-
-
1. De reis duurt van 10 uur to 1 uur.
2. Ik drink de koffie na de les
3. de trein vertrekt om 3 uur.
4. We gaan naar de gym ’S Avonds rond 7 uur.
5. We slapen altijd tegen 11 uur.
6. Ik heb om 2 uur, een sollicitatiegesprek
7. de hele dag door de machine werkt de hele dag door.
8. Ik maak het huiswerk voor de les
9. Wij kijken een film n…Read More -
1. Ik heb mijn lunch om 13:00 uur.
2. Pieter en Anna komen rond 19:00 uur naar het feest.
3. Ik ga op vakantie tot en met 30 september.
4. Hij heeft een afspraak met de huisarts na de bijeenkomst.
5. De docent praat Spaans tijdens de les.
6. Jullie eten niet gedurende de les.
7. Ik ga even een bad nemen voor het eten.
8. De film begint om 20:00…Read More -
1. Ik heb om 4 uur een online vergadering.
2. Anna komt voor het weekend op Nederland.
3. Flavie gaat in april op vakantie.
4. Het bakkerij is geopend van 6 uur tot 4 uur.
5. Het bedrijf is in het weekend gesloten.
6. De schilder werkt tot zonsondergang.
7. Ik bel je in de loop van de dag.
8. Zij sprak tijdens de les.
9. Het bedrijf is…Read More -
1. Ik ga op vakantie in juni
2. Ik woon in Eindhoven sinds 2022
3. Zij is jarig op 9 november
4. Hij werkt hier vanaf volgende week
5. Zij ziet patiënten van 9:00 uur tot 17:00 uur
6. Ik blijf hier tot 9 uur
7. Zij studeert door de nacht voor haar examen
8. We wachten tot aan het einde van de show
9. We spelen tot de middag
10. Ik maak mijn taken…Read More -
1. Ik kom om 9 uur aan.
2. Wij gaan om het jaar op vakantie.
3. Je hebt op 9 december een sollicitatieafspraak met dat bedrijf.
4. Jij gaat in september naar school.
5. Zij gaat voor 19:00 uur naar de date.
6. Hij is na 21:00 uur thuis.
7. U moet binnen 2 uur komen.
8. Jullie komen rond 14:00 uur naar het vliegveld.
9. Ik blijf tot…Read More -
1. Ik heb om 10 uur een afspraak met mijn tandarts.
2. Ik heb mijn verjaardag na een week van mijn vriendins verjaardag.
3. Zij doet het huiswerk voor de les.
4. Zij openen in de ochtend.
5. Hij komt rond 6 uur naar huis.
6. Wij zijn tot 7 januari op vakantie.
7. Jullie gaan tot en met 26 december vrienden bezoeken.
8. Wij hebben tot aan het einde…Read More -
1. Ik neem in de week.
2. Wij kopen in juli.
3. Ik speel na 20.00 uur.
4. Jullie poetsen in het weekend.
5. Hij verkoopt binnen 3 dagen.
6. Zij kookt binnen 3 uur.
7. Jij blijft van 20 december tot 28 december.
8. Ik zie op 6 mei.
9. Ik lees tot 10 juli.
10. Wij maken rond 21.00 uur.
11. Hij heeft sinds januari.
12. Wij zoeken binnen 1 uur.
13.…Read More -
1-Ik kom binnen 1 uur.
2-We gaan in augustus op vakantie.
3-Ik begin in 2 uur de les.
4-Jullie staan tot september hier.
5- Hij heeft sinds woensdag de doos.
6- Zij begin van 8 uur tot 19 uur.
7- Ik heb het tijdens kerstvakantie.
8- Zij komt voor 18h.
9- Hij danst al sinds de ochtend.
10- Hij zal rond 17 uur thuis zijn.
