-
-
1. Ik wil in de bioscoop een film kijken.
2. Hij mag op de bank een koffie drinken.
3. Wij moeten in het huis ontbijt eten.
4. Zij kan op het notitieboekje een afbeelding tekenen.
5. U zult in het ziekenhuis een afspraak maken.
6. Ik moet in de slaapkamer een airco installeren.
7. Zij kan in de keuken vaatwerk opslaan.
8. Hij wil aan de muur…Read More -
1. ik wil in de auto een soda drinken.
2. Maria moet in de les een vraag stellen.
3. Ik wil in het bedrijf een portfolio presenteren.
4. Jij mag op jouw werk een verhaal vertellen.
5. Jullie moeten in de stad een marathon rennen.
6. Lisa en Tom kunnen onder de tafel een beetje praten.
7. Hij kan bij dat bos een vogel horen
8. De hond wil n…Read More -
1. Ik kan op de tafel appels zetten.
2. Anna wil in het klaslokaal een les geven.
3. Jullie mogen in jullie huis een examen nemen.
4. Ik wil aan de muur een schilderij hangen.
5. De kat wil bij de haard water drinken.
6. Jij moet in de kantine brood eten.
7. Hij wil in de keuken een taart maken.
8. Pieter wil tussen de deur en de bank een plantje…Read More -
1. Ik moet in het kantoor een collega ontmoeten
2. Zij wil op het feest een vriendin zien
3. Hij moet in de ingang een gast begroeten
4. Ik wil bij het park vijf kilometer hardlopen
5. Jij wilt in het warenhuis een pakket ophalen
6. Wij kunnen op elk metrostation treinkaartjes kopen
7. Zij kunnen bij de bakkerij een vlaai ophalen
8. Jij wilt bij…Read More -
1. Ik wil in de tuin een boek lezen.
2. Je moet thuis een film kijken.
3. U gaat in het café een boterham eten.
4. Hij moet in bed een soep eten.
5. Zij mag op school muziek luisteren.
6. Wij gaan buiten verstoppertje spelen.
7. Jullie zullen op het podium instrumenten spelen.
8. Zij willen in de club gedichten schrijven.
9. Ik moet in Nederland…Read More -
1. Jij moet op de lokale markt kaas kopen.
2. Hij kan in mijn huis lekkere eten eten.
3. Jullie mogen in het hotel ontbijt eten.
4. Wij willen ‘s ochtends collega’s wachten.
5. Zij moet op het werk haar dienst afwerken.
6. Ik wil aan de muur een schilderij hangen.
7. Ik wil in het kantoor koffie drinken.
8. Hij mag in de supermarkt boo…Read More -
1. Ik wil in de trein een boek lezen.
2. Hij kan in het huis een film kijken.
3. Wij kunnen in de restaurant een diner hebben
4. Ik moet in de supermarkt boodschappen kopen.
5. Hij wil in het café een koffie drinken.
6. Wij willen in het park een spel spelen.
7. Ik wil in de auto een audioboek horen.
8. Jij kunt in het kantoor muziek…Read More -
1. Ik moet in het kantoor een rapport lezen.
2. Jij wilt in de winkels een jurk kopen.
3. Wij kunnen tussen de bank en de kast stof zien.
4. Zij moet op de tafel eten plaats.
5. Jullie moeten onder de boom een cadeau plaatsen.
6. Hij kan achter het huis een eekhoorn zien.
7. Zij willen in de woonkamer een muur blauw schilderen.
8. Ik wil in mijn…Read More -
1. Ik moet in de apotheek een medicijn kopen.
2. Jij wilt naar het feest een taart brengen.
3. Hij mag op kantoor een brief schrijven.
4. Zij wil in het operagebouw een dansvoorstelling zien.
5. De hond wil in de tuin een spelletje spelen.
6. Wij kunnen in onze keuken een pasta koken.
7. Jullie willen in de bibliotheek een project doen.
8. Ze…Read More -
1. Ik wil op het kantoor taken uitvoeren.
2. Jij moet thuis kamers schoonmaken.
3. U kunt in de kantine een banaan eten.
4. Hij mag in de klas vragen stellen.
5. Zij wil in de winkel een laptop kopen.
6. Wij moeten op straat een show zien.
7. Zij kunnen in de vergaderuimte een videogesprek voeren.
8. Jullie mogen in het restaurant een avondeten…Read More -
1. Ik wil in de winkel brood kopen.
2. Jij moet in het restaurant een tafel reserveren.
3. U mag in de gym een oefening uitvoeren.
4. Hij kan in de trein een ticket kopen.
5. Zij wil in de boetiek een cadeau krijgen.
6. Wij willen in het huis een kamer verven.
7. Jullie moeten in het gebouw hoeden afzetten.
8. Zij kunnen in het park een festival…Read More -
1.Ik wil in het café een toetje eten.
2.Jij wilt in de trein een film kijken.
3.Hij wil in zijn huis een boek lezen.
4.Zij wil in de supermarkt een vriend zien.
5.Wij willen in de tuin een hond zien.
6.Jullie willen in het vliegtuig een broodje eten.
7.Zij willen op school een spel spelen.
8.Jij mag op de stoep water drinken.
