Dutch Course Eindhoven A1 Homework Answers Group

  • Public Group
  • 1 day, 14 hours ago
  • 105

    Posts

  • 184

    Members

  • Boek. Pagina 103👍
    Opdracht 9
    Plaats jouw antwoorden hieronder:

    111 Comments
    • 1..voor het middageten/de lunch..
      2..dit brood na het werk..
      6..voor de vakantie wassen (reinigen)
      (9….doen)
      10..tijdens werkuren..

    • 3..tussen 3 en 5
      4. kan
      10. ?

    • 3..over twee dagen kijken > ?

    • 1. Zij mogen de kleren op zaterdag kopen.
      2. Wij willen vanavond de maaltijd meenemen.
      3. Hij wil dit raam vandaag schoonmaken.
      4. Sarah mag de computer om 7 uur gebruiken.
      5. Dana kan de boodschappen om 8 uur doen.
      6. Ik kan het boek op maandag retourneren.
      7. Peter wil de fiets morgen berijden.
      8. Hij kan het huiswerk vanavond maken.
      9. De…Read More

    • 1. Ik wil mijn ouders in het weekend bezoeken.
      2. Hij kan dat feest vanavond bijwonen.
      3. Wij mogen de melk morgen drinken.
      4. Zij zal het boek vanavond lezen.
      5. Jij moet jouw les tijdens jouw vrije tijd leren.
      6. Ik kan de auto vannacht rijden.
      7. Jullie moeten jouw ontbijt vanmorgen koken.
      8. Hij zal zijn huiswerk na de les maken.
      9. Zij mag de…Read More

    • 1. Ik wil jouw vegetarisch dieet in deze maand beginnen. 

      2. Maria moet ons boodschappen nu doen.

      3. Ik wil ons nieuw project tijdens de koffiepauze presenteren. 

      4. Jij mag jouw verhaal na werk vertellen. 

      5. Jullie moeten jullie cash in oktober opnemen. 

      6. Lisa en Tom kunnen hun appartement na vakantie huren. 

      7. Hij kan jouw vogels om m…Read More

    • 1. Ik wil jouw oma vanavond bellen.
      2. Jij kunt de antwoorden over twee dag geven.
      3. Isabel moet de lasagne tijdens de dinertijd eten.
      4. Jullie kunnen het water tijdens de les drinken.
      5. Wij willen het klaslokaal voor de volgende les verlaten.
      6. Hij kan de boom tot eind deze maand kappen.
      7. Mijn vader mag het huiswerk na zijn werk helpen.
      8.…Read More

    • 1. Ik zal mijn huiswerk vandaag afmaken
      2. Wij blijven ons huiswerk elke dag maken
      3. Hij gaat het schaaktoernooi op zaterdag bekijken
      4. Hij zal zijn fiets over twee dagen ophalen
      5. Wij zullen onze vakantie deze week plannen
      6. Hij moet zijn projecten over twee weken presenteren
      7. Zij wil haar vriend morgen kennen
      8. Zij gaan haar medicijn…Read More

    • 1. Anna wil mijn huis morgen bezoeken.
      2. Mijn broer kan zijn gitaar elke dag spelen.
      3. Ik moet mijn hond vanavond wassen.
      4. Je mag deze tas nu gebruiken.
      5. Wij willen de kaartjes volgende week kopen.
      6. Ik wil mijn huiswerk over 3 dagen afwerken.
      7. Zij moeten de email op maandag versturen.
      8. Hij wil zijn schoenen morgen poetsen.
      9. Wij…Read More

    • 1. Zij mag haar berichten na de les zien.
      2. Jij moet jouw rekening binnen 2 dagen betalen.
      3. Jij kunt met je auto vanaf morgen rijden.
      4. Ik moet mijn telefoon tijdens de vlucht uitschakelen.
      5. Ik moet morgen mijn laatste dienst afmaken.
      6. Hij zal zijn favoriete gerecht morgenavond maken.
      7. Wij kunnen de witte auto over 1 maand verkopen.
      8.…Read More

    • 1. Ik wil mijn boek morgen lezen.
      2. Hij kan de film in de avond kijken.
      3. Wij kunnen het diner op 7 december hebben.
      4. Ik moet die boodschappen binnen 2 uur kopen.
      5. Hij wil de koffie na 20.00 uur drinken.
      6. Wij willen het spel vanaf 20.00 uur spelen.
      7. Ik wil het audioboek voor 20.00 uur horen.
      8. Jij kunt de muziek vanmorgen luisteren.
      9.…Read More

    • 1. Jij moet mijn fiets op dinsdag repareren.
      2. Jullie moeten jouw huiswerk tot maandag maken.
      3. Wij kunnen de bioscoop om 20 uur kijken.
      4. Ik kan jouw auto vandaag hebben.
      5. Hij moet zijn pak op zaterdag dragen.
      6. Zij willen naar zijn nieuw huis volgende week verhuizen.
      7. Wij willen deze schoenen vandaag weggooien.
      8. Ik wil deze trein in de…Read More

    • 1. Ik kan de auto vanavond huren.
      2. Je wilt deze marathon ‘s ochtends lopen.
      3. Hij wil onze foto bij zonsondergang maken.
      4. Zij wil deze handschoenen deze winter kopen.
      5. De katten willen hun maaltijd over het een uur eten.
      6. Wij kunnen de tenniswedstrijd rond 6 uur spelen.
      7. Jullie mogen ons boek vanavond lenen.
      8. Ze willen het witte p…Read More

    • 1. Ik mag het avondeten om 6 uur maken.
      2. Jij moet de boodschappen na 6 uur doen.
      3. U kunt de laptops tijdens de lunch vergelijken.
      4. Hij wil de bank volgende week vervangen.
      5. Zij kan haar vrienden in het weekend afspreken.
      6. Wij moeten de ambulance nu roepen.
      7. Zij willen de operatie morgen uitvoeren.
      8. Jullie mogen de baas 10 minuten…Read More

    • 1. Ik moet dit project morgen afmaken.
      2. Jij wilt jouw hond vanavond wassen.
      3. U wilt uw auto voor de vakantie repareren.
      4. Hij mag zijn vrienden na het werk ontmoeten.
      5. Zij wil deze lekkere pasta in het weekend maken.
      6. Wij kunnen die stoelen om 3 uur verplaatsen.
      7. Jullie mogen de bloemen nu tekenen.
      8. Zij moeten de badkamer morgen…Read More