11- Wij kopen rond 11 uur…Read More -
1. Ik heb om 20 uur een afspraak met een Dutch friend.
2. Hij slaapt over twee dagen niet.
3. De bus komt na vijftien minuten.
4. Wij zijn sinds 2019 vrienden.
5. Ik werk over twee jaar.
6. We wachten met eten tot iedereen thuis is.
7. Ik ben sinds 2023 getrouwd.
8. Ik moet voor het avondeten mijn huiswerk doen.
9. We wonen nu anderhalf jaar in…Read More -
1. Ik heb om 12:00 uur een ontmoeting.
2. Wij gaan op 1 juni op vakantie.
3. Het hoogseizoen begint in november.
4. Ik ben voor 12:00 uur thuis.
5. Wij hebben na 12:00 uur de lunch.
6. De lunch begint over 1 uur.
7. Ik afmaak binnen 30 minuten het werk.
8. De vader komt rond 9:00 uur op kantoor.
9. Zij komt altijd tegen 13:00 uur.
10. Jij werkt…Read More -
1. Ik ben jarig op 27 december
2. Ik heb om de twee dagen een opleiding
3. Wij gaan tijdens het eten Youtube kijken
4. Ik word wakker om 9 uur
5. Hij gaat in juli op vakantie
6. Zij heeft voor 15.00 een vergadering
7. Ik heb na Kerstdag een verjaardag
8. Jullie hebben over twee dagen een feestdag
9. Ik doe binnen twee uur mijn huiswerk
10. U gaat…Read More -
1. Ik heb om 6 uur de les.
2. Jij hebt op zondag een taak.
3. Hij heeft in het weekend een afspraak.
4. Zij heeft vanaf juni een auto.
5. Wij hebben sinds januari ons huis.
6. Jullie hebben tot morgen voor het huiswerk.
7. Zij hebben tot 5 februari de kamer.
8. Ik ben voor 21.00 uur thuis.
9. Jij bent rond 18.00 uur thuis.
10. Hij is…Read More
-
1. Ik kom om 7 uur.
2. Ik zal rond 8 uur bij de supermarkt zijn.
3. Ik ben sinds 2020 bedrijfsjurist.
4. U kunt tot 11 uur komen.
5. Hij gaat om de week wandelen.
6. Zij komt rond 9 uur.
7. Jullie zijn op vakantie van maandag tot en met donderdag.
8. Wij komen gedurende de week.
9. Zij spelen in het weekend.
10. Ik kom over 2 uur.
11. Je hebt een…Read More -
1. Mijn verjaardag is op 17 april.
2. Hij heeft van 3 uur tot 4 uur een doktersafspraak.
3. Ik heb het diner rond 6 uur elke dag.
4. Wij zijn van 19 juni tot en met 10 juli in Turkije.
5. Zij belt me binnen een uur.
6. Zij gaan na 8 uur naar het concert.
7. Murat is geboren in 1993.
8. Zij gaan vanaf augustus in Nederland wonen.
9. Ik drink koffie…Read More -
1. Ik ga om 7 uur naar mijn werk.
2. Wij hebben om 6 uur op maandag de les.
3. Zij doet om 3 uur boodschappen.
4. Hij gaat op woensdag om 2 uur naar de dokter.
5. Mijn moeder kookt op zondag om 6 uur de maaltijd.
6. De kinderen maken elke dag om 4 uur huiswerk.
7. Ik ga op vrijdag om 3 uur wandelen.
8. Mijn broer slaapt op vrijdag om 6 uur.
9. Wij…Read More -
1. Ik heb om 7 uur een les.
2. Ik ga om 5 uur.
3. Zij rennen na 6 uur.
4. Hij slaapt voor 12 uur.
5. Wij eten rond 7 uur.
6. Jullie hebben rond 19 een break.
7. Jij hebt om 10 uur een vergadering.
8. Ik werk van maandag tot en met vrijdag.
9. Ik ben van 1 maart tot 15 maart op vakantie.
10. Ik ben rond 18 uur thuis.
11. U gaat in maart op…Read More -
1. Ik ga morgen om 10 uur naar het werk.
2. Ze reist vóór haar verjaardag naar Australië
3. Hij woont sinds oktober in Nederland.
4. Wij hebben morgen om 19 uur een afspraak.
5. Ik ga vanaf morgen twee keer per week naar school.
6. Zij moet mijn rekeningen betalen tot de laatste week van juni.
7. De trein vertrekt om 9 uur ‘s ochtend.
8. De weg…Read More -
1. Ik begin mijn werk om 9.00 uur.
2. De winkels zijn gesloten op zaterdag.
3. Ik ga op vakantie in augustus.
4. De zomervakantie begint vanaf 19 juli.
5. Ik werk niet in het weekend.
6. Hij is aanwezig tot en met vrijdag.
7. Na een week gaat hij verhuizen.
8. Wij wonen hier sinds 2020.
9. Na het ontbijt gaan de kinderen naar school.
10. Tijdens…Read More -
1. Ik kom om 6 uur.
2. De les begint om 6 uur.
3. Ik ga om de maand naar Den Haag.
4. Hij gaat op zaterdag naar de huisarts.
5. Mijn verjaardag is op 7 juli.
6. Ik ga in juni op vakantie.
7. Zij maakt in het weekend haar opdracht.
8. Ik lees voor het slapengaan.
9. Jij gaat na de les naar huis.
10. Ik ben over 2 uren thuis.
11. U kunt binnen 1…Read More -
1. Hij werkt op dinsdag altijd thuis.
2. Zij studeert in de ochtend voor haar examen.
3. De klas begint na de pauze weer met de les.
4. Ik heb hem sinds vorige zomer niet meer gezien.
5. We blijven tot middernacht op het feest.
6. Jullie gaan om 8 uur naar de film.
7. Mijn moeder loopt elke dag rond zonsopgang in het park.
8. We vertrekken over…Read More -
1.Ik moet om 6 uur wakker worden.
