Dutch Course Eindhoven A2 Homework Answers Group

  • Public Group
  • 1 month ago
  • 97

    Posts

  • 85

    Members

  • Dutchbook huiswerk:👍
    Boek. Pagina 120
    Opdracht 2
    Plaats jouw antwoorden hieronder:

    204 Comments
    • 2. Nederlandse
      3. De buurman…..de achtertuin schoonmaken.
      4. rent gaan=?

    • 7. zondag
      8. biertjes
      9. dinsdag

    • (2. voetballen)
      8. ..in het ziekenhuis zijn om een dokter te spreken voor een behandeling.

    • For the rest, see previous

    • 2..met de auto naar kantoor rijden.
      3. de wals
      5. deze week
      6..met ons bij hen thuis voor de lunch afspreken.
      7. deze lente

    • 2. met hem naar het station gaan.
      6. over drie dagen
      (7. thuisblijven)
      10. met hen het museum…

    • 4. met hen hamburgers
      5..het avondeten bereiden.
      6. hen
      8..volgend met haar voor een date naar een café gaan.
      9. met haar fiets naar het kantoor rijden.

    • 2. afspraak
      4..rewrite (whose house are we talking about)?
      5. Ik wil om 9 uur met jou voor het werk naar kantoor gaan.
      6. de
      7. de
      8. willen vanavond om 6 uur met het gezin (de familie) thuis zijn.
      9, 10. in de bioscoop

    • 2. in Turkije bij [person] op bezoek gaan.
      8..met haar moeder gaan winkelen.

    • See previous feedback, no other issues here.

    • 1. zullen
      2..nu met hen hun huiswerk op school maken.
      3..in het park voetballen
      4..met hen in het park
      5..vandaag met hen in de bibliotheek verhalen schrijven (<< verhalen=undefined and 'married' to schrijven)
      6..naar de winkel
      9..met haar tennissen
      10..zeker koekjes (<< onWAT) bakken

    • 1. bij de Jumbo
      2..in het park voetballen.
      5..het park
      (7. in het park)
      10..met jou tijdens carnaval ..

    • 3..in het park met de bal spelen.
      10..in haar tuin..

    • 1..ze vanavond thuis bellen (<< ze= one word defined entity/beWAT, so use early in the sentence)
      4. hem nu (better, see 1)
      5. mij om 6 uur met de auto naar het werk rijden
      6..zullen ze morgen voor het feestje hun wijn brengen (no "naar" required)
      7..je morgen (see 1)
      8..met je naar de stad gaan ..(< ?

    • 1. winkelen
      2..naar de Effenaar gaan om op “80s-muziek” te dansen.
      3..met hen leren vliegen.
      4..van zijn dokter..
      5..om 12 uur
      9. op kantoor

    • See previous feedback, rest OK

    • 6..dit aan jou beloven.
      9. ..wonen.
      For the rest, see previous feedback.

    • 8..or just “Nederlands spreken”

    • 2. ‘s middags
      4..see previous
      7. bij haar
      8. jullie taken

    • 1..jou vanavond met mijn auto thuisbrengen (thuis brengen) >> jou is one word beWAT, little flexibility
      3..naar Eindhoven reizen.
      4. see previous
      6..jou vanavond met mijn auto naar het restaurant brengen.
      9. minus “voor”
      10..jullie met jullie nieuwe auto naar de bioscoop komen.

    • 1..van/aan jou
      3. onze
      4..haar (niet) in de buurt (niet) met zijn auto ophalen
      (5..een belofte doen)
      6. ?

      1. over de muziek praten/muziek luisteren.
      4…een fiets naar het station brengen ((<< brengen naar)
      (5. nadenken)
      6. bakken

    • 3. leren dansen.
      5. chocoladetaart bakken.

      2..maandag met hen naar Amsterdam reizen.
      3..wil zich deze maand…met jou voor een nieuwe cursus..
      4..met mij naar België verhuizen.
      5. chocoladetaart bakken

    • 2..het nieuwe restaurant
      3. op Marktplaats
      5. apotheek
      6..in de bibliotheek ….een boek lezen.
      8. een klein beetje geld
      9..vanmiddag …met jullie (?) …
      10. kopen > ?

    • 1. praten
      5..op de universiteit

    • 2. bij het ziekenhuis
      3. drinken
      6. vanmiddag

      (7..dit weekend met mij de berg beklimmen)
      8. café ..een kop koffie drinken
      9. volgend jaar
      12..een serie

    • 1. bij mij thuis
      (2. in bed)
      3b.. ?
      5. Ik ga morgen met jou met de bus naar Amsterdam.

      6..haar op kantoor een pakje ijs.
      7. bij WIE thuis or just thuis
      8. kopen.
      9. in Amsterdam
      10. in het centrum

    • (2. bij Primark)
      4. met ons

      1..avondeten eten/or just “eten”
      2. mij op tv zien
      5..willen deze week met hen naar Duitsland reizen.

    • 2..in de bioscoop een film kijken.
      3. ?
      4..gemaakt
      5. see previous

      2..in de bioscoop een film kijken.
      3. neem morgen thuis een foto van jou > ?
      5. see previous

    • 2. wil
      (5. op kantoor)

      8. op het werk
      10. …praten.

    • 3. op (!) vrijdag met hen op school voetballen
      4..voor hen….een presentatie geven.
      7..hen met schoonmaken helpen.
      8…aan hem….kaartjes geven.
      10..vanmiddag

    • (1. ruziemaken)
      2. financiën
      3. “vanavond” and “middag” do not match >> just “eten”
      4. why “van jou” ?
      >> …in de ochtend bi mij thuis over jouw boek te denken.