    • 1.Ik wil het toetje in het café vanavond eten.
      2.Jij wilt de film in de trein morgen kijken.
      3.Hij wil zijn boek in zijn huis vanochtend lezen.
      4.Zij wil haar vriend in de supermarkt op zaterdag zien.
      5.Wij willen onze hond in de tuin in het weekend zien.
      6.Jullie willen het broodje in het vliegtuig overmorgen eten.
      7.Zij willen het spel op…Read More

      • First time then place >> try to rewrite

        • Dank je wel.
          1.Ik wil het toetje vanavond in het café eten.
          2.Jij wilt de film morgen in de trein kijken.
          3.Hij wil zijn boek vanochtend in zijn huis lezen.
          4.Zij wil haar vriend op zaterdag in de supermarkt zien.
          5.Wij willen onze hond in het weekend in de tuin zien.
          6.Jullie willen het broodje overmorgen in het vliegtuig eten.
          7.Zij willen het…Read More

    • Recept I
      1. Ik moet het huis tot morgen schoonmaken.
      2. Hij moet het cadeau voor zijn vriend volgende week kopen.
      3. Zij kunnen deze auto in augustus verkopen.
      4. Jij wilt onze collega om 9:00 uur zien.
      5. Zij mag dat boek morgen kopen.
      6. Hij kan zijn thee om 3 uur drinken.
      7. Zij wil deze film ‘s nachts kijken.
      8. Zij moeten hun rekeningen v…Read More

    • 1. Ik moet mijn auto over 2 uur rijden.
      2. U kunt uw boek tot 12.00 uur lezen.
      3. Je wilt mijn kat dit weekend adopteren.
      4. Hij mag mijn pen tot 3 uur lenen.
      5. Ze mag in deze concertzaal tot 8 uur zingen.
      6. Wij moeten in deze kamer vanaf 4 uur wachten.
      7. Jullie kunnen binnen het klaslokaal om 6 uur betreden.
      8. Ze willen de tafel nu kopen.
      9.…Read More

    • 1. Ik wil de appel vanavond eten.
      2. Jij moet het boek morgen lezen.
      3. Wij gaan de auto om 3 uur repareren.
      4. Zij wil de jas vanavond dragen.
      5. Hij gaat de kamer morgen schoonmaken.
      6. Jullie moeten de presentatie vanavond voorbereiden.
      7. Ik wil het boek om 10 uur lezen.
      8. Jij kunt de krant morgen lezen.
      9. Hij wil zijn fiets vanavond…Read More

    • 1. Ik wil de film vanavond kijken.
      2. Zij wil het boek vanavond lezen.
      3. Hij wil dit fruit vanavond eten.
      4. Mark wil deze pen morgen kopen.
      5. Wij willen deze huis in een maand kopen.
      6. Ik wil mijn collega’s in het weekend zien.
      7. Hij wil zijn zus volgende maand zien.
      8. Ik zal mijn huiswerk morgen maken.
      9. Ik wil deze broek vandaag k…Read More

    • 1. Ik wil het brood morgen kopen.
      2. Hij wil zijn nieuwe baan over een paar weken zoeken.
      3. Hij mag zijn vriend om 3 uur bezoeken.
      4. Ze wil de bloemen volgende week planten.
      5. Hij wil zijn taart om 4 uur ophalen.
      6. Jij moet jouw medicijn op vrijdag kopen.
      7. Wij moeten de jas in het weekend kopen.
      8. Ik wil de film over twee weken kijken.
      9.…Read More

    • 1. Ik wil dit maaltijd elke dag eten.
      2. Hij moet de tablet elke dag nemen.
      3. Zij moet het huiswerk vandaag doen.
      4. Je moet de auto vanavond stelen.
      5. Ik mag de auto in de lente kopen.
      6. Wij mogen op de vakantie in de zomer gaan.
      7. Jullie moeten de marathon in het weekend renen.
      8. Ik wil de Italiaan gerecht vanavond keuken.
      9. U moet het…Read More

    • 1. Ik zal mijn collega om 12 uur helpen.
      2. Zij moet de trein vanavond genomen.
      3. Wij moeten het huis vandaag schoonmaken.
      4. Hij wil Annabelle morgenavond zien.
      5. Jullie zullen onze familie in de volgende week bezoeken.
      6. Zij wil het rode boek nu bestellen.
      7. Zij willen het eten later eten.
      8. Wij moeten de kinderen morgen filmen.
      9. Hij mag…Read More

    • 1. Ik wil deze sinaasappel morgenochtend eten.
      2. Ik moet deze auto vanmiddag opladen.
      3. Jij kunt deze fiets morgenmiddag kopen.
      4. Zij wil dat huis volgende week schilderen.
      5. Zij moet deze vraag vanavond beantwoorden.
      6. Ik kan om het jaar een maaltijd betalen.
      7. Zij moeten deze schoenen morgen dragen.
      8. Hij wil deze cursus elke dag…Read More

    • 1.Zij wil jouw gerecht vanavond proberen.
      2. Wij willen het werk tot morgen afmaken
      3. Zij moet haar kamer voor 7 uur schoonmaken.
      4. Wij moeten het feest morgen organiseren.
      5. Hij mag het boek tot laat lezen.
      6. Jij mag jouw vriend na de lunch zien
      7. Zij kan het gedicht elke dag schrijven.
      8. Wij kunnen de paarden elke week rijden
      9. U wilt de…Read More

    • 1. Ik kan met de hond morgenochtend wandelen.
      2. Jij moet het pak op zaterdag kopen.
      3. U kunt mijn auto in het weekend rijden.
      4. Hij mag dit boek na de les lezen.
      5. Zij wil dat huis sinds vorig jaar kopen.
      6. Wij moeten de schoenen voor de bruiloft schoonmaken.
      7. Jullie kunnen met mijn zoon morgen spelen.
      8. Jij wilt de koffie om 8:00 uur…Read More

    • 1. Ik wil mijn moeder morgen bezoeken
      2. Je kunt jouw vriend op zaterdag helpen
      3. Hij gaat zijn zus op donderdag zien
      4. Wij willen onze leraren de middags bellen
      5. Zij kunnen hun oma in het weekend begeleiden
      6. Jullie willen het kind op vrijdag uitnodigen
      7. Zij wil haar vrienden avonds ontmoeten
      8. Ik kan mijn baas morgenochtend vragen
      9.…Read More

    • 1. Ik wil deze appel morgenochtend eten.
      2. Hij wil op deze Nintendo Switch morgen spelen.
      3. Zij moet deze pasta vanavond eten.
      4. Jullie kunnen deze boeken in het weekend lezen.
      5. Wij willen deze auto volgende week huren.
      6. Hij kan deze burgers vanavond bestellen.
      7. Je wilt deze pizza om zes uur ophalen.
      8. Hij wil dit mooie meisje om 8 uur…Read More

