-
-
1. Ik wil mijn boek op de tafel plaatsen.
2. Hij mag het middageten in de kantine eten.
3. Zij kan de auto in de garage parkeren.
4. Wij moeten het eten in de keuken koken.
5. Jij zal jouw jas aan de kapstok hangen.
6. Ik moet de trein in het station wachten.
7. Zij kan de TV in de woonkamer aandoen.
8. U mag die deur in het balkon open.
9. Hij…Read More -
1. ik wil de soda’s in mijn auto drinken.
2. Maria moet mijn boek in de les lezen.
3. Ik wil ons portfolio in de bureau presenteren.
4. Jij mag het verhaal op het werk vertellen.
5. Jullie moeten de marathon in Parijs rennen.
6. Lisa en Tom kunnen de broodjes op de tafel maken.
7. Hij kan die vogel naast het huis horen.
8. De hond wil mijn…Read More -
1. Ik wil de taart in de keuken maken.
2. Ik moet de boom voor mijn huis kappen.
3. Jij kunt de mandarijnen op de tafel zetten.
4. Jullie kunnen het examen in de hal nemen.
5. Anna wil de auto naar de stad rijden.
6. De kat kan het eten onder de tafel eten.
7. Ik mag het plantje tussen de deur en de bank zetten.
8. Ik wil de lasagne in de keuken…Read More -
1. Hij gaat zijn vrienden voor het feest uitnodigen
2. Ik wil naar de school het speciaal cadeau sturen
3. Zij mag het diner bij hun thuis bijwonen
4. Zij moet haar patiënten in het ziekenhuis zien
5. Zij zullen hun huiswerk thuis maken
6. Hij mag op de bus in de bushalte wachten
7. Zij zal de bus bij het ziekenhuis uitstappen
8. Ik wil mijn…Read More -
1. U wilt het brood in de supermarkt kopen.
2. Jij mag het nummer in het kantoor bellen.
3. Zij wil de taart in de keuken bakken.
4. Hij kan de nacht in een hotel doorbrengen.
5. Wij willen het pad in het bos bewandelen.
6. Jullie moeten de kaart op het papier tekenen.
7. U mag het lied op het podium zingen.
8. Zij wil het huis in de stad…Read More -
1. Hij kan zijn zwarte jas aan de kapstok vinden.
2. Zij willen het korte tapijt onder de tafel veranderen.
3. Zij wil in de salon haar haar knippen.
4. Hij wil zijn collega op het werk zien.
5. Jij kan jouw bed tussen de kast en het nachtkastje plaatsen.
6. Ik mag mijn avondeten in haar huis maken.
7. Je kunt je verse sap in de keuken maken.
8.…Read More -
1. Ik wil mijn boek in de trein lezen.
2. Hij kan de film in het huis kijken.
3. Wij kunnen het diner in de restaurant hebben.
4. Ik moet die boodschappen in de supermarkt kopen.
5. Hij wil de koffie in het café drinken.
6. Wij willen het spel in het park spelen.
7. Ik wil het audioboek in de auto horen.
8. Jij kunt de muziek in het kantoor…Read More -
1. Ik wil deze tafel in de winkel kopen.
2. Wij moeten deze planten water geven.
3. Hij maakt zijn kast in de woonkamer schoon.
4. Ik moet jouw computer op de tafel repareren.
5. Jij wilt jouw nieuwe spel binnen het huis gebruiken.
6. Ik moet deze brief op de postbus versturen.
7. Jullie mogen jouw namen op het papier schrijven.
8. Wij kunnen dit…Read More -
1. Ik moet mijn medicijn in de apotheek kopen.
2. Jij wilt de taart naar het feest brengen.
3. Hij mag deze brief op kantoor schrijven.
4. Zij wil zijn dansvoorstelling in het operagebouw zien.
5. De hond wil het spelletje in de tuin spelen.
6. Wij kunnen de pasta in onze keuken koken.
7. Jullie willen jullie project in de bibliotheek doen.
8. Ze…Read More -
1. Ik mag jouw project op kantoor zien.
2. Jij kunt de telefoon in een reparatiewinkel repareren.
3. U kunt de bloemen overal kopen.
4. Hij moet de gereedschappen in de winkel huren.
5. Zij wil de pasta in de kantine koken.
6. We mogen de boeken in een park lezen.
7. Zij kunnen de mokken in een wasmachine wassen.
8. Jullie moeten de taken thuis…Read More -
1. Ik mag deze jurk op het festival dragen.
2. Jij wilt de laptop in de winkel repareren.
3. U moet dit huis in Utrecht verkopen.
4. Hij kan het boek in het park lezen .
5. Zij wil de kat in haar appartement hebben.
6. Wij mogen de vakantie in Frankrijk doorbrengen.
7. Jullie moeten die hapjes in de bar proberen.
8. Zij kunnen hun bloemen in de…Read More -
1.Ik wil het toetje in het café eten.
2.Jij wilt de film in de trein kijken.
3.Hij wil zijn boek in zijn huis lezen.
4.Zij wil haar vriend in de supermarkt zien.
5.Wij willen onze hond in de tuin zien.
6.Jullie willen het broodje in het vliegtuig eten.
7.Zij willen het spel op school spelen.
8.Jij mag het water op de stoep drinken.
