-
Dutchbook huiswerk:👍
Boek. Pagina 116
Plaats jouw antwoorden hieronder:175 Comments-
1. Mag je het ontbijt eten? Ja, het mag.
2. Mag ik iets even vragen? Ja, het mag.
3. Werkt jouw auto? Ja, hij werkt.
4. Schijnt de zon? Ja, hij schijnt.
5. Mogen wij de auto’s gebruiken? Ja, jullie mogen ze gebruiken.
6. Mag ik binnen dansen? Ja, het mag.
7. Werkt de klok? Ja, hij werkt.
8. Kunnen wij hier zitten? Ja, het kan.
9. Mag ik hier…Read More -
1. Kan ik een nieuwe telefoon kopen? Ja, het kan!
2. Mag het meisje hier zwemmen? Nee, dat mag niet!
3. Kan hij om 8 uur de trein nemen? Nee, dat kan niet.
4. Mag ik buiten eten? Ja, het mag!
5. Mogen wij televisie kijken? Nee, het mag niet!
6. Kunnen jullie appelsap drinken? Ja, dat kan!
7. Kan jij jouw haar knippen? Nee, dat kan niet!
8. Kan…Read More -
1. Regent het buiten? Ja, het regent
2. Werkt de computer? Ja, het werkt
3. Kan ik hier dansen? Ja, het kan
4. Kijk je naar de televisie? Nee, ik kijk het niet
5. Probeer je Nederlands praten? Ja, ik probeer het
6. Kun je vanavond reist? Ja, ik kan het
7. Wilt hij soep eten? Nee, hij wilt het niet
8. Kan hij vandaag de boodschappen doen? Ja, dat…Read More -
1. Heb Jij het adres? Ja, Het hebt.
2. Wil jij in het hotel slapen? Ja, het wilt.
3. Kan jij het rekening betalen? Ja, Het kan.
4. Heb jij het geld? Nee, Het hebt niet.
5. Helpt de informatiebalie? Nee, Hij helpt niet.
6. Regent het in Nederland? Nee, Het regent niet.
7. Kan jij het formulier invullen? Ja, Dat kan ik.
8. Werkt het horloge? Ja, Het…Read More -
1. Werkt vaatwasser? Ja, hij werkt
2. Wil je een film kijken? Ja, ik wil het
3. Kan je Nederlands spreken? Nee, ik kan het niet
4. Moet je naar cursus Nederlandse gaan? Ja ik moet het
5. Mag je in nederland fietsen? Ya het mag
6. Regent het buiten? Nee het regent niet
7. Willen jullie met onze hond wandelen? Ja, wij willen het
8. Kunnen wij onze…Read More -
1. Kunnen wij hier staan? Ja, het kan!
2. Kunnen ze daar spelen? Het kan!
3. Werken de autos? Nee, ze werken niet.
4. Mag ik iets fragen? Het mag!
5. Kan ik chocolade eten? Nee, het kan niet.
6. Kunnen wij naar de bioscoop gaan? Ja, het kan.
8. Kan ik de pen kopen? Ik kan hem.
9. Willen jullie samen zwemmen? Wij willen het niet.
10. Liggen de…Read More -
1. Mag ik hier zitten? Ja, het mag.
2. Kunnen wij tijdens de les koffie drinken? Nee, het kan niet.
3. Is het doel gesteld? Ja, het is.
4. Ligt jouw dorp in het noorden? Nee, het ligt niet daar.
5. Mag ik binnen komen? Ja, het mag.
6. Mag ik eerder vertrekken? Nee, het mag niet.
7. Is het fruit vers? Ja, het is.
8. Mag jij een pizza bestellen?…Read More -
1. Mag ik de planten brengen? Ja, het mag.
2. Werkt de radio? Nee het werkt niet.
3. Kun jij de kamer schoon maken? Ja, ik kan het.
4. Mag ik deze fiets rijden? Ja,het mag.
5. Kunnen jullie naar de bos fietsen? Nee, wij kunnen dat niet.
6. Wil zij die appel eten? Ja, zij eet het.
7. Mag ik mijn huiswerk hier doen? Ja, het mag.
8. Kunnen we helpen?…Read More -
1. Mag ik hier muziek luisteren? Nee, het mag niet.
2. Mag ik de telefoon gebruiken? Ja, jij mag hem.
3. Kunnen wij deze muur schilderen? Ja, het kunnen jullie.
4. Werkt de koelkast? Ja, hij werkt.
5. Rijden de treinen vandaag? Nee, ze rijden niet.
6. Sneeuwt het buiten? Nee, Het sneeuwt niet.
7. Mag ik in dit bos een vuurtje maken? Nee, het mag…Read More -
1. Mag ik binnen spelen? Ja, het mag.
2. Staat het huis daar? Ja, het staat daar.
3. Kunnen wij hier praten? Ja, het kan.
4. Mag Anna het haar knippen? Ja, het mag.
5. Moet je afwassen? Ja, het moet.
6. Mag ik daar roken? Nee, dat mag niet.
7. Doet de radio het? Nee, het doet het niet.
8. Kunnen jullie hier komen? Ja, het kan.
9. Kunnen wij hier…Read More -
1. Mag ik het toetje? Nee, Het mag niet.
2. Kunnen wij hier blijven? Ja, dat kan.
3. Kan jij fietsen? Nee, dat kan ik niet.
4. Wil jij zwemmen? Ja, dat wil ik.
5. Werkt de wasmachine? Nee, hij werkt niet.
6. Regent het? Ja, het regent.
7. Kunnen jullie op het station wachten? Ja, dat kunnen wij.
8. Kan jij schaatsen? Nee, dat kan ik niet.
9. Kan…Read More -
1. Mag ik hier roken? Ja, het mag!
2. Werkt zijn laptop? Ja, hij werkt.
3. Sneeuwt het? Ja, het sneeuwt.
4. Mag ik in de klas drinken? Nee, het mag niet.
5. Kunnen wij in het vliegtuig onze telefoon gebruiken? Ja, het kan.
6. Mag jij hier stemmen? Nee, het mag niet.
7. Mogen wij het standbeeld aanraken? Nee, het mag niet.
8. Mag ik hier een foto…Read More -
1. Kunnen we Nederlands bij Dutch Academy Eindhoven leren? Ja, het kan.
2. Stopt de trein bij het volgende station? Ja, het stopt.
3. Werkt de telefoon? Ja, hij werkt.
4. Is het land vlak? Ja, het is.
5. Mag ik het avondeten? Ja, het mag.
6. Sneeuwt het? Nee, het sneeuwt niet.
7. Is Chat GPT nuttig in uw werk? Nee, het helpt niet.
8. Werkt het…Read More -
1. Kan ik mijn auto hier parkeren? Ja. Het kan.
2. Kun jij morgen fietsen? Ja. Het kan.
3. Werkt het internet? Ja. Het werkt.
4. Werkt de radio? Ja. Hij werkt.
5. Mag ik de koek? Ja. Jij mag hem.
6. Mag ik hier zitten? Nee. Het mag niet.
7. Werkt de wasmachines? Nee. Ze werkt niet.
8. Kunnen wij hier zwemmen? Nee. Het kan niet.
9. Mag ik naar het…Read More -
1. Mogen wij betalen? Ja, het kan.
2. Kunnen wij hier spelen? Nee, het kan niet.
3. Kan je fluiten? Ja, het kan.
4. Kan je de soep koken? Nee, het kan niet.
5. Mag ik hier wachten? Ja, het mag.
6. Kan jij zingen? Nee, het kan niet.
7. Regent het? Ja, het regent.
8. Mag ik opnemen? Nee, het mag niet.
9. Kan je hier vissen? Ja, het kan.
10. Kunnen…Read More -
1. Mogen wij hier fietsen? Ja, het mag.
2. Kan ik hier zwemmen? Nee, het kan niet.
3. Ligt het boek op de tafel? Ja, het ligt op de tafel.
4. Mag ik buiten spelen? Nee, het mag niet.
5. Mag ik iets zeggen? Ja, het mag.
6, Kunnen wij hier roken? Ja, het kan.