    • 1. Ik wil het boek vanavond lezen.
      2. Jij moet de e-mail morgenochtend sturen.
      3. Hij kan de fiets op zaterdag repareren.
      4. Wij mogen de film vanmiddag kijken.
      5. Zij willen de kamer morgen schoonmaken.
      6. Jullie moeten het huis op zondag opruimen.
      7. Ik kan de krant elke ochtend lezen.
      8. Zij mogen de hond in de middag uitlaten.
      9. Je wilt het…Read More

    • 1. Ik wil mijn boek morgen lezen.
      2. Hij wil dit spel vanavond spelen.
      3. Zij moet deze boeken morgen schrijven.
      4. Ik wil deze sport vanavond doen.
      5. Jullie mogen deze auto morgen rijden.
      6. Zij kan het boek vanavond leren.
      7. Hij wil dit recept vanavond maken.
      8. Jij wilt deze les morgen leren.
      9. Ik wil mijn stoel morgen huren.…Read More

    • 1. Ik kan dit boek deze week uitlezen
      2. Hij moet mijn auto over 2 dagen brengen
      3. Zij mag deze jurk binnen 3 dagen ontvagen
      4. Jij kan deze plant morgen water geven
      5. Hij wil het boek deze maand uitlezen
      6. Zij wil die muur op Zaterdag schilderen
      7. Zij kunnen hun kinderen vanavond meenemen
      8. Jullie moet dit vrucht morgen eten
      9. Jij kan deze…Read More

    • 1. Ik wil mijn jas morgen dragen.
      2. Jij moet de hond vanavond uitlaten.
      3. Zij kan onze collega vandaag spreken.
      4. Wij mogen de film nu kijken.
      5. Hij wil deze brief overmorgen versturen.
      6. Jullie kunnen mijn moeder zaterdag bezoeken.
      7. Ik moet de laptop straks gebruiken.
      8. Zij mogen de studenten volgende week ontmoeten.
      9. Hij kan de…Read More

    • 1. Ik zal mijn opa volgende maand zien.
      2. Hij moet de afspraak vanavond maken.
      3. Zij mag de chocolade morgen eten.
      4. Jullie kunnen het huiswerk volgende week afmaken.
      5. Ik wil mijn collega’s morgen zien.
      6. Wij kunnen naar de radio om 3 uur luisteren.
      7. Zij moeten het boek vandaag lezen.
      8. Ik moet deze e-mail vandaag reageren.
      9. Je moet j…Read More

    • 1. Wij kunnen deze pizza vanavond eten.
      2. Ik wil die film morgen kijken.
      3. Jij moet deze jas om 5 uur naaien.
      4. Zij wil dat boek vanavond lezen.
      5. Hij wil dat recept vandaag koken
      6. Zij moeten deze kamer nu schoonmaken.
      7. Zij kunnen die bus om 8 uur nemen.
      8. Wij mogen deze video game later spelen.
      9. Ik kan deze schoenen morgen kopen.
      10.…Read More

    • 1. Ik ga deze pizza morgen bakken.
      2. Wij willen mijn nagels vanavond lakken.
      3. Ik wil mijn lunch morgen meenemen.
      4. Ik wil in dat restaurant vanavond eten.
      5. Ik wil mijn huiswerk morgenochtend maken.
      6. Wij willen dat brood vandaag kopen.
      7. Ik ga deze film vanavond kijken.
      8. Wij mogen onze koffie morgenochtend onze koffie zetten.
      9. Ik moet…Read More

    • 1. Ik wil mijn auto op maandag verkopen.
      2. Jij wilt de brief morgen schrijven.
      3. De kinderen willen met de bal ‘s avonds spelen.
      4. De moeder wil het avondeten om 6 uur koken.
      5. De jongens willen de biertjes op vrijdag om 8 uur drinken.
      6. De meisjes willen de appels tijdens de pauze eten.
      7. Hij wil de katten morgen thuis zien.
      8. Zij wil het…Read More

    • 1. Zij mogen de kleren op zaterdag kopen.
      2. Wij willen de maaltijd vanavond menemen.
      3. Hij wilt dit raam vandaag schoonmaken.
      4. Sarah mag de computer om 7 uur gerbuiken.
      5. Dana kan de boodschappen om 8 uur doen.
      6. Ik kan het boek op mandaag retouneren.
      7. Peter wilt de fiets morgen berijden.
      8. Hij kan de huiswerk vanavond maken.
      9. De…Read More

    • 1. Ik wil deze film om 5:00 zien.
      2. Je moet het fruit voor dinsdag kopen.
      3. Hij kan zijn appels vanmorgen verkopen
      4. Zij mag de Nederlandse taal om de week spreken.
      5. Wij zullen jullie huis vanaf 2025 huren.
      6. Jullie gaan de e-mail morgen schrijven.
      7. Zij willen mijn boek over 1 uur lezen.
      8. Viktor moet de stem binnen 1 uur horen.
      9. Issak…Read More

    • 1. Ik wil dit fruit vanavond eten.
      2. Ik wil morgen deze film kijken.
      3. Ze wil dat boek morgenochtend lezen.
      4. Ik ga morgen op deze fiets rijden.
      5. Ik wil mijn ouders volgende week zien.
      6. Ik wil dit T-shirt morgenochtend kopen.
      7. Ze willen morgen die taart bakken.
      8. Hij wil deze auto vanavond verkopen.
      9. Ik wil morgenmiddag de kleren…Read More

    • 1. Zij willen hun auto morgen wassen.
      2. Ik wil deze brieven ‘s avonds versturen.
      3. Jij kunt deze stoel nu gebruiken.
      4. Ik mag mijn kamer vanavond schoonmaken.
      5. Hij mag deze appel morgenochtend eten.
      6. Jij kunt de keuken vanavond schoonmaken.
      7. Ik mag mijn jas vanavond dragen.
      8. Zij wil haar keuken vanavond schoonmaken.
      9. Jij kunt deze a…Read More

    • 1. Ik wil de afspraak in Januari maken.
      2. Zij kan haar taart morgen bakken.
      3. Ik kan deze film vanavond kijken.
      4. Jullie willen deze foto overmorgen maken.
      5. Wij moeten de rekening volgende week openen.
      6. Ik kan dit boek morgen lezen.
      7. Ik moet mijn e-mail op dinstag schrijven.
      8. Zij willen deze bloem in de lente planten.
      9. Jij kan de…Read More

