-
Boek. Pagina 85

Opdracht 3 Maak 5-10 zinnen
Gebruik nummers: 1,2,3…
Post your answer below:114 Comments-
1. Het bed staat tussen de witte nachtkastjes
2. Een klok staat op het nachtkastje
3. De witte bedovertrek ligt op het bed
4. Het bed staat tegen de muur
5. Een grote witte ladekast staat tegenover het bed
6. De witte kast staat naast de ladekast
7. De spiegel zit aan de ladekast
8. De foto staat op het nachtkastje -
1. Het grote bed staat tegen de muur.
2. De mooie schilderij hangt boven het bed.
3. De lange kast staat naast het bed.
4. Het nachtlampje staat op het witte nachtkastje.
5. De truien ligt in de kast.
6. De gordijnen hangen voor de ramen.
7. De knedingen zit op de stoel.
8. Het kattenbed light voor mijn bed.
9. De lange deken light op het bed.
10.…Read More -
1. Een bed zit tussen het raam en de make-uptafel.
2. Het bed staat tegen de muur.
3. De kledingkast stat voor het bed.
4. De lade staat naast de make-up tafel.
5. Het tapijt ligt onder het bed.
6. De grote lamp hangt ann het plafond.
7. De gordijnen hangen ann de muur.
8. De spiegel staat op de make-uptafel. -
1. Een bed staat tegen de muur.
2. Een lamp staat in de hoek.
3. Een schildrij hangt aan de muur.
4. Een stoel staat in de hoek.
5. Een raam zit in de muur.
6. Kussens liggen op het bed.
7. Een spiegel hangt aan de muur.
8. Een lamp hangt aan het plafond.
9. Een donsdeken ligt op het bed.
10. Een boek ligt op de bedtafel. -
1. Een bed staat tegen de muur.
2. Een schilderij hangt aan de muur boven het bed.
3. Twee nachtkastjes staan in de slaapkamer.
4. Het water zit in een glas op het nachtkastje.
5. Een donsdeken en kussens liggen op het bed.
6. De lichtschakelaar zit aan de muur bij de deur.
7. Gordijnen hangen voor het raam.
8. Er is een balkon achter de…Read More -
1. Een bed staat tegen een muur.
2. Een tv hangt aan een muur.
3. Kussens liggen op het bed.
4. Boeken staan op een plank.
5. Bloemen staan op een vensterbank.
6. Een kast staat tegen een muur.
7. Een stoel staat naast de kast.
8. Het bed staat tussen twee nachtkastjes.
9. Een boek ligt op het nachtkastje.
10. Een radiator hangt aan een muur. -
1. De spiegel zit in de kledingkast.
2. Het bed staat tussen de kledingkast en de deur.
3. De lichtschakelaar is naast de deur.
4. Het bureau staat onder het raam.
5. De kleren liggen op de stoel.
6. Het tapijt ligt onder het bed.
7. De lamp staat op slaapkastje.
8. De lamp hangt boven het bed.
9. Het slaapkastje staat bij het bed.
10. De stoel…Read More -
1. Het bed staat op de vloer.
2. De kussens liggen op het bed.
3. Het bed is tussen een kast en een stoel.
4. De deken is op het bed.
5. De lamp hangt aan het plafond.
6. Het boek is op de kast.
7. Het vriendje slaapt op de vloer.
8. Het gordijn hangt aan het raam.
9. Het glas staat op de tafel.
10. Het bed staat tegen de muur. -
1. Het bed staat tussen het raam en de kledingkast.
2. De kledingkast staat tegen de muur.
3. De lamp hangt aan het plafond.
4. De schilderijen hangen aan de muur.
5. De staande lamp staat op de grond.
6. De bloemen en de vaas staan op de plank.
7. De boeken staan op de plank.
8. De spiegels hangen in de kledingkast.
9. Het bed van de…Read More -
1. Het bed staat op de grond.
2. Het nachtkastje staat naast het bed.
3. Het bed staat tussen link en richt nachtkastje.
4. Een nachtlampje staat op het nachtkasje.
5. Een kledingkast staat voor het bed.
6. De spiegel hangt aan de kastdeur.
7. De plant staat bij het raam.
8. De gordijnen hangen boven de raam. -
1. De kledingkast staat tegen de muur.
2. De lamp hangt aan het plafond.
3. Het bed staat tussen het raam en de kledingkast.
4. De kussens liggen op het bed.
5. Het tapijt ligt op de vloer.
6. De nachtkastjes staan naast het bed.
7. De boeken liggen op het nachtkastje.
8. De spiegel hangt aan de kledingkast. -
1. De lamp hangt boven het bed.
2. De gordijnen hangen aan het raam.
3. De spiegel hangt aan de muur.
4. Het bed staat op de vloer.
5. Het kussen ligt op het bed.
6. De kledingkast staat tegen de muur.
7. Het bed staat onder de lamp.
8. De tapijt ligt tussen de muur en het bed.
9. Het nachtkastje staat bij het bed.
10. De jas hangt in de kledingkast. -
1. Het bed staat tussen twee nachtkastjes.
2. De kussens en het dekbed liggen op het bed.
3. Het nachtlampje staat op het nachtkastje.
4. Het boek ligt naast het nachtlampje.
5. De spiegel staat tegen de muur.
6. De gordijnen hangen voor het raam.
7. De klok hangt aan de muur.
8. De lamp hangt aan het plafond.
9. De deurklink zit aan de deur.
10.…Read More -
1- Een tafellampje staat op een nachtkastje.