7. Kan ik het raam dicht doen? Ja, het kan.
8. Mogen wij de frites eten? Nee, het mag…Read More -
1. Kan ik thuis werken? Nee, het kan niet.
2. Werkt de geldmaat? Ja, het werkt.
3. Werkt de fiets? Ja, hij werkt.
4. Kan ik jouw auto rijden? Ja, jij kan het.
5. Mogen wij vanavond spelen? Nee, jullie mogen het niet.
6. Kan ik hier roken? Nee, Dat kan niet.
7. Mogen wij hier dansen? Ja, jullie mogen het.
8. Werkt de koffiemachine? Ja, hij…Read More -
1. Kan je het hotel boeken? Dat kan ik niet.
2. Mag je roken? Het mag niet.
3. Mag je fietsen? Het mag.
4. Kan je zwemmen? Het kan niet.
5. Kan je het uitnodiging sturen? Dat kan ik.
6. Kan je morgen het ontbijt maken? Dat kan ik niet doen.
7. Mag je het huiswerk maken? Het mag.
8. Kan je hier pinnen? Dat kan niet.
9. Kan je jouw adres…Read More -
1. Mogen wij hier parkeren? Nee, dat mag niet.
2. Kan ik hier roken? Ja, dat mag.
3. Kan ik buiten zwemmen? Nee, het mag niet.
4. Kunnen wij 120 km/u in Eindhoven rijden? Nee, dat mag niet.
5. Werkt de computer? Nee, hij werkt niet.
6. Kan ik hier een huis bouwen? Nee, dat mag niet.
7. Regent het vandaag? Nee, het regent niet.
8. Begrijp je het…Read More -
1. Meneer, kan ik hier zitten? Ja, zeker! Het kan.
2. Mag ik naar het winkel gaan? Nee! Het mag niet.
3. Werkt het toetsenbord? Ja! Het werkt.
4. Staat het huis daar? Ja! Het staat daar.
5. Mag ik het lied zingen? Het mag niet.
6. Kan hij het gedicht leren? Ja! Het kan.
7. Je flirt te vaak. Het werkt niet.
8. Je geef te veel water aan de bloemen.…Read More -
1. Kan ik hier mijn auto wassen? Ja, dat kan.
2. Regent het? Het regent!
3. Moet jouw huiswerk klaar zijn? Ja, het moet.
4. Is jouw laptop nog goed? Ja hem is.
5. Waar staat/is jouw rugzak? Hem staat daar.
6. Mag je hier fietsen? Nee, dat mag niet.
7. Kan ik hier pinnen betallen? Ja, het is mogelijk.
8. Is er nog iets nodig? Het is niet.
9. Hoe is…Read More -
1. Kan ik contant betalen? Het kan niet.
2. Mag ik daar fietsen? Dat mag niet.
3. Mag ik de kaas proeven? Ja, dat mag.
4. Werkt het geldautomaat? Ja, het werkt.
5. Kunnen wij een pauze hebben? Nee, het kan niet.
6. Schijnt het vandaag? Ja, het schijnt.
7. Mogen wij een auto lenen? Dat mag niet.
8. Kunnen wij ons huisdier meenemen? Het kan niet.
9.…Read More -
1. Sneeuwt het? Ja het sneeuwt.
2. Kan ik hier eten? Nee dat mag niet
3. Kunnen wij in het bos lopen? Ja het kan
4. Helpt elke dag leren jou bij de examens? het helpt.
5. Mogen wij gaan? Ja het mag
6. Kan zij hier komen? zeker! Dat kan zij
7. Werkt de computer? Nee, het werkt niet.
8. Helpt een koude douche bij warm weer? Het helpt niet
9. Maakt…Read More -
Recept C
1. Werkt de afwasmachine? Ja, hij werkt.
3. Kan jij de krant kopen? Ja ik kan het.
4. Ligt het boek in de la? Ja het ligt in de la.
5. Wil jij fietsen? Ja ik wil het.Recept D
1. Kan jij fietsen daar? Nee ik kan het niet.
2. Mag jij zwemmen in de zee? Nee ik mag het niet.
3. Kan jij 150 km/u rijden?Ja ik kan het.
4. Kunnen we in deze…Read More -
1. Kan ik de pennen lenen? Ja! Het kan.
2. Wil jij jouw adres opschrijven? Ja! Het wil.
3. Kan je daar betalen? Ja! Het kan.
4. Kunnen jullie rekening betalen? Ja! Het kan.
5. Willen jullie morgen het ontbijt maken? Ja! Het kan.6. Kan jij in het weekend het hotel boeken? Nee, het kan niet.
7. Koop jij een horloge? Nee, het koop niet.
8. Hoor jij…Read More -
1. Mag ik buiten eten? Ja, het mag.
2. Kan jij een fiets rijden? Ja, dat kan.
3. Kunnen wij daar gaan? Ja, het kunnen.
4. Mag ik iets vragen? Ja, het mag.
5. Mag ik iets drinken? Ja, het mag.6. Sneeuwt het? Ja, het sneeuwt.
7. Kan jij zilver eten? Nee, dat kan niet.
8. Kan ik hier wonen? Nee, dat kan jij niet.
9. Kunnen wij hier blijven? Nee,…Read More -
Recept C
1. Kunnen wij deze taken thuis doen? Ja, het kan.
2. Kan ik mijn hond in de bus meenemen? Ja, dat kan.
3. Mag ik iets zeggen? Ja, dat mag.
4. Kunnen wij hier eten? Ja, het kan.
5. Kan ik daar spelen? Ja, dat kan.Recept D
1. Kan je de antwoorden herhalen? Nee, dat kan niet.
2. Kunnen wij op woensdag de afspraak maken? Nee, dat…Read More -
1. Mag ik die taart eten? Nee, je kan het niet
2. Kun je die bril ophalen? Ja, ik kan ze ophalen.
3. Staat het boek op de plank? Nee dat is het niet.
4. Werkt de koelkast? Ja het werkt
5. Werk je in het weekend? Nee, ik bewerk ze
6. Kan ik mijn huiswerk bij jullie maken? nee, je kunt ze niet doen
7. Kunnen we de film in de bioscoop zien? ja, wij…Read More -
1. Kan ik roken? Ja, het kan.
2. Mag ik wandelen? Ja, het mag.
3. Werkt het koffiezetapparaat?? Ja, het werkt.
4. Mag ik het formulier? Ja, het mag.
5. Heb je het diploma? Ja, het heb.
6. Mag hij hier roken? Nee, het hier kan niet.
7. Regen het buiten? Het regen niet.
8. Werkt het? Het werkt niet.
9. Maakt het uit? Het maakt niet uit.
10. Is het…Read More -
RECEPT C:
1. Mogen wij hier zwemmen? Ja, dat mag.
2. Kan ik nu de taart bakken? Ja, het mag.
3. Mag ik deze kat aaien? Ja, dat mag.
4. Mag je hier parkeren? Ja, dat mag.
5. Mag ik op dit pad rijden? Ja, dat mag.
RECEPT D:
1. Kan jij vandaag naar het kantoor komen? Nee, dat kan niet.
2. Kan jij vanavond met mijn kinderen helpen? Nee, dat kan…Read More -
1. Mogen we nog een koekje? Het mag.
2. Staat de TV op het meubel? Hij staat op het meubel.
3. Mag ik in de zee zwemmen? Het mag.
4. Koken wij pasta? Het kan.
5. Kan zij ijsschaatsen? Het kan.
6. Werkt de wifi? Hij werkt.
7. Vliegen de toekans? Ze vliegen.
8. Mogen zij daar slapen? Ze mogen.
9. Kan ik het spel hebben? Het kan.
10. Kan hij grapje…Read More -
1. Kunnen wij hier spelen? Ja, het kan
2. Mag ik morgen thuis werken? Ja, het mag
3. Kan ik contant betalen? Nee, het kan niet
4. Mag ik binnenkomen? Ja, dat mag
5. Werkt de printer? Nee, het werkt niet
6. Kan je deze regels uitleggen? Ja, het kan
7. Werkt de verwarming? Nee, het werkt niet
8. Kan je de oven aanzetten? Ja, het kan
9. Mag ik iets…Read More -
1. Is het pak duur? Ja, het is duur
2. Ligt de deken op de bank? Nee, hij staat bij het bed
3. Zijn de auto’s nieuw? Nee, ze zijn niet
4. Kan ik hier eten? Het kan niet!
5. Regent het nu? Nee, het regent niet
6. Werkt de televisie? Hij werkt niet
7. Kan ik het boek lezen? Het kan
8. Kunnen we daar spellen? Het kan niet
9. Mag ik een kopje k…Read More -
1. Kun jij hier fietsen? Ja, dat kan.
2. Kun jij TV kijken? Ja, het mag.
3. Kun jij paardrijden? Ja, dat kan.
4. Kun jij elke dag hier zwemmen? Ja, dat kan.
5. Simon, kun jij hier zingen? Ja, het kan.
6. Roken we binnen? Dat mag niet.
7. Kun jij hier parkeren? Dat kan.
8. Kunnen we hier lopen? Ja, het kan.
9. Werkt het kopieerapparaat? Nee, het…Read More -
1. Mag je jouw huiswerk doen? Ja, het mag
2. Kun je het boek nemen? Ja, het kan
3. Zal je jouw zus zien? Ja, het zal
4. Mag je de bus wachten? Ja, het mag
5. Kan je de auto rijden? Nee, het kan niet
6. Mag je de film kijken? Ja, het mag
7. Kan je naar het park lopen? Nee, het kan niet
8. Mag je mijn vriend kennen? Ja, het mag
9. Zal je op het boek…Read More -
RECEPT C
1. Mag ik thuis werken? Ja, het kan.
2. Zullen we naar buiten gaan? Ja, dat kan.
3. Hangt het schilderij daar? Ja, het hangt daar.
4. Mag ik het instrument? Ja, het mag.
5. Kunnen we het huiswerk maken? Ja, het kan.RECEPT D
1. Mag ik op het papier schrijven? Nee, jij mag het niet.
2. Kan jij paardrijden? Nee, ik kan niet.
3. Wil jij…Read More -
1. Wil je naar de film gaan? Ja, ik wil dat.
2. Kun jij Indonesich spreken? Ja, dat kan ik.
3. Kunnen zij goed zwemmen? Ja, zij kunnen dat.
4. Mag ik je boek lenen? Nee, dat mag niet.
5. Kan ik je helpen? Ja, je kunt dat doen.
6. Regent het buiten? Ja, het regent.
7. Kunnen varkens vliegen? Nee, dat kunnen ze niet.
8. Mag ik hier parkeren? Nee,…Read More -
Recept C
1. Werkt de radio? Nee, het werkt niet.
2. Kunnen wij daar gaan? Ja, dat kan.
3. Kan jij dat herhalen? Ja, dat kan.
4. Kan ik hier parkeren? Nee, dat kan niet.
5. Mogen men in het café zitten? Ja, het mag.Recept D
1. Sneeuwt het? Nee, het sneeuwt niet.
2. Kunt u de weg wijzen? Ja, dat kan.
3. Kan ik jou thuis slapen? Ja, dat kan.
4.…Read More -
1. Kan ik hier roken ? Nee, dat kan niet
2. Kan ik buiten met mijn vrienden spelen ? Ja, dat kan
3. Kun je wat geld aan mij lenen ? Ja, dat kan ik
4. Regent het morgen ? Ja, het regent morgen
5. Kunnen wij hier wachten ? Ja, jullie kunnen dat
6. Kan ik genoeg geld verdienen ? Ja, je kan dat
7. Speelt het paard nu ? Nee, hij speelt niet
8. Werkt…Read More -
1 Mag ik Spaans spreken? Ja, het mag.
