-
Dutchbook huiswerk:👍
Boek. Pagina 179
Opdracht 6
Plaats jouw antwoorden hieronder:141 Comments-
1. Er is volgende zaterdag in PSV-stadion een wedstrijd gepland.
2. Er is elke maandag op kantoor een vergadering georganiseerd.
3. Er was twee week geleden naar Portugal geweest.
4. Er was afgelopen december naar India geweest.
5. Er was afgelopen weekend in Helmond een carnaval geweest. -
1. Er is in het weekend op school een toets gepland.
2. Er was gisteren daar een kat aan het slapen.
3. Er is vandaag op kantoor een project begonnen.
4. Er is nu in de bakkerij een taart gebakt.
5. Er wordt morgen in mijn huis een pakketje bezorgd. -
1. Er is morgen op school een workshop beginnen.
2. Er is elke dinsdag in de bioscoop een nieuwe film geïntroduceerd.
3. Er is dit weekend in de buur een festival gebeuren.
4. Er is maandag in Eindhoven geen event georganiseerd.
5. Er is in mei naar de buren een BBQ feesten. -
1. Er is vrijdag thuis een film kijken.
2. Er was gisteren in best geen regen gevallen.
3. Er is vorige week in België een restaurant open gegaan.
4. Er is maandag in Eindhoven een museum geweest.
5. Er is volgende week op het strand een krab gezonken -
1. Er was zaterdag in de bar een verjaardag gevierd.
2. Er zijn gisteren in de koelkast sinaasappelen geperste.
3. Er is vandaag uit Turkije nieuws gehoord.
4. Er zijn vrijdag in een concert van Tarkan veel mensen geweest.
5. Er zijn elke dag in Nederland veel mensen fietsen. -
1. Er is vandaag op het werk genoeg taken gedaan.
2. Er is vandaag in de koelkast meer eten over.
3. Er is gisteren in Eindhoven een ongeluk gebeurt.
4. Er zijn altijd in de buurt vogels geweest.
5. Er gaan morgen op school leuke activiteit gebeuren. -
1. Er is gisteren in Rotterdam een concert geweest.
2. Er zijn vanochtend op school drie toetsen gemaakt.
3. Er is vorige week in het park een ongeluk gebeurd.
4. Er zijn straks in de stad nieuwe winkels geopend.
5. Er is vanavond bij ons thuis een diner georganiseerd. -
1. Er is maandag in Dynamo een les geweest.
2. Er is vorig weekend in Veldhoven een feest afgelast.
3. Er zijn vorige maand in de tuin veel onkruid geweest.
4. Er is vanochtend in het huis van mijn buren een verbouwing gaande.
5. Er is dinsdag in de bibliotheek een taalcafé-sessie geweest. -
1. Er is morgen in eindhoven een kermis geweest.
2. Er is vridag in utrecht een winkel geopend.
3. Er zijn maandag in de HTC veel mensen hardlopen.
4. Er is elke weekend in het park een wedstrijd gespeled.
5. Er is woensdag in den haag de NAVO-TOP georganiseerd. -
1. Er is een ongeluk op de snelweg gebeurd.
2. Er is vorige week in het park een barbecue geweest.
3. Er is zaterdag in zijn huis een verjaardag gevierd.
4. Er is dinsdag een vergadering op kantoor geweest.
5. Er is vorige maand een bruiloft hier gevierd. -
1. Er is in het weekend een verjaardagsfeestje geweest.
2. Er is vorig weekend bij ons thuis een barbecue geweest.
3. Er was vorige week in Den Haag de NAVO-top.
4. Er was gisteren niemand buiten.
5. Er is in de bakkerij een taart aan het bakken. -
1. Er is afgelopen zondag in Eindhoven één marathon gelopen.
2. Er wordt deze week in Eindhoven de Dutch Design Week georganiseerd.
3. Er heeft jaren geleden bij Dutch Academy Eindhoven iemand Nederlandse lessen gegeven.
4. Er hebben jaren geleden op aarde mensen bestaan.
5. Er zijn vorig jaar veel bomen in het bos geplant. -
1. Er zijn vandaag op de markt veel groenten verkocht.
2. Er hebben vandaag op het terras veel mensen biertjes gedronken.
3. Er was donderdag in Eindhoven een Nederlandse les gegeven.