2. Ik ga in het weekend naar Polen.
3. We zien elkaar voor de zomer.
4. Ik eet na het avondeten.
5. Ik kom over 2 uur terug.
6. Zij belt misschien rond half zes.
7. Ik ben ziek sinds twee weken.
8. Ik ken haar sinds schooltijd.
9. Ik heb mijn afspraak tot vanmiddag.
10. Ik werk hier maar tot en met 8…Read More
-
1. Ik kom om 8 uur
2. Jij gaat om 8 uur naar de arts
3. Wij beginnen rond 7:30
4. Zij komt over 1 uur thuis
5. Hij slaapt tot 9 uur
6. Ik lunch om 12 uur
7. Jullie vertrekken voor 5 uur
8. Je studeert tegen de nacht
9. Zij rusten voor de middag
10. Wij gaan om 8 uur naar de bioscoop
11. Ik heb over 1 uur een afspraak
12. Jij maakt rond de avond…Read More -
1. Ik kom om 8 uur naar de bioscoop.
2. Hij gaat in september op vakantie.
3. Wij eten na de les een appel.
4. Zij is vanaf 20 mei op kantoor.
5. Jullie rennen sinds vorig jaar.
6. Jij komt rond 6 uur thuis.
7. Zij werken tijdens het weekend.
8. U hebt op maandag en woensdag de les.
9. Ik bel na het eten.
10. Hij moet voor 10 uur thuis zijn.
11.…Read More -
1. Hij heeft van 6 uur tot 8 uur de Nederlandse les.
2. Ik werk altijd vanaf 8 uur.
3. Ze spelen op Maandag het voetbal.
4. Jij eet rond 18.00 uur.
5. We gaan op vakantie naar italie.
6. Zij is over 10 minuten te laat.
7. Ik schrijf tijdens de les.
8. Wij komen na 9.00 uur thuis.
9. Zij komt voor 11.00 uur op kantoor.
10. Jullie wandelen rond…Read More -
1. Hij heeft om 7:30 een afspraak.
2. Ik ga na 6 uur naar de sportschool.
3. Zij zijn van 1 juli tot en met 20 juli op vakantie.
4. Ik ben voor 6:15 thuis.
5. Wij komen over 1 uur op kantoor.
6. Hij leert Nederlands sinds mei 2025.
7. Ik heb op 23 juni een afspraak met mijn moeder.
8. Ik heb op 5 december een vlucht naar Thailand.
9. Jullie komen…Read More -
1. Ik ga om 7 uur.
2. Hij werkt sinds 2012 in een restaurant.
3. Wij werken tijdens de zomer
4. Hij belt altijd rond half vier.
5. Wij zijn ziek sinds drie weken.
6. Jij gaat van 7 mei tot 16 juni op vakantie.
7. Hij slaapt tijdens de lunchtijd.
8. We moeten rond het eten thuis zijn.
9. Ik werk tot 18 uur op kantoor.
10. Hij slaapt tot 7 uur elke…Read More -
1. Ik bel je om 7 uur.
2. Ik kom over 1 uur naar thuis
3. We wonen hier sinds 2008
4. Hij belt jij rond 6 uur
5. Zij kokt rond s’middags eten
6. Wij eten tijdens het dinner
7. Jullie gaan wandelen tijdens in de avond
8. Wij hebben op maandag om 2 uur een afspraak
9. Zij gaan ]voor 8 uur ‘s ochtends naar het kantoor
10. Zij zingt om 6 uur in het…Read More -
1. Hij vertrekt voor het middaguur.
2. Wij lunchen tijdens de pauze.
3. Jullie wandelen na het avondeten.
4. Zij beginnen rond zonsopgang.
5. U slaapt tot 7 uur.
6. Ik train elke ochtend.
7. Jij studeert ’s avonds laat.
8. De kinderen spelen na schooltijd.
9. De bus rijdt om 8.15 uur.
10. Mijn collega komt tegen het einde van de dag.
11. We v…Read More -
1. Ik ben vanaf 25 mei op vakantie.
2. Ik ga om de week naar deze school.
3. Hij drinkt tijdens de pauze zijn koffie.
4. Zij belt jou op dinsdag 2 september om 18:00 uur.
5. De buurman komt rond 18:00 uur naar het huis.
6. De buurvrouw gaat tegen 18:00 uur naar de sportschool.
7. Ik wandel ‘s avonds om 09:00 uur naar het bos.
8. Ik heb s’…Read More -
1-Ik bel om 09.00 uur mijn opa.
2-Hij leest na het ontbijt de krant.
3-Wij wonen van maart tot september in Londen.
4-Zij studeert voor het examen Nederlands.
5-Je vertrekt over twee weken naar Griekenland.
6-Ik kijk sinds 2022 altijd tv.
7-Wij vieren op 1 januari het nieuwe jaar.
8-Zij koopt op vrijdag altijd bloemen.
9-Ik vertrek rond 18:00 uur…Read More -
1) Ik heb les van 1 uur tot 5 uur.
2) Ze gaat op vakantie in juli.
3) Hij speelt tennis om de dag.
4) De winter begint in december.
5) Ik kom tegen 10 uur.
6) De vergadering begint om 9:30 uur.
7) Ze eet na het werk.
8) Hij is op vakantie van 9 juli tot en met 20 juli.
9) Ze praten niet tijdens de les.
10) Ik slaap rond 11 uur.