    • 1. Ik wil jouw ontbijt elke ochtend eten.
      2. Jij moet jouw fiets morgen hebben.
      3. Hij kan deze grote maaltijd ‘s avonds eten.
      4. Zij mag deze jas morgen dragen.
      5. U wilt mijn afspraak volgende week maken.
      6. Wij moeten dit huiswerk vanavond maken.
      7. Jullie moeten jouw cadeau morgen kopen.
      8. Zij kunnen deze tv-serie om 3 uur kijken.
      9. Ik wil…Read More

    • 1. Ik wil deze taart vanavond eten.
      2. Ik wil deze film morgen kijken.
      3. Hij moet zijn huiswerk vandaag afmaken.
      4. Wij kunnen haar schoenen morgenochtend dragen.
      5. Zij moet mijn kamer vanavond verven.
      6. Wij kunnen mijn eten vanmiddag koken.
      7. Jij mag deze jurk morgen kopen.
      8. Ik wil morgen vroeg het bed repareren.
      9. Zij moeten deze foto…Read More

    • 1. Hij kan dit ontbijt morgen eten.
      2. Zij wil me om 3 uur bellen.
      3. Zij willen het Italiaanse boek vanavond lezen.
      4. Hij kan zijn huiswerk vandaag rond 19:00 maken.
      5 Wij moeten de lessen op maandag en woensdag hebben.
      6. Ik moet dit probleem nu oplossen.
      7. Hij moet zijn vriend om 17:00 zien.
      8. Ik moet de Nederlandse taal binnen 2 jaar…Read More

    • 1. Ik wil mijn lunch elke middag eten.
      2. Jij moet je tas morgen meenemen.
      3. Hij kan deze film vanavond kijken.
      4. Zij mag haar jurk volgende week dragen.
      5. U wilt deze afspraak morgen bevestigen.
      6. Wij moeten onze kamer vandaag schoonmaken.
      7. Jullie kunnen dit spel samen spelen.
      8. Zij willen hun hond elke ochtend uitlaten.
      9. Ik mag…Read More

    • 1. Ik moet mijn huiswerk vanavond maken.
      2. Ik wil mijn vriendin morgen zien.
      3. Hij zal zijn vader rond 10 uur ontmoeten.
      4. Jullie moeten dat artikel morgen leren.
      5. Ik moet dat boek morgen weggeven.
      6. Ik moet deze zinnen vanavond schrijven.
      7. Jij moet mijn egel morgen voeren.
      8. U zult de tijd morgen veranderen.
      9. Ik moet het afval om 9…Read More

    • 1. Ik wil mijn ontbijt om 8 uur eten.
      2. Je kunt deze boeken op maandag lezen.
      3. Hij moet de auto morgenochtend repareren.
      4. We kunnen deze oefening voor de les doen.
      5. Zij kunnen dit project na school bespreken.
      6. Je wil die documenten over een uur bekijken.
      7. Jij mag de vergadering rond 11 uur bijwonen.
      8. Je kunt deze brief rond 10 uur…Read More

    • 1. Jij wilt mijn appel morgen eten.

      2. Hij moet deze appels vanavond eten.

      3. Wij kunnen onze collega straks zien.

      4. Zij mag deze collega’s morgen zien.

      5. Jullie willen Anna vandaag helpen.

      6. Ik kan deze jas morgen passen.

      7. Zij moeten mijn boeken vanmiddag lezen.

      8. Hij mag onze hond vanavond uitlaten.

      8. Wij willen dit boek morgen k…Read More

    • 1. Zij wil haar ouders vanavond zien.
      2. Ik wil de auto morgen wassen.
      3. Wij willen ons huis dit weekend schoonmaken.
      4. Jullie moeten de kamer nu opruimen.
      5. Wij kunnen de film vanavond kijken.
      6. Zij kan het boek morgen lezen.
      7. Ik mag de muziek vanavond luisteren.
      8. Zij kunnen het project vandaag starten.
      9. Jij wilt de muur morgen…Read More

    • 1. Ik wil de appel vanavond eten.

      2. Ik wil mijn appels morgen eten.

      3. Ik wil de collega straks zien.

      4. Ik wil onze collega’s morgenavond zien.

      5. Ik wil de pizza vandaag eten.

      6. Ik wil mijn laptop vanmiddag gebruiken.

      7. Ik wil de auto morgen wassen.

      8. Ik wil dit boek vanavond lezen.

      9. Ik wil de kat straks zien.

      10. Ik wil mijn j…Read More

    • 1. Ik wil deze collega vanavond zien.
      2. Jij moet mijn rapport morgen afmaken.
      3. Zij kan die afspraak later plannen.
      4. Wij willen onze presentatie vandaag oefenen.
      5. Ik ga deze taak straks doen.
      6. Jij kunt mijn laptop morgen gebruiken.
      7. Hij wil dat document om 12 uur ondertekenen.
      8. Wij moeten deze e-mail vandaag versturen.
      9. Jij mag onze…Read More

    • 1. Jij wilt deze appel vanavond eten.
      2. Hij kan mijn boeken morgen lezen.
      3. Wij moeten onze collega’s vandaag zien.
      4. Zij wil mijn documenten straks bekijken.
      5. Jullie kunnen die kinderen vanmiddag helpen.
      6. Mijn moeder wil de auto morgen wassen.
      7. Anna kan haar jas vandaag passen.
      8. Deze man moet de fiets morgen repareren.
      9. Onze leraar w…Read More

    • 1. Ik wil mijn brood om 8 uur eten.
      2. Jij kunt het boek vanmiddag lezen.
      3. Hij moet deze auto morgen wassen.
      4. We kunnen de tafel over een uur dekken.
      5. Zij kunnen het huis na school schoonmaken.
      6. Jij wilt jouw brief vandaag sturen.
      7. Hij mag de film rond 7 uur kijken.
      8. Ik kan mijn jas vanmorgen aantrekken.
      9. Zij moet deze planten…Read More

    • 1. Ik wil deze koffie ‘s ochtends drinken.
      2. Hij moet deze pasta vanavond maken.
      3. Zij kan deze film vannacht kijken.
      4. Wij mogen onze boodschappen overmorgen doen.
      5. Ik mag onze kamers in het weekend schoonmaken.
      6. Jij wilt dit boek om 16:00 uur lezen.
      7. Jullie kunnen het ontbijt morgen maken.
      8. Ik wil mijn vriend om 17:00 uur bellen.
      9. W…Read More

    • 1.Ik wil het pizza vanavond eten.
      2.Jij moet de taal 2 dagen per week leren.
      3.Hij kan de tafel elke dag vinden.
      4.Zij wil de muziek morgen luisteren.
      5.Jullie kunnen de dieren vandaag helpen.
      6.Wij moeten de les vanavond leren.
      7.Ik maghet kopje koffie morgen drinken.
      8.Jij wil het boek dit weekend lezen.
      9.Wij kunnen de maaltjid elke dag…Read More