      D
      1. minus “in het huis”
      3..kan jou morgen met de auto naar het ziekenhuis brengen.
      4..heb…geslapen
      6..wil hem vanmiddag op het werk over mijn salaris vragen.

    • Goed
      (10. ..voor de vergaderingen in dat hotel blijven slapen)

    • 1,2..op school
      3, 4..de auto naar…..brengen
      5, 6 both good
      7, 8 both good
      9, 10 both good (but just “op kantoor”)

    • 2..een nieuw huis bekijken.
      8. better “ze” first, then “elk jaar”
      For the rest, see previous corrections

    • 1..het avondeten
      3. (in de bioscoop)
      5. op kantoor
      8..ga morgen in het theater met jou ..
      9…met hem het afval buiten zetten

    • 1..minus “met”
      2..in de winkel ..
      5. moeten > ?
      6..deze ochtend > ?
      8. met jullie koffie drinken.
      9 op de bank
      10..met hen naar Portugal op vakantie gaan.

    • 1. naar een comedian (cabaretier)
      4..minus “over”
      5..naar de maan…
      6..proberen (?)
      9. biertje (!)

    • C
      1…te geven
      2..om (!) 7 uur
      3. rewrite
      5..afwassen.

      D

      1..hem vanavond thuis ontmoeten
      2..morgen met de auto in de garage op hem wachten.
      3..met jou thuis…
      4..overmorgen (two days from now >> ?)
      5..wil volgende maand haar ouders bezoeken.

    • 5..wil..
      8..het café
      10..aan hem iets over het project vragen.

    • 1. op school
      2..zal
      3…komt om 16 uur met haar vriend naar huis
      4..in een café in de buurt koffie drinken.
      5..wil
      6..voetbal
      7..gaan/komen…
      8..bijwonen.
      9…bij/in het ziekenhuis..
      10..komen morgen naar ons voor het avondeten.
      11. uw vrouw..
      12..bij ….Valkenswaard…

    • 2..in het bos….
      6..telefoon
      9..aan de universiteit

    • 6. Wij komen om 3 uur met haar naar jou(w huis).
      7..aan hem
      8..zoeken.
      9….afspreken.
      11..sportschool
      12..met ons op een bank liggen.

    • 2..financiële zaken (financiën) praten.
      3. kan…keuken
      4..met het vliegtuig naar Amerika reizen.
      5..videogames
      6…café
      8..morgenmiddag…op de resultaten wachten.
      12..aan haar een boek voorlezen.

    • 1..met hem bij de gemeente
      2..van school ophalen
      3..?
      4…op school haar huiswerk maken.
      5…thuis mijn fiets schoonmaken.
      6..voor haar…
      7..voor hem.. (een cadeau)
      8..voor morgen ….een afspraak gemaakt.
      9..hen vandaag naar de bibliotheek meenemen.
      10…op het station…

    • 3..op school
      5..een nieuw T-shirt kopen.
      8…bij ons thuis koffie drinken.
      9..de presentatie oefenen.

    • 2..voorlezen.
      5..ophalen.
      6..in de kerk
      (7, op de markt)
      (9. iets over..)

    • 1…met de hond spelen.
      3..winkelen. (is already a verb)
      4..jullie om 9 uur ..,…jullie taken doen.
      5..wil dat je morgen met jouw tas naar mij(n huis) komt.
      6..op het feest foto’s maken
      7…met mij ….naar mijn huiswerk kijken.

    • Goed.

      10..gaat…bezoeken.

    • (3..koffie zetten)
      5..op straat
      7..kan ….in het stadion…..voetballen.
      10.autorijden.

    • 1..zie jou morgen in het bos jouw hond uitlaten.
      3. supermarkt
      4..in mijn huis/bij mij thuis…
      6…na het examen met haar ouders in een café afspreken.
      7…thuis nadat ik mijn afspraak met de arts heb gehad.

    • 1. Ik wil tijdens het feest met jou dansen.
      2. De manager zal na dit kwartaal door jou vervangen.
      3. Ik zal bij het schaken met jou verliezen.
      4. Mijn buurman zal mij altijd met haar kind vergelijken.
      5. Ik kan nu niet met jou vechten.
      6. Mijn kind wil in het park met haar vriendin in een boom klimmen.
      7. Wij kunnen niet over ons onderwijs…Read More

    • 1..op de markt kopen.
      5..repareren (laten repareren)

    • (1. op kantoor)

      Niet slecht.

    • 1..bij de gemeente
      3. Hij ziet haar nu in het park wandelen. > ?
      5..met mijn fiets naar huis gaan.
      6..aan de tafel mijn huiswerk…
      7..voor hem/met hem…
      9. ?
      10…vandaag met hem in de winkel praten > ?

    • 1…vanavond met haar thuis…
      2…deze ochtend (vanochtend)
      5..op…muziek..
      6..op school…
      7..met de trein naar …
      9..vanavond…

    • (4. moest= past tense)
      6..bij hen thuis….
      7..in de kerk…

    • 2..pensioenopties…
      4..lekker op het terras zitten.
      5…kan morgenavond….Amerika/de VS
      (6. Ik zal jou nooit uitlachen)
      7..het oude …

    • 3..de boerenmarkt
      4..vanavond….supermarkt…

    • 1…(op kantoor)…..carrière…
      2. het Van Gogh-museum….
      4..in het bos wat mooie foto’s maken OR naar het bos om mooie foto’s te maken.
      7..bij hen thuis…
      9..in het café koffie drinken.
      10.(koptelefoon)

    • 3..met hen…
      5..met hen klussen.
      6..de film….
      9..met ons naar ….fietsen.
      10…kan ‘s middags met haar moeder in de supermarkt winkelen.