2 Mag ik de deur openen? Nee, het mag niet.
3 Mag ik hier parkeren? Ja, het mag.
4 Kan je de berg beklimmen? Het kan.
5 Mag ik hier hardlopen? Nee, het kan niet.
6 Kun je die auto kopen? Ja, het kan.
7 Kunnen wij het museum bezoeken? Ja, het kan.
8 Ga jij de taart maken? Ja, het gaat.
9 Mogen wij de film zien?…Read More -
1. Kan jij Frans spreken? Ja, dat kan ik.
2. Kunt u het contract ondertekenen? Nee, ik kan het niet.
3. Mag ik hier stoppen? Ja, het mag.
4. Kan je rond het eiland zwemmen? Het kan.
5. Sneeuwt het? Nee, het sneeuwt nog niet.
6. Wil je dat huis kopen? Dat wil ik
7. Kunnen wij aanbellen? Ja, het kan.
8. Ga jij het brood bakken? Ja, het gaat
9. Mogen…Read More -
1. kan jij lopen? Ja, het kan
2. Kan jij de rekening betalen? Ja, het kan
3. Wil jij thee met melk drinken? Ja, Ik wil het
4. Mag ik bril dragen? Ja, mag het
5. Kun jij viool spelen? Ja, het kan
6. Wil jij weekend werken? Nee, it wil het niet
7. Is het mistig buiten? Het is niet
8. Kun je vlees eten? Nee, Ik kan het niet
9. Kan jij die tafel…Read More -
1 Mag ik hier parkeren? Het mag!
2 Mogen wij spelen hier? Ja, het mag!
3 Werkt het apparaat? Ja, het werkt!
4 Mag jij daar roken? Ja, het mag!
5 Is het regen? Nee, het zonnig!
6 Kan zij zwemmen? Nee, zij kan het niet.
7 Mag ik het fruit? Ja, jij mag het.
8 Zien jullie het gebouw? Ja, we zien het.
9 Kunnen wij fietsen? Ja, wij kunnen het.
10 Heb…Read More -
1- Mag ik hier zitten? Ja, het mag
2- Kunnen wij de cursus volgen? Ja, het kan
3- Kan je betalen? Ja, het kan
4- Mag ik hier verwachten? Nee, het mag niet
5- Mag ik deze koekjes eten? Ja, het mag
6- Kan ik nu vertellen? Nee, het kan niet
7- Mag ik nu eten? Nee, het mag niet
8- Kan ik nu alcohol drinken? Nee, het kan niet
9- Mag ik iets vragen? Ja,…Read More -
1. Heb je het diploma? Ja, ik heb het.
2. Mag jij wandelen? Ja, het mag.
3. Is het huis duur? Ja, het is.
4. Kan jij met mijn kat spellen? Ja, het kan.
5. Wil jij fietsen? Ja ik wil het.
6. Werkt het? Het werkt niet.
7. Is het warm? Het is niet.
8. Kan jij roken? Nee, het kan niet.
9. Kan jij zwemmen? Nee, het kan niet.
10. Regen het buiten? Het…Read More -
1. Kunnen we hier spelen? Ja het kan
2. Kan ik hier parkeren? Nee, het kan niet
3. Kan ik je bellen? Ja het kan.
4. Is het huis schoon? Nee, het is niet.
5. Kan ik dit lezen? Ja, het kan.
6. Wil je tv kijken? Ja, ik wil het.
7. Kan ze hier slapen? Ja, ze kan het.
8. Ken jij het plan? Nee, ik ken het niet.
9. Zie je het huis. Ja, ik zie het
10. Eet…Read More -
1. Maak jij het blik open? Ja, dat maakt.
2. Kan ik het fruit? Ja, dat kan.
3. Ken je het geheim? Ja, dat kent.
4. Heb jij het glas? Ja, dat heeft.
5. Zie je het huis? Ja, dat ziet.
6. Speel jij het instrument? Nee, het speelt niet.
7. Gebruik jij dit kruid? Nee, het gebruikt niet.
8. Kun je mij het menu geven? Nee, dat kan niet.
9. Ga je naar het…Read More -
1. Mag ik hier roken? Nee, het mag niet.
2. Kunnen wij drinken? Het kan.
3. Werkt de TV? Hij werkt.
4. Kan ik hier praten? Ja, het kan.
5. Kan zij daar slapen? Nee, het kan niet.
6. Sneeuwt het? Ja, het sneeuwt.
7. Is het warm buiten? Ja, het is.
8. Kan je fluisteren? Nee, het kan niet.
9. Kunnen wij luider spreken? Nee, het kan niet.
10. Mag ik…Read More -
Mag ik uitgaan? Ja! Het mag!
Kan de jongen hier spelen? Ja! Het kan!
Werkt de computer? Ja! Hij werkt!
Mag ik mijn auto hier parkeren? Ja! Het mag!
Kan zij in de bibliotheek studeren? Ja! Het kan!
