Dutch Course Eindhoven A2 Homework Answers Group

  • Public Group
  • 1 month, 1 week ago
  • 97

    Posts

  • 85

    Members

  • Dutchbook huiswerk:👍
    Boek. Pagina 171
    Opdracht 9
    Plaats jouw antwoorden hieronder:

    134 Comments
    • 2….afmaak.
      3. Den Haag
      5. Duits
      6. afmaakt, … kun jij
      8…elke twee jaar een nieuwe taal
      9. …naar acht…., in Azië reizen.

    • 2..de melk op is.
      3. op kantoor
      4. Nederlands
      5..zij koorts heeft.
      7. niveau
      8..gaan wij op vakantie.
      9..wij…, bestellen wij pizza.
      10..dorst heeft, koopt hij sap.

    • 3..als zij zich op kantoor verveelt.
      5..als ik de griep heb.
      6..vandaag veel dingen wil kopen.
      8.., ga ik een nieuwe vaardigheid leren.
      9. heb
      10..als ik me een ……voel.

    • 1..als ik de loterij win.
      4. thuisblijven, corona
      5..naar je/het werk rijden.
      9. Wanneer

    • 7. Ik woon in Nederland zodat ik veel kan reizen.
      8. hiernaartoe is verhuisd,..
      9..ga ik weer/opnieuw met dansen beginnen.

    • 4..eerder naar bed als ik…
      6. pensioen
      9..te veel schoenen heb,…

    • 1.., maar dat is onmogelijk.
      7..als hij niet naar (het) kantoor hoeft te gaan.
      8…ben.

    • 2..als het begint met regenen.
      3. het weer
      (8. in een hoog gebouw)
      9.., koop/bak ik een pizza.
      10. Als ik autorijd,..

    • 2. baan
      4…wil winkelen, ga..
      5, 6. no commas

    • 5..klaar ben met eten=better

    • 1,2. gestrest (Dutch spelling). no commas needed
      3..geen deadlines op het werk heeft.
      6. te veel

    • 5. lager
      7…haar salaris krijgt.
      9..niet naar buiten als het te koud is.

    • 2.naar het werk, het weer
      (3..mooie en vriendelijke vrouw)
      5..met de tandarts
      6. Parijs > ?
      7..als ik een goede kans zie.
      8…niet goed als ik geld verlies.
      10..moeder en vader…

    • 2..naar de bushalte als het niet regent.
      3..door de brievenbus..
      6..naar buiten.
      7. vanaf 12 uur > ?
      8. handen
      9..niet goed kan slapen, …goed

    • 1 t/m 4 >> geen komma’s nodig
      2..naar het strand
      3. Italië
      8. biertjes
      10. de kermis

    • 2..naar het werk…
      4. vol
      8..begin te werken.
      4, 8, 10. Geen komma’s nodig

    • 1..op vakantie gaan als ik vrije tijd heb.
      4..dan wil ik een roadtrip doen.
      5. bakken
      7..pompoensoep

    • 1..het inburgeringsexamen …
      3..een muts dragen als het winter is.
      4..vlieg, dan bezoek ik..
      5..naar de supermarkt

    • (1. als ik klaar ben met mijn werk)
      (2. een pijnstiller)
      3..documenten (ingevuld) hebben, dan kunnen we ons inschrijven voor …
      4..oud genoeg zijn
      5..te bakken
      7..over de hele wereld..
      9..leuk wordt, gaan…

    • 1….vroeg naar huis….
      3…laatste boek heb uitgelezen.
      4..naar huis
      5..doet.
      8..boos maakt, dan blijf ik thuis.
      9..met het spelletje…

    • 2…als ik terugkom (no comma needed)
      6..pensioen
      10.. is, ga ik..

    • 2..zal snel naar bed gaan wanneer…
      5..met koud weer hardloop, hoef ik minder water te drinken.
      7..gisterenavond een grote maaltijd …, de restjes eten.

    • 2..Omdat er korting is op de diepvriespizza’s, koop…
      (3. Ze wordt heel blij als..)

    • 3..veel bagage meeneemt.
      5…krijgt, dan..
      6..is, dan geven/vieren/organiseren wij een feestje.
      (7. “dan” not necessary)
      8..heb gekocht, ..
      10…voelen.

