-
Dutchbook huiswerk:👍
Boek. Pagina 98
Opdracht 12
Plaats jouw antwoorden hieronder:109 Comments-
1. Ik werk niet op het kantoor
2. Hij woont niet op een apartementen
3. Jullie eten niet op een tafel -
1. De laptop zit niet in de kamer.
2. De sleutels light niet op de tafel.
3. Het schilderij haagt niet aan deze muur. -
1. Mijn auto staat niet bij mijn huis.
2. Het notitieboekje ligt niet op tafel.
3. Het meisje is niet in huis. -
-
1. Ik eet niet binnen de ruimte.
2. Jij speelt niet op de tafel.
3. Jullie slapen niet in de keuken. -
-
-
1. We gaan niet naar de vergadering
2. Jij bent niet achter de computer
3. Het zit niet in de portemonnee -
1. Ik zwam niet in het zwembad.
2. Hij gaat niet naar het werk bij bus.
3. Zij slaapt niet op de bank. -
-
1. Mijn laptop ligt niet op de tafel.
2. De lamp hangt niet aan het plafond.
3. Zij legt niet op het bed. -
1. Het boek is niet op de tafel.
2. Ik ben niet naast het kantoor.
3. De televisie is niet aan de muur. -
-
Pagina 98 > opdracht 12. Plaats 3
1. Ik zit niet op een stoel.
2. Ik sta niet in het huis.
3. Ik lig niet op de bank.
4. Ik zit niet aan de tafel.
5. Ik sta niet voor het huis.
6. Ik zit niet achter de deur.
7. Ik lig niet in het bed.
8. Ik sta niet op de trap.
9. Ik zit niet in de auto.
10. Ik sta niet bij de kast. -
-
- Load More Posts

slapen