9.Jullie…Read More
-
Recept F
1. Ik wil in het cafe een koffie kopen.
2. We kunnen in de kueken naar de radio luisteren.
3. Jij kan in de bioscoop een film kijken.
4. Zij moet naar haar werk fietsen.
5. Ik moet bij Dutch Academy Eindhoven Nederlands leren.
6. Ik wil in de tuin een boom planten.
7. Ik wil in de winkel een broek kopen.
8. Jullie willen bij de…Read More -
1. Ik wil in een restaurant mensen zien.
2. Je moet in de keuken groenten eten.
3. Hij kan in de woonkamer een film kijken.
4. We mogen in het park een boterham eten.
5. Jullie zullen in de kast een tas leggen.
6. Ze kunnen bij de bank geld opnemen.
7. Ik wil op kantoor een collega zien.
8. U kunt bij de bakkerij brood kopen.
9. Ze kan buiten een…Read More -
1. Ik wil naar Spanje een vakantie houden.
2. Ik wil in het restaurant een reservering maken.
3. Ik wil in Nederland een auto hebben.
4. Ik wil in Eindhoven een huis kopen.
5. Wij mogen in het café een broodje bestellen.
6. Jullie kunnen in de winkel een ticket kopen.
7. Ik wil in de supermarkt een pizza kopen.
8. Jij gaat in de garage een fiets…Read More -
1. Ik wil in de bakkerij een brood kopen.
2. Hij wil in Amsterdam een nieuwe baan zoeken.
3. Ze mogen hier geen bal spelen.
4. Ze wil in de tuin bloemen planten.
5. Hij wil op de taart kaarsen zetten.
6. Jij moet in de apotheek een medicijn kopen.
7. Wij moeten in de winkel een jas kopen.
8. Ik wil in de bioscoop een film kijken.
9. Jullie willen…Read More -
1. Ik wil in de bioscoop een film kijken.
2. Anna wil in de huiskamer een boek lezen.
3. Ik kan in de straat mensen zien.
4. Mark mag in de kast kleren hangen.
5. Anna mag in de keuken een gerecht koken.
6. Hij kan op de bank kussens liggen.
7. Zij wil in de winkel een pen kopen.
8. Jullie moeten in de bibliotheek een boek lezen.
9. Studenten…Read More -
1. Ik mag in de tuin een thee drinken.
2. Jij moet in de Dutch Academy een les nemen.
3. Hij wil in de straat een foto nemen.
4. Zij wil in Piazza een kas kopen.
5. Wij zullen in dat café een koffie drinken.
6. Anna kan in de academie een schildrij schilderen.
7. Jullie kunnen in de bar een gratis bier drinken.
8. Ik kan in de apotheek een…Read More -
1. Wij willen in Eindhoven een biertje drinken.
2. Ik moet op de website opdrachten doen.
3. Zij willen in de bioscoop een film kijken.
4. Wij moeten bij Jumbo boodschappen doen.
5. Hij wil naar Japan met vrienden bezoeken.
6. Jullie willen in de kantine een maaltijd eten.
7. U kunt in de winkel verschillende artikelen kijken.
8. Jij kan bij de…Read More -
1. Ik wil op het strand een zandkasteel bouwen.
2. Ik moet op het station een trein nemen.
3. Ik mag in de bioscoop een film kijken.
4. Ik wil in het ziekenhuis een patiënt bezoeken.
5. Ik moet in de badkamer mijn tanden poetsen.
6. Ik wil in de dierentuin foto’s van olifanten maken.
7. Ik moet op kantoor een e-mail sturen.
8. Ik mag in het zw…Read More -
1.Ik mag in bed een maaltijd eten.