    • 6..Omdat ik vandaag gasten ontvang,…
      7. Als ik geen ontbijt heb gegeten,…
      (9..bij ons zijn)
      10…later moet rijden,…

    • 1…me slaperig voel.
      8….(wil zien)
      9. Omdat het mijn beurt is om….,….
      10..naar het centrum gaan,… / Ik ga naar het centrum als…

    • 2..als er geen melk meer is.
      3..op kantoor werken.
      5..als zij koorts heeft.
      7. Omdat hij goed voetbalt, omdat hij goed speelt, …..niveau.
      8….op vakantie.
      9…wij
      10..dorst heeft, koopt hij sap.

    • 1. Ik lees een boek als ik vrije tijd heb.
      2. Ik draag een regenjas als het regent.
      3. Ik kijk een film als ik een pauze nodig heb.
      4. Ik ga naar Dynamo als ik tijd heb.
      5. Ik ga naar de site als ik een scantaak heb.
      6. Ik onderzoek op google als ik een twijfel heb.
      7. Als ik gestoord word, luister ik naar de muziek.
      8. Omdat ik hoofdpijn heb, ga…Read More

    • 5,7. “dan” not needed

    • 1..als ik..
      3..als ik
      4..het avondeten
      5..als ik
      6..no comma here
      7. Als ik vakantie heb, kijk ik altijd een film.
      8. Omdat wij honger hebben, moeten
      9. ik…

    • 4..ik
      5..fruit
      6. “een” not necessary
      7. Als ik papier heb, wil..
      9..heb, ga ik..
      10..dorst..

    • 1..geen groter appartement kunnen vinden.
      2..nog steeds verschillende werktijden hebben.
      3..is, dan…gesloten.
      4..omdat
      6..slapen
      7..maak.
      9..,dan ga ik een nieuwe kopen.
      10..huizen

    • 4. Als ik beter Nederlands kan spreken, ga/kan ik…
      6. Omdat honden…

    • 2. ?
      3…hebt gemaakt,..
      10..wanneer ik me ….voel.

    • 3..een verse stroopwafel/verse stroopwafels
      4…als ik (kleine letter)
      (6. + komma >> Als het regent, ga ik..)
      7..Als ik vakantie heb, moet ik een film kijken.
      8…hebben, moeten wij..
      10..wandelen

    • 6 t/m 10 >> geen komma nodig

    • 1. Ik ga naar buiten lopen als het niet regent.
      2. Zij wil een taart bakken als ze vrije tijd heeft.
      3. Hij wil een fiets kopen als hij genoeg geld heeft.
      4. Ik ga een boek lezen als ik klaar ben met werken.
      5. Hij gaat zijn kamer opruimen als hij bezoek krijgt.
      6. Als hij tijd heeft, dan helpt hij zijn vader in de tuin.
      7. Als het mooi weer is,…Read More

    • 1. Ik zal een auto kopen, als ik mijn rijbewijs krijg.
      2. Jij moet mij bellen, als jij hulp nodig hebt.
      3. Wij zullen op vakantie gaan, als de vliegticketprijzen goedkoop zijn.
      4. Hij zal naar de wedstrijd komen, als hij een ticket vindt.
      5. Als ik me goed voel, zal ik naar kantoor komen.
      6. Als ik een e-mail schrijf, dan stuur ik het ook naar…Read More

    • 1. Ik moet mijn huisdier voeren, als mijn vriend niet thuis is.
      2. Ik ga op vakantie als het minder druk is in mijn bedrijf.
      3. Als je het wachtwoord kan onthouden, dan kunnen we naar de website gaan.
      4. Omdat ik met haar niet spreek, kan ik niet naar haar party gaan.
      5. Hij moet een examen maken als hij naar de universiteit wil.
      6. We moeten het…Read More

    • 1. Ik bestel een pizza als ik niet wil koken.
      2. Ik doe de afwas als ik vrij ben.
      3. Ik bel mijn moeder als ze thuis is.
      4. Ik ga naar thuis als ik klaar ben met mijn werk.
      5. Als ik huiswerk ga maken, dan ga ik naar het feest.
      6. Omdat ik huiswerk heb, ga ik niet naar het feest.

    • 1. Ik eet een boterham als ik honger heb.
      2. Ik bel mijn vriend als ik tijd heb.
      3. Ik ga naar de dokter als ik keelpijn heb.
      4. Als ik genoeg tijd heb, dan ga ik een boek lezen.
      5. Omdat ik moe ben, ga ik vroeg naar bed.