    • 1..groenten..
      3…kijken
      5..het spel…
      6…met haar op kantoor werk doen.
      8…groenten…
      9. “over 9 uur” > ? …de schilderijen…
      10..het gebouw “mij jullie muziek luisteren.” >> ?

    • 2..in het zwembad…
      3..haar
      4..jouw hond…
      5..met haar/hen…
      8..met haar een sigaret/sigaretten…
      9..in de winkel …zien doen.

    • 6..op het feest….
      8….voetballen.
      9..minus “een”
      10. Ik ga ‘s ochtends met jouw auto met haar naar de bioscoop om een film te kijken.

    • 1. Ik wil vanavond met jou op de baan een padel game spelen.
      2. Zij kan om 10 uur bij mijn huis met mij een taart bakken.
      3. Jij kunt ‘s ochtends in de bibliotheek met mij het huiswerk maken.
      4. Jullie mogen op dinsdag met ons in het stadion de voetbalwedstrijd bekijken.
      5. Wij zullen ‘s avonds in de bioscoop met jou de film kijken.
      6. Ik zal mor…Read More

    • (1. met de bloemen bezig zijn)
      2. minus “aan”

    • 1. bellen
      2..na het werk in het centrum zien.
      6..met hem naar Spanje op vakantie gaan.
      8. in Oostenrijk met ons leren skiën.
      10..komt morgen met mijn broer naar …om de nieuwe film te kijken.
      For the rest, see previous corrections

    • Recept C
      1. Ik wil morgen met jou in Utrecht naar de bioscoop gaan.
      2. Wij mogen om 7 uur met jullie in een restaurant om voor ons een tafel reserveren.
      3. Hij wil in het weekend met ons in het park wandelen.
      4. Ik moet morgen met haar thuis aan het huiswerk werken.
      5. Zij moet vanavond met ons thuis haar verhaal over haar ervaring spreken.
      Recept…Read More

    • Recept C:
      1. Ik ga in het weekend met jou thuis schoonmaken.
      2. Je gaat morgen met mij naar de sportschool een workout doen.
      3. Wij willen vanavond met jullie in Eindhoven naar een restaurant gaan.
      4. Zij moeten in de toekomst met mij in de school naar de les luisteren.
      5. Ik ga om 3 uur met haar naar Amsterdam om een trein te nemen.
      Recept D:
      1.…Read More

    • Recept C
      1. Ik wil dit weekend met jullie thuis ons favoriete film kijken.
      2. Ik zal vandaag met jou in de supermarkt naar spullen zoeken.
      3. Jij wilt ’s avonds met Anna in het restaurant aan een probleem helpen.
      4. Jij moet elke dag met mij naar mijn werk gaan.
      5. Ik wil morgen met hen over die aardewerk praten.
      Recept D
      1. Ik wil morgen op k…Read More

      • 1. onze ..
        3.. een probleem bespreken/aan een probleem werken.
        5 dat aardewerk
        D.
        1. dat ..
        4.. met hen een antwoord bedenken.
        5..zal jou morgen op school met jouw moeder ontmoeten.

    • 1. Jij hebt vanavond met haar bij school tijd om te praten.
      2. Jullie willen nu met ons op het strand ijsjes kopen.
      3. Ik ga op vrijdag naar een bar met haar mijn promotie vieren.
      4. Ik wil morgen met hem een weekend weg plannen.
      5. Hij wilt in 5 minuten met jullie in het centrum afspreken.
      6. Ik wil in juni met jullie naar Spanje op vakantie…Read More

    • Recept C
      1. Ik wil morgen met jou thuis een film kijken.
      2. Ik moet ‘s octhends met jullie een ontbijt maken.
      3. Zij wil morgen met hem haar oma bezoeken.
      4. Hij gaat vanavond met hen de auto kopen.
      5. Wij moeten elke dag met hen de medicijnen nemen.

      Recept D

      1. Ik zal vandaag thuis met hem het feest voorbereiden.
      2. Hij wil morgen in het z…Read More

    • C
      1. Becky wil vanavond met mij thuis over haar keuzes praten.
      2. Ik moet volgende week bij de AH aardappelen kopen.
      3. Sussie en ik kunnen vanavond met jullie een auto delen.
      4. Jullie willen vanmorgen met ons in de Jumbo boodschappen doen.
      5. Hij moet volgende week met hem op school zang oefenen.

      D
      1. Ik wil morgen in het park met jou…Read More

    • C
      1. Ik zal op zondag met haar thuis over het boek praten.
      2. Hij gaat gisteren met mij in het centrum een TV kopen.
      3. Ik moet vandaag met hem in de tuin zijn fiets repareren.
      4. Zij mogen vanavond met mij online een afspraak maken.
      5. Ik ga morgen met jullie naar de stad een fiets kopen.
      D
      6. Ik mag morgen thuis met jou een boek lezen.
      7. Zij…Read More

    • 1..om te zwemmen.
      2..maakt morgen met hem in de keuken het ontbijt klaar > ?
      4.. spreekt ‘s middags met hen op school af om huiswerk te maken.
      5..om te leren tennissen.
      8…om schoon te maken.
      9…om te werken.

    • 2…wil nu dat ik aan onze vakantie denk OR ..wil met mij aan onze vakantie denken.
      3..in/tijdens de les
      4. Ik wil (!) … met jou…
      D
      We zien hem nu bij de kassa..
      For the rest, see previous corrections

    • 1.. uitlaten.
      5.. het nieuwe uniform
      D
      3..zal
      (4. lunchen)

    • 2..op het werk
      3. “een” niet nodig
      4…onze
      8. (op de Playstation)
      9. bakken
      10..bij jullie thuis…

    • 1. Ik wil vanavond met jou thuis een film kijken.