9.Jullie mogen…Read More -
Recept G
1. Ik wil mijn broodje in de kantine eten.
2. Jullie willen jullie boeken bij de bibliotheek lezen.
3. Ik mag dit taartje bij de bakkerij eten.
4. Wij kunnen de film in de bioscoop kijken.
5. Zij moet haar haar bij de kapper laten knippen.
6. Jullie moeten deze appels van de boerderij kopen.
7. Ze kan de les in deze kamer volgen.
8.…Read More -
1. Ik wil dit boek in de slaapkamer lezen.
2. Je mag de taart naar mijn huis meenemen.
3. Hij moet dit spel naar het schoolplein meenemen.
4. Ze zal haar examen in het klaslokaal maken.
5. Wij kunnen de groenten op het kantoor eten.
6. Jullie kunnen de vogels in de natuur zien.
7. Ze gaan hun spieren in de sportschool trainen.
8. Ik wil mijn…Read More -
1. Ik wil de appel in de keuken eten.
2. Jij moet het boek in de klas lezen.
3. Wij gaan mijn auto in de garage repareren.
4. Jij wilt de koffie in de woonkamer drinken.
5. Zij gaat de sleutels in de tas zoeken.
6. Zij moeten de jas in de kast hangen.
7. Wij moeten de lunch in de kantine eten.
8. Hij wil onze papieren in het kantoor knippen.
9. Ik…Read More -
1. Ik wil mijn thee in dat bekertje drinken.
2. Hij wil deze kaart aan de muur hangen.
3. Jij mag jouw potlood op de tafel liggen.
4. Hij moet de slaapkamer in zijn huis verhuren.
5. Zij moet dit tapijt op de vloer liggen.
6. Anna kan haar computer op het bureau staan.
7. Anna wil haar hond in het park wandelen.
8. Ik wil de film in een bioscoop…Read More -
1. Ik wil mijn brood in de bakkerij kopen.
2. Hij wil zijn nieuwe baan in Amsterdam zoeken.
3. De kinderen mogen de bal hier spelen.
4. Ze wil de bloemen in de tuin planten.
5. Hij wil de blauwe kaarsen op de taart zetten.
6. Jij moet jouw medicijn in de apotheek kopen.
7. Wij moeten de jas in de winkel kopen.
8. Ik wil de film in de bioscoop…Read More -
1. Ik wil de oven in het huis bezorgen.
2. Jij moet de les in de klas geven.
3. Hij moet de break in het kantoor nemen.
4. Zij kan de kas in Piazza kopen.
5. Wij kunnen het huiswerk in het huis doen.
6. Jullie moeten de vakantie in Italië nemen.
7. Zij zullen de appels in de supermarkt kopen.
8. Ik moet mijn ouders in het huis bellen.
9. Mijn…Read More -
1. Zij willen de les in het klaslokaal zien.
2. Ik moet mijn vriend in de kantine bellen.
3. Zij zal haar gezin in Spanje bezoeken.
4. Jullie willen dit huiswerk in de les maken.
5. Hij wil die tas in de winkel kopen.
6. Zij zal die borstel in de wasruimte gebruiken.
7. Wij zullen de zinnen op deze website vertalen.
8. Ik zal mijn haar in de…Read More -
1. Wij kunnen de nieuwe Cybertruck bij Tesla kopen.
2. Hij wil zijn nieuwe tuin in Eindhoven zoeken.
3. Jullie willen met de boot op vakantie varen.
4. Wij moeten de schoenen in de winkel kopen.
5. Ik wil mijn koffie in de koffiewinkel kopen.
6. Jij moet jouw kleding in de rugzak stoppen.
7. Hij wil de tomaten op de Five Guys-burger zetten.
8. De…Read More -
1. We willen onze taart in de keuken bakken.
2. Hij wil dit boek thuis lezen.
3.Zij moet haar zus mee naar buiten nemen.
4. Jullie moeten de planten in de tuin water geven.
5. Hij kan de fiets in de garage repareren.
6. Jullie kunnen het lied in de klas zingen.
7. Ik mag het huiswerk op kantoor maken.
8. Zij mag haar vriend thuis uitnodigen
9. Je…Read More -
1. Ik kan mijn huiswerk op school doen.
2. Jij wilt de taart in het feest eten.
3. U mag deze auto in de tuin wassen.
4. Hij moet naar jouw toespraak op kantoor luisteren.
5. Hij wil het kaartje in het station kopen.
6. Zij moet haar examens op de universiteit halen.
7. Wij mogen onze lessen op de academie gaan.
8. Jullie kunnen het speelgoed in…Read More -
1. Ik wil mijn moeder in het ziekenhuis bezoeken
2. Je gaat met jouw vriend naar de universiteit om te studeren
3. Hij kan zijn zus in het park zien
4. Wij willen onze leraar in de school helpen
5. Zij kan haar oma in de winkel begeleiden
6. Jullie gaan met het kind een museumtentoonstelling bekijken
7. Ik kan mijn baas op kantoor een vraag…Read More -
1. Ik moet dit brood bij de bakker kopen.
2. Jullie willen deze stoelen in de winkel kopen.
3. Zij kan deze lekkere pasta in de keuken maken.
4. Ik moet mijn boeken uit de boekkast pakken.
5. Wij kunnen onze pasta op het bord eten.
6. Hij moet zijn sokken in de winkel kopen.
7. Ik moet met mijn hond in het park wandelen.
8. Jullie kunnen jullie…Read More -
1 .Jij kunt mijn auto op de parkeerplaats zien.