    • 1. Ik wil tiramisu eten als ik naar Italië ga.
      2. Als ik in de buurt ben, kom ik naar jou.
      3. Ik ga tuinieren leren als ik een tuin heb.
      4. Ik wil een huis kopen als ik een goed huis vind.
      5. Ik kan koken als je honger hebt.

    • 1. Ik moet wiskunde studeren omdat het examen eraan komt.
      2. Ze valt in slaap als ik een boek voor haar lees.
      3. Als het regent, dan ga ik met de auto.
      4. Als ik honger heb, dan maak ik een pasta.
      5. Als zij ziek is, kan zij niet naar school gaan.
      6. Wij komen vroeg thuis als de afspraak eerder eindigt.
      7. Omdat ik moe ben, kan ik niet de les…Read More

      • 1. Ik moet leren voor wiskunde, omdat…
        “wiskunde studeren” is doing the studies (at university)
        2..als ik haar een boek voorlees.
        7..,kan ik me niet concentreren in de les.
        8..schrijven.
        9…aan zijn,..

    • 1. Ik wil stoppen met werken als/wanneer….
      3…(het) opruimen.
      5…als hij een afspraak kan maken.

    • 1. Ik blijf thuis als het regent.
      2. Zij gaat wandelen als de zon schijnt.
      3. We gaan op vakantie als we vrij hebben.
      4. Zij wil een huis kopen als ze een baan heeft.
      5. Ik wil de kinderen ophalen als ik tijd heb.
      6. Als ik tijd heb, dan bak ik een taart.
      7. Als we de bus missen, dan nemen we de trein.
      8. Omdat we honger hebben, bestellen we…Read More

    • 1. Ik eet een dessert als ik zin heb.
      2. Ik wil een nieuwe keuken kopen als ik mijn salaris krijg.
      3. Ik moet werken als ik leuke dingen wil kopen.
      4. Ik ga naar Disneyland als ik geld heb.
      5. Wij gaan naar het strand als het zonnig is.
      6. Als ik mijn huiswerk klaarmaak, dan ga ik slapen.
      7. Als het regent, blijf ik thuis.
      8. Wanneer het zomer is,…Read More

    • 1. Als mijn auto niet goed werkt, wil ik graag uw auto lenen.
      2. Omdat ik soms wel moe van mijn kinderen word, kan ik niet werken.
      3. Omdat ik een cadeau voor mijn vrouw ga kopen, ga ik op winkel.
      4. Als hij ruzie had met zijn baas, kon hij zich niet goed op zijn werk concentreren.
      5. Hij kan bespreken, als hij een afspraak maken.
      6. Wij gaan op…Read More

      • 3..naar de winkel.
        (4. Toen hij….had,…)
        5. Hij kan het bespreken als hij een afspraak maakt.
        6..”een genoeg geld” >> genoeg geld
        7..Nederlands omdat ik meer over/van mijn collega’s wil weten.
        (8…stoppen met werken)
        9…..heb (die ik moet maken), doe ik dat in het weekend.

    • 1. Als ik heb geen ontbijt gegeten, dan heb ik de hele dag honger.
      2. Als ik heel moe ben, drink ik koffie.
      3. Ik draag een regenjas als het regent.
      4. Ik ga naar Dynamo als ik les heb.
      5. Wij gaan een auto kopen als ik werk vinden.
      6. Als de koelkast leeg is, dan gaan wij boodschappen doen.
      7. Wanneer hij zich moe voelt, ontspant hij zich met een…Read More

    • 1. Ik lig op bed als ik me te moe voel.
      2. Zij gaat in het park wandelen als zij genoeg tijd heeft.
      3. Zij spant zich in als zij aan een interessant project werkt.
      4. Mannetjesmierenegels vormen een wachtrij achter een vrouwtje als het paartijd is.
      5. Mierenegels zwemmen in het water als het weer te warm is.
      6. Omdat mierenegels niet bedreigd…Read More

      • (8..heel lekker/aangenaam)
        9..jongen = offspring (plural in animal context). In human context, “jongen” = singular ‘boy’, “jongens” = plural ‘boys’.

    • 1.Ik ga naar de winkel als ik boodschappen nodig heb.
      2.Ik ga wandelen als het mooi weer is.
      3.Ik lees een boek als ik tijd heb.
      4.Ik slaap vroeg als ik moe ben.
      5.Ik neem een paraplu mee als het regent.
      6.Als ik een cadeau krijg, dan ben ik heel blij.
      7.Als ik ziek ben, dan blijf ik in bed.
      8.Als ik veel geld verdien, dan koop ik een…Read More

    • (2, 3,5. moe op school, blij in het park, boos in het restaurant.)

