-
Dutchbook huiswerk:👍
Boek. Pagina 166
Opdracht 7
Plaats jouw antwoorden hieronder:97 Comments-
1. Wil je in het zonnige weer fietsen of zwemmen?
2. Mogen we ons huiswerk in de bibliotheek of in een café maken?
3. Wil zij over het strand of in het bos wandelen?
4. Willen ze met de film een chocolade of een popcorn eten?
5. Moet jij voor winterseizoenen jas of een trui kopen? -
1. Wil je hier zitten of daar lopen?
2. Wil je Nederlandse spreken of Turks spreken?
3. Wil je zwemmen of hardlopen?
4. Willen jullie slapen of huiswerk maken?
5. Heb je gisteren gewerkt of was je vrij? -
1. Zullen wij samen studeren of apart werken?
2. Zullen wij wandelen of fietsen?
3. Wil je werken of pauze nemen?
4. Zullen wij naar de stad gaan of thuisblijven?
5. Wil je blijven of weggaan? -
1. Wil je fietsen of lopen naar Dynamo?
2. Willen jullie dansen of zingen met carnaval?
3. Moet ik de ramen openen of sluiten?
4. Zullen wij de leraar bellen of bezoeken?
5. Wil je met je vriend praten of niet? -
1. Hou je van fietsen of wandelen?
2. Drink je water of koffie?
3. Wil je een boek of krant?
4. Kun je koken of bakken?
5. Kun je spreken of lezen? -
1. Wil je liever eten of slapen?
2. Wil je liever hardlopen of wandelen?
3. Zullen we binnen gaan of gewoon buiten wachten?
4. Kun je Nederlands spreken of schrijven?
5. Ga je fietsen of wandelen? -
1. Kunnen wij hier staan of zitten?
2. Moeten wij de deur trekken of drukken om binnen te gaan?
3. Zit of sta je tv te kijken?
4. Kook je vanavond thuis of eet je uit?
5. Heb je gisteren huiswerk gemaakt of een film gekeken? -
1. Kan hij zwemmen of fietsen?
2. Moet zij werken of studeren?
3. Mag ik blijven of gaan?
4. Wil je dansen of zitten?
5. Hoorde je schieten of niezen? -
1. Zullen we lopen of fietsen?
2. Wil je iets drinken of iets eten?
3. Willen jullie dansen of hier blijven wachten?
4. Houd je van hardlopen of zwemmen?
5. Ga je voetbal spelen of een biertje drinken? -
1. Wil je rijst of aardappel?
2. Zullen wij luisteren of praten?
3. Kunnen wij dansen of zingen?
4. Moeten wij zitten of staan?
5. Mogen wij blijven of gaan? -
1. Kan hij zingen of piano spelen?
2. Mag ik Engels of Duits speken?
3. Kunt u vandaag of morgen komen?
4. Kom je binnen of wacht je buiten?
5. Wil je zitten of sta je liever? -
1. Moeten jullie een huis kopen of huren?
2. Wil jij naar de winkel wandelen of fietsen?
3. Houd jij van sporten doen of kijken?
4. Zullen wij schriven een brief of praten met haar?
5. Kunnen wij hier staan of zitten? -
1. Zou je liever met ons meegaan of thuisblijven?
2. Wil je vandaag of morgen langskomen?
3. Dans je liever of zing je liever?
4. Wil je fietsen of lopen naar jouw school?
5. Moeten jullie een huis kopen of huren? -
1- Wil je graag lopen of wandelen?
2- Zullen wij avondeten koken of bestellen?
3- Willen jullie thuis blijven of buiten gaan?
4- Zullen zij naar het park of het bos gaan?
5- Willen jullie morgen of overmorgen vertrekken?
- Load More Posts

5. (iets zoeken of iemand bezoeken?)