      2. Ik wil morgen met jullie in de natuur wandelen.

      3. Jij wilt vanochtend met mij op kantoor werken.

      4. Hij wil overmorgen met ons in een café iets drinken.

      5. Jullie willen om 5 uur met mij thuis ergens over praten.

      6. Ik wil morgen met jou op kantoor een boek lezen.

      7. Ik wil vanavond…Read More

    • Recept C:
      1. Zij moet morgen met hem in de bibliotheek de boeken lenen.
      2. Hij wil volgende jaar met jou bij TUE Eindhoven over autotechniek studeren.
      3. Ik wil vanavond met hem thuis naar de radio luisteren
      4. Zij wil morgen haar broer van de station halen.
      5. Wij zullen dit weekend met jullie in het café over het nieuws horen.

      Recept D:
      6. Ik…Read More

      • 2..volgend jaar ….. minus “over”
        4..het station…
        5..minus “over”
        7…op school…. minus “over”
        9…van Mexico naar Nederland vliegen.
        10… in ….. op de kinderen wachten.

    • Recept C
      1. Ik wil volgende week met hen in de klas over het huiswerk bespreken.
      2. Wij kunnen vanavond met ons bij het restaurant over de nieuwe onderwerp bespreken.
      3. Hij wil dit weekend met haar in de bioscoop een film kijken.
      4. Wij gaan vanavond met hen in het park hockeyen.
      5. Jullie willen morgen met hem in de winkel kleren…Read More

    • 1. Zij willen morgen met ons een wandeling maken.
      2. Ik wil straks met hen mijn rapport bespreken.
      3. Wij willen volgende maand met haar haar familie bezoeken.
      4. Ik kan met jou een nieuwe cursus starten.
      5. Wij willen zaterdag met jullie onze nieuwe buren ontmoeten.
      6. Hij kan vanmiddag in de winkel met zijn moeder de boodschappen doen.
      7. Wij…Read More

    • RECEPT C
      1. Ik wil het weekend met jullie thuis naar TV kijken.
      2. Ik zal morgen voor jou op school voor jouw cursus betalen.
      3. Ik kan vandaag met jou thuis naar de radio luisteren.
      4. Ik moet nu van haar op park van haar fiets lenen.
      5. Ik wil vanavond met hem thuis met bordspel spelen.
      RECEPT D
      1. Ik wil het weekend thuis met jullie naar TV…Read More

    • 3..op school…
      (4..ga jou altijd en overal steunen)
      9..aan mij de regels uit te leggen.
      10…minus “te”

    • 3..vanavond in de tuin de muziek van de buren horen.
      5..volgend weekend…aan een project werken.
      6..met mijn klasgenoten voor ..
      8..volgend weekend …. aan een robot bouwen.
      10…Zij wil ….met haar gezin in het huis wonen.

    • 3…bij jou op bezoek gaan.
      9. See previous correction
      10. Ik….. (“naar” is hier niet nodig)

    • 1,3,5, 6. see previous
      7. deze film..

    • Recept C
      1. Ik kan morgen met jullie op kantoor de projecten uitleggen.
      2. Ze kunnen in het weekend met jullie naar de bioscoop een film kijken.
      3. Hij moet maandagochtend met mij voor het huis het afval buitenzetten.
      4. Wij moeten donderdagavond met Maurice bij Dynamo de Nederlandse taal leren.
      5. Ik wil in December met mijn vriend naar Thailand…Read More

      • C.
        2. IN de bioscoop
        5… december ….een vlucht naar Thailand…
        D
        2….in de sportschool met haar voetballen.
        3. wc
        5..deze vrijdag met hem in de winkel een nieuwe jas kopen.

    • – recept C –
      1. Ik werk tot laat met haar op kantoor een tekening maken.
      2. Ze wil vanavond met hem in de bioscoop een film kijken.
      3. We moeten rond half zeven haar in het bedrijf met het project helpen.
      4. Ik zie ‘s avonds hen in het bos paddenstoelen plukken
      5. Wij gaan op maandag met jou naar het park foto’s nemen.
      – recept D –
      6. Ik wil morg…Read More

    • Recept C
      1. Ze wil vanavond voor mij thuis eten brengen.
      2. We willen morgen met jullie op de markt groenten kopen.
      3. Jullie zullen vanmiddag met ons op kantoor over het werk praten.
      4. Ze kunnen in het weekend met jou in Eindhoven jouw ouders ontmoeten.
      5. Ik wil morgen met jou in een vergadering een presentatie geven.
      6. Je ziet elke dag hem in…Read More

    • 1. Ik wil volgend weekend met jou naar mijn nieuwe huis verhuizen.
      2. Ik wil vanavond met jou in jouw garage parkeren.
      3. Ik wil volgende maand met jullie naar Duitsland vluchten.
      4. Zij wil op 3 november met mij voor ons examen slagen.
      5. Ik moet deze maand veel tijd met hem aan jou besteden.
      —
      6. Hij wil om 10 uur op kantoor een pakket aan o…Read More

    • Recept C.
      1. Zij moeten volgende week naar ons over jullie huiswerk luisteren.
      2. Jullie zullen morgen met ons naar de school gaan.
      3. Hij wil binnenkort met hen geld van de bank lenen.
      4. Wij moeten nu met jullie voor ons examen studeren.
      5. Jij wilt in het weekend met jouw vrienden in het muziekgebouw optreden.
      Recept D.
      1. Ik wil morgen in het…Read More

    • Recept C:
      1. Ik wil vanavond met mijn vrienden thuis smakelijk eten koken.
      2. Zij wil morgen met mij een Italiaans restaurant gaan.
      3. Ik wil ieder jaar met jou in Nederland mijn verjaardag vieren.
      4. Jullie mogen vandaag met hem op de markt boodschappen doen.
      5. Wij kunnen dit jaar met onze groep in de les een hackathon doen.
      Recept D:
      1. Ik zal…Read More

      • C
        2..naar een Italiaans restaurant gaan.
        D
        1… bij jou thuis bij jou …
        2. ?
        3..met haar vriend op vakantie naar Portugal gaan.
        4..nooit vroeg met haar naar bed gaan.
        5..met elkaar eten.