    • 1. een (!)
      7…zij…., (…een schilderij maken)
      8..naar het werk
      9…wanneer ik klaar ben met mijn huiswerk (?)
      (10…als/wanneer …. << Geen komma nodig.)

    • (6, 7. de “dan” is optioneel)

    • 3..als je mij belt (=telefoon)/als je bij mij aanbelt. (=aan de deur)
      5, 6. De komma is niet nodig.
      (6..als ze vies zijn.)

    • 1. Ik eet snoepjes, als ik veel denkwerk heb.
      2. Ik bezoek musea, als ik een nieuwe expositie wil zien.
      3. Jij loopt hard, als het weer mooi is.
      4. Wij gaan naar de bioscoop, als er een interessante film is.
      5. Zij gaan naar Amsterdam, als zij zich vervelen.
      6. Ik schreef me aan de universiteit in, als ik mijn school maakte af.
      7. Als ik…Read More

    • 1. We delen de kosten, als we samen eten.
      2. Ik ontbijt als ik tijd heb.
      3. Hij wil verhuizen als hij een goede plaats vindt.
      4. Ik ga naar kantoor als ik veel werk heb.
      5. Wij gaan naar Duitsland, als wij met elkaar willen afspreken.
      6. Als ik geen vliegticket kan kopen, dan kom ik niet terug.
      7. Als het regent, dan bezoek ik je volgende week.
      8.…Read More

    • 1. Ik ga feesten, als ik me beter voel.
      2. Je kunt spelen, als je je huiswerk af hebt.
      3. Hij kan mij zien wanneer ik er klaar voor ben.
      4. We eten frietjes, als we gaan sporten.
      5. Ze gaan naar het strand, als het niet regent.
      6. Als ik tijd heb, ga ik op reis.
      7. Als we trouwen, dan kopen we een groter huis.
      8. Als je in jezelf gelooft, kun je…Read More

    • 1. Als ik veel geld heb, dan ga ik terug naar Thailand.
      2. Als het weekend bijna is, begint mijn vriend met het drinken van zijn biertje.
      3. Omdat ik me realiseer hoeveel vakantie belangrijk is, koop ik elk jaar mijn vakantiedagen.
      4. Ik ga wandelen als het mooi weer is.
      5. Als ik dat niet kan begrijpen, vraag ik altijd “Kun je dat h…Read More

    • 1. Ik blijf thuis als het regent.
      2. Ik wil eten elke keer als ik een lekkere geur ruik.
      3. Omdat ik antibiotica neem, kan ik geen alcohol drinken.
      4. Als ik ziek ben, dan bel ik naar mijn huisarts.
      5. Ik vind wandelen leuk, als het zonnig is.
      6. Als mijn planten dorst hebben, geef ik ze water.
      7. Als ik niet moe ben, kan ik mijn Nederlands…Read More

    • 1. Als ik genoeg geld heb, (dan) ga ik met mijn werk stoppen.
      2. Omdat hij jarig is, bestelt hij een taart.
      3. Als hij klaar met zijn werk is, (dan) gaat hij naar het park.
      4. Hij moet in bed liggen, als hij moe is.
      5. Jullie moeten naar de dierenwinkel gaan als jullie een kooi willen kopen.
      6. Ik ga naar het bos als het mooi weer is.
      7. Omdat zij…Read More

    • 1.Als ik honger heb, dan ga ik een pizza zonder ananas eten.
      2.Als ik dorst heb, dan ga ik kokoswater drinken.
      3.Omdat ik weinig geld heb, kan ik op vrijdag niet in het restaurant eten.
      4.Ik ga naar het werk als ik niet moe ben.
      5.Ik open het raam als het te warm is.
      6.Als ik genoeg geld heb, dan ga ik op vakantie.
      7.Omdat ik hoofdpijn heb, ga ik…Read More

    • 1. Ik ga in het park wandelen als ik tijd heb.
      2. Zij wil een nieuwe laptop kopen als zij geld heeft.
      3. We zullen in het restaurant eten als we in de stad aankomen.
      4. Je moet een bericht sturen als je thuiskomt.
      5. Zij wil een huis zoeken als ze een baan vindt.
      6. Als jullie met mij afspreken, dan kunnen we onze spreekopdracht afmaken.
      7. Als ze…Read More