2. Zij mogen in een tent huiswerk maken.
3. Ik kan in de zee crawl zwemmen.
4. Je kan in het bos zonder schoenen rennen.
5. Ik moet voor de winkel op een verkoper wachten.
6. Zij moet in de keuken een taak doen
7. Ik wil in het restaurant avondeten eten.
8. Wij willen op kantoor over een contract praten.
9. Zij…Read More -
1. Ik mag op de markt boodschappen doen.
2. Jij kunt in het park naar muziek luisteren.
3. U moet in uw huis eten maken.
4. Hij wil in een restaurant soep eten.
5. Zij moet op school wiskunde leren.
6. Wij willen in de bioscoop een film kijken.
7. Jullie kunnen op kantoor vergadering hebben.
8. Zij mogen in het ziekenhuis tijd wachten.
9. Jij wil…Read More -
1. Ik wil op straat een frisdrank drinken
2. Je wil op de universiteit een boek kopen
3. Zij wil in de bioscoop een film zien
4. Jullie willen in de bibliotheek met een leraar lezen
5. Ze willen in de winkel een maaltijd kopen
6. Wij kunnen in het ziekenhuis met een dokter praten
7. Ik kan in het station een wedstrijd spelen
8. Hij kan in het park…Read More -
1. Ik wil op het werk een toetje eten.
2. Wij willen in het restaurant een grote burger eten
3. Hij moet in de supermarkt een pakje chips kopen
4. Jullie willen in het park een jongen zien.
5. Zij moet op school huiswerk maken.
6. Ik wil bij de bakker een brood kopen.
7. Jullie moeten vanaf de luchthaven een vlucht nemen.
8. Wij willen in de…Read More -
1. Henry wil naar het kantoor gaan.
2. Ik mag thuis blijven.
3. Hij kan naar school fietsen.
4. Jij moet in de winkel werken.
5. Wij willen in de bergen wandelen.
6. Ik kan in het kanaal zwemmen.
7. Jan moet naar het ziekenhuis gaan.
8. Jullie mogen in de bioscoop een film kijken.
9. Zij kunnen in het bos fietsen.
10. Ik wil in de gym sporten. -
1. Ik wil in de bioscoop een biertje drinken.
2. Ik kan in de speeltuin voetbal spellen.
3. Ik wil op school een appel meenemen.
4. Hij wil in het park een hond brengen.
5. Jullie willen in de tuin een ijsje eten.
6. Jij kunt in de bibliotheek een boek lezen.
7. Ik moet in mijn huis een boek schrijven.
8. Hij wil op straat een pen…Read More -
1. Ik kan in het park onder een boom liggen
2. Jij moet in een klaslokaal zitten
3. Hij wil in de markt een boodschaapen kopen
4. Zij kunnen in thuis een liedje zingen
5. Ik wil in de winkel een jas kopen
6. Ik kan in mijn huis een celloband vinden
7. Zij mag in de klaslokaal huiswerk doen
8. Jij mag in mijn thuis een gras maaier lenen
9. Hij mag…Read More -
1. Ik wil in het park een boek lezen.
2. Jij moet op kantoor een collega bellen.
3. Hij kan in de keuken appels snijden.
4. Wij mogen in de bibliotheek een tijdschrift lezen.
5. Zij wil in de woonkamer films kijken.
6. Jullie kunnen op school een presentatie geven.
7. Ik moet in de tuin bloemen planten.
8. Hij mag op het terras een vriend…Read More -
1. Ik wil in de tuin een aardbei eten.
2. Hij moet in de supermarkt een tas kopen.
3. Zij kan buiten het gebouw een pakket ophalen.
4. Wij moeten vanaf de luchthaven een vlucht nemen.
5. Zij zullen in de school een les leren.
6. Ik wil het thuis een boek lezen.
7. Zij zal langs het kanaal een fiets rijden.
8. Ik mag in de klas een appel eten.
9.…Read More -
1. Jij moet het huiswerk thuis maken.
2. Ik wil een film in de bioscoop kijken.
3. Zij kaant een foto van ons in het park maken
4. Jullie moeten naar het treinstation gaan.
5. Maria moet thuis haar haar borstelen.
6. Ana moet en chocoladetaart op school baken.
7. Wij mogen een picknick in het park houden.
8. Ik mag een tosti in de kantine…Read More -
1. Ik wil in het restaurant biryani eten.
2. Ik moet thuis huiswerk maken.
3. Ik wil in het park een barbecue organiseren.
4. Hij moet in de klas antwoord schrijven.
5. Wij moeten in de klas thuiswerk maken.
6. Wij moeten in de zomer een muur schilderen.
7. Zij kan in het appartement een huis kopen.
8. Ik moet bij de tandarts een afspraak…Read More -
1. Jij kunt in de supermarkt chocolade kopen.
2. Wij zullen in het huis kip koken.
3. Ik mag op kantoor documenten ondertekenen.
4. Jullie moeten in het theater een tas brengen.
5. Jij wilt in de keuken soep maken.
6. Wij kunnen in de tuin bloemen planten.
7. Jij mag op school een boek lezen.
8. Zij zullen in de garage een fiets repareren.
9. Ik…Read More -
1. Ik wil op kantoor een boterham eten..
2. Hij wil op school boeken lezen.
3. Zij wil in de kamer een tas dragen.
4. Zij willen in de winkel een jurk kopen.
5. Jullie willen in de buurt een huis verkopen.
6. Ik wil thuis een brief sturen.
7. Zij wil in het café een biertje drinken.
8. Hij wil in de supermarkt een bonnetje meenemen.
9.…Read More -
1. Wij mogen in de keuken pasta koken.
2. Hij wilt op de cafe koffie drinken.
3. De kinderen mogen in de bibliotheek studeren.
4. De werknemer kunt in de bank geld nemen.
5. Ik moet op negen uur met mijn huiswerk klaar zijn.
6. Je wilt om 10 uur ‘s ochtends in het zwembad aankomen.
7. Ze moet in de school een toets maken.
8. Hij mag op de b…Read More -
1. Ik wil in de bioscoop een film zien.
2. Je moet in de supermarkt fruit kopen.
3. Hij kan in de winkel appels verkopen
4. Zij mag op de tafel een taal spreken.
5. Wij zullen in Eindhoven een huis huren.
6. Jullie gaan in het kantoor een brief schrijven.
7. Zij willen thuis een boek lezen.
8. Viktor moet buiten de stad een stem horen.
9. Issak en…Read More -
1. Hij kan in een restaurant eten.
2. Zij kan op elk liedje dansen.
3. Ik kan vandaag bij jou zijn.
4. Ik wil vanavond een spelletje spelen.
5. Ik moet morgen boodschappen doen.
6. Ik moet later een liedje spelen.
7. Zij moeten vannacht slapen.
8. Jij moet nu gaan.
9. Zij kunnen het elke dag beter doen.
10. Zij kan auto’s repareren. -
1. Wij mogen in de keuken een pizza eten.
2. Jij mag in de kamer een raam openen.
3. Zij kunnen thuis een film kijken.
4. Hij kan in het park een spel spelen.
5. Ik mag in de tuin een foto maken.