    • Recept C:
      1. Ik wil vanavond met hem in het centrum een training volgen.
      2. Ik wil morgen met jullie in de cursus Nederlands leren.
      3. Ik moet vandaag met jullie in Dutchbook deze opdrachten maken.
      4. Ik zal morgen met haar thuis Nederlands studeren.
      5. Ik wil ‘s avonds met haar in het restaurant een maaltijd eten.
      Recept D:
      1. Ik wil vanavond t…Read More

    • Recept C.

      1. Ik werk morgen met hem op de kantoor.
      2. Ik moet vanavond met hem thuis ons huiswerk doen.
      3. Ik denk morgen met hem op school de boeken nemen.
      4. We zullen vandaag met jullie ons taken maken.
      5. Hij ziet om 11 uur met mij nieuwe sportschoenen op sportschool nemen.

      Recept D.

      1. Ik zal morgen op school met jullie ons Engels…Read More

    • Recept C:
      1. Ik wil morgen met jullie thuis een feest vieren.
      2. Ze willen volgende maand met ons in het café koffie drinken.
      3. Ze wil nu met ons hier over deze situatie praten.
      4. Ik kan over een paar minuten met jou in jouw kamer een boek lezen.
      5. Hij wil straks met mij op kantoor over iets praten.
      Recept D:
      1. Ik kan morgenochtend in…Read More

    • RECEPT C
      1. Ik wil vanavond met jou thuis een boek lezen.
      2. Zij zal morgen met hem in de bioscoop een film kijken.
      3. Hij zal op dinsdag met haar in de supermarkt boodschappen doen.
      4. Ik moet deze week met mijn huisarts in zijn kliniek een afspraak maken.
      5. Hij zal morgenavond met haar thuis een maaltijd koken.
      RECEPT D
      1. Ik wil dit jaar naar…Read More

    • Recept C
      1. Ik zal overmorgen met haar op school over de opleiding praten.
      2. Hij moet vandaag met mij op de website naar de foto zoeken.
      3. Zij gaan morgen met hem naar de kerk over God zingen.
      4. U kant ‘s ochtend met hem in het centrum zijn collega’s ontmoeten.
      5. Wij zullen dit maand met hem in het restaurant een maaltijd eten.
      6. Ik wil dit…Read More

    • 1. Jij kunt op vrijdag met jouw collega op het werk over de klanten spreken.
      2. Hij wil morgen met zijn moeder een brief naar Sinterklaas sturen.
      3. Jullie kunnen volgende winter met de collega’s naar Zwitserland vluchten.
      4. Ik wil vanavond met mijn man thuis over onze kinderen praten.
      5. Jij moet vandaag met de buurvrouw op het plein op mij w…Read More

    • Recept C:
      1. Ik zal volgende maand met jou bij de gemeente vaccineren.
      2. Zij wil morgenavond met jou in de bioscoop over het inburgersexamen praten.
      3. Ik zal morgen met jou in chat over de medische woordenschat praten.
      4. Jij zal binnenkort met mij op school jouw biotechnische woordenschat zien.
      5. Zij zal om 11 uur met haar arts op kantoor een…Read More

    • 1. Zij wil vanavond met haar zus in de keuken met het koken beginnen.
      2. Wij mogen volgende week met onze klas op school aan een project werken.
      3. Jullie willen volgende maand met jullie ouders naar Spanje op vakantie gaan.
      4. Ze kunnen morgen met hun collega’s op kantoor over het probleem praten.
      5. Ik kan morgen met mijn broer thuis met het s…Read More

    • Recept C:
      1. Ik zal morgen met jou thuis naar het boek kijken.
      2. Ik zal vanavond met jou in de woonkamer naar de muziek luisteren.
      3. Ik zal om 5 uur met jou in de winkel kleding passen.
      4. Ik zal morgen met jou in het restaurant eten bestellen.
      5. Ik zal om 10 uur met jou op school naar de opdracht kijken.

      Recept D:
      1. Ik zal morgen op school…Read More

    • Recept C:
      1. Ik zal morgen met hem in het huis de vloer schoonmaken.
      2. Zij wil op maandag met hen in het ziekenhuis scan maken.
      3. Hij wil op zondag met haar in de boerderij wijn proven.
      4. Ik wil in december met ze op het werk de cursus doen.
      5. Jullie moet met ze in het park aan de barbecue deelnemen.

      Recept D:
      6. Ik wil vandaag in de winkel…Read More

    • Recept C:
      1. Jullie willen om 3 uur met mij film kijken.
      2. Ik zie vandaag hem voor voetbal spelen.
      3. Ik zal morgen met jou in de keuken tart maken.
      4. Jij zal vanavond met jouw vriend in de auto reizen.
      5. Wij zullen om 18 uur met ons gezin naar de restaurant gaan.

      Recept D:
      1. Ik ga morgen in het park met haar een boek lezen.
      2. Ik wil…Read More

    • Recept C:
      1. Ik wil morgen met haar over de film praten.
      2. Ik kan vanavond met hem thuis voetballen.
      3. Jullie kunnen morgen met haar gitaar spelen.
      4. Ik wil vandaag met haar fietsen.
      5. Ik zal om 5 uur met haar thuis koken.

