brengen.
2. De jongen moet vaak de krant bezorgen.
3. Zijn zusje gaat 2 dagen per week in een winkel werken.
4. Ik wil morgen een nieuwe t.v. kopen.
5. Mijn broer kan in het park een rondje lopen.
6. Mijn dochter wil bijna elke morgen chocoladekorrels eten.
7. Hij moet bus 3 naar zijn werk nemen.
8. Ik moet dat…Read More -
1- Ik wil mijn auto naar de garage brengen.
2- De jongen moet vaak de krant bezorgen.
3- Zijn zusje gaat twee dagen per week in een winkel werken.
4- Ik wil morgen een nieuwe tv kopen.
5. Mijn broer kan een rondje in het park lopen.
6- Mijn dochter wil bijna elke morgen chocoladekorrels eten.
7- Hij moet bus 3 naar zijn werk nemen.
8- Ik moet dat…Read More -
1. Ik wil mijn auto naar de garage brengen.
2. De jongen moet de krant vaak bezorgen.
3. Zijn zujse gaat 2 dagen per week in een winkel werken.
4. Ik wil morgen een nieuwe t.v. kopen.
5. Mijn broer kan in het park een rondje lopen.
6. Mijn dochter wil bijna elke morgen chocoladekorrels eten.
7. Hij moet bus 3 naar zijn werk nemen.
8. Ik moet dat…Read More -
1. Ik wil mijn auto naar de garage brengen.
2. De jongen moet vaak de krant bezorgen.
3. Zijn zusje gaat 2 dagen per week in een winkel werken
4. Ik wil morgen een nieuwe t.v. kopen.
5. Mijn broer kan een rondje in het park kopen.
6. Mijn dochter wil chocoladekorrels bijna elke morgen eten.
7. Hij moet bus 3 naar zijn werk nemen.
8. Ik moet dat…Read More -
1. Ik wil mijn auto naar de garage brengen.
2. De jongen moet vaak de krant bezorgen.
3. Zijn zusje gaat 2 dagen per week in een winkel werken.
4. Ik wil morgen een nieuwe t.v. kopen.
5. Mijn broer kan een rondje in het park kopen.
6. Mijn dochter wil chocoladekorrels bijna elke morgen eten.
7. Hij moet bus 3 naar zijn werk nemen.
8. Ik moet dat…Read More -
1. Ik wil mijn auto naar de garage brengen
2. De jongen moet de krant vaak bezorgen
3. Zijn zusje gaat 2 dagen per week in een winkel werken
4. Ik wil morgen een nieuwe t.v. kopen
5. Mijn broer kan in het park een rondje lopen
6. Mijn dochter wil bijna elke morgen chocoladekorrels eten
7. Hij moet bus 3 naar zijn werk nemen
8. Ik moet dat boek…Read More -
1. Ik wil mijn auto naar de garage brengen.
2. De jongen moet de krant vaak bezorgen.
3. Zijn zusje gaat 2 dagen per week in een winkel werken.
4. Ik wil morgen een nieuwe t.v. kopen.
5. Mijn broer kan in het park een rondje lopen.
6. Mjin dochter wil bijna elke morgen chocoladekorrels eten.
7. Hij moet bus 3 naar zijn werk nemen.
8. Ik moet dat…Read More -
1. Ik wil mijn auto naar de garage brengen.
2. De jongen moet de krant vaak bezorgen.
3. Zijn zusje gaat 2 dagen per week in een winkel werken.
4. Ik wil morgen een nieuwe t.v. kopen.
5. Mijn broer kan in het park een rondje lopen.
6. Mijn dochter wil bijna elke morgen chocoladekorrels eten.
7. Hij moet bus 3 naar zijn werk nemen.
8. Ik moet dat…Read More -
1. Ik wil mijn auto naar de garage brengen.
2.De jongen moet de krant vaak bezorgen.
3.Zijn zusje gaat 2 dagen per week in een winkel werken.
4.Ik wil morgen een nieuwe t.v. kopen.
5.Mijn broer kan in het park een rondje lopen.
6.Mijn dochter wil bijna elke morgen chocoladekorrels eten.
7.Hij moet bus 3 naar zijn werk nemen.