4. Er is op maandag in het centrum een restaurant gesloten.
5. Er is in het weekend in Eindhoven een tentoonstelling geweest. -
1. Er is vanavond in Eindhoven een protest geweest.
2. Er is zaterdag ’s ochtends in de Kruisstraat een open markt geweest.
3. Er zijn elke dag in de bibliotheek veel mensen geweest.
4. Er is op maandag in de koelkast geen taart geweest.
5. Er zijn op vrijdag op het concert veel mensen geweest. -
1. Er was dinsdag op de weg een kat geweest.
2. Er stond afgelopen week voor mijn deur een auto geparkeerd.
3. Er werd vorige week in Eindhoven een feest gegeven.
4. Er was vorige maand in het centrum een ongeluk plaatsgevonden.
5. Er waren de afgelopen maanden op school veel oefeningen gedaan. -
1. Er is vandaag thuis een feest geweest.
2. Er is deze week in Eindhoven de Dutch Design Week gebeurt.
3. Er is op dit moment in het station een trein aankomen.
4. Er zijn altijd buiten mijn appartementencomplex auto’s geparkeerd.
5. Er is nu op kantoor een vergadering gehouden. -
1. Er is gisteren tussen Almere en Lelystad geen trein geweest.
2. Er zullen dit weekend in Amsterdam veel toeristen komen.
3. Er zijn vorige week in het park veel kinderen geweest.
4. Er zijn afgelopen vrijdag in het ziekenhuis veel mensen geweest.
5. Er is deze week in Utrecht een tentoonstelling georganiseerd. -
1. Er is op april in het land een groot feest gevierd.
2. Er moet vandaag in het centrum een protest gebeurd.
3. Er is morgenochtend een vergadering met de klanten gepland.
4. Er is op vrijdag online nieuwe muziek uitgebracht.
5. Er zijn nu in de winkel kleding verkocht. -
1-Er is in december in Turkije een examen geweest.
2-Er is volgende week in een café met collega’s een ontmoeting gekomen.
3-Er heb vandaag in de winkel veel nagellak gezien.
4-Er heeft vorige week in Brugge hevig geregend.
5-Er is vandaag voor mijn huis geen parkeerplaats geweest. -
1. Er is vorig jaar in Eindhoven een marathon geweest.
2. Er zijn voor Kerstmis op de luchthaven veel reizigers geweest.
3. Er zijn tijdens de januarikorting in de winkel veel wasmaschines gekocht.
4. Er is afgelopen zomer in het park veel gesport.
5. Er is vanochtend op het station een ongeluk gebeurd -
1. Er was vandaag op het nieuws een belangrijke informatie verteld
2. Er lag vandaag op de kattenbank een kitten slapen
3. Er is morgen op de tafel een televisie staat
4. Er was gisteren op de bank een paar sokken lagen
5. Er was gisteren op de straat een grote hond huilen -
1 – Er was vorige april in Rotterdam een marathon gehouden.
2 – Er waren gisteren in het VIP-klaslokaal twee medecursisten geweest.
3 – Er hebben gisteren op het klimschoolplein twee muurklimmers geklommen.
4 – Er stond vorige maand in de tuin een sneeuwpop gesmolten.
5 – Er lagen tien minuten geleden op het keukenbord twee eieren gelegen. -
1. Er is op maandag in het park een evenement gepland.
2. Er is in juni op kantoor een diner georganiseerd.
3. Er wordt elke week in de bioscoop een film uitgebracht.
4. Er is vandaag bij mijn huis een feest gaande.
5. Er zijn ’s nachts aan de hemel sterren fonkelen. -
1. Er is vandaag in de keuken geen eten gevonden.
2. Er is gisteren op straat een portemonnee verloren.
3. Er is vanochtend in de winkel geen brood geleverd.
4. Er is net in de kamer een sleutel gevallen.
5. Er is morgen op school geen les gegeven. -
1- Er zijn zaterdag in Eindhoven twee partijen geweest.
2- Er is vorige weekend op de TV een mooie film gespeeld.
3- Er is zondag in de tuin een plant geplante.
4- Er is gisteren thuis een mooie maaltijd gekookt.