      Recept D:
      1. Ik wil morgen in het park met jou gitaar spelen.
      2. Hij kan om 3 uur in de bibliotheek met haar over het…Read More

    • Recept C:
      1. Ik zal vandaag samen met hem thuis kleren strijken
      2. Hij moet morgen met hem op kantoor een ruzie vermijden
      3. Hij zal deze week met jou in thuis een film kijken
      4. Zij mag volgende week met jou in het park voetballen
      5. Hij mag volgende jaar samen met haar aan een buitenlandse universiteit studeren

      Recept D:
      1. Ik zal morgen thuis…Read More

    • Recept C
      1 Hij wil dit jaar met zijn manager in Oslo bij dat bedrijf zitten.
      2 De boom gaat vandaag met de kleine boom in onze voortuin naar de grond buigen.
      3 Dit gebouw gaat vandaag met de andere gebouwen in de verte op een kasteel lijken.
      4 Ik wil nog steeds met jou in onze vriendschap geloven
      5 Zij wil nu in de auto haar hand uit het raam…Read More

    • Recepte C:
      1. Ik zal vandaag met jou via het internet een samenvatting over de voetbalwedstrijd delen.
      2. Hij kan in de zomer met jou op de boerderij met de koeien werken.
      3. Ik wil vanavond met jou in het park vijf kilometer wandelen.
      4. Wij kunnen in het weekend voor hen in het centrum voor de rit wachten.
      5. Ik kan over een uur voor jou hier…Read More

    • Recept C:
      1. Ik wil elke avond met haar in het park een wandeling maken.
      2. Hij moet morgen voor hen in de bakkerij een taart kopen.
      3. Zij wil dit weekend met ons in het restaurant een feestje vieren.
      4. Wij kunnen vanavond met jullie thuis een film kijken.
      5. Jij moet morgen voor haar in de supermarkt boodschappen doen.
      Recept D:
      6. Hij gaat…Read More

    • Recept C
      1. Ik zal deze ochtend met jou in de buurt onze hond uitlaten.
      2. Jij moet soms ze in de winkel het geld voor de boeken geven.
      3. Hij wil in de zomer met ons in het ziekenhuis stage lopen.
      4. Zij wil zelden thuis voor hen een kerstdiner koken.
      5. Wij kunnen meteen met u naar de bijeenkomst vertrekken.
      Recept D
      6. Jullie mogen altijd in de…Read More

    • C: FW/WW/TIJD/VRIEND/PLAATS/WAT/WW2

      1. Ik ga vanavond met mijn vriend in het café over de film praten.

      2. Wij gaan vanavond met onze ouders in het restaurant eten.

      3. Zij wil volgende week met haar zus op school over het examen spreken.

      4. Hij heeft gisteren met mij op kantoor over het probleem vergaderd.

      5. Ik moet morgen met mijn collega…Read More

    • C:
      1. Jij kan morgen met mij thuis een film kijken.
      2. Zij wil vanavond met hen op school over het probleem praten.
      3. Wij moeten vandaag met haar bij het station op de bus wachten
      4. Zij mogen vanavond met ons thuis naar muziek luisteren
      5. Hij zal volgende week met op het werk over het examen denken
      D :
      1. Jij kan morgen van hier met haar naar…Read More

    • Recept C
      1. Ik zal morgenochtend met hem op kantoor aan het project werken.
      2. Ik kan vandaag met jou in het park voor wandelen te gaan.
      3. Ik wil vanavond met haar thuis pizza maken.
      4. Hij moet om 16 uur met hen in het stadion naar een voetbalwedstrijd kijken.
      5. Ik kan dit weekend met jou in de stad carnaval vieren.

      Recept D
      1. Ik zal morgen…Read More

    • Recept C
      1- Zij willen vandaag met hem thuis op de computer spelen.
      2- Hij wil morgen met haar op school over hun relatie praten.
      3- Hij wil in de middag met haar in de keuken een taart bakken.
      4- Zij zal volgende maand met hem naar Frankrijk op vakantie gaan.
      5- Ik moet vandaag hen in het restaurant voor huiswerk ontmoeten.
      Recept D
      6- Zij willen…Read More

    • Recept C
      1. Hij wil dit jaar met mij in de Alpen in de bergen wandelen.
      2. Wij zullen vandaag met hem in de klas over ons land schrijven.
      3. Ik wil deze maand met hem naar Oostenrijk op vakantie gaan.
      4. Wij moeten nu met hen op school voor het examen studeren.
      5. Zij kan maandag met ons op de grond cricket spelen.
      Recept D
      6. Ik zal morgen in de…Read More

    • Recept C:
      1. Wij gaan morgen met haar in de stad winkelen.
      2. Ik wil morgen met jou op kantoor de presentatie geven.
      3. Jij kunt elke dag met mij in het park wandelen.
      4. Hij gaat vanavond met haar een fiets kopen.
      5. Wij zullen dit weekend met jullie in het café over het nieuws praten.
      Recept D:
      1. Ik zal morgen thuis met jou tv kijken.
      2. Zij…Read More

    • RECEPT C
      1- Hij gaat vanavond met haar naar in de sportschool trainen.
      2- Ik wil volgende week met jou bij mij thuis koken.
      3- Zij moeten vandaag met mij op het kantoor werken.
      4- Hij zal morgen met ons naar het strand fietsen.
      5- Zij gaan morgen met hem naar de markt groenten kopen.

      RECEPT D
      1- Hij gaan vanavond naar de dokter met zijn moeder…Read More

      • C. 1..met haar in de sportschool trainen.
        5..op de markt groenten kopen.
        D..1..gaat vanavond met zijn moeder naar de dokter.
        2..met haar op school studeren.
        4..op het terras …

    • Recept D:
      1.Ik ga morgen naar school over mijn huiswerk maken.
      2.Je zal vanavond thuis het eten koken.
      3.Hij moet vandaag op kantoor een rapport schrijven.
      4.Zij kan zaterdag in de stad nieuwe schoenen kopen.
      5.Jullie willen volgende week in de bibliotheek een boek lezen.