8.Ik moet dat boek…Read More -
1. Ik wil mijn auto naar de garage brengen.
2. De jongen moet de krant vaak bezorgen.
3. Zijn zusje gaat 2 dagen per week in een winkel werken.
4. Ik wil morgen een nieuwe t.v. kopen.
5. Mijn broer kan een rondje in het park lopen.
6. Mijn dochter wil chocoladekorrels bijna elke morgen eten.
7. Hij moet bus 3 naar zijn werk nemen.
8. Ik moet dat…Read More -
1. Ik wil mijn auto naar de garage brengen.
2. De jongen moet de krant vaak bezorgen.
3. Zijn zusje gaat 2 dagen per week in een winkel werken.
4. Ik wil morgen een nieuwe t.v. kopen.
5. Mijn broer kan in het park een rondje lopen.
6. Mjin dochter wil bijna elke morgen chocoladekorrels eten.
7. Hij moet bus 3 naar zijn werk nemen.
8. Ik moet dat…Read More -
1. Ik wil mijn auto naar de garage brengen.
2. De jongen moet de krant vaak bezorgen.
3. Zijn zujse gaat 2 dagen per week in een winkel werken.
4. Ik wil morgen een nieuwe t.v. kopen.
5. Mijn broer kan in het park een rondje lopen.
6. Mijn dochter wil bijna elke morgen chocoladekorrels eten.
7. Hij moet bus 3 naar zijn werk nemen.
8. Ik moet dat…Read More -
1. Ik wil mijn auto naar de garage brengen.
2. De jongen moet vaak de krant bezorgen.
3. Zijn zusje gaat 2 dagen per week in een winkel werken.
4. Ik wil morgen een nieuwe tv kopen.
5. Mijn broer kan een rondje in het park lopen.
6. Mijn dochter wil bijna elke morgen chocoladekorrels eten.
7. Hij moet bus 3 naar zijn werk nemen.
8. Ik moet dat…Read More -
1. brengen – mijn auto – willen – ik – naar de garage
Ik wil mijn auto naar de garage brengen.
—
2. bezorgen – de jongen – moeten – de krant – vaak
De jongen moet de krant vaak bezorgen.
—
3. werken – in een winkel – 2 dagen per week – zijn zusje – gaan
Zijn zusje gaat 2 dagen per week in een winkel werken.
—
4. kopen – morgen – ik – een nieuwe t.…Read More -
1. brengen – mijn auto – willen – ik – naar de garage
⮕ Ik wil mijn auto naar de garage brengen.
2. bezorgen – de jongen – moeten – de krant – vaak
⮕ De jongen moet de krant vaak bezorgen.
3. werken – in een winkel – 2 dagen per week – zijn zusje – gaan
⮕ Zijn zusje gaat twee dagen per week in een winkel werken.