Werkt de telefoon? Ja! Hij werkt!
Hangt de lamp aan het plafond? Ja! Het hangt aan het plafond.
Ligt het doek in de kast? Ja! Het ligt in de kast.
Kun…Read More -
1- Mag ik dit doen? Ja, het mag!
2- Mogen jullie de producten leveren ? Ja, het mag!
3- Kan ik hier een huis bouwen? Ja, het kan!
4-Gaan jullie de boodschappen doen? Ja, we gaan het doen.
5- Hoor je het blaffen van honden? Ja, ik hoor ze.
6- Mag ik hier ondertekenen? Ja, het mag!
7- Kunnen jullie stil blijven ?Ja, het kan.
8- Rijd je jouw auto…Read More -
1. Kunnen jullie hier parkeren? Nee, wij kan het niet.
2. Mag ik morgen de boodschappen doen? Ja, het mag.
3. Kan de efelant zijn staart zien? Nee, hij kan het niet.
4. Mogen wij deze soep eten? Nee, jullie kunnen dat niet.
5. Kunnen mijn nieuwe robots bier drinken? Ja, ze kan het.
6. Mag ik op dit strand slapen? Nee, het mag het niet.
7. Mag…Read More -
1. Is haar haar lang? Ne, het is niet lang.
2. Kan jij mijn hond ophalen? Ja, het kan.
3. Hoeveel kost een glas wijn? Het is 5 euros.
4. is de tv kapot? Nee, hij is niet kapot
5. Maak jij jouw huiswerk? Ja, ik maak het
6. Mag ik het menu? Ja, het mag
7. Kan wij naar de bioscoop gaan? Ja, het kan.
8. Mag je hier drinken? Ne, het mag niet
9. Kan…Read More -
1. Mag ik naar buiten gaan? Ja, het mag.
2. Kan ik mijn computer meenemen? Ja, het kan.
3. Kan ik jouw fiets lenen? Ja, het kan.
4. Kan jij weekend lopen? Nee, het kan niet.
5. Willen we TV kijken? Nee, het wil niet.
6. Moet ik vroeg slapen? Ja, het moet.
7. Kan ik met jouw kommen? Ja, het kan.
8. Moet je elkedag naar kantoor? Ja, het moet.
9.…Read More -
1 – Mag ik hier zitten? Ja het mag
2 – Kan ze hier lopen? Ja het kan
3 – Kunnen wij die film kijken? Ja het kan
4 – Kan ik hier slapen? Ja het kan
5 – Kan ik betalen? Ja het kan
6 – Mag ik hier blijven? Ja het mag
7 – Mag ik iets zeggen? Ja het mag
8 – Kun je die koffie brengen? Ja het kan
9 – Mag ik jouw rok dragen? Ja het mag
10 – Kan jij…Read More -
1. Werkt de computer? Hij werkt niet.
2. Hoe lang is jouw bed? Het is 160 cm breed.
3. Mag ik hier drinken? Het mag niet.
4. Waar ligt het boek? Het ligt daar.
5. Kunnen jullie zwemmen? Dat kunnen wij.
6. Hoe laat is het? Het is 12 uur.
7. Is de winkel open? Hij is open.
8. Mag ik het koekje eten? Ja, het mag.
9. Vriest het? Het vriest.
10. Is het…Read More -
1. Kan ik hier studeren? Nee, dat kan niet.
2. Is het koud binnen? Ja, het is koud.
3. Kan zij daar spelen? Ja, dat kan.
4. Werkt de computer? Nee, hij werkt niet.
5. Regent het buiten? Ja, het regent.
6. Mag ik hier eten? Nee, dat mag niet.
7. Kunnen wij hier wachten? Ja, dat kan.
8. Is het stil in de kamer? Ja, het is stil.
9. Kan hij daar…Read More -
1. Mag wij hier roken? Nee, dat moeten jullie niet.
2. Kan jij daar parkeren? Nee, het kan niet.
3. Kunnen wij voor 16 uur drinken? Nee, het kan niet.
4. Is jouw huis schoon? Ja, het is altijd.
5. Kan ik dit eten? Ja, het kan.
6. Is het koud buiten? Nee, het is koud niet.
7. Kunnen ze hier slapen? Ja, het kan.
8. Kent hij het plan voor vanavond?…Read More -
1. Werkt de geldautomaat? Ja, hij werkt.
2. Kunnen wij eten? Ja, het kan .
3. Kan jij de krant kopen? Ja , het kan.
4. Ligt het boek in de tas? Ja het ligt.
5. Mag ik buiten fietsen? Ja , het mag.
6. Kan jij fietsen daar? Nee, het kan niet.
7. Mag jij in de zee zwemmen ? Nee ,het mag niet.
8. Kan jij 150 km/u rijden? Nee, het kan niet.
9. Werkt…Read More -
1- Mag ik dat stoel? Het mag niet.