    • 1.Ik wil mijn spullen opruimen als je me met rust laat.
      2. Als je me aanraakt dan bel ik de politie
      3. Omdat het regent blijven wij vanavond thuis.
      4. Als hij zich niet haast dan zijn wij te laat.
      5. Ik wil niet lachen als je domme grappen maakt.
      6. Je mag buiten spelen als je jouw kamer schoonmaakt.
      7. Omdat ik veel water gedronken heb moet ik…Read More

    • 1. Ik luister naar de radio als ik in de keuken kook.
      2. Hij gaat een tv kopen als hij genoeg geld heeft.
      3. Zij gaat naar het centrum als zij een vrije dag heeft.
      4. Ik ga naar de Jumbo als ik een taart wil.
      5. Als het weekend is, gaan wij naar de bioscoop.
      6. Als ik goed Nederlands spreek, dan krijg ik een baan.
      7. Omdat ik niet zo rijk ben, heb…Read More

    • 1-Omdat het rustig is op dinsdagochtend, gaat hij dan boodschappen doen.
      2-Omdat veel dingen dichtbij zijn, is fietsen praktisch.
      3-Als hij veel stress heeft, kan hij zich minder goed concentreren.
      4-Als zij lang werkt, voelt zij dat zijn hoofd vol zit.
      5-Je werk is ver omdat je de bus moet nemen.
      6-Mijn vriend is voor de examens gezakt omdat zij…Read More

    • 1. Ik ga winkelen als ik nieuwe kleding nodig heb.
      2. Hij leest elke avond als hij naar bed gaat.
      3. Omdat jij een nieuwe auto hebt, gaan jullie morgen naar jouw huis.
      4. Wij komen naar het park als wij frisse lucht nodig hebben.
      5. Als jij verdrietig bent, kijk jij jouw favoriete film.
      6. Als ik genoeg geld heb, dan ga ik dit jaar naar Azië op…Read More

    • 1. Ik eet een appel als ik honger heb.
      2. Ik ga op vakantie als ik verlof krijg.
      3. Als je tijd hebt, dan ga je in het park wandelen.
      4. Omdat jullie genoeg geld hebben, gaan jullie een tesla kopen.
      5. Ik wil een paraplu meenemen als het vandaag regent.
      6. Wij moeten naar kantoor als wij een vergadering hebben.
      7. Als ik een rijbewijs heb, dan ga…Read More

    • Recept E
      1. Ik lees wat boeken om inspiratie te krijgen als jij het recept bereidt.
      2. Zij kijkt wat films om te ontspannen als hij de tuin schoonmaakt.
      Recept F
      3. Wij spelen in het park om plezier te hebben als zij de hond uitlaten.
      4. Jij werkt op kantoor om documenten te maken als ik het verslag schrijf.
      Recept G
      5. Als hij de opdracht…Read More

    • 1. Omdat ik geen Chinees begrijp, kan ik in China geen kranten lezen.
      2. Als we naar Tallinn reizen, dan gaan we naar een café en de dierentuin.
      3. Als ik zin in iets zoet heb, dan eet ik chocolade.
      4. Omdat hij geen rijbewijs heeft, moet hij met de trein reizen.
      5. Zij gaan naar het strand als het mooi weer is.
      6. Als het tv-programma saai is,…Read More

    • 1. Ik leer Nederlands als ik interesse heb.
      2. Ik ga naar de huisarts als ik ruikpijn heb.
      3. Als ik geld heb, dan ga ik een vliegtuig kopen.
      4. Omdat ik genoeg geld heb, ga ik een horloge kopen.
      5. Omdat ik Nederlands leer, schrijf ik een ‘HelloTalk taalvriend’ vraag.
      6. Ik wil gezond eten als ik fruit vind.
      7. Ik drink koffie als ik moe ben…Read More

    • 1. Ik lees een boek als ik tijd heb.
      2.Ik blijf thuis als ik me niet goed voel.
      3. Ik ga vroeg slapen als ik morgen moet werken.
      4. Ik gebruik de fiets als het mooi weer is.
      5. Als ik klaar ben met mijn werk, dan ga ik naar huis.
      6. Als hij genoeg oefent, dan speelt hij beter gitaar.
      7. Als we vakantie hebben, dan reizen we naar Roam.
      8. Omdat het…Read More