11) Hij werkt op…Read More -
1. Ik kom om 12.00 uur.
2. Zij gaat weg op vrijdag om 18.00 uur.
3. Wij vertrekken in de ochtend om 09.00 uur.
4. Hij eet ontbijt voor 07.30 uur.
5. Ik ga naar huis na 17.00 uur.
6. De les begint over 10 minuten, om 14.15 uur.
7. Jij moet klaar zijn binnen 30 minuten, om 16.00 uur.
8. We spreken af tegen 20.00 uur.
9. Het feest begint vanaf 19.00…Read More -
1. Ik kom om 12.00 uur.
2. Zij gaat weg op vrijdag om 18.00 uur.
3. Wij vertrekken in de ochtend om 09.00 uur.
4. Hij eet ontbijt voor 07.30 uur.
5. Ik ga naar huis na 17.00 uur.
6. De les begint over 10 minuten, om 14.15 uur.
7. Jij moet klaar zijn binnen 30 minuten, om 16.00 uur.
8. We spreken af tegen 20.00 uur.
9. Het feest begint vanaf 19.00…Read More -
1. De trein vertrekt om 7 uur.
2. Hij werkt vanaf maart in Brussel.
3. De winkel sluit om 17.00 uur.
4. Wij eten pizza op vrijdagavond.
5. Het feest begint rond acht uur.
6. Zij komt tegen half twaalf thuis.
7. De cursus duurt tot juni.
8. Ik ben sinds september student.
9. We fietsen in de zomer naar het strand.
10. Ik sport tijdens de pauze.
11.…Read More -
1. Ik ga om 8 uur naar huis.
2. Zij komt rond 7 uur op school.
3. Wij eten om 18:00 uur.
4. Hij belt altijd rond half drie.
5. Ik werk sinds januari in de winkel.
6. Jij studeert vanaf 2022 in Nederland.
7. Wij gaan van 10 juli tot 24 juli op vakantie.
8. Ik slaap meestal om 23:30 uur.
9. Hij wandelt op zondag in het park.
10. We zijn thuis sinds…Read More -
1. Ik kom om 8 uur.
2. Ik heb om 13.00 uur een afspraak.
3. Ik heb om 6 uur badminton.
4. Hij werkt tot 17.00 uur.
5. Hij bent rond 18.00 uur thuis.
6. Hij is de hele dag bezig met werk.
7. Gedurende het werk hij drinkt geen koffie.
8. Hij voelt moe na het werk.
9. Hij maakt om 19.00 uur zijn avondeten.
10. Hij kijkt tv na het eten.
11. Hij slaapt…Read More -
1. Ik speel elke vrijdag vanaf 19.00 uur.
2. Marta heeft een afspraak om 14.00 uur.
3. Ik moet ‘s middags naar de supermarkt.
4. Ik werk vanaf 9.00 uur
5. Hij werkt overdag
6. Ik kom rond 3 uur aan
7. Adams vakantie begint in september
8. Na de zomervakantie ga je naar dansles.
9. Sinds 2020 woont ze in Eindhoven
10. Ik eet na jou.
11. Ik loop t…Read More -
1. Ik word morgen wakker.
2. Zij vertrekt over 10 uur.
3. Wij gaan in de zomer naar het park.
4. Hij werkt om 9 uur.
5. Zij komen op maandag.
6. Ik eet lunch binnen een uur.
7. Zij slaapt na de lunch.
8. Wij ontmoeten tijdens de les.
9. Hij is klaar tegen 15 uur.
10. Zij spelen basketbal van 18 tot 20 uur.
11. Ik wandel rond 12 uur.
12. Zij…Read More -
1. Wij hebben een reis op 16 oktober.
2. Ik lunch om 12 uur.
3. Antonia loopt in oktober een marathon.
4. Studenten zijn voor 6 uur in de les.
5. Ik schrijf over een uur mijn zinnen.
6. Wij fietsen binnen een uur naar Den Bosch.
7. Ik kom rond 19:00 thuis.
8. Ik slaap tegen 23:00 uur.
9. Ik woon sinds juni 2022 in Eindhoven.
10. Ik heb sinds 2018…Read More -
1. Ik ga om 10:00 naar het werk.
2. Je speelt over 1 uur voetbal.
3. Hij wandelt tot 18:00.
4. Zij zijn sinds 2020 getrouwd.
5. Wij kopen binnen 1 week het huis.
6. Jullie verkopen in juni fruit.
7. Zij hoort voor maandag de stem.
8. Viktor gaat van maandag tot en met vrijdag naar Amsterdam.
9. Anna praat over 1 uur met Otto.
10. De studenten…Read More -
1. Wij hebben meestal vakantie in juni.
2. Ik reis volgend jaar naar Amerika.
3. De dansles begint om 15.30 uur.
4. Ik bezoek mijn moeder morgen.
5. Oma heeft morgen om 9 uur een doktersafspraak.
6. De trein vertrekt om 10.55 uur.
7. Simon komt om 11 uur op kantoor aan.
8. We ontmoeten vanavond.
9. Het vliegtuig landt om 18.40 uur.
10. Wij eten…Read More -
1. Ik heb om 6 uur een afspraak.
2. Ik slaap elke nacht van 12 uur tot 8 uur ‘s ochtends.
3. Ik speel om 3 uur op mijn pc.
4. Ik bezoek om 2 uur mijn oma.
5. Ze eet om 3 uur.
6. Hij speelt tennis in het weekend.
7. Ze rennen ‘s ochtends.
8. Zij bakt om 5 uur de taart.
9. Hij verstopt zich sinds vanmorgen.
10. Zij komt binnen een uur.
11. Ik zal…Read More -
1. Ik heb om 2 uur een afspraak.
2. Ik dans om 5 uur.
3. Ik heb een sollicitatiegesprek op 5 december.
4. Wij hebben een vergadering op 8 februari.
5. Ik ben om 16:00 uur thuis.
6. Ik ben sinds 2024 in Griekenland.
7. Ik dans elke dag van 16:00 tot 17:00 uur.
8. Zij kookt om 17:00 uur.
9. Ik studeer elke dag van 19:00 tot 20:00 uur.
10. Ik ben net…Read More -
1. Ik sta elke dag om 7 uur op.
2. Zij werkt in de ochtend op kantoor.
3. Ze kijken in avonds de televisie.
4. We eten op zondag met de familie.
5. Hij slaapt meestal om 12 uur.
6. Ik werk sinds 2023 bij dit bedrijf.
7. We gaan in augustus op vakantie.
8. Tijdens de winter is het heel koud.
9. De trein komt naar station binnen 5 minuten.
10. Hij…Read More -
1. Wij lunchen rond 12 uur.
2. Ik eet om 7 uur ontbijt.
3. Zij sporten om 21 uur in de sportschool.
4. Hij werkt van 9 tot 17 uur.
5. Zij kijkt om 20 uur een serie.
6. Ik werk van maandag tot vrijdag.
7. Hij werkt tot 17 uur.
8. Hij studeert in de avond.
9. Ik bel om 9 uur de tandarts.
10. Zij wandelen om 18 uur met de hond.
11. Hij vertrekt om 19…Read More -
1. Ik heb om 10 uur een les.
2. Ik lees om 8 uur.
3. Ik heb een afspraak op 3 maart.
4. Wij hebben een training op 15 april.
5. Ik ben om 18:00 uur op school.
6. Ik ben sinds 2022 in Spanje.
7. Ik sport elke dag van 7:00 tot 8:00 uur.
8. Zij eet om 18:30 uur.
9. Ik werk elke dag van 9:00 tot 17:00 uur.
10. Ik ben net voor 9:00 uur op kantoor.
11.…Read More -
1. Ik kom om 3 uur.
2. Jij werkt in de ochtend.
3. Hij eet na school.
4. Zij slaapt tot 7 uur.
5. Wij studeren in de avond.
6. Jullie koken op vrijdag.7. Zij wandelen na het eten.
8. Ik lees in het weekend.
9. Jij begint om 8 uur.
10. Hij stopt over tien minuten.
11. Zij komt rond 4 uur.
12. Wij sporten tijdens de middag.
13. Jullie bellen…Read More
-
1. Ik ga om 9 uur naar mijn werk.
2. Ik ga morgen om 12 uur harldopen.
3. Hij speelt voetbal van 18:00 tot 19:00 uur.
4. Zij is rond 17:00 uur thuis.
5. De studenten hebben vakantie van maandag tot en met vrijdag.
6. Ik woon sinds juni in Eindhoven.
7. Peter fietst over één uur.
8. Zij leest tijdens de ochtend.
9. De familie reist na het w…Read More -
1. Hij werkt om 9 uur.
2. Hij werkt tot 5 uur.
3. Wij lunchen rond 12 uur.
4. Wij sporten tegen 7 uur.
5. Jij komt tegen 8 uur.
6. Zij eet tegen 6 uur.
7. Ik slaap om 10 uur.
8. Zij vertrekken om 7 uur.
9. Ik bel rond 10 uur mijn moeder.
10. Zij werkt vanaf 9 uur elke dag.
11. Hij komt tegen 5 uur thuis.
12. Wij wonen sinds 4 jaar in…Read More -
1. Ik heb om 9 uur een afspraak voor een knipbeurt.
2. Ik heb mijn familie in juni bezocht.
3. Mijn MBA-examen is op 19 december.
4. De trein vertrekt vandaag om 9 uur.
5. De A2-les begint op 16 februari.
6. Ik eet vóór 8 uur avondeten.
7. Ik ga op 24 december om 9 uur op vakantie naar India.
8. Gedurende de week ga ik meestal naar Pilatesles in d…Read More -
1- Ik kom morgen om 8 uur.
2- Ik ga vandaag om 5 uur.
3- Ik werk maandag om 9 uur.
4- Ik bel je straks om 4 uur.
5- Ik kook vanavond om 7 uur.
6- Ik slaap morgen om 11 uur.
7- Ik schrijf vandaag om 3 uur.
8- Ik lees morgen om 6 uur.
9- Ik loop elke dag om 10 uur.
10- Ik start morgen om 8 uur.
11- Ik drink koffie vanmiddag om 2 uur.
12- Ik studeer…Read More -
1. Ik kom om 7 uur thuis.
2. Jij werkt ’s ochtends op kantoor.
3. Hij eet om 12 uur zijn lunch.
4. Wij sporten na 18:00 uur in de gym.
5. Zij leest ’s avonds een boek.
6. Jullie koken om 19:00 uur het avondeten.
7. Ik studeer in het weekend Nederlands.
8. Hij gaat om 9 uur naar school.
9. Wij rijden ’s middags naar de stad.
10. Jij drinkt ’s mo…Read More -
1. Ik ga om 8:00 uur naar de winkel.
2. Zij komt tegen 18:00 uur thuis.
3. Je gaat over 1 uur een film kijken.
4. Ik lees om 6:00 uur.
5. Ik heb op 5 december een afspraak.
6. Het kind eet rond 7:00 uur ontbijt.
7. Hij drinkt koffie na de lunch.
8. Wij wandelen om 19.00 uur
9. Ik slaap rond 22:00 uur.
10. De les duurt tot 18:00 uur
11. Het…Read More -
1.Ik kom om 8 uur.