6. Wij kunnen in het park een vriend ontmoeten.
7. Ik wil in de supermarkt een appel kopen.
8. Wij mogen op de markt een bloem kopen.
9. Wij mogen op het…Read More -
1. Ik wil bij de dokter een afspraak maken.
2. Zij wil in de keuken een taart bakken.
3. Ik kan in de woonkamer een film kijken.
4. Jullie willen in het park een foto maken.
5. Wij moeten bij de bank een rekening openen.
6. Ik kan in de bibliotheek een boek lezen.
7. Ik moet op kantoor een e-mail schrijven.
8. Zij willen in de tuin een bloem…Read More -
1. Ik wil thuis een maaltijd eten.
2. Jij moet in Nederland een fiets hebben.
3. Hij kan op school een telefoon meenemen.
4. Zij mag op kantoor een rok dragen.
5. U wilt in de kamer een tv hebben.
6. Wij mogen in de klas geen lunch hebben.
7. Jullie mogen in de bus geen drinken hebben.
8. Zij mogen in de auto een film kijken.
9. Ik wil bij jou…Read More -
1. Ik wil in de supermarkt een stuk fruit kopen.
2. Jij moet in de kamer een spel spelen.
3. Zij wil in de keuken een appel eten.
4. Jij kunt in de woonkamer een film kijken.
5. Zij wil in de bibliotheek een boek lezen.
6. Jij kunt in de woonkamer een puzzel maken.
7. Ik moet in de klas een gedicht lezen.
8. Ik moet in de keuken brood bakken.
9.…Read More -
1. Ik wil thuis een heerlijke taart bakken.
2. Hij moet in de klas lessen begrijpen.
3. Ik wil in de steden van Nederland bijzondere plekken zien.
4. Hij kan op kantoor een handleiding geven.
5. Zij moet in jouw huis een computer gebruiken.
6. Ik moet op school pauze nemen.
7. Je moet in de supermarkt aardappelen kopen.
8. Zij wil buiten e-mails…Read More -
1. Wij mogen in de keuken een pizza eten.
2. Jij mag in de kamer een raam openen.
3. Zij kunnen thuis een film kijken.
4. Hij kan in het park een spel spelen.
5. Ik mag in de tuin een foto maken.
6. Wij kunnen in het park een vriend ontmoeten.
7. Ik wil in de supermarkt een appel kopen.
8. Wij mogen op de markt een bloem kopen.
9. Wi…Read More -
1. Ik wil in Eindhoven een appartement kopen.
2. Ik kan in mijn keuken pasta maken.
3. Jullie moeten in Nederland Nederlands spreken.
4. Jij mag op het terras een sigaar roken.
5. Hij moet in zijn huis een instrument spelen.
6. Ik zal in de studio een liedje componeren.
7. U kunt in Chili een berg beklimmen.
8. Zij wil op het gras voetbal…Read More -
1. Ik wil in de keuken een broodje eten.
2. Zij kunnen op school woorden leren.
3. Jullie moeten in het park een hond zien.
4. Hij wil in de tuin een huis bouwen.
5. Wij kunnen in de klas een verhaal lezen.
6. Mijn broer moet in de garage een fiets repareren.
7. Studenten mogen buiten een vraag stellen.
8. Kinderen kunnen in de tuin een dier…Read More -
1. Ik wil in de tuin een boek lezen.
2. Jij kunt op school vragen stellen.
3. Hij kan in de keuken een ei bakken.
4. Wij mogen in de klas opdrachten maken.
5. Zij kunnen in het park een spel spelen.
6. Jullie willen op het balkon bloemen planten.
7. Ik kan in de stad een tas kopen.
8. Hij mag in de woonkamer een lied zingen.
9. Wij moeten in de…Read More -
1. Jij wilt in de keuken een appel eten.
2. Hij moet in de klas een boek lezen.
3. Zij kan in de stad een jas kopen.
4. Wij mogen in de bibliotheek een tijdschrift lezen.
5. Jullie willen op het werk een collega bellen.
6. Zij kunnen in de supermarkt groente kopen.
7. Ik moet in de woonkamer een film kijken.
8. Hij mag in de tuin een bloem…Read More -
1. Ik wil in het park een pauw zien.
2. Zij kan in de les Nederlands studeren.
3. Hij moet thuis huiswerk maken.
4. Zij wil in het museum een schilderij zien.
5. Wij kunnen in de bibliotheek boeken lezen.
6. Jij kunt op zolder een oude doos vinden.
7. Jullie kunnen bij mijn huis een kanaal zien.
8. Ik wil in de supermarkt sinaasappels kopen.
9.…Read More -
1. Ik ga in de keuken een koffie maken.
2. Ik wil in het park een boek lezen.
3.Ik moet op kantoor een e-mail schrijven.
4.Ik kan in de supermarkt een brood kopen.
5.Ze zullen in de klas een presentatie geven.
6. Jullie mogen in de woonkamer een muziek luisteren.
7. Jij gaat in de keuken een soep koken.
8. Ik hoop in de tuin een foto maken.
9. Ik…Read More -
1- Ik wil in de keuken een appel eten
2- Ik wil in de slaapkamer een stoel plaatsen
3- Ik moet in de badkamer een handdoek wassen
4- Jij wilt in de straat een auto parken
5- Hij wil in de school een boek lezen
6- Ik kan in de woonkamer een TV kijken
7- Jij moet in de keuken een bord af wassen
8- Hij kan in de tuin een planten water geven
9- Wij…Read More -
1. Ik wil in de bibliotheek een boek lezen.
2. Jij kunt in de slaapkamer een bed vinden.
3. Wij willen op de bank een dutje doen.
4. Hij moet thuis huiswerk maken.
5. Zij wil thuis een diner eten.
6. Ik kan in de winkel een overhemd kopen.
7. Jij kunt in de woonkamer een film kijken.
8. Zij kunnen in de sportschool een training doen.
9. Ik wil in…Read More -
1. Ik wil in het park een wandeling maken.
2. Jij kunt in de keuken een appel eten.
3. Wij willen op het balkon een boek lezen.
4. Hij moet op school een toets maken.
5. Zij wil in de tuin een bloem planten.
6. Ik kan in de supermarkt een brood kopen.
7. Jij kunt in de garage een fiets pakken.
8. Zij kunnen in het zwembad een baantje zwemmen.
9.…Read More -
1. Ik wil in de supermarkt boodschappen kopen.
2. Jij kunt op het werk collega’s zien.
3. Hij wil in de keuken een taart bakken.
4. Zij wil in de bioscoop een film kijken.
5. Wij mogen in de tuin een foto nemen.
6. Zij kan in de dierentuin een olifant zien.
7. Wij kunnen in de keuken pasta eten.
8. U wilt op het balkon een bloempot hebben.
9. Ik w…Read More -
1.Ik wil in het restaurant een pizza eten.
2.Jij moet op school een taal leren.
3.Hij kan in het huis een tafel vinden.
4.Zij wil in de woonkamer naar muziek luisteren.
5.Jullie kunnen in het park een dier helpen.
6.Wij moeten in de klas een les leren.
7.Ik mag in het café een koffie drinken.
8.Jij wil in het park een boek lezen.