    • Recept E
      1. Ik kan op kantoor werken als ik een presentatie hebben
      2. Hij moet naar school gaan als hij niet ziek is
      3. Zij zal een jurk dragen als zij naar de feest gaan
      Recept F
      1. Ik ga naar voetbalveld als ik tijd heb
      2. Hij zal de maaltijd eten als hij met de klas klaar is
      3. Wij zullen naar de vakantie gaan als wij met de examen klaar…Read More

      • 1..moet geven
        3…naar het feest gaat.
        F
        1..naar het voetbalveld..
        2…klaar is met de les.
        3..op vakantie gaan als wij klaar zijn met de les.
        G
        1..doet, dan moet ik schoonmaken.
        2..een biertje nemen.
        4. Als u een sjaal koopt,..
        H
        1…een sjaal wil kopen,..
        2. Omdat ik de mixer heb betaald, mag jij die bezorgen.
        3…meeneemt,…

    • 1. Als het regent, neem ik altijd een paraplu mee.
      2. Ik ga naar buiten als de zon schijnt.
      3. Als je hulp nodig hebt, bel me gerust.
      4. Hij wordt boos als iemand zijn spullen aanraakt.
      5. Als ik tijd heb, lees ik graag een boek.
      6. Zij lacht altijd als ze haar vrienden ziet.
      7. Als het avond is, maken we vaak een wandeling.
      8. Ik voel me beter…Read More

    • E
      1. Ik drink water als ik dorst heb.
      2. Ik wil een auto kopen als ik geld heb.
      3. Ik ga een huis kopen als ik werk vind.

      F
      4. Ik ga naar de huisarts als ik ziek ben.
      5. Ik blijf thuis als ik moe ben.
      6. Ik neem een paraplu mee als het regent.

      G
      7. Als ik genoeg geld heb, dan ga ik een auto kopen.
      8. Als ik tijd heb, dan ga ik sporten.
      9. Als ik…Read More

    • 1. Ik wil boeken lezen als ik in de bibliotheek ben.
      2. Hij gaat boos als hij honger heeft.
      3. Ik ga naar buiten als de zon schijnt.
      4. Ik ga thuisblijven en slapen als ik ziek ben.
      5. Ik wil naar het centrum als ik tijd heb en het weer mooi is.
      6. Als ik het nodig heb, ga ik het gebruiken.
      7. Als de school gesloten is, kom ik mijn zoon…Read More

    • 1. Ik ga boodschappen doen als ik geen eten meer in huis heb.
      2. Zij kijkt een film als ze zich verveelt en niets te doen heeft.
      3. Omdat hij morgen een examen heeft, leert hij de hele avond.
      4. Wij gaan naar het strand als het mooi weer is.
      5. Als jij tijd hebt, kun jij mij helpen met mijn huiswerk.
      6. Als ik genoeg geld heb, dan koop ik een…Read More

    • 1- Ik wandel vaak als het weer mooi is.
      2- Ik was mijn handen als ze vies zijn.
      3- Ik maak gemberthee als ik ziek ben.
      4- Onze vissen zwemmen dichtbij het oppervlak als ze honger hebben.
      5- De bomen hebben bloemen als het weer warm is.
      6- Ik drink meer water als ik hoofdpijn heb.
      7- Het beingt regenen als ik het huis binnenstap.
      8- Ik lees een…Read More

      • 7. Het begint met regenen …
        8..je me belt.
        9…telefoon
        10. Zij studeerde voor wiskunde toen iemand op de deur klopte (verleden tijd)

    • Recept E:
      1. Ik eet als ik honger heb.
      2. Ik neem een paraplu als het regent.
      3. Ik koop een broek als hij goed past.
      Recept F:
      4. Ik werk vanuit huis als ik veel vergaderingen heb.
      5. Ik ga naar de bibliotheek als ik vrije tijd heb.
      6. Je komt naar kantoor als je sollicitatiegesprekken voert.
      Recept G:
      7. Als het mooi weer is, gaan wij naar de…Read More

    • 1.Ik ga fietsen als het weer goed is.
      2.Zij maakt een wandeling als ze zich verveelt.
      3.Hij koopt nieuwe schoenen als hij korting krijgt.
      4.Ik ga koken als ik thuis ben.
      5.Hij belt zijn vriend als hij tijd heeft.
      6.Als ik moe ben, dan ga ik vroeg naar bed.
      7.Als het weekend begint, dan bezoeken we onze familie.
      8.Als zij klaar is met studeren, dan…Read More