2.Ik ga vanmiddag naar de supermarkt.
3.Hij begint morgen met zijn werk.
4.Wij vertrekken over een uur.
5.Ik eet vanavond pizza.
6.Zij belt straks haar moeder.
7.Wij slapen vannacht laat.
8.Ik sport elke ochtend om 7 uur.
9.Zij studeert woensdagmiddag.
10.Wij gaan vrijdag naar het park.
11.Ik begin om 9 uur met mijn…Read More -
1. Ik kook om 8 uur.
2. Ik slaap om 10 uur.
3. Wij slapen tijdens de film.
4. Zij is sinds 2023 getrouwd.
5. Hij leest tot 8 uur in zijn nieuwe boek.
6. Ik heb om 10 uur een afspraak.
7. Zij fietsen tijdens de dag.
8. Jij werkt rond 7 uur.
9. Hij loopt van 6 uur tot 7 uur.
10. Ik werk op Kerstmis.
11. Wij komen aan tegen 3 uur.
12. Ik ben sinds…Read More -
1. Ik vertrek over een uur.
2. Jij komt na de middag.
3. Hij begint in de namiddag.
4. Wij starten vanaf maandag.
5. Jullie lunchen tegen de middag.
6. Zij arriveren rond middernacht.
7. Ik werk gedurende de ochtend.
8. Jij werkt tot 5 uur.
9. Hij vertrekt na het weekend.
10. Wij lopen in de avond.
11. Jullie werken sinds vorig jaar.
12. Zij…Read More -
1. Wij hebben een reis op 26 november.
2. Ik lunch om 12 uur.
3. Antonia loopt in januari een marathon.
4. Studenten zijn voor 6 uur in de les.
5. Ik schrijf over een uur mijn zinnen.
6. Wij fietsen binnen een uur naar Den Bosch.
7. Ik kom rond 18:00 thuis.
8. Ik slaap tegen 22:00 uur.
9. Ik woon sinds juni 2022 in Eindhoven.
10. Ik heb sinds 2019…Read More -
1- Ik rijd met de auto na het ontbijt.
2- We hebben om 15:00 uur een afspraak.
3- Ik studeer Nederlands na de lunch.
4- Ik heb om 18:00 uur Nederlands taal les.
5- Je ga naar school rond 8:20 uur.
6- Hij heeft om 18:15 uur Korfbal les.
7- Ze heeft om 18:00 zwemles.
8- Wij eten om 19:00 uur avondeten.
9- Ze komt om 18:30 uur.
10- Ik kom om 19:30…Read More -
1- Ik vertrek om 7 uur.
2- Zij werkt op maandag.
3- Hij belt voor 9 uur.
4- De kinderen slapen na middernacht.
5- Ik kom over twee uur.
6- Zij arriveert binnen vijf minuten.
7- We spreken af rond 6 uur.
8- Hij blijft hier tot morgen.
9- Wij werken van 9 tot 5.
10- Ik sport gedurende een uur.
11- Zij studeert tijdens de avond.
12- De trein vertrekt…Read More -
1. Ik adem sinds mijn geboorte.
2. Je antwoordt na de les.
3. Jij begint om acht uur.
4. U belt ’s avonds.
5. Zij betaalt voor het einde van de maand.
6. Hij vecht gedurende een lange periode.
7. Wij dienen vanaf maandag.
8. Jullie vouwen in de middag.
9. Het gebeurt tijdens de storm.
10. Ze verzamelen op zaterdag.
11. Hij overleed in 2025.
12. I…Read More -
1. Ik heb op 26 januari 2026 een afsprak.
2. We hebben rond 6 uur ons avondeten.
3. Ik heb sinds vorig jaar een kindje.
4. Ik dans sinds mijn kindertijd.
5. Mijn kind speelt na de les.
6. We hebben elke maandag en woensdag van 18.00 tot 20.00 onze Nederlandse les.
7. Hij krijgt voor het einde van de maand zijn salaris .
8. Ze belt op de 30e dag…Read More -
1. Ik heb op dinsdag een afspraak.
2. Ik eet vóór 8 uur het avondeten.
3. Ik word om half zeven wakker.
4. Ik bel elke dag na half zes mijn ouders.
5. Hij komt rond 9 uur naar kantoor.
6. Hij kan tot 5 uur betalen.
7. Hij bezoekt rond 6 uur ons huis.
8. Hij eet na de lunch zijn dessert.
9. Zij draagt in de zomer haar zomerkleren.
10. Zij is g…Read More -
1)Mijn dochter gaat om 8 uur naar school.
2)Ik drink koffie om 4 uur.
3)Ik kom van het werk voor 6 uur.
4)Zij gaat na school zwemmen.
5)Wij zijn sinds 2024 in Nederland.
6)De kinderen hebben kerstvakantie van 21 december tot en met 4 januari.
7)Zij is om 7 uur op college.
8)Ik heb een pauze van 3:00 tot 3:15.
9)Mijn verjaardag is in juni.
10)Zij…Read More -
1- Zij komen vandaag om 8 uur.
2- Ik ben volgende week vrij.
3- Jullie slapen gedurende de les.
4- De trein vertrekt om 6:20 uur.
5- Ik blijf in het weekend thuis.
6- Ik ga op ‘s vrijdags voor boodschappen.
7- Ik zal na de les eten.
8- Zij werkt sinds 2022 bij het bedrijf.
9- Ik ben tegen 8 uur aangekomen.
10- Tijdens de zomer op ‘s ochtends lop…Read More -
1. Ik heb vrije tijd tot mijn volgende ontmoeting
2. Wij hebben geen vakantieplan tijdens Juni
3. Hij begint vanaf volgende zondag te lopen
4.Ik woon al sinds 2022 in Nederland
5. Ik leer Nederlands sinds geleden October
6. Zij gaat naar de Nederlandse cursus na het werk
7.Ik begin om half negen te werken
8.Ik reis om het weekend
9.We ontmoeten…Read More -
1. Wij kijken om 20:00 uur televisie.
2. Jullie koken om 19:00 uur het avondeten.
3. Ik studeer in het weekend Nederlands.
4. Hij gaat om 9 uur naar school.
5. Ik begin om 8 uur met werken.
6. Ik kom over 2 uur terug.
7. Zij belt misschien rond half zes.
8. Ik ben ziek sinds twee weken.
9. Hij gaat op woensdag om 2 uur naar de dokter.
10. Hij…Read More -
1- Ik werk van 9 uur tot 5 uur op kantoor.