9.Wij kunnen in…Read More -
1. Ik wil in de keuken een tomaat snijden.
2. Ik kan in het park water drinken.
3. Jij moet in de tuin een plant water geven.
4. Je mag in de garage hout zagen.
5. Hij kan in de woonkamer een spel spelen.
6. Zij wil in de kantine brood eten.
7. Wij mogen in het museum een beeld bekijken.
8. We moeten in de keuken rijst koken.
9. Jullie willen in…Read More -
1. Jij wilt in de keuken een appel eten.
2. Hij moet in de klas een boek lezen.
3. Zij kan in de stad een jas kopen.
4. Wij mogen in de bibliotheek een tijdschrift lezen.
5. Jullie willen op het werk een collega bellen.
6. Zij kunnen in de supermarkt groente kopen.
7. Ik moet in de woonkamer een film kijken.
8. Hij mag in de tuin een bloem…Read More -
1. Ik wil in het nieuwe huis een meubelstuk neerzetten.
2. Je kunt bij onze buren liedjes zingen.
3. Jij mag in deze stad een baantje zoeken.
4. U moet thuis voor huishoudelijke taken zorgen.
5. Hij kan in de yogaclub angst verminderen.
6. Zij wil in de kelder een muis vangen.
7. We mogen in het land regels veranderen.
8. Jullie moeten bij dit…Read More -
1. Ik wil in de winkel contant betalen.
2. Jij moet naar school boeken meenemen.
3. Zij kan in het bos paddenstoelen zoeken.
4. Hij mag in de klas water drinken.
5. We moeten in de supermarkt groente kopen.
6. Ze kunnen in de kaasfabriek kaas maken.
7. Wij willen in de slaapkamer een bed plaatsen.
8. Jullie kunnen in de oceaan orka’s zien.
9. U m…Read More -
1- Ik wil in mijn woonkamer een televisie kijken.
2- Ik ga naar school een vriend zien.
3- Ik zal naar het ziekenhuis een afspraak maken.
4- Ik zal je van thuis over een probleem bellen.
5- Wij mogen op het schoolplein verstoppertje spelen.
6- Je mag thuis een eten maken.
7- Jullie wil in de school een boek lezen.
8- Ze wil in het winkelcentrum…Read More -
1. Ik wil op kantoor een koffie drinken.
2. Ik wil in de stad een huis kopen.
3. Ik wil in het dorp een boom planten.
4. Ik kan in de trein een boterham eten.
5. Ik kan thuis soep koken.
6. Ik kan in de bioscoop een film kijken.
7. Ik moet in de supermarkt melk kopen.
8. Ik moet thuis huiswerk doen.
9. Ik mag in de buurt auto’s parkeren.
10. Ik m…Read More -
1- Ik wil in de stad een winkel bezoeken.
2- Zij wil in de paskamer een broek passen.
3- Hij mag in de wachtkamer een appel eten.
4- Zij willen in de supermarkt brood kopen.
5- Jullie kunnen in de lobby een afspraak maken.
6- Je moet in de klas niets zeggen.
7- U mag in de auto geen telefoon gebruiken.
8- Je moet niet in de rechtbank met een bal…Read More -
1-Ik moet in de bibliotheek een artikel studeren.
2- Jij wilt in de keuken een nieuwe maaltijd voorbereiden.
3- Hij kan in de woonkamer een lamp repareren.
4- Zij mag in de winkel een jurk passen.
5- Wij kunnen in het park een broodje eten.
6- Jullie willen in de kantine koffie drinken.
7- Zij willen in het kantoor een vergadering plannen.
8- U…Read More -
1. Ik wil in de winkel banana’s kopen.
2. Zij kan in de bus boeken lezen.
3. Wij kunnen op de weg vogels kijken.
4. Ik wil in de kamer koffie drinken.
5. Hij gaat in de bioscoop een film kijken.
6. U moet op kantoor kranten schrijven.
7. Jullie willen in het restaurant pizza eten.
8. Ik kan op straat voetbal spelen.
9. Wij moeten op de m…Read More -
1)Ik wil in de hal muziek spelen
2)Hij mag in de klas een vraag voorlezen.
3)Wij willen op kantoor collega’s ontmoeten.
4)Ik moet in de tuin een plant laten groeien.
5)Ze wil op school badminton spelen
6)Zij moeten in de garage een motorfiets wassen
7)Hij moet op school een les rekenen
8)Zij mogen in de kantine een pizza eten
9)Hij wil in het p…Read More -
1. Ik moet in de winkel een jas kopen
2. Wij mogen op deze straat een auto rijden
3. Jullie gaan naar de bioscoop een film kijken
4. Je gaat naar de kamer een deken nemen
5. Je kan op de tafel boeken liggen
6. Wij willen naar jullie huis een cadeau brengen
7. Je kan in de vaas bloemen zetten
8. Ik kan in de trein koffie drinken
9. U mag in het…Read More -
1- Ik wil in de supermarkt een appel kopen.
2- Ik moet op kantoor een collega bellen.
3- Ik kan thuis een boek lezen.
4- Ik mag in het park een hond aaien.
5- Ik mag in het restaurant een koffie bestellen.
6- Ik wil op het werk een project starten.
7- Ik moet in de stad een afspraak maken.
8- Ik kan in de avond een film kijken.
9- Ik wil na het…Read More -
1.Ik wil in de bus een banaan eten.