    • 1. Ik moet mijn rugzak morgen dragen.
      2. Jij kunt mijn jas vanavond lenen.
      3. Zij wil haar ouders morgen bezoeken,
      4. Wij moeten onze fietsen vandaag rijden.
      5. Zij willen een film vanavond kijken.
      6 Hij kan morgen een ijsje eten.
      7. Ik mag een vakantie deze maand nemen.
      8. Zij kunnen nieuwe schoenen deze week kopen.
      9. Hij kan mijn haar morgen…Read More

    • 1. Ik kan de appel morgen eten.
      2. Ik mag mijn boeken vandaag lezen.
      3. Ik moet deze collega straks bellen.
      4. Ik zal onze collega’s vanmiddag ontmoeten.
      5. Ik kan Anna morgenavond zien.
      6. Ik mag mijn auto vandaag wassen.
      7. Ik moet deze film vanavond kijken.
      8. Ik zal onze hond straks uitlaten.
      9. Ik kan mijn idee morgen bespreken.
      10. Ik mag d…Read More

    • 1. Zij willen hun auto morgen wassen.
      2. Ik wil deze brieven ‘s avonds versturen.
      3. Jij kunt deze stoel nu gebruiken.
      4. Ik mag mijn kamer vanavond schoonmaken.
      5. Hij mag deze appel morgenochtend eten.
      6. Jij kunt de keuken vanavond schoonmaken.
      7. Ik mag mijn jas vanavond dragen.
      8. Zij wil haar keuken vanavond schoonmaken.
      9. Jij kunt deze a…Read More

    • 1. Ik moet mijn tekst zo snel mogelijk markeren.
      2. Je kunt dit team vanaf nu leiden.
      3. Jij mag tegen jouw kinderen nooit liegen.
      4. U kunt de mensen volgende week ontmoeten.
      5. Hij wil dit appartement voor een lange periode huren.
      6. Zij kan haar haar elke ochtend borstelen.
      7. We mogen de wet zelden breken.
      8. Jullie moeten het hek in de loop…Read More

    • 1. Je mag deze snoepjes naar de lunch eten.
      2. Ik moet mijn sollicitatiegesprek deze week doen.
      3. Hij wil zijn cadeau nu ontvangen.
      4. Zij kan haar piano ‘s avonds spelen.
      5. Wij moeten ons aanbod op 20 januari 2026 indienen.
      6. Hij moet zijn nieuwe collega vandaag voorstellen.
      7. Je kunt je kleding na de opera pakken.
      8. Zij wil haar kunstwerk v…Read More

    • 1- Ik zal de maaltijd vanavond eten.
      2- Ik zal het paard morgen rijden.
      3- Wij moet het boek voor volgende week lezen.
      4- Zij mogen de sneeuwpop tijdens hun pauze doen.
      5- Ik kan met mijn lichaam over deze zomer duiken.
      6- Ik wil mijn vriend in Juni zien.
      7- Ze wil deze auto volgende maand kopen.
      8- Hij moet zijn huiswerk voor volgende les…Read More

    • 1- Jullie kunnen jullie afspraak morgen maken.
      2- Zij mag de toespraak na de les houden.
      3- Hij wil zijn lunch om 12 uur eten.
      4- Zij mogen hun tassen morgen meenemen.
      5- U mag uw telefoon tijdens het concert gebruiken.
      6- Zij wil haar vriend morgen bezoeken.
      7- Wij willen de jurk volgende week kopen.
      8- Zij kunnen hun avondeten nu eten.
      9- Ik wil…Read More

    • 1. Ik wil deze pasta vanavond maken.
      2. Ik kan deze honden vandaag redden.
      3. Ik moet mijn fiets vanavond repareren.
      4. Ik mag mijn vrienden op dinsdag uitnodigen.
      5. Hij kan zijn foto na maandag wissen.
      6. Zij kan haar bloemen morgen verkopen.
      7. Wij moeten ons verhaal vandaag uitleggen.
      8. Zij moeten deze borden na het eten wassen.
      9. Jullie…Read More

    • 1- Ik wil mijn jas vanavond ophangen.
      2- Jij kan deze boodschappen morgenochtend uitpakken.
      3- Hij moet mijn schoenen over een uur poetsen.
      4- Zij mag deze planten vanmiddag water geven.
      5- Wij willen mijn tas vanavond klaarmaken voor morgen.
      6- Jullie kunnen deze kleren morgenochtend vouwen.
      7- Zij moeten mijn fiets straks in de garage zetten.
      8-…Read More

    • 1. Ik wil mijn fiets om 7 uur hebben.
      2. Zij wil haar boek morgen lezen.
      3. Wij moeten deze winkel op maandag gesloten.
      4. Hij kan de broek in het weekend kopen.
      5. Jullie mogen de auto om 12 uur lenen.
      6. Wij willen onze lunch rond 1 uur meenemen.
      7. Ik mag de manager om 7 uur bellen.
      8. Ik kan uw hond om 4 uur uitlaten.
      9. Zij wil deze taart…Read More

    • 1) Ze mogen de gitaar morgen spelen.
      2)Hij kan de hond na school uitlaten.
      3)Ik wil de appels na het werk kopen
      4) Zij kunnen van hun ouders tijdens de vakantie genieten.
      5) Ik moet met de kinderen na school gaan.
      6) Zij moeten de les om 6 uur leren.
      7) Jij moet de film na het werk bekijken.
      8) Jullie kunnen het middageten vandaag maken
      9) Ik moet…Read More

    • 1.Ik ga dit pakket morgen verzenden
      2. Wij willen de vlag op 27 april hangen
      3.Je zult dit schilderij in het weekend kopen
      4. Ik zal mijn laptop volgende vrijdag ophalen
      5. U kunt mijn levering morgen bezorgen
      6. Ik kan mijn zinnen over 5 minuten herhalen
      7. Jullie moeten met jullie kinderen morgen blijven
      8. Ik moet deze opdrachten tot vanavond…Read More

    • 1- Ik wil morgen een taart in de keuken bakken.
      2- Zij mag morgen een pakket bij de buren ophalen.
      3- Jullie kunnen vandaag een film thuis kijken.
      4- Hij mag vandaag zijn auto op straat parkeren.
      5- Zij wil morgen een klant op kantoor spreken.
      6- Wij kunnen vanavond een maaltijd thuis koken.
      7- Wij willen straks een afspraak bij de dokter…Read More