    • Als het regent dan blijf ik thuis.
      Als ik vroeg opsta dan ben ik productiever.
      Als ik genoeg oefen word ik beter in Nederlands.
      Als het mooi weer is ga ik wandelen.
      Ik leer Nederlands omdat ik in Nederland woon.
      Ik koop een jas omdat het koud is.
      Als ik tijd heb ga ik wandelen.
      Omdat ik Nederlands leer oefen ik elke dag.
      Omdat ik een film kijken…Read More

      • Als je begint met de bijzin, gebruik dan een komma!
        >> Als het regent, (dan) blijf ik thuis.
        >> Omdat ik Nederlands leer, oefen ik …
        Etc.

    • Ik bel je als ik klaar ben.
      Ik doe het raam dicht als het koud wordt.
      Ik koop het boek als de prijs laag is.
      Ik studeer ’s avonds als ik energie heb.
      We blijven binnen als we bezoek krijgen.
      Hij rijdt voorzichtig als de weg druk is.
      Als de winkel open is, ga ik boodschappen doen.
      Als je een vraag hebt, kun je mij bellen.
      Als hij klaar is met w…Read More

    • 1. Ik wil op vakantie gaan, als ik vrije tijd heb.
      2. Ik zal naar bed gaan, als ik moe ben.
      3. Ik zal moe zijn, als ik de hele dag schoonmaak.
      4. Ik zal naar het ziekenhuis gaan, als ik me ziek voel.
      5. Ik wil mijn huiswerk maken, als ik Nederlands wil leren.
      6. Ik blijf morgen thuis als ik vrij ben.
      7. Als ik dorst heb, ga ik een drankje…Read More

    • 1. Ik lees boeken als ik tijd heb.
      2. Ik loop buiten als het maandag is.
      3. Als het meisje haar huiswerk maakt, dan luistert ze naar de muziek.
      4. Omdat de jongen hoofdpijn heeft, ligt hij op het bed.
      5. De brandweermannen blussen het vuur als ze de brand zien.
      6. De student gaat vroeg naar bed als hij morgen een examen heeft.
      7. Als ik moe ben,…Read More

    • E
      1. Ik ga op vakantie als ik geld heb.
      2. Ik wil trouwen met jou als ik een baan vind.

      F
      3. Ik ga naar IJsland als ik vrije tijd heb.
      4. Ik bezoek mijn ouders als ik in Taiwan ben.

      G
      5. Als ik ziek ben, dan ga ik naar de huisarts.
      6. Als ik genoeg tijd heb, dan leer ik Nederlands.
      7. Als ik lunchpauze heb, dan ga ik boodschappen doen.

      H
      8.…Read More

    • 1. Ik vraag het je als ik een vraag heb.
      2. Ik ga naar de tandarts als ik pijn heb.
      3. Als ik vroeg opsta, ga ik wandelen.
      4. Ik drink water als ik dorst heb.
      5. Als ik moe ben, ga ik vroeg naar bed.

    • E
      1. De stad zal onder water lopen als jullie geen dam bouwen.
      2. We komen zonder stroom te zitten als je dit stopcontact niet repareert.
      3. We zullen de juiste beslissing nemen als we de voordelen en nadelen goed afwegen.
      F
      4. Hij kan naar de bibliotheek gaan, als hij een biebpas heeft.
      5. Ze gaan in hun tuinkamer ontspannen, als niemand ze…Read More

    • 1. Als het mooi weer is, ga ik naar het strand.
      2. Zij gaat een feest vieren als ze haar examen haalt.
      3. Als wij genoeg geld sparen, kopen wij een dure auto.
      4. Ze kunnen makkelijker met mensen communiceren als ze hun Nederlands willen verbeteren.
      5. Ik ga naar bed als ik moe ben.
      6. Omdat mijn ouders op bezoek komen, eten wij samen.
      7. Omdat we…Read More

    • 1. Ik ga heel blij zijn als ik voor mijn examen slaag.
      2. We willen een huis kopen als we genoeg besparing hebben.
      3. Als brandweerlieden de bosbrand blussen, dan mogen zij naar hun huis gaan.
      4. Als ik in het Nederlands meer vloeiend word, dan kan ik met de family van mijn vriend meer in het Nederlands communiceren.
      5. Je mag je voor de B1-cursus…Read More

  • Load More Posts