2. Hij moet voor zijn huis in de bergen betalen.
3. Jij wilt jouw bier in het park drinken.
4. Wij willen de aardappels in de tuin groeien.
5. Zij mag haar ontbijt op de stoel eten.
6. Ik wil de krant op de trein lezen.
7. Wij kunnen onze reis naar Parijs maken.
8. Jij moet jouw laptop naar de…Read More -
1. Ik wil mijn boek in de bibliotheek lezen.
2. Hij kan met mijn voetbal in het park spelen.
3. Zij moet dit recept in het boek schrijven.
4. Ik kan mijn jas in het huis wassen.
5. Hij wil deze film in de bioscoop kijken.
6. Hij wil onze collega in het park zien.
7. Zij wil mijn boek op school terugkeren.
8. Ik wil deze groenten op de markt…Read More -
1. Ik wil mijn laptop op tafel zetten.
2. Jij moet de hond in de tuin uitlaten.
3. Hij kan deze e-mail op kantoor versturen.
4. Wij mogen onze docent in de klas spreken.
5. Zij wil haar jas in de gang ophangen.
6. Jullie kunnen mijn fiets bij het station zetten.
7. Ik moet de appels in de keuken wassen.
8. Zij mogen hun vrienden in het park…Read More -
1. Ik zal deze film in de bioscoop kijken.
2. Hij kan die zaad in de tuin planten.
3. Ik kan deze zang op het podium zingen.
4. Zij zal deze voedsel in de keuken koken.
5. Hij moet die aanhangwagen met de auto binden.
6. Jullie moeten deze halte vanaf de bus uitstappen.
7. Hij moet die groenten op de snijplank snijden.
8. Ik zal mijn vriend in de…Read More -
1. Zij moet dit boek bij de boekwinkel kopen.
2. Ik wil mijn tas in de winkel kopen.
3. Hij wil zijn favoriete pizza in het restaurant eten.
4. Wij moeten die opdracht op school afmaken.
5. Jullie mogen deze videogame thuis spelen.
6. Ik wil dat recept in de keuken koken.
7. Jij wil deze film op de bank kijken.
8. Zij mogen die picknick in het…Read More -
1. Ik wil mijn collega in de kantine zien.
2. Ik moet mijn huiswerk thuis maken.
3. Ik wil deze barbecue in het park organiseren.
4. Hij moet dit antwoord in de klas schrijven.
5. We moeten ons huiswerk in de les maken.
6. Wij moeten deze muur in de woonkamer schilderen.
7. Zij kan dit huis in het appartement kopen.
8. Ik moet mijn afspraak bij de…Read More -
1 – Jij kunt de chocolade in de supermarkt kopen.
2 – Wij zullen de kip in het huis koken.
3 – Ik mag de documenten op kantoor ondertekenen.
4 – Jullie moeten de tas in het theater brengen.
5 – Jij wilt de soep in de keuken maken.
6 – Wij kunnen de bloemen in de tuin planten.
7 – Jij mag het boek op school lezen.