    • 1. Ik will deze boeken binnen een uur lezen .
      2. Ze kunnen dit huis vanaf morgen huren .
      3. Hij moet naar deze klas om 14:00 studeren .
      4. Je mag naar huis na een uur werken .
      5. We willen hun tafel volgende ochtend kopen .
      6. Ze kan dat park vanavond spelen .
      7. Ik mag de pen vandaag lenen .
      8. Je wilt dit huisewerek vanavond afmaken.
      9. Ze kan…Read More

    • 1. Ik wil dat formulier vanavond invullen.
      2. Ik moet dit adres morgen opschrijven.
      3. Jij kun deze tekening op maandag opzoeken.
      4. Wij willen het dorp in juni bezoeken.
      5. Zij moeten de woonkamer voor de lunch schoonmaken.
      6. Hij mag het kind nu meenemen.
      7. Zij wil de film in het weekend kijken.
      8. Jij moet de auto ‘s avonds parkeren.
      9. Ik w…Read More

    • 1. Ik moet dit project binnen een maand afronden.
      2. U zal deze brief tot morgen om 10 uur versturen.
      3. Jij wilt die uitnodiging op deze vrijdag ontvangen.
      4. Je kunt jouw vakantie in juli plannen.
      5. Hij moet zijn huiswerk tot en met volgende maandag inleveren.
      6. Ze wil dit huis tot aan het einde van december verkopen.
      7. Zij kan haar…Read More

    • 1. Ik wil dit boek vanavond lezen.
      2. Jij moet deze taal morgen leren.
      3. U mag deze medicatie vandaag nemen.
      4. Hij wil naar die supermarkt elke week gaan.
      5. Zij wil die boeken vanmiddag lezen.
      6. Ik moet mijn schoonouders morgenavond zien.
      7. Wij willen deze stad volgende week bezoeken.
      8. Zij mogen deze film in het weekend kijken.
      9. Jullie…Read More

    • 1. Ik wil de film vanavond kijken.
      2. Hij kan de auto morgen repareren.
      3. Zij mogen de taart vanmiddag eten.
      4. Ik mag de rekening morgen betalen.
      5. Zij wil het ontbijt morgenochtend maken.
      6. Hij kan de kinderen morgen ophalen.
      7. Ik wil de muziek vanavond luisteren.
      8. Hij wil het rapport morgen schrijven
      9. Ik wil mijn moeder morgen…Read More

    • 1. Hij mag mijn boek morgen lenen.
      2. Jullie zullen dit huis om 8 uur zien.
      3. Zij moet de kleine boom in het weekend planten.
      4. Ik wil het bier vanavond drinken.
      5. Wij willen voor het examen in juni slagen.
      6. Je mag deze vraag na de les stellen.
      7. Ik moet op dit bed vanavond slapen.
      8. Jullie mogen de mooie meisjes op 23 mei zien.
      9. Zij wil…Read More

    • 1. Je moet de afspraak nu maken.
      2. Hij wil de resultaten over twee weken bekijken.
      3. U kunt/kan het boek van maandag tot woensdag lenen. (Both correct)
      4. Ik moet die schoenen morgen kopen.
      5. Jullie willen haar verjaardag vandaag vieren.
      6. Wij mogen onze auto’s deze week wassen.
      7. Zij wil het feest in de herfst organiseren.
      8. Hij moet de b…Read More

    • 1.Ik wil deze brief vanavond schrijven.
      2.Jij moet deze tas morgen meenemen.
      3.U mag deze sleutel vandaag gebruiken.
      4.Hij wil naar dat park in het weekend gaan.
      5.Jullie willen deze puzzel op zondag maken.
      6.Ik moet deze soep na het werk koken.
      7.Zij wil deze foto vanmiddag bekijken.
      8.Ik moet mijn vriend morgenavond spreken.
      9.Wij willen dit…Read More

    • 1. Ik mag deze pizza vonavond eten.
      2. Jij mag mijn huiswerk morgen maken.
      3. Hij kan deze bus voor 8 uur nemen.
      4. Zij kan deze pasta vonavond koken.
      5. Wij moeten deze problem vonavond te lossen.
      6. Jullie zullen Anna op 8 juni bellen.
      7. Ik kan jouw auto overmorgen rijden.
      9. Wij moeten deze trein vonavond nemen.
      10. Jullie zullen Ferdinand in…Read More

    • 1. Ik wil deze douche in de ochtend nemen.
      2. Jij moet jouw vraag altijd stellen.
      3. Hij wil de boodschappen om de andere dag doen.
      4. Wij kunnen de appel elke maandag eten.
      5. Jullie gaan het verhaal elke avond lezen.
      6. Zij wil haar dutje vanmiddag doen.
      7. U moet de kamer in de avond schoonmaken.
      8. Ik mag die sport ‘s middags niet doen.
      9. W…Read More

    • 1. De kinderen moeten hun handen voor de maaltijd wassen.
      2. Vogels moeten hun baby’s na de geboorte voeden.
      3. Ik wil deze bieren na het werk drinken.
      4. Ik moet mijn fiets in het weekend repareren.
      5. Wij moeten de muren in de avond schilderen.
      6. Jullie gaan de rekening binnen drie dagen ontvangen.
      7. De markt gaat de korting in het weekend g…Read More

    • 1. Jij moet deze fiets morgen repareren.
      2. Hij kan zijn koffie nu drinken.
      3. Zij mag haar boek vanmiddag lezen.
      4. Wij willen onze pizza vanavond eten.
      5. Jullie moeten jullie huiswerk morgen maken.
      6. Zij kunnen hun film later kijken.
      7. Ik mag deze muziek nu luisteren.
      8. Jij wilt je jas vanavond dragen.
      9. Hij moet zijn auto morgen…Read More

    • 1. Ze wil in het restaurant een pizza eten.
      2. De studenten kunnen in de school huiswerk maken.
      3. Ik wil in het bedrijf een baan vinden.
      4. Hij moet in het kantoor informatie vragen.
      5. Wij kunnen in de supermarkt boodschappen doen.
      6. Je moet in de gemeente een document geven.
      7. Ze willen in de winkel een jas kopen.
      8. Ik wil in het huis een…Read More

    • 1. Ik wil de krant vanavond lezen.
      2. Hij kan de opdracht morgen maken.
      3. Jij mag het boek in de zomer opschrijven.
      4. Jullie willen het eten na vanavond Koken.
      5. Wij willen de buren in het weekend bezoeken.
      6. Zij mogen de tickets morgen kopen.
      7. Jij wilt de vriend op vrijdag ontmoeten.
      8. Wij moeten de opdrachten morgen geven.
      9. Ik moet de…Read More