2- Kunnen zijn Fietsen buiten? Het kan.
3- Mag ze de koeken? Ze mag ze niet.
4- Kan wij spraak onze taal hier? Ja, Het kan.
5- Kun je binnen roken? Het kan niet.
6- Mogen de honden blaffen? Ja, het mag.
7- Maken jullie het huis? Ja, wij maken het.
8- Kan hij die fiets nemen? Nee, het mag niet.
9- Kan ik deze…Read More -
1. Kan ik een pauze tijdens de les nemen? Ja, het kan.
2. Mag jij hier blijven? Nee, het mag niet.
3. Moet jij na het eten water drinken? Ja, het moet.
4. Zal ik mijn camera morgen brengen? Nee, het zal niet.
5. Mag ik foto nemen? Nee, het mag niet.
6. Kan ik die auto kopen? Ja, het kan.
7. Werkt de afwasmachine? Ja, hij werkt
8. Moet ik zonnebril…Read More -
1. Mag ik hier parkeren?
Nee jij het mag niet2. Kunnen wij onze vergadering buiten maken?
Nee het kan niet.3. kunnen wij in het centrum vanaf acht uur tot zeven uur s’avonds fietsen?
Nee het kan niet.4. Mag ik de was in de koelkas zetten?
Nee het mag niet.5. zet jij de pen op de tafel?
Nee ik zet hij niet.6. Mag ik je vandaag…Read More
-
1. Mag ik buiten spelen? – Ja, het mag.
2. Kan zij vandaag naar cursus lopen? – Ja, het kan.
3. Werkt de computer? – Ja, hij werkt.
4. Mag ik binnenkomen? – Ja, het mag.
5. Kan hij Russisch spreken? – Ja, het kan.
6. Mag je binnen roken? – Nee, dat mag niet.
7. Kunnen jullie vanavond het avondeten maken? – Nee, het kan niet.
8. Kan jij jouw tele…Read More -
1. mag ik vragen? het mag
2. Kan jij zwemmen? het kan
3. kan hij hier parken? het kan niet
4. regent het vandaag? het regent
5. mogen wij vertrekken? het kan
6. kunnen jullie naar het park gaan? het kan niet
7. mag ik in het meer duiken? het kan niet
8. mogen wij deze wijn drinken? het mag niet
9. mag jij op mij wachten? het mag niet
10. wetkt de…Read More -
1. Mag ik binnenkomen? – Ja, dat mag.
2. Kan hij zwemmen? – Ja, dat kan.
3. Moet jij werken? – Ja, dat moet.
4. Wil zij helpen? – Ja, dat wil ze.
5. Mag ik het boek lezen? – Ja, dat mag.
6. Zal ik bellen? – Ja, dat kan.
7. Durft hij te springen? – Ja, dat durft hij.
8. Lukt het jou? – Ja, het lukt.
9. Hoef ik te betalen? – Nee, dat hoeft niet.
10.…Read More -
1. Mag ik te laat op het werk komen? Nee, het mag niet.
2. Mag ik sigaret roken tijden de les Nederlands? Nee, het mag niet.
3. Mag ik spieken op school? Nee, het mag niet.
4. Mag ik je telefoonnummer? Nee, jij mag het niet.
5. Sneeuwt het? Nee, het sneeuwt niet.
6. Werkt de koffiemolen? Nee, hij werkt niet.
7. Kan jij deze brief lezen? Nee, het…Read More -
1. Mag ik buiten gaan? -> Het mag.
2. Kan jij paardrijden? -> Het kan niet.
3. Kunnen wij hier blijven? -> Het kan.
4. Staat de auto daar? -> Nee, hem staat daar niet.
5. Is het gebouw open? -> Het is.
6. Mag jullie hier komen? -> Het mag niet.
7. Kan hij het cadeau nemen? -> Het kan.
8. Moet ik het noorden vinden? -> Het moet.
9. Kan zij het…Read More -
1 – Mag ik binnen roken? Nee, het mag niet.
2 – Kan ik hier parkeren? Ja het kan.
3 – Kunnen wij hier betalen? Ja het kan.
4 – Mag ik iets vragen? Ja, het mag.
5 –Mag ik jouw hemd dragen? Ja het mag.
6 – Kun jij het sap drinken? Nee, kan niet.
7 – Kun jij het probleem begrijpen? Nee, het kan niet.
8 – Werkt de oven? Nee, hij werkt niet.
9 – Kun j…Read More -
1. Moet ik de deur sluiten?
Het moet.
2. Wil jij het boek lezen?
Het wil niet.
3. Mag ik dat gebruiken?
Het mag.
4. Kunnen jullie komen?
Het kan niet.
5. Staat de fiets buiten?
Nee, hem staat daar niet.
6. Mag ik hier zitten?
Ja, het mag.
7. Kan zij de email sturen?
Ja, het kan.
8. Werkt de televisie?
Ja, hij werkt.