8 – Zij zullen de fiets in de gar…Read More -
1. Kinderen willen met de bal op de school spelen.
2. Studenten willen de Nederlandse taal in Dutch Academy Eindhoven leren.
3. De docent wil de Turkse taal op school leren.
4. De buurvrouw wil de tas in de buurt dragen.
5. Arzu wil het huiswerk op het strand maken.
6. Oreo wil de vogels in het bos horen.
7. Wij willen de vis in het meer zien.
8.…Read More -
1. Ik kan mijn boek in de bibliotheek lezen.
2. Je moet mijn appel in de kantine eten.
3. We kunnen dit briefpapier in de boekwinkel vinden.
4. Je moet dit karretje in de supermarkt nemen.
5. Ze wil deze lamp voor de woonkamer kopen.
6. Hij wil de pen in de winkel kopen.
7. U moet deze trein vanaf station Eindhoven nemen.
8. Wij moeten deze…Read More -
1. Ik wil deze film in de bioscoop zien.
2. Je moet het fruit in de supermarkt kopen.
3. Hij kan de appels in de winkel verkopen
4. Zij mag de Nederlandse taal op de tafel spreken.
5. Wij zullen jullie huis in Eindhoven huren.
6. Jullie gaan de brief in het kantoor schrijven.
7. Zij willen mijn boek thuis lezen.
8. Viktor moet de stem buiten de…Read More -
1. Ik wil dat boek in mijn slaapkamer lezen.
2. Ik wil die vrucht vandaag eten.
3. Ik kan dit liedje later vandaag zingen.
4. Ik kan dit account voor je aanmaken.
5. Ze kan haar eigen pasta maken.
6. Ze kunnen de boodschappen in de supermarkt doen.
7. Je kunt dit eten in de kantine eten.
8. We kunnen de hele dag op deze slaapkamer slapen.
9. Ik…Read More -
1. Zij kunnen hun spel in de tuin spelen.
2. Hij moet zijn fiets in de garage repareren.
3. Zij willen de film in de woonkamer kijken.
4. Ik wil mijn thee op het terras drinken.
5. Zij willen hun vriend in het park ontmoeten.
6. Zij kan dit tijdschrift op de bank lezen.
7. Wij moeten ons huiswerk in het klaslokaal lezen.
8. Zij kunnen de auto in…Read More -
1. Ik wil de afspraak bij de dokter maken.
2. Zij kan haar taart in de keuken bakken.
3. Ik kan deze film in de woonkamer kijken.
4. Jullie willen deze foto in het park maken.
5. Wij moeten de rekening bij de bank openen.
6. Ik kan dit boek in de bibliotheek lezen.
7. Ik moet mijn e-mail op kantoor schrijven.
8. Zij willen deze bloem in de tuin…Read More -
1. Ik wil de maaltijd thuis eten.
2. Jij moet mijn fiets in Nederland hebben.
3. Hij kan deze telefoon op school meenemen.
4. Zij mag deze rok op kantoor dragen.
5. U wilt mijn tv in de kamer hebben.
6. Wij mogen onze lunch in de klas eten.
7. Jullie mogen jullie drinken in de bus meenemen.
8. Zij mogen de film in de auto kijken.
9. Ik wil deze…Read More -
1. Ik wil deze film in de woonkamer kijken.
2. Jij wilt mijn boek in de bibliotheek lezen.
3. Zij mag haar laptop in de studio gebruiken.
4. Zij wil haar pen in de les gebruiken.
5. Ik mag dit brood in de keuken bakken.
6. Wij willen deze spiegel in de hal ophangen.
7. Zij wil deze schoenen in de winkel kopen.
8. Ik moet mijn huiswerk in de les…Read More -
1. Hij moet de koffie in de keuken roeren.
2. Ze moeten de grootte van het pakket in de fabriek meten.
3. Zij mag die mooie rok in de winkel kopen.
4. U kunt uw ontbijt op kantoor eten.
5. Hij mag met de rode bal in de tuin spelen.
6. Zij kan het grote boek in de bibliotheek lenen.
7. Zij wil buiten met de man elkaar ontmoeten.
8. Jullie willen de…Read More -
1. Ik wil het ontbijt in de keuken eten.
2. Jij moet mijn tas op school hebben.
3. Hij kan zijn laptop naar kantoor meenemen.
4. Zij mag haar jurk op het feest dragen.
5. U wilt mijn stoel in de woonkamer hebben.
6. Wij mogen onze koffie in het park drinken.
7. Jullie mogen jullie boeken in de trein meenemen.
8. Zij mogen de muziek in de…Read More -
1. Ik wil naar deze band in Dynamo luisteren.
2. Zij moet de strijd op het werk stoppen.
3. Ik wil Antonia in Londen ontmoeten.
4. Jij moet dit huiswerk thuis afmaken.
5. Hij zal dat boek in de bibliotheek lezen.
6. Jullie moeten deze auto’s in de winkel kopen.
7. Ik kan het water in de rivier drinken.
8. Ik wil de voetbalwedstrijd in het s…Read More -
1. Ik wil mijn tas in de woonkamer zoeken.
2. Jij kunt de bal in de tuin gooien.
3. Hij moet het boek in de klas lezen.
4. Wij mogen de hond in de tuin uitlaten.
5. Zij kunnen dit project op school presenteren.
6. Jullie willen de auto in de garage wassen.
7. Ik kan het bord in de keuken zetten.
8. Hij mag zijn jas in de hal ophangen.
9. Wij…Read More -
1. Jij wilt mijn appel in de keuken eten.
2. Hij moet deze appels in de kantine eten.
3. Zij kan onze collega in het kantoor zien.
4. Wij mogen deze collega’s in de tuin zien.
5. Jullie willen Anna in de klas helpen.
6. Zij moeten mijn tas in de auto pakken.
7. Ik kan deze jas in de winkel passen.
8. Hij mag mijn laptop in de woonkamer g…Read More -
1. Hij moet de auto op straat parkeren.
2. Hij kan de bus bij de bushalte pakken.
3. Ik wil de film in het theater kijken.
4. Ik wil deze lekkere aardappelen in de supermarkt kopen.
5. Jij wilt het boek op school lezen.
6. Ik mag de bloemen in de tuin water geven.
7. Zij mag haar fiets in de garage zetten.
8. Zij wil haar ouders thuis bezoeken.
9.…Read More -
1- Ik wil mijn appel in de keuken eten
2- Ik wil de stoel in de slaapkamer plaatsen
3- Ik moet deze handdoek in de badkamer wassen
4- Jij wilt de auto in de straat parken
5- Hij wil dat boek in de school lezen
6- Ik kan mijn tanden in de badkamer poetsen
7- Jij moet dat bord in de keuken af wassen
8- Hij kan deze planten in de tuin water geven
9-…Read More -
1.Zij wil ons kind in de woonkamer troosten.
2.Ik wil deze vrouw in de winkel zoeken.
3. Jij wilt deze man in de winkel praten.
4.Hij kan deze collega op kantoor bellen.
5.Jij kunt mijn buurman in de straat begroeten.
6. Zij wil haar familie in de stad bezoeken.
7. Jullie moeten de stroopwafel in Amsterdam eten.
8.Ik wil die tas online…Read More -
1. Ik wil de krant in het café lezen.
2. Jij kunt de taart in de bakkerij kopen.
3. Hij moet de hond in het park uitlaten.
4. Zij wil de schilderijen in het museum bekijken.
5. Wij mogen de meubels in de woonkamer verplaatsen.
6. Ik kan het boek in de bibliotheek lenen.
7. Jij wilt de laptop op school gebruiken.
8. Zij moeten de auto in de garage…Read More -
1. Jij wilt mijn appel in de keuken eten.
2. Hij kan deze boeken in de woonkamer lezen.
3. Zij wil de collega in het kantoor zien.
4. Wij moeten onze tas in de klas zoeken.
5. Jullie kunnen die documenten op school bekijken.
6. Anna wil deze kat in de tuin aaien.
7. Mijn moeder moet de fiets in de garage repareren.
8. Deze man wil zijn jas in de…Read More -
1. Ik wil dit sap in het restaurant drinken.
2. Hij moet ons ontbijt in de keuken maken.
3. Zij kan deze boeken in de woonkamer lezen.
4. Jij moet deze groente in de supermarkt kopen.
5. Wij willen ons eten in het restaurant eten.
6. Jullie mogen jullie drinken in de bus meenemen.
7. Zij wil die film in de bioscoop kijken.
8. Jij moet dit paspoort…Read More -
1.Ik wil het pizza in het restaurant eten.
2.Jij moet de taal op school leren.
3.Hij kan de tafel in het huis vinden.
4.Zij wil de muziek in de woonkamer luisteren.
5.Jullie kunnen de dieren in het park helpen.
6.Wij moeten de les in de klas leren.
7.Ik mag het kopje koffie in het café drinken.
8.Jij wil het boek in het park lezen.