2- Zij studeert vanaf maandag het boek.
3- Wij vergaderen om 10 uur het project.
4- Hij sport na het werk in de sportschool.
5- Ik lees voor het slapen een boek.
6- Zij kookt om 18.00 uur het avondeten.
7- Wij reizen over twee weken naar Spanje.
8- Hij leert Nederlands sinds vorig jaar de taal.
9- Ik bel…Read More -
1. Ik ga naar carnaval op 14 February om 17 uur.
2. Ik bel tijdens de pauze mijn vriend.
3. Hij komt thuis voor het avondeten.
4. Ze gaan op vakantie van juli tot augustus.
5. Mijn man koomt meestal om 18.00 uur thuis.
6. Zij gaat voor de boodschappen tijdens het weekend.
7. Ik word elke dag voor 8 uur wakker.
8.Ze gaan twee keer per week ‘s a…Read More -
1. Ik ben jarig op 2 feb.
2. Ik ga van 2 februari tot en met 2 maart naar school.
3. Ikea is open van 9 uur ’s ochtends tot 9 uur ’s avonds.
4. Hij staat om 7 uur op.
5. Ik praat met mijn vrienden in het weekend.
6. Deze cursus loopt vanaf 1 maart.
7. De kinderen zijn moe na de vakantie.
8. Ik heb in juni een afspraak.
9. Zij gaat rond 23.00 uur…Read More -
1.Ik begin op 3 januari om 7.00 uur met werken.
2.Ik heb om 7.00 uur dienst.
3.Jij arriveert op 18 februari om 8.15 uur op kantoor.
4.Jij hebt om 8.15 uur een meeting.
5.Hij vertrekt op 9 maart om 6.45 uur naar Parijs.
6.Hij heeft om 6.45 uur de trein.
7.Zij start op 22 april om 11.00 uur met haar presentatie.
8.Zij heeft om 11.00 uur een…Read More
-
1. Ik bel je rond 6 uur.
2. U heeft om 8:00 uur een afspraak.
3. Ik woon sinds 2022 in Nederland.
4. De nieuwe belastingregels gelden vanaf 2027.
5. De bruiloft is op 5 mei.
6. Hij is over 2 uur thuis.
7. De winkel opent van 9:00 uur tot 17:30 uur.
8. Wij zijn van 12 februari tot en met 20 februari op vakantie.
9. Ik ben van 23 tot 26 februari…Read More -
1. Ik werk van 9:00 tot 17:00 uur.
2. Ik ga naar de sportschool rond 19:00 uur.
3. Hij staat om 8:00 uur op.
4. De les begint over twee uur.
5. Ik lees graag boeken tijdens het reizen.
6. We moeten het huiswerk binnen een uur afmaken.
7. Zijn verjaardag is in juli.
8. Op mandag om 17:00 uur is de afspraak met de arts.
9. Jullie plannen de vakantie…Read More -
1. Wij hebben de les om 18:00 uur.
2. Ik maak een afspraak op 20 juni.
3. Hij begint zwemlessen om de dag.
4. Jij komt tegen half zeven.
5. Jullie eten de lunch na 12:00 uur.
6. Ik ga naar Amsterdam rond half elf.
7. Maria heeft een concertkaartje op maandagavond.
8. Wij wachten over een uur op haar.
9. Zij gaat op vakantie in Juli.
10. Ik kom…Read More -
1. Ik kom om 3 uur.
2. Jij werkt om 9 uur.
3. Anna begint om 8:30 uur.
4. Wij eten om 18:00 uur.
5. De les stopt om 10:00 uur.
6. Eduard belt om 14:00 uur.
7. Jullie gaan in juni.
8. Het feest is op 24 mei.
9. De trein vertrekt om 21:30 uur.
10. Ik slaap tot 8:25 uur.
11. Bernard komt elke dag.
12. Wij wonen sinds februari.
13. De afspraak is op…Read More -
1. Ik vertrek om 7:30.
2. De vergadering duurt van 11:00 uur tot 12:00 uur.
3. Wij gaan tijdens de zomer naar België.
4. jullie moeten voor 12:00 hier zijn.
5. Het water is tot aan mijn knie.
6. Wij lopen van het huis tot de winkel.
7. Hij kijkt na het gesprek naar de olympische wedstrijd.
8. Ik ga om de week sporten.
9. Je mag eten tijdens de…Read More -
1. Ik eet om 11 uur vanavond.
2. je schrijft in dit boek binnen 5 minuten
3. We wachten vananf 8uur tot met 10uur .
4. Ze zwemt na zes uur in het zwembad.
5. ik loop na het eten.
6. Ze komen rond 6 uur bij ons thuis voor inspectie.
7. Ik train van 17:00 tot 19:00 uur.
8. Ze werken tot de avond.
9. Hij repareert na 13:00 uur.
10. De docent komt…Read More -
1. Hij arriveert om 6 uur.
2. We eten voor 10.00 uur.
3. Vanaf 3 jaar krijg je Franse les.
4. Mijn kantoorwerk begint om 8.00 uur.
5. De kat eet zijn ontbijt vóór 9 uur.
6. We hebben pauze van 14.00 tot 16.00 uur.
7. Hij heeft om 4 uur een afspraak.
8. Ze heeft een pauze van 3 uur.
9. Ze gaan rond 8 uur naar de film.
10. Ik heb om zeven uur een a…Read More -
1. Ik adem na de oefening.
2. De afname van salaris geldt vanaf 1 januari.
3. Zij bedekt tijdens de storm haar lichaam.
4. Ze dansen in het weekend.
5. Mensen moeten tot morgen hun eten delen.
6. De restaurant dienst van 12 uur tot 20 uur.
7. De maan draait binnen 28 dagen rond de wereld.
8. Ik drink na 22 uur niets.
9. De kleren drogen tot…Read More -
1. Ik heb om 12 uur een afspraak.
2. Kun je binnen deze week het huiswerk maken?
3. De winkel verkoopt schoenen en kleding al sinds 1999.
4. De bus komt over 30 minuten naar het station.
5. Mijn vakantie blijft van 13, Juni tot 29, Juni.
6. De nieuwe beleid begint vanaf volgende maand.
7. Iedereen moeten tijdens de les eten niet.
8. Jij moet…Read More -
1. Ik ga om 12:00 uur naar mijn werk.
2. Jij komt op maandag bij mij eten.
3. Hij werkt in de avond thuis.
4. Wij vertrekken over twee dagen naar Griekenland.
5. Ik studeer voor de les in de bibliotheek.
6. Jullie moeten binnen een uur klaar zijn.
7. Wij wonen sinds 2020 in Nederland.
8. Wij blijven…Read More
-
1- Ik eet rond 5 uur elke dag
2- Ik sport om de dag.