9. Mag ik dat aanraken?
Ja, het…Read More -
1. Het loopt niet
2. Het morste
3. Het lacht als een gek
4. Het hoestte een long op
5. Het schudde de grond
6. Het schuifelde over de grond
7. Het staart door het raam
8. Hij is altijd zingen met de vogels. Nee, het is niet altijd. Het is soms.
9. Het regent niet vandaag
10. Moet iedereen zijn fiets op slot zetten? Het moet. -
1. Kunnen wij het konijn koken? Ja, het kan.
2. Mag ik het huis binnenkomen? Ja, het mag.
3. Wil je het gras water geven? Ja, het wil.
4. Eet je jouw ontbijt? Ja, het eet.
5. Mag ik jouw telefoonnummer? Ja, het mag.
6. Sluiten jullie het raam? Nee, het sluit niet.
7. Kunnen wij rundvlees koken? Nee, het kan niet.
8. Drink je water? Nee, het drink…Read More -
1. Werken deze fietsen? Ja, ze werken / Nee, ze werken niet.
2. Zie jij die kinderen? Ja, ik zie ze / Nee, ik zie ze niet
3. Willen jullie vanavond uitgaan? Ja, het kan / Nee, het kan niet
4. Wil je Kung fu panda kijken? Ja, ik wil het / Nee, ik wil het niet
5. Kunt u me verhuizen helpen? Ja, het kan / Nee, het kan niet
6. Kies jij de juist…Read More -
1. Kan ik nu praten? Ja, jij kan het.
2. Mag ik zwemmen? Ja, je mag het.
3. Wil je het haar vragen? Ja, ik kan het.
4. Kan hij je bellen? Ja, hij kan het.
5. Bezoek ik jouw ouders? Ja, jij kan het.
6. Kun je die vraag beantwoorden? Nee, ik kan het niet.
7. Kun je per vlucht reizen? Nee, ik kan het niet.
8. Kun je het boek meenemen? Nee, ik kan het…Read More -
Mag ik ijs hebben? Ja, Het mag.
Ligt het bed lekker? Nee, het ligt niet.
Kunnen wij hier roken? Nee, het kan niet.
Mag ik hier douchen? Ja, het mag.
Gaat het raam dicht? Ja, het gaat.
Mag ik wandelen? Ja, het mag.
Mag ik op vakantie gaan? Nee, het mag niet.
kan ik de auto lenen? Nee, het kan niet.
Smaakt het eten lekker? Ja, het smaakt lekker.
Was…Read More -
1. Mag ik fietsen? Ja, het mag.
2. Werkt het internet? Ja, het werkt.
3. Moet ik wachten? Ja, dat moet.
4. Kan ik dit gebruiken? Ja, het kan.
5. Is het koud buiten? Ja, het is koud.
6. Kunnen wij praten? Nee, het kan niet.
7. Mag ik naar binnen? Nee, dat mag niet.
8. Waait het vandaag? Nee, het waait niet.
9. Kun jij helpen? Nee, het kan niet.
10.…Read More -
1. Werkt het systeem? Ja, het werkt.
2. Mag ik de telefoon gebruiken? Ja, het mag.
3. Mag je hier zingen? Nee, het mag niet.
4. Regent het in jouw land? Ja, het regent.
5. Kun je de kennissen schrijven? Ja, het mag niet.
6. Mogen we in de woonkamer studeren? Ja, het mag.
7. Mogen jullie daar schoonmaken? Nee, het mag niet.
8. Werkt de radio? Ja,…Read More -
1. Regent het buiten? Ja, het regent
2. Stopt de muziek? Ja, het stopt
3. Begint de wedstrijd? Ja, het begint
4. Beweegt het wiel? Ja, het beweegt
5. Lukt het huiswerk? Ja het lukt
6. Mag ik hier roken? Nee, het mag niet
7. Werkt het? Nee, het werkt niet
8. Lukt het? Nee, het lukt niet
9. Kan het? Nee, het kan niet
10. Mag het? Nee, het mag niet -
1. Kan ik laden? Ja, het kan.
2. Kunnen wij daar zwemmen? Nee, het kan niet.
3. Mag jij stemmen? Nee, het mag niet.
4. Kan ik kiezen? Ja, het kan.
5. Moet David hier wachten? Ja, het moet.
6. Kun jij het fruit eten? Nee, het kan niet.
7. Kan ik hier blijven? Ja, het kan.
8. Kun jij het jasje dragen? Nee, het kan niet.
9. Kan Cornelius betalen? Ja,…Read More -
1. Is het koud buiten? Ja, het is koud.
2. Werkt de computer? Ja, hij werkt.
3. Gaat de deur open? Ja, het gaat open.
4. Is het mooi weer? Ja, het is mooi weer.
5. Leest hij het boek? Ja, hij leest.
6. Mag ik hier zitten? Nee, het mag niet.
7. Komt zij morgen? Nee, zij komt het niet.
8. Is het laat? Nee, het is niet.
9. Heb je het gezien? Nee, ik…Read More -
1. Mag ik rijden? Ja, het mag.
2. Kan ik het huiswerk doen? Nee, het kan niet.
3. Kunnen wij in het huis bakken? Ja, dat kan.
4. Mag ik dit raam sluiten? Nee, dat mag niet.
5. Moet ik lopen? Nee, dat hoeft niet.
6. Kan ik jou bellen? Ja, het kan.
7. Wil jij dit kopen? Nee, dat wil niet.
8. Moet ik vandaag koken? Ja, dat moet.
9. Moeten jullie naar…Read More -
1.Kan jij Frans spreken? Nee, ik kan het niet.
2.Mag ik koken? Ja, jij mag het.
3.Mag hij hier roken? Nee, hij mag het niet.
4.Mag ik met jouw auto rijden? Ja. Jij mag het.
5.Kan zij haar huiswerk doen? Ja, zij kan het.
6.Mag ik je bellen? Ja, jij mag het.
7.Mag ik Tv kijken? Nee, jij mag niet.
8.Kan jij het huis schoonmaken? Ja, Ik kan het.