9.Wij kunnen…Read More -
1. Zij moet het huiswerk online maken.
2. Hij kan de auto op de straat rijden.
3. Ik wil de film thuis kijken.
4. Jij wil de film in het theater kijken.
5. Hij mag zijn jas op de kapstok hangen.
6. Zij mogen hun koffie in het café bestellen.
7. Ik moet op mijn fiets naar school rijden.
8. Wij kunnen aan de bar een drankje drinken.
9. Zij zal de…Read More -
1. Ik wil de appel in de kantine eten.
2. Jij moet die boeken in het lokaal lezen.
3. Hij kan zijn laptop in de bibliotheek gebruiken.
4. Zij mag haar tas in de klas zetten.
5. Wij willen deze collega’s in de vergaderzaal zien.
6. Jullie moeten het formulier in het kantoor invullen.
7. Zij kunnen hun fietsen op het plein parkeren.
8. Ik mag dat d…Read More -
1. Ik wil de maaltijd thuis eten.
2. Jij moet mijn fiets in Nederland hebben.
3. Hij kan deze telefoon op school meenemen.
4. Zij mag deze rok op kantoor dragen.
5. U wilt mijn tv in de kamer hebben.
6. Wij mogen onze lunch in de klas eten.
7. Jullie mogen jullie drinken in de bus meenemen.
8. Zij mogen de film in de auto kijken.
9. Ik wil deze…Read More -
1. Ik wil deze tafel in het restaurant repareren.
2. Je kunt dit geheim van de daken schreeuwen.
3. Jij mag mijn hand in de vergadering schudden.
4. U moet uw brood op het bord snijden.
5. Hij kan het sieraad uit de winkel stelen.
6. Zij wil je leven in de oorlog redden.
7. We kunnen dit wifisignaal tot in de tuin ontvangen.
8. Jullie moeten de…Read More -
1. Ik moet deze vraag in de klas beantwoorden.
2. Hij kan zijn gezin in de jungle beschermen.
3. Jij moet deze brief naar het postkantoor brengen.
4. Ik wil deze fauteuils in het souterrain plaatsen.
5. Ze kunnen het lawaai in het kantoorgebouw horen.
6. Jullie mogen jullie auto’s in onze garage parkeren.
7. U mag de vergaderruimte op de derde…Read More -
1- Ik zal mijn vrienden in universiteit zien.
2- Wij mogen de taart in deze shop bestellen.
3- Je wil jouw collega’s in dat gebouw zien.
4- Zij zullen met zijn vrienden in het park spelen.
5- Ik zal mijn computer bij die winkel nemen.
6- Hij mag de Nederlandse taal in school leren.
7- Zij kunnen het schaakspel in school spelen.
8- Ze zal met h…Read More -
1. Hij wil de les in de klas volgen.
2. Ik wil het boek in de bibliotheek lezen.
3. Zij wil haar lunch in het park eten.
4. Ik kan mijn werk op kantoor doen.
5. U kan met de auto in de stad rijden.
6. Wij kunnen onze bomen in de tuin planten.
7. Zij mogen hun eten in huis koken.
8. Ik mag mijn afspraak bij de gemeente maken.
9. Hij moet de…Read More -
1- Ik wil mijn lunch naar de klas meenemen.
2- Zij mag de toespraak in de rechtbank houden.
3- Hij wil zijn kinderen in de school zien.
4- Jullie kunnen de appels in de supermarkt kopen.
5- Zij moeten hun tassen in de bus dragen.
6- U kunt uw auto bij de garage ophalen.
7- Je mag Engels in de klas spreken.
8- U moet uw auto aan de rechterkant van…Read More -
1- Ik kan mijn kleren in de slaapkamer vouwen.
2- Jij mag jouw agenda in het kantoor bijwerken.
3- Zij willen hun waterfles in de sporthal bijvullen.
4- Jullie moeten die dozen in de garage stapelen.
5- Hij wil zijn fiets in de garage parkeren.
6- U moet uw krant in de woonkamer lezen.
7- Wij mogen onze schoenen bij de deur uittrekken.
8- Zij wil…Read More -
1. Ik moet mijn hond naar het park wandelen.
2. Zij wil haar koffie in het balkon drinken.
3. Jullie kunnen de taart in de keuken koken.
4. Hij mag het huiswerk in de kamer maken.
5. Jullie willen het salaris morgen krijgen.
6. Ik wil de auto in de garage kopen.
7. Zij kan het adres op haar telefoon opschrijven.
8. Wij kunnen de rekening op werk…Read More -
1)Ik moet Gerard in het hotel zien
2) Hij mag met de hond in het park spelen.
3) Ze wil haar verjaardagstaart op kantoor eten.
4) Hij kan Anna naar het ziekenhuis brengen
5) Wij willen de jongens op school laten zingen
6) Ik wil deze sinaasappels in de supermarkt kopen.
7) Hij moet bij onze collega’s op kantoor blijven
8) Ze kan de meisjes op s…Read More -
1.Ik wil deze appels in de keuken eten
2.Ik ga mijn moeder in haar huis bezoeken
3. Zij willen dit gehakt aan de basket toevoegen
4.Wij zullen zijn verjaardag in het café vieren
5.Hij zal zijn salaris aan de school schenken
6. Je gaat het boek in de bus lezen
7. Ik wil mijn afspraak in het ziekenhuis maken
8.Wij kunnen onze vriendinnen in de…Read More -
1- Ik moet mijn collega op kantoor spreken.
2- Ik kan dit boek thuis lezen.
3- Ik moet de e-mail op het werk schrijven.
4- Ik kan mijn telefoon in de trein gebruiken.
5- Ik mag de koffie in het cafe drinken.
6- Ik wil ons project op kantoor starten.
7- Ik moet de afspraak bij de dokter maken.
8- Ik kan deze film thuis kijken.