2. Wij willen naast het park vrienden zien.
3. Wij kunnen in de klas een spel spelen.
4. Ik mag in de keuken een lunch eten.
5. Ik wil in het cafe een lied horen.
6. Ik moet in de garage een auto repareren.
7. Wij willen in de stad een film kijken.
8. Ik kan op school een rekenmachine gebruiken.
9. Ik wil in de…Read More -
1. Ik wil in de kantine een koffie drinken.
2. Je mag in de stad met de auto rijden.
3. We kunnen in het park met vrienden spelen.
4. Zij wil op de tafel een sap zetten.
5. U moet naar het theater de film kijken .
6. Ik mag naar deze kamer kranten lezen.
7. Je kunt op de toern met het touw klimmen .
8. Jullie kunnen voor het ziekenhuis een…Read More -
1. Ik wil in de keuken pasta maken.
2. Jij wil naast het strand een ijsje kopen.
3. Hij wil voor het raam gordijnen hangen.
4. Ik moet in de woonkamer boeken lezen.
5. Jullie moeten bij de school geen sigaretten roken.
6. Jij kan op kantoor een sollicitatiegesprek voorbereiden.
7. Wij kunnen voor de winkel vrienden ontmoeten.
8. Ik mag in de…Read More -
1. Wij willen in de krant een artikel zetten.
2. Je mag in de klas chocolaatjes eten.
3. Zij moeten in de tas boodschappen leggen.
4. Hij kan in de fles water doen/schenken.
5. Jullie moeten in de tuin fietsen zetten.
6. Ik wil aan de muur van mijn eigen kamer een schilderij ophangen.
7. U mag in de woonkamer een bank zetten.
8. Je kan aan de…Read More -
1. Ik wil op het kantoor een project doen.
2. Hij wil in de markt een drankje kopen.
3. Je wilt in de winkel schoenen kopen.
4. Ze wil thuis een film kijken.
5. Zij wil op de tafel een vaas zetten.
6. Jij wil in de doos een boek stoppen.
7. We willen in de slaapkamer een lamp hangen.
8. Wij willen aan de muur een klok hangen.
9. U wilt in het…Read More -
1. Ik wil in de vergadering een presentatie geven.
2. U mag in het ziekenhuis een operatie doen.
3. Hij kan in de supermarkt boodschappen doen.
4. Jullie moeten bij de balie een afspraak maken.
5. Wij willen in de sportschool een douche nemen.
6. Jij kunt in de trein een drankje drinken.
7. Ik mag op kantoor een foto maken.
8. Zij moet in de auto…Read More -
1. Ik wil in Utrecht een vriend zien.
2. Wij willen in de kantine lunch eten.
3. Jij kan bij de buren koffie drinken.
4. Zij mogen in onze tuin met een vriend spelen.
5. Hij moet naar Amsterdam met collega’s gaan.
6. Ik kan op school een boek lezen.
7. Zij kunnen bij de gemeente voor documenten gaan.
8. Zij mag bij het gezin een nacht b…Read More -
1.Ik mag in het museum foto’s maken.
2.Wij moeten naar de supermarkt brood kopen.
3.Jij wilt bij je vriend een film kijken.
4.Zij kan in het ziekenhuis haar oma bezoeken.
5.Hij moet op het station op de trein wachten.
6.U mag in de tuin bloemen planten.
7.Wij willen naar het concert met collega’s gaan.
8.Zij kunnen in de klas een toets mak…Read More -
1. Ik wil in vakantie een paard zien.
2. Jij zal in een winkel boodschappen doen.
3. Hij kan in een kantor weken.
4. Zie moet in een bar cocktails drinken.
5. Wij willen in schools litteratuur studieren.
6. Jullie zullen een afsprak maken.
8. Zij moeten in de ziekenhuis een collega te worden.
9. Ik wil op de tafel een banaan liggen.
10. Jij mag in…Read More -
1. Ik wil op kantoor een banaan eten.
2. Jij moet in de bus een boek lezen.
3. Hij kan in de tuin een bier drinken.
4. Wij moeten in Eindhoven een huis huren.
5. Jullie gaan op school een leraar ontmoeten.
6. Zij wil in de keuken een pizza bakken.
7. U moet in het park een hond zoeken.
8. Ik kan bij PostNL een pakket bezorgen.
9. Jij wilt op het…Read More -
1. Ik wil in het kantoor een boek lezen.
2. Zij mag in het park een bier drinken.
3. Hij kan op de snelweg een auto rijden.
4. We willen in de bioscoop naar een film kijken.
5. Jullie mogen in de klas een momentje wachten.
6. Honden willen in de woonkamer met een speltje spelen.
7. Het konijn in de tuin een wortel eten.
8. Morteza wil in de trein…Read More -
1. Ik moet in de supermarkt brood kopen.
2. Wij kunnen in het restaurant pizza bestellen.
3. Zij mag in het park een boek lezen.
4. Ik wil op school mijn huiswerk maken.
5. Jullie moeten bij de bakker een taart halen.
6. Hij kan in de winkel nieuwe schoenen kopen.
7. Jij mag in de bioscoop een film kijken.
8. Ik wil op het station koffie…Read More -
1. Mijn man moet de koelkast vanavond installeren.
2. Ik moet haar kinderen om 12 uur ophalen.
3. Zij moeten mijn koffer tot morgen vinden.
4. Je wil met onze vriendinnen in het weekend chillen.
5. Ik wil zijn concert vanavond luisteren.
6. Ze wil haar cadeau om 5 uur krijgen.
7. Ze wil de tickets volgende maand kopen.
8. Ik moet mijn huiswerk…Read More -
1. Ik zie op de stoel een kat zitten.
2. Ik wil op vrijdag pennen kopen.
3. De kinderen willen in het huis met een bal spelen.
4. Jullie willen op de tafel een pen liggen.
5. Wij willen aan de muur een landkaart hangen.
6. Zij willen boven de tafel een lamp hangen.
7. De ouders gaan in het restaurant een…Read More
-
1- Je wil in het huis koffie drinken
2- Ik moet in het office de book lezen
3- Ik kan in het park de hond lopen
4- Ik mag in het huis een appel eten
5- Hij kan in het huis de fiets parkeren
6- Zij wil in de winkel water drinken
7- Ik wil in het station een friet kopen
8- Ik moet voor de slaapkamer een bed kopen
9- Ik wil in de auto een parfum…Read More -
1. Je moet in de klas op de docent wachten.
2. Zij kan in de tuin volleybal spelen.
3. Hij mag in de vergadering iets vragen.
4.Wij willen op het station de trein halen.