9.Mag…Read More -
Recept C: HET + WW
1. Kan ik daar slapen? Ja, het kan.
2. Kunnen ze dit boek naar huis brengen? Ja, het kan.
3. Zullen wij dit weekend een feestje bouwen bij jou thuis? Ja, het zal.
4. Kunnen wij in je achtertuin roken? Ja, het kan.
5. Zullen wij volgende week met je ouder naar de kerstmarkt gaan? Ja, het zal.
Recept B: HET + WW + NIET
1. Mag ik…Read More -
1. Mag ik naar buiten? -> Ja, het mag.
2. Werkt jouw horloge? -> Ja, het werkt.
3. Kan ik televizie kijken -> Nee, je kan het niet.
4. Wil je samen fietsen? -> Ja, ik wil het.
5. Kun je het werk alleen doen? -> Ja, ik kan het.
6. Sneeuwt het? -> Nee, het sneeuwt niet.
7. Mag ik het sinaasappelsap proberen? -> Nee, het mag niet.
8. Mag ik…Read More -
1. Kun je mijn tas dragen? Nee, ik kan het niet.
2. Moet je vandaag werken? Ja, ik moet het.
3. Kun je dit raam openen? Nee, ik kan het niet.
4. Moet zij haar kamer schoonmaken? Ja, zij moet het.
5. Kunnen zij deze opdracht maken? Nee, zij kunnen het niet.
6. Kun je mijn telefoon vinden? Ja, ik kan het.
7. Moet hij de hond uitlaten? Ja, hij moet…Read More -
1. Mag ik nu gaan? Ja, het mag.
2. Kan jij dit boek leren? Ja, het kan.
3. Mag Marie hier eten? Ja, het mag.
4. Kan ik eerder weg vandaag? Nee, het kan niet.
5. Kan ik iets drinken? Ja, het kan
6. Kan ik deze auto kopen. Ja het kan.
7. Staat het eten klaar? Nee, het staat niet klaar.
8. Mag ik met mijn vriend buiten spelen? Ja, het mag.
9. Mag ik…Read More -
Recept C
1. Mag ik het blikje openen? Ja, het mag.
2. Werkt de wasmachine? Ja, het werkt.
3. Ligt het eiland daar? Ja, het ligt daar.
4. Kunnen we hier drinken? Ja, het kan.
5. Ligt het glas op de grond? Ja, het ligt.
Recept D
1. Mag ik het blikje openen? Nee, het mag niet.
2. Werkt de wasmachine? Nee, het werkt niet.
3. Ligt het eiland daar? Nee,…Read More -
Recept C
1. Werkt het toestel? Ja, het werkt.
2. Mag ik het cadeau openen? Ja, het mag.
3. Kan ik hier roken? Ja, het kan.
4. Werkt het raam? Ja, het werkt.
5. Kan ik boodschappen doen? Ja, het kan.
Recept D
Het kan niet
1. Werkt het horloge? Het werkt niet.
2. Mag ik het kopje? Nee, het mag niet.
3. Kan jij hier slapen? Nee, het kan niet.…Read More -
Recept C
1. Kan ik hier werken? Ja, dat kan.
2. Mag ik het chocolaatje? Ja, dat mag.
3. Wil jij muziek luisteren? Ja, ik wil het.
4. Kunnen jullie pasta maken? Ja, dat kunnen we.
5. Mag je daar roken? Ja, dat mag.
Recept D
1. Kan jij het huiswerk maken? Nee, dat kan niet.
2. Kan jij het ontbijt voorbereiden? Nee, dat kan niet.
3. Mag ik jouw…Read More -
1. Kun jij werken? Ja, het kan.
2. Koop jij mijn boek? Nee, hij koopt niet.
3. Kun jij dat rekening betalen? Nee, hij kunt niet.
4. Krijg jij haar het cadeau? Ja, het krijg.
5. Mag ik hier parkeren? Ja, het mag.
6. Wil jij het film kijken? Nee, het wil niet.
7. Wil jij op vakantie gaan naar Parijs? Ja, hij wil.
8. Kun jij de soep eten? Ja, hij…Read More -
Recept C:
1. Werkt het internet? Ja, het werkt.
2. Regent het? Ja, het regent.
3. Is het belangrijk? Ja, het is belangrijk.
4. Smaakt het eten goed? Ja, het smaakt goed.
5. Mag het raam open? Ja, het mag.Recept D:
1. Sneeuwt het? Het sneeuwt niet.
2. Mag het brood op tafel? Het mag niet.
3. Kan jij hier blijven? Het kan niet.
4. Werkt het…Read More -
Recept C
1. Kunnen wij hier roken? Ja, het kan.
2. Mag ik buiten lopen? Ja, het mag.
3. Kan jij hier zwemmen? Ja, het kan.
4. Willen wij de film daar kijken? Ja, het wil.
5. Werkt de computer? Ja, hij werkt!Recept D
1. Kunnen wij hier spelen? Nee, het kan niet.
2. Mag ik buiten roken? Nee, het kan niet.
3. Kan jij hier zwemmen? Nee, het kan…Read More -
Recept C
1. Kan ik jouw koffie drinken? Ja, het kan.
2. Werkt de wasmachine? Ja, hij werkt.
3. Kunnen wij de taart eten? Ja, het kan.
4. Mag ik tv kijken? Ja, het mag.
5. Kunnen wij deze auto kopen. Ja, dat kunnen jullie.Recept D
6. Kunnen wij op de muur schrijven. Nee, dat kunnen jullie niet.
7. Mag ik naar boven gaan. Nee, het mag niet.
8. Kan…Read More -
Recept C
1. Kunnen wij voetballen? Ja, het kan.
2. Kan ik rookt? Ja, het mag
3. Mag ik de deur dichtdoen? Ja, het mag.
4. Mag ik koffie? Ja, het mag.
5. Schrijf ik hier? Ja, het kan.Recept D
6. Kunnen wij voetballen? Ja, het kan niet.
7. Kan ik rookt? Ja, het mag niet.
8. Mag ik de deur dichtdoen? Ja, het mag niet.
9. Mag ik koffie? Ja, het mag…Read More
- Load More Posts
1. Ja, ik kan het.
2. Ja, wij willen dat.
3. de….? Ja, ik zie hem.
4. Ja, dat mag (je).
5. .., ik wil het niet.
6. (naar)
7. just Nederlands>> Ik leer/studeer het niet.
9. Wil hij….? Nee, hij wil het niet.