3- Ik ga op 3 juni naar Spanje
4- Ik heb tot april Dutch les
5-Hij start elke dag om 9 uur mijn werk
6- Ik een wandeling maken soms voor eten.
7-Ik schoon voor eten de potten
8- Mijn Dutchles start om 6 uur
9-Jouw huis werd gebouwd in 1985
10- Ik werd geboren in 1995
11- De trein bladert om…Read More -
1. Hij bezoekt in de zomer Italië.
2.Wij drinken in de middag thee.
3.Jij wast om tien uur de auto.
4.Zij leest in de avond.
5.Hij kookt op maandag.
6.Wij zwemmen in de zomer.
7.Jullie lopen om het weekend.
8.Hij belt om twee uur.
9.Hij koopt op zaterdag brood.
10.Ik werk voor het eten.
11.Zij slaapt rond elf uur.
12.Ik leer sinds januari…Read More -
1. Ik kom om 9 uur aan.
2. Wij gaan om het jaar op vakantie.
3. Je hebt op 9 december een sollicitatieafspraak met dat bedrijf.
4. Jij gaat in september naar school.
5. Zij gaat voor 19:00 uur naar de date.
6. Hij is na 21:00 uur thuis.
7. U moet binnen 2 uur komen.
8. Jullie komen rond 14:00 uur naar het vliegveld.
9. Ik blijf tot 14:00 uur…Read More -
1- Ik slaap na het werk.
2- De cursus begint vanaf maandag.
3- Zij draagt tijdens de winter een warme jas.
4- Wij wandelen in de middag.
5- Jullie moeten tot vrijdag wachten.
6- De winkel opent van 9 uur tot 18 uur.
7- De aarde draait om de zon.
8- Ik eet na de sportles een banaan.
9- Het huis is tot morgen schoon.