4. kopen – morgen – ik…Read More -
1. Ik wil mijn auto naar de garage brengen.
2. De jongen moet de krant vaak bezorgen.
3. Zijn zusje gaat 2 dagen per week in een winkel werken.
4. Ik wil morgen een nieuwe t.v. kopen.
5. Mijn broer kan in het park een rondje lopen.
6. Mijn dochter wil bijna elke morgen chocoladekorrels eten.
7. Hij moet bus 3 naar zijn werk nemen.
8. Ik moet dat…Read More -
1) Ik wil mijn auto naar de garage brengen
2) De jongen moet de krant vaak bezorgen
3) Zijn zusje gaat 2 dagen per week in een winkel werken
4) Ik wil moergen een nieuwe t.v. kopen
5) Mijn broer kan een rondje in het park lopen
6) Mijn dochter wil bijna elke morgen chocoladekorrels eten
7) Hij Hij moet bus 3 naar zijn werk nemen
8) Ik moet dat…Read More -
1. Ik will mijn auto naar de garage brengen
2. De jongen moet de kraant vaak bezorgen
3. Zijn zusje gaat 2 dagen per week in een winkel werken
4. Ik will morgen een nieuwe tv kopen.
5. Mijn broer kan een rondje in het park lopen
6. Mijn dochter wil bijna elke morgen chocoladekorrels eten
7. Hij moet bus 3 naar zijn werk nemen
8. Ik moet dat boek…Read More -
1. Ik wil mijn auto naar de garage brengen.
2. De jongen moet de krant vaak bezorgen.
3. Zijn zusje gaat 2 dagen per week in een winkel werken.
4. Ik wil morgen een nieuwe tv kopen.
5. Mijn broer kan in het park een rondje lopen.
6. Mijn dochter wil bijna elke morgen chocoladekorrels eten.
7. Hij moet bus 3 naar zijn werk nemen.
8. Ik moet dat…Read More -
1. Ik wil mijn auto naar de garage brengen.
2. De jongen moet de krant vaak bezorgen.
3. Zijn zusje gaat 2 dagen per week in een winkel werken.
4. Ik wil morgen een nieuwe t.v. kopen.
5. Mijn broer kan een rondje in het park lopen.
6. Mijn dochter wil bijna elke morgen chocoladekorrels eten.
7. Hij moet bus 3 naar zijn werk nemen.
8. Ik moet dat…Read More -
1. Ik wil mijn auto naar de garage brengen.
2. De jongen moet de krank vaak bezorgen.
3. Zijn zusje gaat 2 dagen per week in een winkel werken.
4. Ik wil morgen een nieuwe tv kopen.
5. Mijn broer kan een rondje in het park lopen.
6. Mijn dochter wil bijna elke morgen chocoladekorrels eten.
7. Hij moet bus 3 naar zijn werk nemen.
8. Ik moet dat…Read More -
1. brengen – mijn auto – willen – ik – naar de garage
Ik wil mijn auto naar de garage brengen.
2. bezorgen – de jongen – moeten – de krant – vaak
De jongen moet vaak de krant bezorgen.
3. werken – in een winkel – 2 dagen per week – zijn zusje – gaan
Zijn zusje gaat 2 dagen per week in een winkel werken.
4. kopen – morgen – ik – een nieuwe t.v. –…Read More -
1. Ik wil mijn auto naar de garage brengen.
2. De jongen moet de krant vaak bezorgen.
3. Zijn zusje gaat 2 dagen per week in een winkel werken.
4. Ik wil morgen een nieuwe t.v. kopen.
5. Mijn broer kan in het park een rondje lopen.
6. Mijn dochter wil bijna elke morgen chocoladekorrels eten.
7. Hij moet bus 3 naar zijn werk nemen.
8. Ik moet dat…Read More -
1. Ik wil mijn auto naar de garage brengen.
2. De jongen moet de krant vaak bezorgen.
3. Zijn zusje gaat 2 dagen per week in een winkel werken.
4. Ik wil morgen een nieuwe tv kopen.
5. Mijn broer kan in het park een rondje lopen.
6. Mijn dochter wil bijna elke morgen chocoladekorrels eten.
7. Hij moet bus 3 naar zijn werk nemen.
8. Ik moet dat…Read More -
1. brengen – mijn auto – willen – ik – naar de garage
Ik wil mijn auto naar de garage brengen.
2. bezorgen – de jongen – moeten – de krant – vaak
De jongen moet de krant vaak bezorgen.
3. werken – in een winkel – 2 dagen per week – zijn zusje – gaan
Zijn zusje gaat 2 dagen per week in een winkel werken.
4. kopen – morgen – ik – een nieuwe t.v. –…Read More -
1. brengen – mijn auto – willen – ik – naar de garage
ik wil mijn auto naar de garage brengen.
2. bezorgen – de jongen – moeten – de krant – vaak
De jongen moet de krant vaak bezorgen.
3. werken – in een winkel – 2 dagen per week – zijn zusje – gaan
Zijn zusje gaat in een winkel 2 dagen per week werken.
4. kopen – morgen – ik – een nieuwe t.v. –…Read More -
1. brengen – mijn auto – willen – ik – naar de garage
1. Ik wil mijn auto naar de garage brengen2. bezorgen – de jongen – moeten – de krant – vaak
2. De jongen moet de krant vaak bezorgen3. werken – in een winkel – 2 dagen per week – zijn zusje – gaan
3.Zijn zusje gaat 2 dagen per week in een winkel werken4. kopen – morgen – ik – een nieuwe…Read More
- Load More Posts

1. Ik wil mijn auto naar de garage brengen.
2. De jongen moet de krant vaak bezorgen.
3. Zijn zusje gaat 2 dagen per week in een winkel werken.
4. Ik wil morgen een nieuwe t.v. kopen.
5. Mijn broer kan in het park een rondje lopen.
6. Mijn dochter wil bijna elke morgen chocoladekorrels eten.
7. Hij moet bus 3 naar zijn werk nemen.
8. Ik moet dat…Read More