9- Ik kan mijn werk…Read More -
1. Ik kan dit water in de keuken drinken .
2. Je moet die muziek op de koptelefoon luisteren .
3. Jullie mogen de bloem in park plukken .
4. Ze wil voor Nederlands bij Dutch Academy Eindhoven les inschrijven .
5. Ik moet tijdens de regen in dit kleine huis blijven .
6. Hij mag voor dit geld in de kamer huilen .
7. We moeten de ingenieursopleiding…Read More -
1. Ik wil dat formulier op kantoor invullen.
2. Ik moet dit adres in de agenda opschrijven.
3. Jij kun deze tekening op het bureau opzoeken.
4. Wij willen het dorp bij de gracht bezoeken.
5. Zij moeten de woonkamer thuis schoonmaken.
6. Hij mag het kind van school meenemen.
7. Zij wil de film in de bioscoop kijken.
8. Jij moet de auto achter het…Read More -
1. Wij willen onze vrienden in een restaurant zien.
2. Je kan die stoel achter het bureau zetten.
3. Zij moeten de factuur bij de kassa betalen.
4. Hij wil de toets in de klas nakijken.
5. Jullie moeten de voornaam van de winnaar in de krant zetten.
6. Ik wil mijn auto in de carwash wassen.
7. U mag dit boek in de kast leggen.
8. Je kan het hemd…Read More -
1. Ik wil dit werk op het kantoor doen.
2. Jij wilt jouw portemonnee in de tas stoppen.
3. Je wilt die jas op het internet verkopen.
4. Zij wil haar pakket in de schuur zetten.
5. Ze wil haar bestelling in de winkel ophalen.
6. Hij wil deze laptop op de eettafel leggen.
7. U wilt die sleutels aan de kast hangen.
8. We willen de tafel onder de lamp…Read More -
1. Ik wil deze deur op kantoor openen.
2. Jij kunt dat licht in de tuin aandoen.
3. U moet deze afspraak bij de balie annuleren.
4. Hij mag dit pakketje in de buurt ophalen.
5. Zij kan de taart in de koelkast eten.
6. Jullie willen de kleren in de winkel kopen.
7. Wij kunnen dit huis in de stad verkopen.
8. Jij kan deze fiets op straat lenen.
9.…Read More -
1. Ik kan deze boeken in de bibliotheek lezen.
2. Ik moet onze kleding in mijn slaapkamer bewaren.
3. Wij willen deze film in de bioscoop kijken.
4.Hij mag deze auto op de weg rijden.
5. Ik wil deze muziek in het vliegtuig luisteren.
6. Zij kunnen de vruchten in de winkel kopen.
7. U kunt de appels in de kantine eten.
8. Ik moet mijn tas op de…Read More -
1. Wij willen de film in de bioscoop kijken.
2. Ik moet de schoenen in de winkel kopen.
3. Zij kan het koekje bij de buren eten.
4. U wilt de afspraak in het ziekenhuis maken.
5. Hij mag het huis in de straat huren.
6. Ik wil mijn vriend op het werk zien.
7. Zij moeten de champions in het bos plukken.
8. Je mag de hond op de straat zoeken.
9. We…Read More -
1.Je mag het pakket bij de buren afgeven.
2.We kunnen het project deze week afronden.
3.Zij moet haar wachtwoord op de computer veranderen.
4.Zij kan het formulier online invullen.
5.U wilt de reservering via de telefoon bevestigen.
6.Hij mag zijn jas bij de ingang ophangen.
7.Ik wil mijn docent na de les spreken.
8.Zij moeten het probleem met de…Read More -
1. Ik zal mijn huiswerk bij de bureau doen.
2. Jij moet Albert in de winkel zien.
3. Hij kan onze collega in de kantor helpen.
4. Zij mag dit brood in de kantine proberen.
5. Ik mag dit vliegtuig naar huis nemen.
6. Jij wil deze bureaus van de school renoveren.
7. Hij mag deze gordijnen tegen de muur hangen.
8. Zij wil dese bloemen op de tafel…Read More -
1. Ik moet deze kranten op de fiets lezen.
2. Jij kunt jouw vriend in de stad ontmoeten.
3. Cornelis wil het fruit in de schaal leggen.
4. Wij gaan onze buren in het park zien.
5. Jullie mogen de computer op school gebruiken.
6. Maria moet haar nagels in de salon lakken.
7. U wilt dat gebouw vanuit de bus zien.
8. Ik kan hun auto op de oprit…Read More -
1. Ik wil met mijn vrouw in het kasteel trouwen.
2. Zij moet haar tanden in de badkamer poetsen.
3. Hij mag zijn auto in de tuin wassen.
4. Jullie kunnen deze vruchten in het park eten.
5. Het kind wil met zijn vader op de sneeuw skiën.
6. Wij kunnen de ooievaar bij de rivier zien.
7. Izak moet zijn kleren thuis strijken.
8. We moeten onze…Read More -
1. Jij moet deze fiets bij het station parkeren.
2. Hij kan zijn koffie in het café drinken.
3. Zij mag haar boek in de bibliotheek lezen.
4. Wij willen onze lunch in het park eten.
5. Jullie moeten jullie tickets op het vliegveld laten zien.
6. Zij kunnen hun huiswerk op school maken.
7. Ik mag deze film in de bioscoop kijken.
8. Jij wilt je jas…Read More -
1. Ze moet op dit moment een collega bellen.
2. Ze wil vanavond een shilderij hangeen.
3. Ik kan in het weekend een muur schilderen.
4. Zij willen elke dag games spelen.
5. Hij moet om 12 uur mail schrijven.
6. Ze wil rond 5 uur kleren washen.
7. Hij wil binnen deze maand een huis vinden.
8. Ik wil na 11 uur een huis vertrekken.
9. Je wil morgen…Read More -
1. Ik kan de hond in het park laten spelen.
2. Hij mag het boek in de bibliotheek lezen.
3. Zij mogen het huis in Eindhoven kopen.
4. Wij willen de nieuwe schoenen in de winkel kopen.
5. Jullie mogen met de auto in Eindhoven rijden.
6. Wij willen de buren in de buurt ontmoeten.
7. Ik wil de afspraak bij de…Read More
-
1- Ik wil de fiets thuis parkeren
2- Ik wil het middageten thuis eten
3- Hij wil deze auto in de werkplaats parkeren
4- Je moet deze kop in de keuken zetten
5- Ik mag dit boek op het werk schrijven
6- Ik wil mijn dokter in het ziekenhuis zien
7- Hij kan de hond in het park laten lopen
8- Hij moet het afval in de prullenbak zetten
9- Ik moet de…Read More -
1. Jij kunt deze dieren in de dierentuin zien.
2. Ik wil mijn huiswerk thuis maken.
3.Zij wil die schilderijen aan de muur hangen.
4.Wij kunnen onze kleren in de winkel terugbrengen.