5. Zij willen op de markt fruit kopen.
6. Ik moet thuis eten maken.
7. Je kunt in de bioscoop de film kijken.
8. U mag in de les koffie drinken.
9. Ik wil in het restaurant een…Read More -
1. Zij mag in de winkel een jas proberen.
2. Wij kunnen in de tuin een fiets wassen.
3. Hij wil op het werk problemen bespreken.
4. Wij mogen thuis nieuwe gerechten uitproberen.
5. Jullie kunnen op het kantoor met collega’s praten.
6. Zij moeten tegen de muur een boekenkast plaatsen.
7. Ik mag in het stadscentrum boeken verkopen.
8. Ik wil in h…Read More -
Ik wil in de fietsenwinkel een fiets kopen.
We willen in het café een kopje koffie drinken .
Wij moeten in boodshappen markt kopen tomaat.
Ze kunnen op de straat een stroopwaffel eten.
Hij mogen in de kantine een taart zien.
Ze willen in het stadium bieren drinken.
Ik moeten in belastingdienst belasting betalen.
We willen in het resturant lasagna…Read More -
1. Ik wil in Eindhoven een fiets kopen
2. Jij wilt in België chocolade eten
3. Hij moet in het centrum een hamer gebruiken
4. Zij kunt in haar huis een jas ophangen
5. Wij willen op de bank een film kijken
6. Jullie mogen in dit restaurant een pizza eten
7. Zij moeten thuis huiswerk maken
8. Ik wil in de supermarkt een taart kiezen
9. Jij kunt…Read More -
1. Ik wil in de keuken een taart bakken.
2. Zij moet vanavond dit boek lezen.
3. Wij kunnen in het weekend onze vrienden uitnodigen.
4. Jij mag in de tuin een sigaret roken.
5. Hij wilt in de supermarkt deze groenten kopen.
6. Jullie moeten op kantoor de computer uitzetten.
7. Zij kunnen bij het restaurant hun auto parkeren.
…Read More -
1. Ik wil op de universiteit een boek lezen.
2. Jij kunt op de markt appels kopen.
3. Wij mogen in de winkel nieuwe vesten passen.
4. Zij wil in de bibliotheek Nederlands studeren.
5. Wij kunnen in het park voetballen.
6. Jullie willen in het museum foto’s maken.
7. Wij gaan in het café koffie drinken.
8. Zij kunnen in de trein naar muziek lu…Read More -
1. Ik wil in de keuken een maaltijd koken.
2. Jullie moeten bij de receptie een kaartje kopen.
3. Wij kunnen in het park een fles wijn drinken.
4. U moet op het politiebureau een agent spreken.
5. Ze wil in de tuin een boek lezen.
6. Zij kunnen in de stad een jas kopen.
7. Jij kan in de dierentuin dieren zien.
8. Ik mag naar de les een…Read More -
1.Zij wil in de kantine een appel eten.
2.Ik moet in de bibliotheek huiswerk maken.
3.Wij mogen in het park een pretzel eten.
4.Ik kan in de klas een boek lezen.
5.Jullie willen op school vrienden zien.
6.Zij kunnen bij het station fietsen parkeren.
7.Ik mag in de les een telefoon gebruiken.
8.Hij kan thuis een brief schrijven.
9.Jij wilt op…Read More -
1- Ik wil morgen in de winkel een broodje kopen.
2- Ik moet vandaag op school koffie drinken.
3- Hij kan in het park voetballen.
4- Wij kunnen in het restaurant een pizza eten.
5- Jullie mogen hier een foto maken.
6- Zij moeten op het kantoor een vergadening houden.
7- Ik wil in de winkel een groente kopen.