5- Er zijn gisteren in de winkel veel computers gerepareerd. -
1. Er is volgende week in Eindhoven een feest.
2. Er zijn maandag op kantoor veel vergaderingen geweest.
3. Er is volgende maand op kantoor een training.
4. Er was plotseling in de keuken een probleem.
5. Er zijn vandaag in het park veel kinderen geweest. -
1. Er is morgen in Den Haag een tentoonstelling geweest.
2. Er is vanavond in het theater een voorstelling gepland.
3. Er is volgende maand in Utrecht een festival georganiseerd.
4. Er zijn gisteren in het park twee wedstrijden gespeeld.
5. Er zijn vandaag in de supermarkt veel producten verkocht.
6. Er is vanmiddag in de bibliotheek een lezing gepland. -
1. Er is vandaag in Eindhoven een kaasmarkt geopend.
2. Er is vanavond in de klas een quiz gehouden.
3. Er is in het weekend op straat een marathon gehouden.
4. Er is gisteren op kantoor een training gegeven.
5. Er is vanochtend in de bakkerij vers brood gebakken. -
1. Er is zaterdag in het PSV-stadion een voetbalwedstrijd gepland.
2. Er is gisteren in Rotterdam een marathon geweest.
3. Er is morgen in het restaurant een feest gepland.
4. Er is volgende week in Eindhoven geen evenement georganiseerd.
5. Er zijn vanavond op school drie spellen gespeeld.
6. Er zijn vandaag in de winkel veel cadeaubonnen verkocht. -
1. Er is gisteren in Eindhoven een concert geweest.
2. Er is vorige week in de stad een markt geweest.
3. Er is vanmorgen op kantoor een vergadering geweest.
4. Er is zondag in het park een festival geweest.
5. Er is vorig jaar in Nederland een grote storm geweest.
6. Er is gisteravond thuis een probleem geweest.
7. Er is vorige maand op school…Read More -
1. Er is vorig jaar in Leiden een poëziewedstrijd gehouden.
2. Er zijn gisteren op het werk twee vergaderingen gehouden.
3. Er zijn deze winter in het museum veel speciale tentoonstellingen geweest.
4. Er heeft vanochtend op het schoolplein een ongelukje plaatsgevonden.
5. Er hebben dit weekend op de markt veel kraampjes gestaan.
6. Er stond…Read More -
1. Er is vanavond in Maastricht een kerstmarkt geweest.
2. Er is vanochtend in het park een stoel gestaan.
3. Er is vorige week op kantoor een nieuwe collega geweest.
4. Er is vandaag in de keuken geen handdoek gevonden.
5. Er is gisteren in de stad een concert geweest. -
1. Er mogen vandaag voor de garage geen auto’s staan.
2. Er kunnen dagen op de grond bladeren liggen.
3. Er hebben de hele dag op het veld koeien geloeid.
4. Er zullen vanaf aanstaande maandag in deze winkel prijzen stijgen.
5. Er moeten morgen op de parkeerplaats beschikbare plekken overblijven.
6. Er is al schoon water uit de kraan g…Read More -
1. Er zijn ’s ochtends op de parkeerplaats veel auto’s geparkeerd.
2. Er zijn vorige week in de bibliotheek veel boeken gebracht.
3. Er zijn vanochtend op het plein kinderen geweest.
4. Er is deze maand in de wijk een nieuwe markt gebouwd.
5. Er werd gisteren in de stad een concert gehouden. -
1. Er hebben gisteren in het park veel mensen gewandeld.
2. Er is vanochtend op school een toets begonnen.
3. Er hebben vorige week in de bibliotheek veel studenten gestudeerd.
4. Er is gisteren in de supermarkt een nieuwe medewerker begonnen.
5. Er zijn vorig jaar in mijn buurt veel huizen gebouwd. -
1. Er is gisteravond bij het station een fiets gestolen.
2. Er is vanochtend in de keuken een lekkere taart gemaakt.
3. Er zijn afgelopen weekend in het park veel activiteiten georganiseerd.
4. Er is afgelopen week in de klas een jas vergeten.
5. Er zijn gisteren tijdens de verhuizing twee glazen gebroken. -
1. Er moesten al in de slaapkamer kinderen slapen.
2. Er waren gisteren aan de universiteit studenten afgestudeerd.
3. Er werd vanochtend op kantoor een feestje gevierd.
4. Er gaan komend weekend tussen Breda en Rotterdam minder treinen rijden.
5. Er kunnen in de toekomst in Europa meer elektriciteitsstoringen gebeuren.
- Load More Posts

2. Ze zijn vorig jaar op school begonnen met Nederlandse les.
4. maandag kinderen thuisgebleven.
5. Ze hebben….het weekend…bitterballen