      Rcept C:
      6.Ik ga morgen met mijn broer in het park voetbal spelen.
      7.Je…Read More

    • Recept C
      1. Hij wil dit jaar met mij in de Alpen in de bergen wandelen.
      2. Wij zullen vandaag met hem in de klas over ons land schrijven.
      3. Ik wil deze maand met hem naar Oostenrijk op vakantie gaan.
      4. Wij moeten nu met hen op school voor het examen studeren.
      5. Zij kan maandag met ons op de grond cricket spelen.
      Recept D
      6. Ik zal morgen in de…Read More

    • Recipe C
      1. Ik zal morgen je bij het station voor de afspraak ontmoeten.
      2. Zij wil volgende week hem op kantoor over het project spreken.
      3. Wij moeten vandaag hen in de vergadering over het probleem informeren.
      4. Hij kan overmorgen haar bij mij thuis met het rapport helpen.
      5. Zij zal later ons in de stad voor het diner uitnodigen.

      Recipe D
      1.…Read More

    • C
      1. Wij gaan morgen haar op kantoor over het project spreken.
      2. Zij moeten vanavond hem in de tuin met de planten helpen.
      3. Ik ga morgen met haar in het café een koffie bestellen.
      4. Ik wil vrijdag met jou in het park de vogels zien.
      5. Wij gaan maandag hem op school het boek geven.

      D
      1.Wij gaan morgen op kantoor haar over het project…Read More

    • C:
      1. Ik wil morgen met haar op kantoor over een belangrijk onderwerp spreken.
      2. Je mag morgen met mij op de weg in mijn auto rijden.
      3. Hij zal vandaag met hen in het park volleybal spelen.
      4. Wij willen in het weekend met jullie dicht bij de rivier iets eten.
      5. Ze kunnen ‘s middags met ons thuis iets eten.

      D:
      1. Ik wil morgen op kantoor met h…Read More

    • Recept C
      1. Ik wil morgen met jou in het ziekenhuis een afspraak maken.
      2. Ik moet vanavond met hem in de keuken schoonmaken.
      3. Wij kunnen vandaag met hen op kantor lunchen.
      4. Zij kan dit jaar met hem op het eiland een jubileum vieren.
      5. Hij kan morgen met haar thuis onbijt koken.

      Recept D
      1. Ik kan nu in de tuin met haar een koffie…Read More

    • Recept C
      1. Ik moet de komende jaren volgens jou aan de academie voor tandarts studeren.
      2. Je mag deze zomer bij ons op kantoor aan het project werken.
      3. U kunt tijdens de werkdag naast hem op de grond het gereedschap zien.
      4. Hij zal morgen met hen in de schuur de doos verstoppen.
      5. Zij kan lange tijd met haar in de menigte op de been…Read More

    • C
      1. Ik wil morgen met jou naar buiten wandelen.
      2. Ik moet volgende week met hem op kantoor een afspraak maken.
      3. Ik mag vanavond met een persoon in de bioscoop kosteloos/gratis een film kijken.
      4. Ik zal deze week met een vriend online in het Nederlands oefenen.
      5. Ik kan lange tijd met mijn man in een vreemd land leven.
      D
      1. Ik wil morgen…Read More

    • C:
      1. Hij wil vanavond met haar thuis een feestje organiseren.
      2. Ze kunnen de komende week met hen dit gebouw afbouwen.
      3. Je moet op maandag aan me op kantoor het geld betalen.
      4. Wij kunnen om 6 uur met jullie thuis naar een film kijken.
      5. Jullie moeten op dit moment bij ons op tafel dit boek brengen.
      D:
      6. Je wil morgen in het café met haar…Read More

    • Recept C
      1. Ik wil morgen met mijn vriend in het park koffie drinken.
      2. We gaan vanavond met jullie thuis pasta koken.
      3. Zij moet vandaag met haar baas op kantoor een vergadering hebben.
      4. Jij kunt dit weekend met jouw familie in Amsterdam een museum bezoeken.
      5. Zij willen morgen met hun vrienden in het restaurant een pizza eten.

      Recept D
      1.…Read More

    • C]
      1. Ik zal morgen met jou thuis een film kijken.
      2. Jullie zullen morgen met haar op het station een trein nemen.
      3. Hij wil vanavond met zijn vriendin in een restaurant japans gerecht eten.
      4. Ik moet om 3 uur met mijn dokter in het ziekenhuis een afspraak maken.
      5. Zij willen vanmiddag met jullie thuis een feestje hebben.
      6. Zij wil vandaag…Read More

    • Recept C
      1) De conducteur wil nu iedereen de trein verlaten.
      2) Ik kan morgen met jou in het testcentrum een motor vervangen.
      3) De docent wil na de voorstelling de leerlingen op het podium hun handen zwaaien.
      4) Mijn vader wil altijd mij op de weg auto langzaam besturen.
      5) Zij wil morgen met mij op school haar huiswerk nakijken.
      Recept D
      1) Ik…Read More

      • C.
        1…nu dat iedereen de trein verlaat.
        3. De docent wil DAT de leerlingen na de op het podium MET hun handen zwaaien
        4..wil dat ik op de weg altijd langzaam rijd.
        D.
        2..zou willen dat mijn baas mij volgende maand een salarisverhoging geeft.
        3. without “van”

    • p.120. op 2 1. Ik moet morgen met mijn dokter in het ziekenhuis een afspraak maken.
      2. Ik kan morgen met hen in de klas over de opdracht praten.
      3. Ik wil nu met jou in de keuken spaghetti carbonara maken.
      4. Ik wil vandaag met haar thuis aan mijn moeder schrijven.
      5. Jullie kunnen morgen met hen in de winkel boodschappen doen.
      6. Hij wil nu met…Read More