10- Hij luistert tijdens het…Read More -
1. Ik werk van 7 uur’s ochtends tot 4 uur’s middags.
2. Ik heb op 1 April een afspraak.
3. Ik ga om 11 uur slapen.
4. Ik ben van 26 March tot en met 30 March op vakantie.
5. Wij hebben om 6 uur Nederlands les.
6. Wij luisteren de leraar tijdens les.
7. Hij slapt gedurende film.
8. Ze moet in het weekend werken.
9. Hij kijkt na avondeten tel…Read More -
1, Ik werk van maandag tot en met vrijdag
2. Ik werk niet in het weekend
3. Ik heb om 8 uur een afspraak
4. Ik heb een Nederlandse les van 6 uur tot 8 uur
5. Jij gaat om 6 uur naar het restaurant
6. Hij sport elke dag om 5 uur
7. Zij slaapt binnen 1 uur
8. Wij gaan over 3 maanden naar Spanje
9. Jullie werken op zaterdag
10. Zij lopen van 12 uur…Read More -
1. Ik sta meestal om 8 uur op.
2. Ik eet altijd ontbijt voor het werk.
3. Ik werk van 9 uur tot 6 uur.
4. Ik eet om 1 uur lunch.
5. Ik heb op maandag twee afspraken.
6. Ik werk van maandag tot en met vrijdag op kantoor.
7. Ik werk in het weekend thuis.
8. Ik drink koffie na de lunch.
9. Ik studeer Nederlands tot middernacht.
10. Ik maak het…Read More -
1. Ik ga om 8 uur naar het werk.
2. Op maandag heb ik les.
3. Wij gaan in de zomer naar Nederland.
4. Ik kijk na het eten televisie. / Ik kijk na het eten tv.
5. Wij werken tot 10 uur.
6. Ik drink sinds vanmorgen geen koffie.
7. Ik sport vanaf morgen.
8. Ik bel je binnen twee weken.
9. De les duurt van 9 uur tot 11 uur.
10. Ik wil voor nieuwjaar…Read More -
1. Ik eet na mijn Nederlandse les.
2. Ik woon sinds 2023 in Nederland.
3. Mijn verjaardag is op 14 april 1999.
4. Zij komen rond 1 uur, na hun lunch.
5. Jij kijkt de film tot aan het einde.
6. Tijdens zijn studie had hij een kamergenoot.
7. In het weekend gaan de kinderen met hun ouders naar het park.
8. De winkel is geopend van 10:00 uur tot…Read More -
1. Wij gaan in de lente naar Mexico
2. Mijn training begint over 2 uur
3. Ik heb een feest op 26 augustus. Dat is mijn verjaardag.
4. Hij kookt rond 6 uur ’s avonds
5. Zij schrijft een bericht na de vergadering
6. Uw abonnement loopt tot 11 september
7. Hij loopt buiten in de winter niet
8. Zij kennen haar sinds 2021
9, Carlos koopt nu die a…Read More -
1. Zij studeert sinds vorig jaar aan de universiteit.
2. Mijn ouders wandelen in het weekend langs het strand.
3. Wij sporten na het werk in de sportschool.
4. Hij vertrekt morgen om 6 uur naar België.
5. De trein arriveert rond 18:15 uur op het station.
6. Zij werkt van maandag tot vrijdag in het ziekenhuis.
7. Ik leer sinds januari Nederlands…Read More -
1. Ik kom om 15:00 uur.
2. De les begint op maandag.
3. De zomer duurt tot het laatste weekend in september.
4. Wij werken tot 15:00 uur.
5. De winkel is open van 09:00 tot 18:00 uur.
6. Ik eet vóór de les.
7. Ik loop na de les.
8. Tijdens de les spreek ik alleen Nederlands.
9. Ik word om 07:00 uur wakker.
10. Zij komt over 1 uur hier aan.
11. I…Read More -
1. Ik vertrek om 8 uur.
2. Ik bel mijn moeder om 7 uur.
3. Jij sport om de week.
4. Wij gaan op maandag naar school.
5. Ik heb op 7 december een afspraak.
6. Zij gaat in juni op vakantie.
7. Wij zijn voor 18.00 uur thuis.
8. Hij eet na 19.00 uur.
9. Ik ben over 1 uur thuis.
10. Zij is binnen 30 minuten klaar.
11. Wij zijn rond 8 uur op school.
12.…Read More -
1. Ik ga na het avondeten.
2. Jij werkt tot zes uur.
3. U woont sinds tweeduizendachttien hier.
4. Hij komt om zeven uur.
5. Zij studeert voor de lunch.
6. Wij hebben op dinsdag een afspraak.
7. Jullie worden binnen negen uur wakker.
8. Zij eten om acht uur hun ontbijt.
9. Surekha heeft op woensdag een les.
10. Preethi en ik blijven tot v…Read More -
1. Shaan vertrekt om 20:00 uur.
2. We gaan in het weekend.
3. Hij komt op 28 december.
4. Maria slaapt voor 22:00 uur.
5. Je eet na 17:00 uur.
6. Ik ga over 2 uur.
7. Mijn vrienden bereiken me over een uur.8. Mijn ouders staan op voor zonsopgang.
9. Ze zijn klaar binnen een uur.
10. De trein vertrekt rond 18:00 uur.
11. Het pakket komt voo…Read More -
1. Ik kom om 7 uur.
2. Wij spelen tot 17:00 uur.
3. Ik woon in Nederlands sinds drie jaar.
4. Hij eet om 9 uur.
5. Zij drinkt in de middag koffie.
6. Jullie gaan in juli op vakantie.
7. Ik heb rond 5 uur een zwemles
8. Hij bent over 10 uur thuis.
9. Zij bel haar man rond 5 uur.
10. Jij moet tot 5 uur werken. -
1. Ik kom om 17:30 thuis na mijn man
2. Mijn moeder staat meestal om 7 uur op
3. Wij hebben de hele dag door een feest voor zijn verjaardag
4. Kinderen tot en met 5 jaar hoeven geen buskaartje te betalen
5. Jullie drinken s’ochtends een kop koffie
6. Tegen de avond heb ik heel moe
7. Zij maakt haar taken binnen een week af.
8. Op maandag duurt d…Read More -
1. Ik slaap om 12 uur.
2. Ik sta om 8 uur op.
3. Ik sport van maandag tot vrijdag.
4. Ik bel mijn vader op zondag.
5. Ik lees in het weekend een boek.
6. Ik kijk elke avond televisie.
7. Ik reis in de zomer naar Turkije.
8. Ik drink voor het slapen water.
9. Ik wandel elke ochtend in het park.
10. Ik schrijf tijdens de vergadering notities.
11. Ik…Read More -
1. Ik adem al sinds 1998.
2. Je antwoordt binnen 5 minuten.
3. U begint rond 6 uur met een vergadering.
4. Ze begrijpt tijdens de les bijna alles.
5. Hij belt haar in de loop van de dag bijna 100 keer.
6. Wij beslissen tegen morgen waar we heen gaan.
7. Jullie moeten voor maandag betalen.
8. Ze blijven tot volgend jaar in dezelfde klas.
9. Ik dans…Read More -
1. Ik kom om 3 uur.
2. Jij werkt op maandag.
3. Wij gaan in juni op vakantie.
4. Hij komt voor 8 uur thuis.
5. Zij komt na 6 uur thuis.
6. De dokter komt over 10 minuten.
7. Ik ben binnen een uur thuis.
8. Wij eten rond 7 uur.
9. De leraar komt tegen 9 uur.
10. Ik werk vanaf maandag.
11. Zij woont sinds 2024 in Nederland.
12. Wij blijven tot…Read More -
1. Wij krijgen een pakket om 18.20 uur.
2. Zij ruimt op maandag haar huis op.
3. U gaat om de maand naar het wijkcentrum, de ene maand wel, de andere maand niet.
4. Jullie drinken tijdens de maaltijd.
5. Hij verblijft tijdens de adoptie in het gastgezin.
6. Zij zijn van 7 september tot en met 10 september gesloten.
7. Je mag niet eten tijdens de…Read More -
1. Ik werk sinds vorig jaar bij dit bedrijf.
2. Je moet binnen tien minuten vertrekken.
3. Hij komt rond half acht thuis.
4. Wij eten tijdens de lunch samen.
5. Zij belt haar moeder in de avond.
6. Ik moet het rapport voor vrijdag afmaken.
7. Jullie blijven tot volgende week in Nederland.
8. Hij begint vanaf maandag met zijn nieuwe baan.
9. We…Read More -
1.Ik ben geboren in 1988.
2.De les begint om 7 uur.
3.We gaan naar school vanaf januari.
4.Jij hebt om 4 uur een afspraak met de tandarts.
5.Hij werkt op maandag in een kantoor.
6.Wij gaan in juli naar Spanje.
7.Zij komt na het werk naar huis.
8.Ik ga voor het eten naar de supermarkt.
9.Jullie beginnen over twee uur met de les.
10. Hij komt binnen…Read More -
1. Ik kook om 18 uur.
2. Hij gaat om 7 uur naar school.
3. Wij beginnen de les om 14 uur.
4. Ik heb op 22 september een afspraak met mijn huisarts.
5. Je begint je vakantie op 31 mei.
6. Jullie gaan in december op vakantie.
7. Ze wandelt voor 18 uur op straat.
8. Hij is na 18 uur thuis.
9. Ik studeer over 1 uur.
10. Hij is binnen 2 uur in de…Read More -
1. Ik ontmoet om 6:00 uur een vriendin
2. Jij hebt om 8:30 uur een dierenartsafspraak.
3. Hij vertrekt om 7:15 uur.
4. U begint op de 1oktober nieuwe werk.
5. Zij eindigt om 5.00 uur.
6. Wij dansen om de week.
7. Zij reizen in juni.
8. Jullie gaan in augustus trouwen.
9. Hij bouwde in 1990 dit huis.
10. Wij feesten in het weekend.
11. Zij eten…Read More -
1. Ik bedek na achttien uur jouw dienst
2. Jij begrijpt tijdens de les het concept
3. Je belt om tien uur.
4. U beslist tot de avond de verkoop.
5. Hij bouwt voor maandagmiddag.
6. Zij danst sinds haar vijfde jaar.
7. Wij dienen vanaf zes uur.
8. Jullie drinken rond acht uur ‘s avonds.
9. Zij drogen binnen twee uur hun kleding
10. Ik eet in een u…Read More
- Load More Posts

Goed gedaan.