    • 1- Hij wil zijn huiswerk vanavond doen
      2- Ik wil de fiets morgen repareren
      3- Zij wil het huis morgen schoonmaken
      4- Ik moet mijn vrienden vanavond zien
      5- Ik moet eten vanavond bereiben
      6- Ik wil de auto vandaag opladen
      7- Ik moet de hond vanavond wassen
      8- Zij moet het werk morgen gaan
      9- Ik wil de tomaten vandaag eten
      10- Hij moet de auto…Read More

    • 1. Ik moet de auto morgen wassen.
      2. Jij kunt het raam nu openen.
      3. Hij wil zijn buren vanavond uitnodigen.
      4. Wij moeten de huur deze week betalen.
      5. Jullie kunnen de koffers vandaag inpakken.
      6. Zij wil haar huis dit weekend opruimen.
      7. Jullie mogen de bestellingen om acht uur ophalen.
      8. Hij wil de computer tot het weekend repareren.
      9. Wij…Read More

    • 1. Ik moet mijn huis binnen een maand inrichten.
      2. Wij mogen de vraag tijdens de les stellen.
      3. Zij moet je rok voor dinsdag maken.
      4. Ik kan deze fiets vandaag repareren.
      5. Jullie willen de meubels op woensdag bestellen.
      6. U kunt het boek rond 18:00 uur lezen.
      7. Hij mag zijn auto in het weekend rijden.
      8. Ik wil hun vierkante salontafel…Read More

    • 1. Ik wil een vriend vanmorgen zien
      2. We willen een kopje koffie om 3 uur drinken .
      3. Wij moeten kopen vanavond tomaat.
      4. Ze kunnen een stroopwaffel om 12 uur eten.
      5. Hij mog een taart vanmorgen zien.
      6. Ze willen bieren volgende woensdag drinken.
      7. Ik moeten belasting in twee weeken betalen.
      8. We willen lasagna om 16 uur eten.
      9. Hij mog…Read More

    • 1. Ik moet het boek na het eten lezen
      2. Jij wilt de pen vanavond gebruiken
      3. Hij kan het brood morgen bakken
      4. Zij mag de hond ‘s middags uitlaten
      5. Wij willen het instrument op zondag spelen
      6. Jullie moeten jullie huis volgend jaar verkopen
      7. Zij kunnen de kranten ‘s ochtends lezen
      8. Ik wil de schaap elke maand scheren
      9. Jij moet het paa…Read More

    • 1. Ik wil de brief na de lunch schrijven.
      2. ​Jij moet het rapport vanavond inleveren.
      ​3. Hij kan het huis morgen poetsen.
      ​4. Zij mag de kat ‘s middags voeren.
      ​5. Wij willen de gitaar op zondag spelen.
      6. ​Jullie moeten jullie auto volgend jaar vervangen.
      ​7. Zij kunnen de e-mails ‘s ochtends beantwoorden.
      8. ​Ik wil het konijn elke week…Read More

    • 1. Jij moet deze fiets morgen repareren.
      2. Ik wil de nieuwe film volgende maand zien.
      3. Jij wilt het verslag vanavond schrijven.
      4. Wij willen het vlees op vrijdag koken.
      5. Jullie mogen het cadeau morgen openen.
      6. Ik kan het raam vanavond sluiten.
      7. Wij kunnen de pizza om 7 uur bestellen.
      8. Hij kan de tafel morgen repareren.
      9. Ik moet de…Read More

    • 1. Ik moet mijn hond straks uitlaten.
      2. Jij wilt je vriendin altijd zien.
      3. We moeten onze toets morgen maken.
      4. Hij wil zijn kamer vandaag schoonmaken.
      5. Wij kunnen de afwas daarna doen.
      6. Jullie mogen het spel voor het avondeten spelen.
      7. Ze kan dit gerecht nooit eten. (Ze is allergisch)
      8. U mag de kamer nu binnengaan.
      9. Hij moet het…Read More

    • 1.Ik wil mijn ontbijt voor het werk eten.
      2. Zij moet haar huiswerk vandaag maken.
      3.Hij kan de brief morgen schrijven.
      4. Wij mogen de auto hier vandaag parkeren.
      5. Jij wilt de deur elke avond sluiten.
      6. Jullie moeten de afstand over de week hardlopen.
      7.Wij kunnen de afspraak elke vrijdag maken.
      8. Ik mag mijn auto rond vier uur pakken.
      9. Hij…Read More

    • 1. Ik wil het boek vanavond lezen.
      2. Jij moet de e-mail morgen verzenden.
      3. Hij kan de dokter vandaag bellen.
      4. Wij willen de film vanavond kijken.
      5. Jullie kunnen de vergadering morgen bijwonen.
      6. Zij moeten de pizza vandaag bestellen.
      7. Ik wil mijn nieuwe vrienden dit weekend ontmoeten.
      8. Jij kunt de vraag vanavond stellen.
      9. Hij kan de…Read More

    • 1. Je kunt jouw boterham om 12 uur eten
      2. Hij moet dit boek in twee maanden retourneren
      3. Ze moet haar kind elke dag naar school rijden
      4. Ik wil ons huis in het weekend schoonmaken
      5. Wij kunnen onze vrienden morgen uitnodgien
      6. Je moet dit formulier vandaag invullen
      7. Jullie kunnen de fietsen na het werk repareren
      8. Zij moeten hun spullen…Read More

    • 1. Ik kan de nieuwe telefoon volgende week kopen.
      2. Zij moet het werk thuis afmaken.
      3. Wij willen de film vanavond in de woonkamer kijken.
      4. Hij kan de e-mail morgen naar zijn docent sturen.
      5. Zij moeten het huis op zaterdag schoonmaken.
      6. Jij moet de nieuwe klus volgende maand doen.
      7. Ik moet mijn huisarts vandaag bellen.
      8. Zij kan haar…Read More

    • 1. Ik wil mijn grootouders volgend weekend bezoeken.
      2. Je kunt dit project voor de lunch afmaken.
      3. Zij moet haar kat elke ochtend voeren.
      4. Wij willen deze taal dit jaar leren.
      5. Zij kunnen in dit zwembad vanmiddag zwemmen.
      6. Hij moet dit pakket vóór 5 uur verzenden.
      7. Jullie mogen deze kamer in de zomer schilderen.
      8. Ik kan mijn auto op z…Read More

    • 1. Ik kan mijn grootouders dit weekend bezoeken.
      2. Jij mag de computer vanmiddag gebruiken.
      3. U wil uw auto voor maandag wassen.
      4. Hij mag deze schoenen volgende maand kopen.
      5. Zij kan hun fietsen morgen repareren.
      6. Wij mogen het raam nu openen.
      7. Jullie willen die gitaar tijdens het jaar verkopen.
      8. Zij mogen mijn woordenboek elke les…Read More