2- Een lamp hangt aan het plafond.
3- Een bed staat tussen de twee nachtkasjes.
4- Een van de twee nachtkastjes staat naast een kast.
5- Een stoel staat bij het raam.
6- Een ladekast staat tegenover het bed.
7- Een tapijt ligt tussen het bed en de ladekast.
8- Een gordijn hangt aan het plafond.
9- Een…Read More -
1. Het bed staat tegen de muur.
2. Het witte dressoir staat tegen de muur.
3. Het krukje staat bij het dressoir.
4. De trouwfoto hangt aan de muur.
5. De dekbedovertrek ligt op het bed.
6. De inloopkast is in de slaapkamer.
7. De tassen staan in de schappen.
8. De sokken liggen in de lades.
9. De boeken staan op de boekenplanken.
10. De lamp…Read More -
1. Het tapijt ligt op de vloer.
2. Het bed staat tussen twee nachtkastjes.
3. De nachtkastjes staan tegen de muur.
4. De kast staat voor het bed.
5. Het gordijn hangt voor het raam.
6. De schilderijen hangen aan de muur naast de deur.
7. De deken en kussens liggen op het bed.
8. De lamp hangt aan het plafond.
9. De dekens en kussens liggen in de…Read More -
1. De laptop ligt op de tafel.
2. De bloem staat in de pot.
3. De klok hangt aan de muur.
4. De deken ligt op het bed.
5. De foto hangt naast de deur.
6. Het tapijt ligt op de vloer.
7. De tas ligt op de stoel.
8. De thee zit in de theepot.
9. De stoel staat naast de kast.
10. Het raam zit tussen de deur en de kast. -
1. Mijn bed staat tegen de kasten en het raam.
2. Twee nachtkastjes staan naast het bed.
3. De kussens liggen op het bed.
4. Het bureau staat tegen de muur.
5. De lamp hangt aan de muur.
6. De computer staat op het bureau.
7. De tassen liggen in de kast.
8. De stoel staat voor het bed.
9. De kleding zit in de kast.
10. Het vloerkleed ligt onder…Read More -
1. Het bed staat tussen de nachtkastjes.
2. De lamp hangt aan het plafond.
3. De lampen staan op de nachtkastjes.
4. De spiegel hangt aan de muur.
5. De kussens liggen op het bed.
6. Het bed staat op de vloer.
7. De kleding zit in de kledingkast.
8. De kledingkast staat tegen de muur.
9. Het tapijt ligt op de vloer.
10. De klok ligt naast de lamp.
-
1. Mijn bed staat tegen de kasten en het raam.
2. Twee nachtkastjes staan naast het bed.
3. De kussens liggen op het bed.
4. Het bureau staat tegen de muur.
5. De lamp hangt aan de muur.
6. De computer staat op het bureau.
7. De tassen liggen in de kast.
8. De stoel staat voor het bed.
9. De kleding zit in de kast.
10. Het vloerkleed ligt onder…Read More -
1. Het bed staat tegen de muur.
2. De grote lamp hangt aan het plafond.
3. Een kleine salontafel staat tussen de televisie en de stoel.
4. Het bruine tapijt ligt onder de salontafel.
5. De televisie staat op het tv-meubel.
6. De afstandsbediening ligt in het tv-meubel.
7. De lamp hangt boven de salontafel.
8. De weegschaal staat bij de deur.
9.…Read More -
1. De boekenkast staat tegen de muur.
2. Het matras ligt op het bed.
3. De donsdeken ligt voor het kussen.
4. Het bed staat tussen twee nachtkastjes.
5. De weekplanner hangt aan de deur.
6. De spiegel zit aan de kastdeur.
7. De haarkam zit in de pot.
8. De pantoffels liggen op de mat en onder de bank.
9. Er zit water in de waterfles.
10. Het…Read More -
1. Mijn bed staat in een hoek, tegen twee muren.
2. Een groot schilderij van mijn man hangt aan de muur, boven het bed.
3. Een hoofdeinde met opbergruimte staat tussen het bed en een muur.
4. Één hanglamp hangt aan het plafond, boven het bed.
5. Een nachtkastje staat bij het bed, tussen het bed en een muur.
6. Een tafellamp staat op het n…Read More -
1. Mijn bed staat tegen de muur tussen de twee naastkastjes
2. Twee kledingkasten staan naast de twee naastkastjes tegen de muur
3. Een klein stoel staat naast mijn bed voor mijn hond
4. De gordijnen hangen aan het plafond voor het raam
5. Een ladekast staat voor mijn bed
6. Veel parfums en kleine dozen voor mijn accessoires staan op de ladekast -
1.Het bed staat tegen de muur.
2.De lamp staat op het nachtkastje.
3.De stoel staat bij het raam.
4.Het raam staat voor het bed.
5.De tas ligt onder het bed.
6.De schoenen staan naast de kast.
7.De jas hangt aan de deur.
8.De kast staat tegen de muur.
9.De spiegel hangt aan de muur.
10.Het boek ligt op het bed.
- Load More Posts

ligt op de grond