5. Jullie moeten jullie cadeaus naar het feest meebrengen
6. Je mag jouw vragen in de les stellen.
7. Ze willen met hun auto in Frankrijk reizen.
8. Hij moet op…Read More -
1. Ik wil deze pizza in het huis eten.
2. Zij moeten dit boek op school lezen.
3. Wij mogen de koffie in het park drinken.
4. U wilt haar auto in het weekend kopen.
5. Zij mag die krant op het werk lezen.
6. Jullie kunnen deze muziek in de sportschool luisteren.
7. Ik kan de lampen aan het plafond hangen.
8. Hij kan hun taal op de nederlandse…Read More -
1. Ik moet die fiets in het centrum vinden
2. Jij wilt de bloemen in de winkel kopen
3. Zij kan het examen in het klaslokaal halen
4. Hij mag de appel thuis eten
5. Wij moeten de foto in het park maken
6. Jullie willen het cadeau in Frankrijk verbranden
7. Zij kunnen de olifant in Thailand voeren
8. Ik kan het zand op het strand zien
9. Zij wil…Read More -
1. Ik wil die tas in de winkel kopen.
2. Jij moet het formulier op kantoor invullen.
3. Zij kan deze brief op de post doen.
4. Hij mag de hond in het bos uitlaten.
5. Wij moeten de auto bij de garage ophalen.
6. Jullie willen het geld op de bank zetten.
7. Zij kunnen de sleutels in de auto laten.
8. Ik kan deze jurk in de kast hangen.
9. Z…Read More -
1. Ik wil die jas in de supermarkt kopen.
2. Jij kunt deze stoel in de keuken zetten.
3. Hij moet het boek op school lezen.
4. Jullie kunnen deze fiets in Amsterdam gebruiken.
5. Wij willen die hond in het park zien.
6. Zij mag de koffie in het café drinken.
7. Hij kan dat brood in de bakkerij kopen.
8. Ik moet het raam in mijn kamer openen.
9.…Read More -
1. Wij willen de boom in de tuin planten.
2. U moet uw rekening bij de receptie betalen.
3. Ik mag deze computer naar huis meenemen.
4. Jullie kunnen de vergadering op kantoor plannen.
5. Hij moet zijn paspoort bij de balie tonen.
6. Wij kunnen deze tafel in de woonkamer zetten.
7. Ik kan mijn auto in deze garage parkeren.
8. Zij willen het geld…Read More -
1.Ik wil mijn appel in de kantine eten.
2.Jij moet deze opdracht in de bibliotheek maken.
3.Hij mag de pizza in het park eten.
4.Zij kan haar boek in de klas lezen.
5.Wij willen onze vrienden op school zien.
6.Jullie kunnen jullie fietsen bij het station parkeren.
7.Zij mogen hun telefoons in de les gebruiken.