    • 1. Ik wil het boek vanavond gebruiken.
      2. Wij willen de pasta op maandag koken
      3. Hij wil de gitaar op zondag spelen.
      4. Zij wil haar boek in het weekend kopen.
      5. Zij willen morgen de marathon lopen.
      6. Ik wil volgende daag naar het park gaan.
      7. Ze wil haar huiswerk vanavond maken.
      8. Zij willen met hun vrienden later praten.
      9. Ik wil die pasta…Read More

    • 1. Wij willen de film morgenavond kijken
      2. Mijn katten zullen hun droogvoer s’ morgens en s’ avonds eten
      3. Mijn ouders willen de kleine huis in de volgende zomer verhuizingen
      4. Haar jongen wil de voetbal vanavond spelen
      5. Het meisje wil de jurk tot weekend kopen
      6. Ik moet de medicijnen ‘s avonds meenemen
      7. Wij kunnen het huis op zater…Read More

    • 1. Ik moet de afwas in de avond doen.
      2. Hij kan het rapport morgenochtend schrijven.
      3. Wij mogen de bal na school gooien.
      4. Zij wil de boodschappen op zaterdag doen.
      5. Ik kan het boek dit weekend lezen.
      6. Hij moet zijn huiswerk vanavond maken.
      7. Wij willen onze fietsen morgen stallen.
      8. Zij kan haar koffie om 10 uur drinken.
      9. Ik mag mijn…Read More

    • 1. Ik wil onze vrienden vanavond spreken.
      2. U wilt deze buren morgen helpen.
      3. Ik wil de dokter volgende week bellen.
      4. Ik moet mijn familie vanmiddag bezoeken.
      5. U moet deze specialist vandaag spreken.
      6. Ik moet de monteur morgen ontvangen.
      7. U mag deze boeken morgen ophalen.
      8. Ik mag de patiënten volgende week opzoeken.
      9. Ik kan mijn…Read More

    • 1. Ik wil mijn pizza vanavond eten.
      2. Ik moet de e-mail morgen schrijven.
      3. Ik kan dit boek vanmiddag lezen.
      4. Ik mag mijn koffie vanmorgen drinken.
      5. Ik wil mijn vriend morgen zien.
      6. Ik moet mijn Nederlands vanavond leren.
      7. Ik kan de soep vanmiddag eten.
      8. Ik mag deze computer morgen gebruiken.
      9. Ik wil deze schoenen zaterdag kopen.
      10.…Read More

    • 1.Ik wil mijn moeder morgen bellen.
      2.Jij moet je kamer vandaag schoonmaken.
      3.Zij kan haar oma dit weekend bezoeken.
      4.Hij wil deze schoenen volgende maand kopen.
      5.Wij mogen het raam nu openen.
      6.Zij moeten dit boek deze week uitlezen.
      7.Jullie willen jullie vriend elke week bezoeken.
      8.Ik kan mijn leraar morgen ontmoeten.
      9.Hij mag mijn…Read More

    • 1, Ik wil mijn kat vanavond voeren.
      2. Jij moet deze situatie nu uitleggen.
      3. Zij mag deze boete voor 23.00 uur betalen.
      4. Hij wil dezelfde hulpdiensten binnen 5 minuten roepen.
      5. We kunnen hun namen in een uur opschrijven.
      6. Zij moeten dit examen in 2027 halen.
      7. Jullie willen jullie patiënt om de week bezoeken.
      8. U mag met uw vrienden…Read More

    • 1. Je kunt deze nieuwe collega tijdens de opleiding ontmoeten.
      2. U kunt onze populaire producten vanaf morgenochtend proberen.
      3. Je mag je ticket van 5 uur tot en met 9 uur inwisselen.
      4. Wij kunnen ons eten binnen een uur bestellen.
      5. Hij moet zijn thesis over een maand presenteren.
      6. Zij mag zijn verzoek na de overeenkomst afwijzen.
      7. Hij…Read More

    • 1.Ik wil de appel vanavond eten.
      2. Hij wil zijn boek morgen lezen.
      3. Zij mag deze koffie vanmorgen drinken.
      4. Wij moeten de boodschappen vanmiddag kopen.
      5. Ze kunnen de film vanavond kijken.
      6. Ik wil mijn huiswerk vandaag maken.
      7. Hij moet de brief morgen schrijven.
      8. Zij wil haar fiets zaterdag repareren.
      9. Wij kunnen onze leraar morgen…Read More

    • 1. Ik wil mijn fiets morgen verkopen.
      2. Jij moet jouw huiswerk vandaag afmaken.
      3. Zij kan haar sleutels deze middag zoeken.
      4. Hij wil deze film volgende week kijken.
      5. Wij mogen het kantoor nu verlaten.
      6. Zij moeten dit document voor vrijdag opsturen.
      7. Jullie willen jullie vakantie deze maand plannen.
      8. Ik kan mijn vader vanavond…Read More

    • 1. Ik wil mijn vader vanavond eten.
      2. Jij moet jouw hond ‘s middags uitlaten.
      3. U kunt uw auto in het weekend rijden.
      4. Hij kan zijn boeken ‘s avonds lezen.
      5. Zij kan naar haar muziek om 6 uur luisteren.
      6. Wij willen met onze ouders op vakantie spelen.
      7. Jullie mogen jullie katten tijdens de dag wandelen.
      8. Zij kunnen met hun fietsen na het…Read More

    • 1 Ik wil mijn pijn vandaag verliezen
      2 Jij wilt de slechte herinnering nu vergeten
      3 Je wilt mij nooit vergeven
      4 U gaat de situatie van gisteren vergissen
      5 Hij wil dit gevoel voor eeuwig voelen
      6 Zij gaat het faillissement volgend jaar voorkomen
      7 Wij willen de kleding tijdens de film vouwen
      8 Jullie gaan onze buiken na het gerecht vullen
      9 Zij…Read More

    • 1.Jij wilt morgen vroeg opstaan.
      2.Wij willen vanavond samen koken.
      3.Hij mag vandaag buiten spelen.
      4.Zij moeten morgen naar school gaan.
      5.Ik kan vanmiddag mijn moeder bellen.
      6.Jullie willen zaterdag naar de stad gaan.
      7.U moet deze brief vandaag ondertekenen.
      8.Ik wil volgende week mijn kamer schoonmaken.
      9.Hij kan morgen met de trein…Read More

  • Load More Posts