    • Recept C
      1- Ik wil morgen met jou in een cafe koffie drinken.
      2- Ik wil vanavond met jou in het restaurant een vis maltijd eten.
      3- Hij wil volgende maand met ons bij zijn huis over de situatie praten.
      4- Jullie zullen morgen met ze bij hun huis ontbijt maken.
      5- Wij willen volgend jaar met jouw gezin naar Griekland gaan.
      Recept D
      1- Ik zal morgen…Read More

      • C.
        1..café
        2…vismaaltijd
        (3..bij hem thuis)
        5..Griekenland
        D
        (1..op kantoor)
        2..bij jou thuis …
        3. (lunchen)
        4..deze zomer …naar de kust gaan.
        5. Ik zie je elke donderdag op kantoor …

    • 1. Ik wil morgen met mijn vriendin in het café koffie drinken.
      2. Ik wil zaterdag met mijn zussen in de supermarkt groente kopen.
      3. Hij wil morgen met zijn vader in de garage zijn fiets repareren.
      4. Wij zullen volgende week met onze docent in de bibliotheek een project maken.
      5. Ik kan vanavond met mijn buurman in de keuken soep maken.
      6. Zij…Read More

    • ⎯⎯⎯ Recept C ⎯⎯⎯
      ‎
      #1 — Wij moeten vanavond met jullie bij hen thuis in de garage parkeren.
      #2 — Hij kan morgen met mij op school op jouw rare vraag reageren.
      #3 — Zij zullen het volgende weekend met jullie bij het restaurant een tafel voor ons reserveren.
      #4 — U mag morgen met mij in de keuken bananen van appels scheiden.
      #5 — Jij kan morgenm…Read More

    • 1. Ik kan morgenochtend jou naar school met jouw vrienden rijden.
      2. Wij zullen morgen met hen thuis een feest geven.
      3. Hij wil vanochtend met haar naar de markt voor boodschappen gaan.
      4. Zij zal vanmiddag met hem in de Kruisstraat voor lunch eten.
      5. Zij zullen morgen met hun kinderen naar Frankrijk voor een bergtrip gaan.
      6. Ik zal vanavond in…Read More

      • 1. Ik kan JOU morgenochtend met jouw vrienden naar school brengen/rijden.
        3..met haar in de supermarkt boodschappen doen.
        4..in de Kruisstraat lunchen.
        5..voor … naar Frankrijk gaan./…naar Frankrijk gaan voor…
        9. Jullie moeten HEM morgenochtend voor het verjaardagsfeest naar huis (/thuis)brengen.
        10. Zij wil vanmiddag met haar voor de…Read More

    • Recept C

      1. Ik wil morgenochtend met haar bij het café over het boek praten.
      2. Wij mogen om 3 uur met jou naar Amsterdam de boot verhuren.
      3. Zij wil morgen met hen van Jumbo roze bloemen kopen.
      4. Jullie willen vanavond met jouw kinderen een bordspel spelen.
      5. Hij zal na 5 uur met mijn collega’s films kijken.

      Recept D

      1. Zij wil mo…Read More

    • Recept C

      1. Ik zal op maandag op het kantoor met mijn baas over mijn salaris onderhandelen.
      2. Zij wil in het weekend met haar man hun huis schilderen.
      3. Hij gaat nu met zijn broer muziek maken.
      4. Wij gaan later met buren in het park wandelen.
      5. Jullie moeten morgen thuis met jullie kinderen naar een ander huis verhuizen.

      Recept D

      1. Zij zal…Read More

      • 1. just “op kantoor”
        4..met onze buren …
        D
        3..(Ik moet ….. met mijn man) … het Nederlandse paspoort aanvragen.
        5….met mijn moeder de vakantie plannen.

    • 1. Ik zal volgende maand met jou op school over jouw huiswerk praten.
      2. Ik wil vanavond in het park met haar met de hond spelen.
      3. Ik zal morgen bij jou in de stad blijven.
      4. Hij kan om zes uur bij mij thuis boodschappen brengen.
      5. Ik wil morgen thuis met haar een afspraak maken.
      6. Ze zal morgen met ons op school over de film praten.
      7. We…Read More

    • Ik wil vanavond met jou op de baank een film kijken .
      Ik kan met jou een nieuwe puzzel starten.
      Ik ga morgen met jou praten over de vakantie.
      We gaan vanavond met hen in het park voetballen.
      Ze wil volgend weekend met hem naar schilderijen kijken in het museum.
      Hij wil zijn broer volgende week van het station ophalen.

    • 1 – Ik wil morgen met jou in een café koffie drinken.
      2 – Hij wil vanavond met zijn vriendin in een restaurant pizza eten.
      3 – Wij zullen zaterdag met de kinderen in het park voetbal spelen.
      4 – Zij wil morgen met haar moeder in het centrum een telefoon kopen.
      5 – Jullie kunnen volgende week met de docent op school het examen bespreken.…Read More

    • 1. Ik wil morgen met jou thuis over het boek studeren.
      2. Ik kan vanmiddag met jou in de bibliotheek over het project praten.
      3. Ik moet vanavond met jou in de keuken over het eten schrijven.
      4. Ik mag volgende week met jou op kantoor over de baan vragen.
      5. Ik wil morgen met jou in het café over ons plan…Read More

      • 1…thuis het boek bestuderen.

        …………..

        1…met jou het eten koken.
        2..in de cursus/les leren.
        3..met jou de game doen/het spel spelen.
        4..op de trein wachten.
        5…vakantieplan

  • Load More Posts