8.Ik kan deze brief thuis…Read More -
1. Ik wil dit raam in het huis openen.
2. Jij kunt die appel in het park eten.
3. Hij moet de Mona Lisa in het Museum van Versailles bekijken.
4. Zij wil haar haar in de kapsalon laten knippen.
5. Wij kunnen het liedje “Despacito” in de Spaanse bar luisteren.
6. Jullie moeten die appelflap in het restaurant eten.
7. Ik wil mijn nieuwe schoenen op…Read More -
1. Ik wil mijn boek in de bibliotheek lezen.
2. Jij moet deze film thuis kijken.
3. Hij kan onze auto in de garage repareren.
4. Wij willen deze muziek op het feest luisteren.
5. Jullie mogen jullie tassen in het klaslokaal achterlaten.
6. Zij moeten mijn computer op kantoor gebruiken.
7. Ik wil deze appel in de keuken eten.
8. Jij kunt onze…Read More -
1. Ik wil mijn jas in de kantine aandoen.
2. Jij mag deze fiets op het plein parkeren.
3. Hij kan de computer op kantoor gebruiken.
4. Zij moet ons eten in de koelkast leggen.
5. Wij willen deze film in de bioscoop kijken.
6. Jullie mogen de deur in het gebouw openen.
7. Zij kunnen onze spullen in de kamer leggen.
8. Ik moet deze brief op het…Read More -
1. Ik wil de appel in de keuken eten.
2. Zij moet het boek in de bibliotheek lezen.
3. Hij kan de fiets in het park fietsen.
4. Wij willen de koffie op kantoor drinken.
5. Zij moeten het kaartje op het station kopen.
6. Jij kunt de pen in het klaslokaal gebruiken.
7. Ik wil de taart in de keuken bakken.
8. Zij kan het spel in het park spelen.
9.…Read More -
1. Ik wil mijn boek op de tafel leggen.
2. Jij moet de tas in de auto achterlaten.
3. Hij kan dat restaurant bij het station vinden.
4. Zij mag haar fiets achter de school parkeren.
5. Wij moeten onze telefoons in onze tassen doen.
6. Jullie kunnen dat huis bij de rivier kopen.
7. Zij willen die doosjes in de garage opslaan.
8. U mag de melk in de…Read More -
1. Ik wil deze sinaasappel op kantoor opeten.
2. Hij wil in de bioscoop een film kijken.
3. Zij wil in dat muziekgebouw een liedje zingen.
4. Ze willen op dat schoolplein volleyballen .
5. Ik wil aan de rivier een boek lezen.
6. Hij wil deze steen in de vijver gooien.
7. Zij wil deze jurk op de bruiloft dragen.
8. Wij willen die kerk in Eindhoven…Read More -
1, Ik wil mijn katten naar de dierenarts brengen
2. Juillie willen de lunch op kantoor eten
3. Ik wil de kaas in de supermarkt kopen
4. Mijn broer wil de foto in zijn kamer hangen
5. Ik moet de cursus Nederlands in het klaslokal volgen
6. Wij willen de mooie bomen in de tuin zien
7. Mijn zus en haar vriendin willen de film in de bioscoop kijken
8.…Read More -
1. Hij wil zijn gitaar in de muziekkamer spelen.
2. Je kan deze eenden bij de meer voeren.
3. Ik moet deze pakket bij het postkantoor verzenden.
4. Zij kunnen hun bagage in de kamer opslaan.
5. Jullie maggen jullie handen in de badkamer wassen.
6. Wij willen die muur in de woonkamer schilderen.
7. Zij moet deze bloemen op het balkon water…Read More -
1. Ik moet de afwas in de keuken doen.
2. Hij kan het rapport op het werk schrijven.
3. Wij mogen de bal in de tuin gooien.
4. Zij wil de boodschappen in de supermarkt doen.
5. Ik kan het boek in de bibliotheek lezen.
6. Hij moet zijn huiswerk op school maken.
7. Wij willen onze fietsen in het park stallen.
8. Zij kan haar koffie in de kantine…Read More -
1. Ik wil mijn thee in de woonkamer drinken.
2. U moet de brief op donderdag sturen.
3. Ik moet de soep in de keuken koken.
4. Ik wil de appels op de markt kopen.
5. U wilt deze krant in de ochtend lezen.
6. Ik moet mijn huiswerk in de middag maken.
7. U mag uw koffie op het terras drinken.
8. Ik mag de hond in het park uitlaten.
9. Ik kan de…Read More -
1. Ik wil mijn appel in de kantine eten.
2. Ik moet de e-mail op kantoor schrijven.
3. Ik kan dit boek in de bibliotheek lezen.
4. Ik mag mijn koffie in de kantine drinken.
5. Ik wil mijn vriend in het park zien.
6. Ik moet mijn Nederlands thuis leren.
7. Ik kan de soep in het restaurant eten.
8. Ik mag deze computer op school gebruiken.
9. Ik wil…Read More -
1. Ik wil mijn kat naar de dierenarts brengen.
2. Jij moet je lunch op kantoor eten.
3. Hij kan zijn fiets in de garage repareren.
4. Wij willen naar dit liedje thuis luisteren.
5. Jullie mogen jullie tas in het klaslokaal achterlaten.
6. Zij moeten mijn computer op het werk gebruiken.
7. Ik wil deze groenten in de supermarkt kopen.
8. Zij kan…Read More -
1. Zij moet die verdachte op het politiebureau afleveren.
2. Zij willen de contracten op het kantoor ondertekenen.
3. Hij kan zijn onderzoek bij het meer doen.
4. U kunt uw boom in de tuin planten.
5. Ik wil zijn hond in de kamer voeren.
6. Jij kunt op de kermis in de attracties rijden.
7. We mogen onze huisdieren in de klas brengen.
8. Jullie…Read More -
1. Je kunt deze nieuwe collega in de kantine ontmoeten.
2. U kunt onze populaire producten in de winkel proberen.
3. Je mag je ticket bij onze receptie inwisselen.
4. Wij kunnen ons eten via deze app bestellen.
5. Hij moet zijn thesis in deze vergadering presenteren.
6. Zij mag zijn verzoek in deze overeenkomst afwijzen.
7. Hij moet zijn klanten…Read More -
1. Ik wil de appel in de kantine eten.
2. Hij wil deze koffie in het café drinken.
3. Zij mag haar boek in de bibliotheek lezen.
4. Wij moeten de boodschappen in de supermarkt kopen.
5. Ze kunnen de film in de bioscoop kijken.
6. Ik wil mijn collega op kantoor zien.
7. Hij moet zijn huiswerk in de klas maken.
8. Zij wil de fiets bij de school…Read More -
1. Ik wil deze e-mails op mijn laptop versturen.
2. Jij moet jouw jas aan de kapstok hangen.
3. Hij kan zijn auto op de parkeerplaats zetten.
4. Zij wil die bloemen in de vaas zetten.
5. U kunt uw bagage bij de receptie achterlaten.
6. Wij moeten onze schoenen in de gang uitdoen.
7. Jullie mogen dezelfde film in de bioscoop bekijken.
8. Zij kunnen…Read More -
1. Ik wil mijn kat in de kamer vangen.
2. Je wilt je vragen op de school stellen.
3. Hij moet zijn rechten op het kantoor vechten.
4. Ik moet dit geld van de bank verdienen.
5. Zij kan haar flat in de stad verkopen.
6. Wij willen onze boeken in de boekenkast verstoppen.
7. Jullie mogen jullie brief naar de school versturen.
8. Zij kunnen hun…Read More -
1 Ik Wil het gerecht in de kantine eten
2 Jij wilt mijn olifant binnen de dierentuin zien
3 Je wilt jouw auto tussen Eindhoven en Helmond rijden
4 U wilt de kersen van het bos krijgen
5 Hij wil zijn baard in de kapsalon laten bijwerken
6 Zij gaat de gele volgen in het part zien
7 Wij willen jouw tanden op de tandarts bijwerken
8 Jullie willen onze…Read More -
1.Ik kan mijn nieuwe collega morgen bellen.
2.Jij kunt deze mooie bloemen in de winkel kiezen.
3.Hij mag zijn fiets bij de school parkeren.
4.Zij kunnen hun vrienden vanavond bezoeken.
5.Wij moeten onze kamer morgen schoonmaken.
6.Jullie mogen deze foto voor de wedstrijd gebruiken.
7.U moet uw formulier bij de receptie invullen.
8.Ik mag hun hond…Read More
- Load More Posts

1. De student wil zijn huiswerk op school afmaken.
2. Zij moet de kaas in de winkel kopen.
3. Wij mogen de wc in het winkelcentrum gebruiken.
4. Hij kan zijn ouders in het restaurant trakteren.
5. Ik wil tv kijken in de slaapkamer.
6. De bewaker moet de CCTV in het museum bekijken.
7. Het kind wil appelsap uit de koelkast.
8. Ik wil dat huis in…Read More