8- Je kunt in het park een boek…Read More -
1. Ik wil in het museum een foto maken.
2. Jij kunt in de bar een liedje luisteren.
3. Hij moet in de bibliotheek een boek lezen.
4. Zij wil in het restaurant een taart eten.
5. Wij kunnen in het hotel een film kijken.
6. Jullie moeten in de winkel een fiets kopen.
7. Zij willen in de stad een biertje drinken.
8. Ik wil in het restaurant een pizza…Read More -
1. Ik wil in de keuken een sandwich maken.
2. Jij mag in het park een boek lezen.
3. Hij kan op de school een opdracht maken.
4. Zij moet in de supermarkt fruit kopen.
5. Wij willen in de tuin een spel spelen.
6. Jullie mogen in de bioscoop een film kijken.
7. Zij kunnen op het kantoor een meeting houden.
8. Ik moet in de winkel brood halen.
9.…Read More -
1. Zij wil in de keuken een taart bakken.
2. Wij willen op zondagochtend een krant lezen.
3. Ze wil in de supermarkt een appel kopen.
4. Ik wil om acht uur ’s morgens een kopje koffie drinken.
5. Zij wil in de bibliotheek een boek lenen.
6. Wij willen morgenmiddag een fiets kopen.
7. Zij wil in het park een spel spelen.
8. Hij wil op v…Read More -
1. Ik moet aan de muur een schilderij hangen.
2. Jij wil onder de deurmat een sleutel verbergen.
3. U kan in de boom een vogel zien.
4. Hij mag op het bureau een mok zetten.
5. Zij wil in het bos een bank vinden.
6. Wij moeten op de tafel een briefje achterlaten.
7. Jullie kunnen in de souvenirwinkel een souvenir kopen.
8. Zij mogen aan de kapstok…Read More -
1. Ik wil in de school een docent praten met.
2. Hij wil op het veld de voetballen.
3. Zij wil in de keuken pasta koken.
4. Ik wil in de slaapkamer slapen.
5. Wij willen in de woonkamer tv kijken.
6. Ik wil op kantoor werken.
7. Zij willen in de kroeg feesten.
8. Hij wil de plant in de tuin water geven.
9. Zij wil op het strand muziek spelen.
10.…Read More -
1, Ik will in de woonkamer tv kijken
2. Juillie willen op kantoor lunch eten
3. Ik wil in de supermarkt melk kopen
4. Kinderen willen in het park voetbal spelen
5. Mijn broer wil in zijn kamer een foto hangen
6. Ik moet in de klaslokal cursus Nederlands volgen
7. Wij willen in de tuin mooie bomen zien
8. Mijn zus en haar vriendin willen in de…Read More -
1. Ik wil in de dierentuin een foto maken.
2. Je kan in het huis een schilderij schilderen.
3. Hij kan in de winkel een horloge repareren.
4. Wij willen in onze tuin een boom planten.
5. Zij moet bij de universitiet een cursus nemen.
6. Je mag in de berg een grot wandelen.
7. Zij kunnen bij de observatorium starren kijken.
8. Ik moet in de stad…Read More -
1. Ik moet in de keuken de afwas doen.
2. Hij kan op het werk een rapport schrijven.
3. Wij mogen in de tuin voetballen.
4. Zij wil in de supermarkt boodschappen doen.
5. Ik kan in de bibliotheek een boek lezen.
6. Hij moet op school zijn huiswerk maken.
7. Wij willen in het park een rondje fietsen.
8. Zij kan in de kantine koffie drinken.
9. Ik…Read More -
1. Ik wil in de woonkamer een kopje thee drinken.
2. U wilt in de ochtend de krant lezen.
3. Ik wil op de markt verse appels kopen.
4. Ik moet in de middag mijn huiswerk maken.
5. U moet op donderdag naar de dokter gaan.
6. Ik moet in de keuken het eten koken.
7. Ik kan in het weekend de planten water geven.
8. U kunt in de rustige kamer de muziek…Read More -
1. Ik wil in de supermarkt een appel kopen.
2. Ik moet op kantoor een e-mail schrijven.
3. Ik kan in de bibliotheek een boek lezen.
4. Ik mag in de kantine koffie drinken.
5. Ik wil in het park een vriend zien.
6. Ik moet thuis Nederlands leren.
7. Ik kan in het restaurant soep eten.
8. Ik mag op school een computer gebruiken.
9. Ik wil in de…Read More -
1. Ik wil in de keuken een sandwich maken.
2. Je kunt in deze bibliotheek een boek lezen.
3. Mijn broer moet in de supermarkt boodschappen doen.
4. Zij wil op kantoor koffie drinken.
5. Wij kunnen in deze kamer een spelletje spelen.
6. Zij moeten naar de luchthaven een identiteitskaart meenemen.
7. Hij mag in dit restaurant een snackje eten.
8.…Read More -
1. Hij wil in de keuken een boterham maken.
2. Jullie mogen in dit lokaal les volgen.
3. Zij kan op de basisschool een verhaal vertellen.
4. Ik moet in de gemeenschap inwoners helpen.
5. Wij willen op de muur een graffit spuiten.
6. U mag buiten de ruimte water drinken.
7. Je kunt op het plein met een bal spelen.
8. Zij kunnen op de boerderij…Read More -
1. Ik wil naar kantoor een cadeau brengen.
2. Je wilt op jouw school een jas aantrekken.
3. Mijn moeder kan langs de meren een liedje zingen.
4. Hij kan in deze kamer een spelletje spelen.
5. Ik moet in de supermarkt boodschappen doen.
6. Jij moet in dit gebouw een identiteitskaart meenemen.
7. Hij mag in dit zwembad een snackje eten.
8. Jij mag…Read More -
1. Ik wil in de kantine een appel eten.
2. Hij wil in de bibliotheek een boek lezen.
3. Zij wil in het park een ijsje eten.
4. Wij willen in de supermarkt een brood kopen.
5. Jullie willen in de keuken een koffie drinken.
6. Ik mag in de klas een oefening maken.
7. Hij mag in de winkel een jas kopen.
8. Zij mag in het restaurant een pizza eten.
9.…Read More -
1. Ik wil in het park een wandeling maken.
2. Je kunt in de bioscoop een film kijken.
3. Hij moet in de garage een auto repareren.
4. Zij wil op het terras een wijntje drinken.
5. Wij kunnen in dit bos een fietstocht maken.
6. Zij moeten naar het station een treinkaartje meenemen.
7. Hij mag in deze bakkerij een broodje kopen.
8. Jij wilt op het…Read More -
1. Ik wil op de school een vriend zeggen.
2. Je wilt op de stoel een vaas zetten.
3. Hij kan in de woonkamer een liedje zingen.
4. Zij moet op straat haar auto stoppen.
5. Zij kunnen in de keuken avondeten koken.
6. Ik moet op het kantoor mijn boek zoeken.
7. Wij willen in de kamer voor katten zorgen.
8. Jullie moeten in het toilet handen…Read More -
1Ik wil thuis een film kijken
2 Jij ga naar supermarkt een appel kopen
3 Je wilt op stadium een wedstrijd genieten
4 U wilt op notaris een contract tekenen
5 Hij kan op straat mensen ontmoeten
6 Zij wil binnen de bibliotheek een boek leenen
7 Wij willen op de berg een beer kijken
8 Jullie gaan naar de camping een leuke tijd hebben
9 Zij willen…Read More -
1. Ik wil in de supermarkt aardbeien kopen.
2. Hij moet in zijn huis een maaltijd koken.
3. We mogen in de woonkamer televisie kijken.
4. Jij kan in de cafetaria koffie drinken.
5. Jullie mogen in de winkel jurken kiezen.
6. Zij wil in haar slaapkamer met een kat spelen.
7. We mogen in het huis naar de boeken zoeken.
8. Ik moet in de keuken het…Read More
- Load More Posts

1. Wij mogen in de keuken pasta koken.
2. Hij wil in het café koffie drinken.
3. De kinderen mogen in de bibliotheek studeren.
4. De werknemer kan in de bank geld opnemen.
5. Ik moet om negen uur klaar zijn met mijn huiswerk.
6. Je wilt om 10 uur ‘s ochtends in het zwembad aankomen.
7. Ze moet in de school een toets maken.
8. Hij mag op de…Read More